Publinova logo
editorial

Onderzoeksgroep Verpleegkundig Leiderschap werkt aan duurzame gezondheidszorg

Klimaatverandering is slecht voor de gezondheid en leidt tot een toenemende zorgvraag. Tegelijkertijd is de zorgsector een van de grootste milieuvervuilers. Hoe kunnen verpleegkundigen bijdragen aan de verduurzaming van hun sector? Verpleegkundig leiderschap en meer kennis over klimaatadaptatie spelen daarbij een rol. Kim Verhaegh is lector Verpleegkundig Leiderschap aan de Hogeschool Leiden. Zij doet onderzoek naar verduurzaming van de zorg – en de rol van verpleegkundigen daarin – zodat dit een prominent thema wordt in het werk en de opleidingen. Ze vertelt erover in dit artikel.


Wat je leest in dit artikel
De zorgsector is een grote vervuiler. Verpleegkundigen hebben daar nog te weinig kennis van. Hoe kunnen we ze scholen tot duurzame leiders? De groep Verpleegkundig Leiderschap van lector Kim Verhaegh bekijkt middels living labs en verschillende onderzoeksprojecten hoe deze transitie binnen de gezondheidszorg in gang kan worden gezet.

Over het onderzoek
De groep Verpleegkundig Leiderschap van Hogeschool Leiden en Alrijne Zorggroep onderzoekt hoe verpleegkundig leiderschap kan bijdragen aan persoonsgerichte en duurzame zorg. Verschillende projecten richten zich op twee gebieden: zorg voor de mens en zorg voor de aarde.

Even voorstellen

Kim Verhaegh studeerde verpleegkunde aan Fontys Hogeschool en volgde daarna een master culturele antropologie aan de Universiteit Utrecht. Ze promoveerde aan het Amsterdam UMC met een onderzoek naar de verbetering van de zorgreis van patiënten met een chronische ziekte die vanuit het ziekenhuis naar huis gaan. Momenteel werkt ze als lector Verpleegkundig Leiderschap aan de Hogeschool Leiden en Alrijne Zorggroep.

Verhaegh: “Ik begon met een mbo-opleiding verpleegkunde in het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Daar werd ik intern opgeleid tot verpleegkundige, waarna ik hbo-verpleegkunde ging studeren. Mijn promotietraject volgde ik aan het Amsterdam UMC. Zorg was dus altijd de rode draad in mijn loopbaan. Als lector Verpleegkundig Leiderschap doe ik verschillende onderzoeken die de zorg verbeteren en de positie van verpleegkundigen versterken. Met name op het gebied van duurzaamheid.”

person

Kim Verhaegh

Lector Verpleegkundig Leiderschap

Kim Verhaegh

Verpleegkundig leiderschap

De groep Verpleegkundig Leiderschap van Verhaegh – een samenwerkingsverband tussen Hogeschool Leiden en Alrijne Zorggroep – onderzoekt hoe verpleegkundigen meer zeggenschap en autonomie in hun werk krijgen.

Verhaegh: “We hebben twee onderzoekslijnen: zorg voor de mens en zorg voor de aarde. Zorg voor de mens draagt bij aan duurzame inzetbaarheid van verpleegkundigen. We zien dat er best een hoge uitstroom is binnen de eerste twee jaar na afstuderen. Met ons onderzoek willen we stimuleren dat verpleegkundigen langer en beter in hun vak blijven werken. Een ander onderdeel betreft de vraag hoe zij meer leiderschap kunnen nemen in de palliatieve zorg, om de kwaliteit ervan te verbeteren. Dat is meer gericht op patiënten, maar ook verpleegkundig leiderschap komt aan bod.

‘Zorg voor de aarde’ richt zich op klimaatadaptatie en duurzaamheid. We onderzoeken bijvoorbeeld wat klimaatverandering doet met de menselijke gezondheid, en wat dat betekent voor de rol van verpleegkundigen. Ook gaan we in op de vraag: hoe kun je op een duurzame manier zorgverlener zijn? Bijvoorbeeld door anders met materialen om te gaan, want de zorg draagt ook bij aan milieuvervuiling. We proberen daarover meer bewustzijn en kennis te genereren en verpleegkundigen duurzamer te laten werken.”

Living Lab Medical Delta

De onderzoeksgroep heeft bij Medical Delta een living lab opgericht – genaamd Veranderaars voor duurzame zorg – ter ondersteuning van (toekomstige) zorg- en welzijnsprofessionals in hun rol als veranderaars.

