Types
0Institute
24File type
9Language
5Publication year
12Themes
14Product Type
14Publications including file / URL
2Schitterend Organiseren is een nieuwe, veelbelovende visie op organiseren. Er heerst een steeds sterker wordend besef dat onze huidige invulling en begrippen van welvaart, (bedrijfs)resultaat en een zinvol leven niet meer voldoet. Schitterend organiseren is een inspiratiebron voor een nieuwe manier van organiseren waarin mensen hun doelen, waarden, drijfveren en talenten centraal staan. In Kleur geven aan Schitterend Organiseren wordt geschetst hoe dit in de praktijk kan worden gebracht. De aanstekelijke verhalen van uiteenlopende organisatie laten zien dat schitterend organiseren op vele manieren kan plaatsvinden.
DOCUMENT
In de kern is Facilitair Management het zorgdragen voor een soepel draaiend huishouden van een bedrijf. Maar dan wel zo efficient en goedkoop mogelijk zonder dat iemand er last van heeft.Ga je als Facilitair Manager hierin mee en creeer je een afdeling met een minderwaardigheidscomplex en bijbehorend gedrag of zorg je ervoor dat passie en trots voor het vak de boventoon voeren. Een visie op Schitterend Organiseren toegepast op Facilitair Management
DOCUMENT
n 2008 presenteerde Terborgs Belang haar eerste stadsplan. Voor u ligt het tweede stadsplan, omdat doelen deels zijn behaald en de maatschappij verandert. De samenleving beweegt in de richting van een participatiemaatschappij waarbij de overheid een stapje terug doet. Burgers zullen hierin meer zaken zelf gaan oppakken in samenwerking met bedrijven en gemeente Oude IJsselstreek. Het tweede stadsplan legt daarom de nadruk op sociale aspecten van de leefbaarheid in Terborg. Inwoners, van jong tot oud, hebben bijgedragen aan dit nieuwe stadsplan, getiteld Stadsplan2020. Het bevat concrete behoeften én bijdragen van inwoners. De belangen van inwoners staan centraal in het stadsplan dat in opdracht van Vereniging Terborgs Belang tot stand is gekomen.
DOCUMENT
This doctoral thesis describes three case studies of service engineers participating in organizational change, interacting with managers and consultants. The study investigates the role of differences in professional discourse and culture when these three professional groups interact in organizational change, and how this affects the change result. We bring together two scientific fields, first change management and second, linguistics. The intersection represents the overlapping field of professional discourse and culture. The research design was an explorative multiple case study using qualitative linguistic analyses. The study found that successful organizational change is the result of interaction between professional culture, the organizational culture and the organization/change context. The differences between the professional cultures and discourses can hamper the change process. The practical contribution of this study might be the increased awareness among professionals about their own professional, and often implicit, assumptions. Managers, consultants and service engineers have to be aware of the group dynamics and the specific role of their own typical professional discourse and culture in a change project setting.
DOCUMENT
Ergens in 2007, schat men, werd het punt gepasseerd dat 50% van alle wereldbewoners in steden woonde. Dit percentage zal in de 21e eeuw nog sterk toenemen. Zowel het landschap als de stedelijke ruimte staan onder druk, transformeren onder invloed van economische, politieke, sociale of natuurlijke krachten. De huidige groei vindt voornamelijk plaats in ontwikkelingslanden en in de opkomende economieën van China, India en Zuid-Amerika. Een belangrijk deel van de verstedelijking hier is ongepland en ongestructureerd. In Europa doet zich een ander fenomeen voor. Onder invloed van globalisering en de EU beconcurreren de vele steden in het dichte stedelijke netwerk elkaar als vestigingslocatie voor kennisintensieve bedrijvigheid en creatief' talent. Steden en stedelijke regio's transformeren tot kennisregio's en hun dynamiek wordt bepaald door niet-plaatsgebonden, maar grens- en tijdoverschrijdende netwerken. De bijpassende netwerksamenleving is veel minder dan voorheen 'maakbaar' vanuit het oogpunt van overheidshandelen. Individuele burgers, maatschappelijke organisatie en marktpartijen organiseren zichzelf in steeds wisselende bondgenootschappen. Stedenbouw in deze condities betekend vooral het ruimtelijk anticiperen op dynamische maatschappelijke processen. Er is behoefte aan een nieuwe oriëntatie en een instrumentarium om in deze condities succesvol als ruimtelijk ontwerper te opereren. Het lectoraat wil hieraan een bijdrage leveren en zal zich zowel richten op onderzoek naar concepten van stedelijkheid als op toegepast (ontwerpend) onderzoek naar transformatieopgaven in Europese steden.
