Publinova

Onderzoek Jong, startend en nieuwsgierig helpt starters op de arbeidsmarkt

redactie

Onderzoek Jong, startend en nieuwsgierig helpt starters op de arbeidsmarkt

De overgang van een studerend leven naar een werkend leven is groot. De stap van lerende student naar werkende professional brengt nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee, terwijl er in een eerste baan ook nog veel geleerd moet worden. Onderzoek laat zien dat starters in deze fase vaak spanningen ervaren. Hoe ga je om met de onzekerheid die daar vaak mee gepaard gaat? Onderzoekers van het Kenniscentrum Leven Lang Ontwikkelen van Fontys Hogeschool onderzochten waar hbo-afgestudeerden tegenaan lopen en maakten een praktisch document met handvatten voor starters én begeleiders. Projectmanager Danae Bodewes en docent-onderzoeker Tanja Stöver vertellen erover in dit artikel.


Wat je leest in dit artikel
Studeren en werken hebben overeenkomsten, maar ook veel verschillen. Het blijkt dat starters op de arbeidsmarkt vaak tegen onzekerheden aanlopen en spanningen ervaren. Onderzoekers van het Kenniscentrum Leven Lang Ontwikkelen van Fontys Hogeschool ontwikkelden een praktische toolset om startende werknemers en hun werkgevers te helpen bij een sterke start.

Over het onderzoek
Jong, startend en nieuwsgierig is een interdisciplinair onderzoeksproject waarin jonge, startende professionals werden bevraagd over de transitie van student naar werkende. De resultaten werden gebundeld in een praktisch document met handvatten voor starters, hun leidinggevenden en coaches.

Even voorstellen

Danae Bodewes is onderzoeker bij het lectoraat Industrial Engineering and Entrepreneurship van Fontys Hogeschool. Ook is ze auteur van het boek Schaamteloos nieuwsgierig (Boom Uitgevers). Haar onderzoek is gericht op het ontwikkelen van de ondernemende en onderzoekende houding van studenten en professionals en het ontwikkelen van een leercultuur binnen organisaties.

Bodewes: “Ik studeerde International Business aan de Universiteit Maastricht. Ik werd tijdens mijn studie zo gegrepen door probleemgestuurd onderwijs, dat ik me ging richten op leren: ik zat bijvoorbeeld in het bestuur van de lokale studentenvakbond en de universiteitsraad. Daarna werkte ik als projectmanager onderwijsinnovatie aan de Universidade Catolica de Moçambique. Binnen Fontys Hogeschool heb ik gewerkt als beleidsmedewerker voor het CvB, consultant zakelijke dienstverlening, docent, onderwijsontwikkelaar en onderzoeker. Ik werk nu als onderzoeker en kartrekker van de onderzoekslijn lerende en wendbare professionals van het Kenniscentrum Leven Lang Ontwikkelen. Binnen het onderzoek Jong, startend en nieuwsgiering was ik projectmanager.”

persoon

Danae Bodewes

Docent-onderzoeker

Preview Danae Bodewes

Tanja Stöver is docent-onderzoeker bij het lectoraat Leren Floreren en docent aan de opleidingen HRM en toegepaste psychologie van Fontys Hogeschool. Ze is daarnaast oprichter van Stichting Ouderwijs: een organisatie die steun biedt aan ouders waarvan kinderen op een wachtlijst voor jeugdhulp staan.

Stöver: “Ik studeerde psychologie aan Tilburg University en werkte daarna bij het Kenniscentrum Leidinggeven en Ethiek van de Landmacht. Daar deed ik vooral onderzoek naar leiderschap en teambuilding. Ik wilde altijd al lesgeven. Voor mij staat altijd alles in het teken van de ontwikkeling van mensen en teams. Dat is de rode draad in mijn werk en leven.”

partij

Fontys

Hogeschool

Preview logo Fontys

Leven Lang Ontwikkelen

Het onderzoeksproject Jong, startend en nieuwsgierig valt onder het Kenniscentrum Leven Lang Ontwikkelen; daarin bundelen verschillende lectoraten hun expertise en doen ze interdisciplinair onderzoek naar lerende en wendbare professionals en lerende en innoverende organisaties en netwerken/ecosystemen.

Bodewes: “In het kenniscentrum pakken we samen deze onderzoeksthema’s krachtig op en bevorderen we interdisciplinair onderzoek om zo meer impact te maken. Het interdisciplinair samenwerken is soms een uitdaging, maar dat maakt het juist zo leerzaam en waardevol. Het onderzoek Jong, startend en nieuwgierig is ook een interdisciplinair onderzoek, en bouwt voort op een vorig onderzoek naar startende docenten in het vmbo en mbo. Nieuwsgierigheid kwam uit dat onderzoek naar voren als een belangrijke interne hulpbron voor het nemen van eigen regie, en ik was benieuwd of dat bij andere jonge professionals ook zo was. We hebben ons gefocust op hbo-afgestudeerden maximaal drie jaar na hun afstuderen en waar zij tegenaan liepen tijdens de transitie van opleiding naar werk en wat hen hielp hiermee om te gaan.”