Verhaegh: “We hebben net een onderzoek afgerond waarin we keken naar de houding van verpleegkundigen ten opzichte van klimaatverandering en duurzaam werken. Ook valideren we een vragenlijst om dat kwantitatief te meten. Zo kunnen we onderzoeken welke competenties verpleegkundigen nodig hebben om duurzaam gedrag toe te passen in de praktijk. Verpleegkundigen zijn onvoldoende voorbereid en hebben te weinig kennis over de gevolgen van klimaatverandering en wat ze daaraan kunnen doen. Met ons onderzoek en het living lab willen we verpleegkundigen praktische handvatten bieden om de gezondheidszorg toekomstgericht en klimaatadaptief te organiseren.”

Verduurzaming van de zorg

Hoe ziet verduurzaming van de zorg er dan in de praktijk uit? Kijken naar laaghangend fruit kan al impact hebben.
Verhaegh: “De praktijk leert ons dat verpleegkundigen zich laten leiden door de waan van de dag en soms geen ruimte hebben om ook nog na te denken over verduurzaming. Bewustzijn kan helpen, maar soms maken ook kleine aanpassingen al een groot verschil. Kijk eens kritisch naar een zorgplan: waar worden te veel of overbodige materialen gebruikt? Of naar hergebruik: niet meteen weggooien, langer met infuuslijnen doen of materialen voor wondverschoning opnieuw steriliseren. Zulke aanpassingen zijn makkelijk en besparen op jaarbasis een hoop afval. Ze kunnen een verschil maken in duurzaamheid. Bij dit soort beslissingen is het belangrijk om de expertise van verpleegkundigen mee te nemen.”

Toekomstvisie

Een van de leeruitkomsten is dat de kennis vanuit de onderzoeken vertaald wordt naar het onderwijs. Volgens Verhaegh is dat hoognodig, want studenten en docenten zullen alleen maar meer te maken krijgen met planetaire gezondheid.

Ze besluit: “We gaan kijken hoe we planetaire gezondheid een plek kunnen geven in het curriculum van de opleiding verpleegkunde. Ook docenten zullen zich er meer in moeten bekwamen. We moeten vooral het wiel niet opnieuw uitvinden, maar elkaar versterken, zodat we echt bijdragen aan betere zorg voor mens en planeet. Ik hoop dat verpleegkundigen na hun opleiding ook voor de praktijk voldoende kennis en vaardigheden hebben om te werken aan duurzame en klimaatadaptieve gezondheidszorg. Zodat de hele zorg straks minder vervuilend werkt, verpleegkundigen hun rol daarin pakken en een grote beweging op gang krijgen. Ik hoop dat hun leiderschap dan gezien wordt en dat ze zich er stevig in voelen.”

party

Hogeschool Leiden

University of Applied Sciences

Hogeschool Leiden

Products

    product

    A systematic review of palliative care tools and interventions for people with severe mental illness

    Background: Increasing attention to palliative care for the general population has led to the development of various evidence-based or consensus-based tools and interventions. However, specific tools and interventions are needed for people with severe mental illness (SMI) who have a life-threatening illness. The aim of this systematic review is to summarize the scientific evidence on tools and interventions in palliative care for this group. Methods: Systematic searches were done in the PubMed, Cochrane Library, CINAHL, PsycINFO and Embase databases, supplemented by reference tracking, searches on the internet with free text terms, and consultations with experts to identify relevant literature. Empirical studies with qualitative, quantitative or mixed-methods designs concerning tools and interventions for use in palliative care for people with SMI were included. Methodological quality was assessed using a critical appraisal instrument for heterogeneous study designs. Stepwise study selection and the assessment of methodological quality were done independently by two review authors. Results: Four studies were included, reporting on a total of two tools and one multi-component intervention. One study concerned a tool to identify the palliative phase in patients with SMI. This tool appeared to be usable only in people with SMI with a cancer diagnosis. Furthermore, two related studies focused on a tool to involve people with SMI in discussions about medical decisions at the end of life. This tool was assessed as feasible and usable in the target group. One other study concerned the Dutch national Care Standard for palliative care, including a multicomponent intervention. The Palliative Care Standard also appeared to be feasible and usable in a mental healthcare setting, but required further tailoring to suit this specific setting. None of the included studies investigated the effects of the tools and interventions on quality of life or quality of care. Conclusions: Studies of palliative care tools and interventions for people with SMI are scarce. The existent tools and intervention need further development and should be tailored to the care needs and settings of these people. Further research is needed on the feasibility, usability and effects of tools and interventions for palliative care for people with SMI.

    DOCUMENT

    A systematic review of palliative care tools and interventions for people with severe mental illness


Publication date