Publinova

Onderzoekers ontwikkelen nieuwe technieken voor sporenonderzoek op locatie

redactie

Onderzoekers ontwikkelen nieuwe technieken voor sporenonderzoek op locatie

Op een plaats delict liggen talloze sporen die een onderzoek verder kunnen helpen en de pakkans vergroten. Maar slechts een paar procent daarvan kan worden opgestuurd naar een laboratorium om te testen of er daadwerkelijk DNA in zit. Wat als dat al op de plaats delict kan? Lectoren Martin Bennink en Jaap Knotter van Hogeschool Saxion en de Politieacademie bundelen hun expertise en doen onderzoek naar technieken die sporenonderzoek op een plaats delict mogelijk kunnen maken. Ze vertellen erover in dit artikel.


Wat je leest in dit artikel
Een zakdoek, een mes of een sigarettenpeuk: het zijn allemaal aanwijzingen die politieagenten en rechercheurs meer kunnen vertellen over een misdaad. Maar veel van zulke sporen worden niet onderzocht. Twee lectoren van Hogeschool Saxion en de Politieacademie hebben een consortium opgebouwd met universiteiten, bedrijven en andere partners in de justitiële keten. Zij zijn nu gezamenlijk bezig om tools te ontwikkelen waarbij sporenonderzoek op een plaats delict effectiever kan worden verricht.

Over het onderzoek
Criminal Investigation DX is een door NWO gesubsidieerd project waarin twee nieuwe technologische innovaties worden ontwikkeld, getest en gevalideerd voor toepassing op een plaats delict. Parallel aan de technische ontwikkeling worden aspecten als acceptatie, juridische kaders, gebruikersaspecten en passendheid in de huidige workflow onderzocht, om op deze wijze te zorgen voor een effectieve implementatie.

Even voorstellen

Martin Bennink is lector Applied Nanotechnology en leading lector van het zwaartepunt Sleuteltechnologieën aan Hogeschool Saxion. Zijn onderzoek richt zich op de toepassing van nanotechnologie. Na een studie technische natuurkunde aan de Universiteit Twente met als specialisatie moleculaire biofysica, is Martin gepromoveerd op het realiseren van een optische tweezers opstelling waarmee op zeer gecontroleerde wijze krachten uitgeoefend en gemeten kunnen worden op individuele biomoleculen, zoals DNA en eiwitten.

Bennink: “Ik studeerde natuurkunde aan de Universiteit Twente, en na een promotie in de moleculaire biofysics ben ik gestart als onderzoekscoördinator bij MESA+, het Institute for Nanotechnology in Enschede. Hier heb ik zeven jaar een onderzoeksprogramma gecoördineerd in de bionanotechnologie. Sinds tien jaar ben ik lector bij Hogeschool Saxion, daar ben ik actief met een groep van ongeveer vijfenveertig onderzoekers in het domein micro- en nanotechnologie.”

persoon

Martin Bennink

Lector Applied Nanotechnology

Preview Martin Bennink

Jaap Knotter is lector bij het joint lectoraat Technologies for Criminal Investigations en leading lector voor het zwaartepunt Veiligheid & Digitalisering bij Hogeschool Saxion. Ook is hij sinds 1996 werkzaam bij de Nationale Politie, waar hij zowel operationeel op straat, als binnen de opsporing actief is geweest.

Knotter: “Ik studeerde sociologie en criminologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Ik werkte meer dan tien jaar voor het Criminologisch Instituut Bonger, onderdeel van de UvA, waar ik divers wetenschappelijk onderzoek deed aan de zelfkant van de samenleving. Daarnaast ben ik executief politieambtenaar en lector bij de Politieacademie. Mijn onderzoeksgroep bestaat uit ongeveer vijfentwintig onderzoekers. We focussen op technieken die het werk van rechercheur sneller, effectiever en veiliger maken.”

persoon

Jaap Knotter

Lector Technologies for Criminal Investigations

Onderzoekslijn Nanoforensics

Bennink en Knotter hebben samen de onderzoekslijn Nanoforensics in het leven geroepen. In deze onderzoekslijn proberen ze kennis, expertise en techniek uit de nanotechnologie te combineren en toe te passen in de opsporingspraktijk. Zo ook in het onderzoeksproject Criminal Investigation DX.

Knotter: “Martin Bennink en ik werken al heel lang samen. Toen we een kantoor deelden, vertelde hij over nanotechnologie. Wat je er allemaal mee kunt doen: het niet-zichtbare zichtbaar maken. Ik vond dat fantastisch en zei: ‘Wat jij doet, moeten we eigenlijk voor de politie doen.’ Want daar gaat het ook om de kleinst mogelijke sporen verzamelen. Zo ontstond vrij snel dat we de beide technische domeinen wilden verbinden, dus hebben we de gezamenlijke onderzoekslijn opgezet.”