Stöver: “We begonnen met een literatuurstudie en ontwikkelden op basis daarvan een vragenlijst - een soort logboek - waarin jonge professionals tijdens hun werkweek bijhielden wat ze tegenkwamen en welke interne hulpbronnen zij benutten. Vervolgens interviewden wij hen met een tweede onderwerpenlijst, gebaseerd op de literatuurstudie. Daaruit kwamen al snel de eerste resultaten: startende werknemers lopen tegen een aantal paradoxen aan. Ze willen bijvoorbeeld leren maar ook presteren. En ze zijn nieuwsgierig, maar tegelijkertijd ook onzeker. Die resultaten brachten we samen in een focusgroep met werkveldpartners en starters, om te kijken of deze herkenbaar waren en om randvoorwaarden te creëren waarmee de praktijk vooruit kan. Kortom: Wat heeft een starter nodig om eigen regie te pakken en te floreren? En hoe kan de praktijk hierin mede de regie pakken?

De meerdere perspectieven uit de verschillende lectoraten vulden elkaar aan, waardoor het onderzoek meer diepgang kreeg. De samenwerking binnen het kenniscentrum is dus echt een verrijking van het onderzoek.”

Paradoxen in het startersleven

Uit het onderzoek kwamen een aantal paradoxen waaruit bleek dat starters spanningen ervaarden. Tegelijkertijd bleek dat ook werkgevers en begeleiders handvatten misten om hiermee om te gaan.

Stöver: ‘’Een duidelijke paradox was bijvoorbeeld dat er een kloof is tussen opleiding en praktijk. Starters ervaren zogezegd een dubbele opdracht. Er wordt verwacht dat ze leren en presteren. Als ondersteuning en heldere kaders ontbreken maakt dat ze kwetsbaar. Autonomie versus kaders was een paradox die sterk terugkwam: starters willen graag autonomie en zelfstandigheid ervaren in hun werk, maar als er te weinig kaders en richting aanwezig zijn over hoe het werk gedaan moet worden, kan dat voelen alsof ze in het diepe worden gegooid. Het constant dobberen tussen die spanningsvelden kan een starter onzeker maken.’’

Bodewes: “Starters hebben behoefte aan relationele begeleiding. Een vertrouwensrelatie opbouwen met een begeleider of collega waarmee je kunt reflecteren op je onzekerheden en spanningen is belangrijk om het open gesprek erover te voeren. Spanningen zichtbaar en bespreekbaar maken normaliseert ze. Ze zijn tenslotte normaal; iedereen heeft ermee te maken gehad. Met ons onderzoek probeerden we om die spanning onder woorden te brengen en starters te laten beseffen dat ze niet falen.”

Hulpinstrumenten

Onzekerheid was een terugkomende factor tijdens het onderzoek. Tegelijkertijd heeft iedereen in zichzelf hulpbronnen om daarmee om te gaan. Zo leren we ons aanpassen aan een nieuwe omgeving. De onderzoekers creëerden een aantal praktische instrumenten om houvast te geven voor zowel starters als hun begeleiders.

Bodewes: “We hebben allemaal interne hulpbronnen die bijdragen aan ons aanpassend vermogen. Dat zijn: vooruitkijken naar en plannen voor de toekomst, het nieuwsgierig verkennen van je werkomgeving op kansen voor je eigen ontwikkeling, verantwoordelijkheid nemen en controle ervaren over je eigen ontwikkeling en keuzes en vertrouwen in je eigen kunnen om jouw doelen na te streven en obstakels te overwinnen. Tijdens ons onderzoek vroegen we ons af: Hoe vinden starters de balans tussen die onzekerheden en deze interne hulpbronnen? Daarvoor hebben we vier praktische instrumenten ontwikkeld die ze kunnen gebruiken aan het begin van hun loopbaan.”

Stöver: ''Ook werkgevers lopen tegen uitdagingen aan. Ze hebben bijvoorbeeld moeite om starters te houden. En er zijn enorme tekorten aan hogeropgeleiden in de regio. Uit ons onderzoek kwam duidelijk naar voren dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is om starters een fijne werktijd te geven. Werkgevers kunnen veel doen om de overgang soepeler te maken. Het bespreekbaar maken van de paradoxen is er daar een van. Ook een open houding, duidelijke kaders en regelmatige verbindingsmomenten maken het verschil of een starter floreert of vastloopt.’’

Toekomstvisie

We vroegen de onderzoekers wat ze nog hopen te bereiken.

Stöver besluit: “In de ideale wereld wordt het een gezamenlijke verantwoordelijkheid om starters een zachte landing te geven. Ik zie nu vaak dat starters wel klaar zijn voor het werkveld, maar het werkveld niet altijd voor starters. Ik hoop dat we met ons praktisch document al een zetje kunnen geven in die richting. En dat we zo de uitstroom van starters verminderen en daarmee kennisverlies tegengaan.’’

Bodewes vult haar aan: ‘’Mijn hoop voor de toekomst is dat we het mkb meer betrekken. Daar ligt nog een grote uitdaging, want met name in het kleinbedrijf is toch vaak minder expertise, tijd en ruimte voor zulke zaken. Ook hoop ik dat we met ons onderzoek laten zien dat onzekerheid niet iets is wat we altijd moeten voorkomen, maar dat we het meer gaan zien als een uitnodiging tot leren; als een ontwikkelkans. En dat we zo onze relatie tot onzekerheid veranderen, ongeacht de leeftijd.’’

Meer weten?

Lees het praktisch document met tools.



Publicatiedatum