Introductie in Kunstzone, het vaktijdschrift voor cultuureducatie, op het onderzoeksprogramma Curious Minds - Kunsteducatie.
DOCUMENT
Researching and implementing educational interventions is a challenge. Combining his experience as a teacher educator and PhD candidate in developmental psychology, Frank Assies explains how he is able to go from practice to theory to practice in shaping a Curious Minds based intervention in Teacher College.
LINK
The work book 'Curious Minds Muziekeducatie' is aimed at Dutch primary school teachers. The book is used by teachers who participate in a coaching trajectory based on Video Interaction Coaching. The trajectory is part of PhD research into the effects of coaching teachers in music lessons aimed at creativity development in primary school students.
Children love to explore in music settings and by nature have curious minds. Via video coaching, school teachers can further develop their pedagogical and didactical skills to enhance the creative music talent of their students. They can learn to observe and recognise the talented behaviour their students show in music lessons and learn to respond to it appropriately. Furthermore they can learn to elicit these special and teacheable moments. These moments can be described as moments in which the interaction between the teacher and the students is on an optimal level and students are involved in the situated construction of musical knowledge and insight.
The coaching is part of PhD research within the department of Developmental Psychology of University of Groningen, and of the research programme of the research group Art Education of Hanze University of Applied Sciences, Groningen
. The research is also linked to the Curious Minds research programme of the School of Education of Hanze University of Applied Sciences.
DOCUMENT
We bespreken hier een van de eerste resultaten van onderzoeksprogramma Curious Minds – Kunsteducatie van de Onderzoeksgroep Kunsteducatie van de Hanzehogeschool Groningen.
Curious Minds is de Engelse benaming voor de TalentenKrachtbenadering, een vakoverstijgende benadering die leraren in het basisonderwijs helpt de talenten van hun leerlingen in het domein wetenschap en techniek te bevorderen door aan te sluiten bij hun nieuwsgierigheid en onderzoekende houding.
In de regio Noord-Nederland wordt onderzocht of en hoe deze benadering kan bijdragen aan de verdere ontwikkeling van goed kunstonderwijs op
de basisschool.
Dit artikel gaat alleen over muziekles. Het volledige artikel waarin ook de casus van een beeldende kunstles wordt besproken, is te vinden in de LKCA-publicatie Cultuur+Educatie (2020)*.
LINK
Ieder kind is in principe talentvol, mits als talentvol benaderd. Om het potentieel om te kunnen ontwikkelen aan te spreken, is het belangrijk dat professionals die werkzaam zijn in het onderwijs (leerkrachten, onderwijsassistenten, zorgverleners, etc.) oog hebben voor tekenen van talentvol gedrag, bijvoorbeeld enthousiasme, nieuwsgierigheid, exploratiegedrag, diepte van verwerking, creatief denken en het ontlokken van steun aan de omgeving.
LINK
In kunsteducatie is visievorming van belang. Een visie geeft antwoord op fundamentele vragen over kunsteducatie. Levert de Talentenkrachtaanpak een mogelijke bijdrage aan visievorming in de kunsteducatie? In het diverse Nederlandse veld van de kunsteducatie zijn verschillende visies geformuleerd. De visie die het dichtst bij de Talentenkrachtaanpak ligt is die van de idioculturele kunsteducatie. De Talentenkrachtaanpak sluit bij die visie aan op drie belangrijke punten: het denken in complexe dynamische systemen, een dynamische visie op leren en een dynamische en democratische visie op talent. Er zijn echter ook elementen in de Talentenkrachtaanpak die minder goed overeenkomen met de visie van idioculturele kunsteducatie. De herkomst van de Talentenkrachtaanpak uit het domein van de Wetenschap & Techniek verbindt die aanpak met kwalificatie-doelstellingen, terwijl idioculturele kunsteducatie in essentie subjectiveringsgericht is. Daarnaast zijn in het veld van de kunst en de kunsteducatie de connotaties van het woord ‘talent’ zo sterk en zo in tegenspraak met de Talentenkrachtaanpak, dat het niet gemakkelijk is idioculturele kunsteducatie op een lijn te stellen met talentkrachtige kunsteducatie. Staan blijft dat veel van de inhoudelijke uitgangspunten van de Talentenkrachtaanpak inspirerend zijn voor visievormig in de kunsteducatie.
MULTIFILE
In het project Curious Ears is onderzocht hoe studenten op het conservatorium geleerd kan worden om meer ruimte te bieden in de muzieklessen die zij geven.
Vijf conservatoriumstudenten, actief op verschillende instrumenten en binnen verschillende genres, hebben hiervoor een keuzemodule gevolgd die gericht was op het analyseren van non-verbale en muzikale openheid vanuit dynamisch perspectief. Daarbij is hun leerproces gemonitord. Met de opbrengsten uit het onderzoek is een werkboek ontwikkeld voor het analyseren en oefenen met openheid in muzieklessen, te gebruiken op conservatoria en in het kader van docent professionalisering op muziekscholen en centra voor de kunsten.
DOCUMENT
Richtlijnen voor het coachen van leerkrachten in de middenbouw van het basisonderwijs voor muzieklessen gericht op het stimuleren van creatief talent.
DOCUMENT
Dit artikel bespreekt een dynamische benadering van de muzikale (talent)ontwikkeling bij jonge kinderen (Steenbeek, Van Geert & Van Dijk, 2011). Volgens een theoretisch, dynamisch kader is ontwikkeling een emergente eigenschap. Talent kan bij elk kind ontstaan als er een opwaarts dynamisch proces tot stand komt in de interactie tussen kind, volwassene en de activiteit. Het gebruik van Expressed Pedagogical Content Knowledge (EPCK; vgl. Geveke, 2017) door de volwassene is de sleutel om een positieve talentspiraal tot stand te brengen. Een dynamische kijk op ontwikkeling gaat terug op het werk
van pedagogen als Vygotsky, Piaget, Bruner en Dewey, en is verbonden met het sociaal-constructivisme. Daarnaast hebben de ecologische theorieën van Bronfenbrenner en Gibson er een belangrijke invloed op gehad. Verder is deze visie op macro-theoretisch niveau verwant aan theorieën over motivatie, zelfbeschikking en zelfregulering (Deci & Ryan, 2000), en over self-efficacy (Eraut, 2004). Het doel van deze studie is het beschrijven en evalueren van een inventarisatie van onderzoek naar muziekeducatieve praktijken voor jonge kinderen vanuit een dynamisch perspectief. Bij wijze van kwalitatieve inhoudsanalyse is een literatuurstudie uitgevoerd naar muziekeducatieve praktijken bij jonge kinderen. Deze studie heeft verschillende voorbeelden opgeleverd van veelbelovende praktijken die dynamische kenmerken vertonen. De resultaten geven aan dat onderzoek vanuit een dynamisch oogpunt naar betekenisvolle muziek-educatieve praktijken internationaal ‘in de lucht hangt’. Door een gebrek aan gedetailleerde analyses binnen de studies van activiteiten op de microtijdschaal blijft de kracht van EPCK echter meestal een blinde vlek. Door te focussen op EPCK kan onderzoek bijdragen aan kennis over hoe professionals meer ontwikkelingskansen voor kinderen kunnen creëren.
DOCUMENT