Sporenonderzoek

Wat zijn sporen op een plaats delict? Dat loopt uiteen van een mes, een zakdoek of zelfs een condoom. De onderzoekers willen een tool ontwikkelen dat ter plekke kan testen of daar DNA op zit, en wat de kenmerken van dat DNA zijn. Zo wordt een mogelijke verdachte makkelijker geïdentificeerd. In de forensische wetenschappen maken onderzoekers gebruik van de indeling biologische, chemische, fysische en digitale sporen. In dit project richten ze zich op het eerste: biologische sporen. Het zoeken naar DNA en vingersporen zijn belangrijke voorbeelden.

Bennink: “Op een plaats delict liggen talloze sporen. Soms wel meer dan tweehonderd. Maar daarvan mogen er maar een beperkt aantal opgestuurd worden naar een laboratorium. De rest blijft achter. Daar willen we verandering in brengen. We zouden het mooi vinden als we op een plaats delict al kunnen bepalen of een spoor relevant is om verder te onderzoeken, bijvoorbeeld of er menselijk DNA in zit. En zo ja, welke informatie daaruit voortvloeit. We onderzoeken ook welke technieken geschikt zijn om hiervoor te gebruiken. Idealiter ontwikkelen we een klein apparaat dat forensisch onderzoekers makkelijk kunnen meenemen. Het moet relatief goedkoop zijn, makkelijk te bedienen en snel zijn. Dat is ons doel.”

Spanningsveld

De ambities zijn groot. En als dit straks toegepast wordt, heeft dat een directe invloed op de effectiviteit van de forensische opsporing; verdachten kunnen namelijk sneller gepakt worden en dit draagt bij aan een veiligere leefomgeving. Toch is er ook een spanningsveld. Dat is tweeledig: is het wel juridisch mogelijk om zo’n tool op de plaats delict te gebruiken, en willen we dit als samenleving wel?

Knotter: “We moeten ook onderzoeken wat er juridisch mogelijk is: welke eisen worden er aan het apparaat gesteld om het juridisch gezien in de praktijk te kunnen gebruiken. Daarnaast moeten we ook kijken naar het ethische deel. Vanuit een opsporingsorganisatie willen we dit natuurlijk heel graag, maar zit de samenleving hier ook op te wachten? De politie krijgt dan meer macht en slagkracht en kan meer doen. Waar ligt de grens? Bij dit soort innovatieve projecten moet er ook altijd goed gekeken worden naar de ethische kant.”

Consortium

Het onderzoeksproject wordt uitgevoerd door een groot consortium, bestaande uit negentien partners. Het project legt niet alleen de focus op de technologische en wetenschappelijke doelen, maar ook op het integreren van de ontwikkelde innovaties in de praktijk. Hiervoor is de totale strafrechtketen betrokken.

Bennink: “We werken samen met veel verschillende partners, zowel publiek als privaat. Er zijn ook een aantal universiteiten bij betrokken; die kijken meer naar het fundamentele aspect. We werken ook samen met de politie, het NFI en het Openbaar Ministerie. Het eerste halfjaar hebben we enorm veel van elkaar geleerd. We hadden totaal geen kennis van elkaars domein en we hebben veel tijd nodig gehad om een goed begrip te krijgen van elkaars positie. Wij informeren aan de technische kant wat mogelijk is, en de politie en het OM informeert ons over wat wettelijk mogelijk is en hoe forensisch onderzoek nu praktisch wordt uitgevoerd. Die multidisciplinariteit is heel belangrijk in dit onderzoek. We delen kennis en expertise en staan open voor elkaars vakgebieden. Zo kunnen we een enorme versnelling in het onderzoek realiseren.”

Toekomstvisie

We vroegen Bennink en Knotter wat ze nog hopen te bereiken en waar ze trots op zijn.

Knotter: ‘’Als ik mag dromen dan hoop ik dat we een tool gaan ontwikkelen, een soort slimme wattenstaaf die niet alleen een monster afneemt maar ook ter plekke duidt wat er in dat monster zit. Zodat we direct vervolgstappen kunnen zetten. Dat zullen we waarschijnlijk nog niet in dit project realiseren, maar ik hoop dat we er wel de eerste bouwstenen voor leggen.’’
Bennink: “Die droom deel ik ook zeker. Het project Criminal Investigation DX die “DX” staat voor diagnostics, een term die oorspronkelijk uit de medische wereld komt. Veel van de technologie die we hier gebruiken is eigenlijk ontwikkeld voor heel andere toepassingen. Binnen onze groep houden we ons namelijk veel bezig met het ontwikkelen van diagnostische tests in het medische domein, met name voor vroege opsporing van ziektes. Die kruisbestuiving tussen domeinen vind ik heel interessant: de technologie blijft in de basis vaak hetzelfde, maar de toepassing verschuift naar een heel andere context. Daar ben ik trots op en dat hoop ik voort te zetten.”

Meer weten over het onderzoek? Bekijk hier de projectpagina van Criminal Investigation DX.

partij

Saxion

Hogeschool

Preview logo Saxion

Thema's



Publicatiedatum