DOCUMENT
Nederland is de afgelopen jaren in de ban geraakt van twee verschillende utopische gedachten, met name de lokroep van de wijk als integrerend kader voor verbetering van de sociale en fysieke infrastructuur en de lokroep van technologie als motor van een significante vooruitgang van de samenleving. Binnen het programma ID-wijk van de Stichting Experimenten Volkshuisvesting worden experimenten gestimuleerd om deze twee utopische gedachten te combineren en met technologie in de wijk verbeteringen aan te brengen. De vraag dringt zich op of in het utopische rekenstelsel een optelling van twee eenheden een grotere eenheid tot gevolg heeft, of integendeel een dergelijke combinatie leidt tot een zwakker resultaat. In deze tekst wordt een exploratie aangevat van de rekenregels van dit utopische stelsel aan de hand van de vraag of technologie sociale netwerken op wijkniveau ondersteund dan wel ondermijnt, en in welke mate door welke actoren hierin sturend kan worden opgetreden. Daarbij wordt alleen aandacht gegeven aan persoonlijke sociale netwerken, en niet aan sociale relaties tussen groepen (ouderen t.o.v. jongeren, allochtonen-autochtonen, ). De relatie van technologie met sociale cohesie tussen groepen is immers een apart vraagstuk met een eigen dynamiek en vragen, bv. of een site als www.maroc.nl de integratie bevordert of juist verzuiling volgens etnische lijnen versterkt.
DOCUMENT
Onderwijsinnovatie verloopt zelden probleemloos. Vaak roept het vragen op over doelstellingen, bereikte resultaten en gebruikte innovatiemethoden. Veel veranderingstrajecten leiden tot demotivatie en frustratie bij betrokkenen. Weten we welke factoren debet zijn aan die frustratie? Kunnen we dit veranderen? Inmiddels is voldoende bekend dat top-down geplande innovatietrajecten vaak mislukken. Slechts een kwart is succesvol. Er is echter nog weinig bekend over factoren die een positieve werking hebben bij grootschalige innovatietrajecten. Recente praktijkervaring en onderzoeksliteratuur wijzen in de richting van het sociaal kapitaal als cruciaal element voor het slagen van deze innovaties. Een indicatie die de moeite van verdere verkenning waard is.
DOCUMENT
Wij zijn onderdeel van de Europese Unie (EU), en het Europese speelveld is een dynamische waar je als gemeente- of provincieambtenaar veel kunt halen (en brengen) voor jouw organisatie. Terwijl een heel groot deel van Europese wet- en regelgeving impact heeft op de medeoverheden (denk aan regelgeving over schone lucht, bodem, water, digitalisering), biedt de weg naar Brussel ook kansen voor beleidsbeïnvloeding, netwerken, profileren van je gemeente of provincie en financieringsmogelijkheden ten behoeve van lokale en regionale uitdagingen. Denk aan leren van collega’s uit andere Europese steden en regio’s over hoe zij omgaan met thema’s als wateroverlast, digitale inclusie en woningnood, en Europese financieringskansen voor een innovatieve aanpak om met de gevolgen van klimaat om te gaan. Hoewel jij als (toekomstig) EU-expert binnen je organisatie het belang van investeren in de EU inziet, kan het zijn dat jouw organisatie (nog) niet goed toegerust is op het verzilveren van Europese kansen.
DOCUMENT
In 2016 is in het kader van het Sia Raak Pro INTRALOG (intelligent Truck Application in Logistics) onderzoek gedaan naar de praktische toepassingsmogelijkheden van zelfrijdende vrachtvoertuigen (Automatic Guided Trucks/ AGT) op de zogenaamde interne baan (CER) tussen de terminal op de 2e Maasvlakte onderzocht. Analyse van terminal wijst uit dat door deze verbeterde connectiviteit tussen de verschillende terminals niet alleen de havenverblijftijd voor de containers verlaagd wordt, maar ook de kosten verlaagd kunnen worden bij toepassing van AGTs. Qua innovatieve technologie staan alle seinen op groen voor daadwerkelijke implementatie. De belangrijkste uitdaging die nu voor het havenbedrijf Rotterdam naar voren komt is op welke wijze de organisatie van de belangrijkste stakeholders kan organiseren, zodat de geschatte kosten en presentaties van een dergelijk autonoom system ook daadwerkelijk gaan renderen in de praktijk.
DOCUMENT
In de uitnodiging voor deze les wordt de vraag opgeworpen wat kwartiermaken betekent voor de opleiding tot sociale professional in tijden van materiële en morele onzekerheid. Zygmunt Bauman (2011) spreekt over vloeibare tijden waarin zowel instituties als het individuele leven vloeibaar, dat wil zeggen onzeker zijn. Dat leidt tot enerzijds desintegratie van het sociale leven en een teloorgang van bestaande instituties van collectief handelen. Van de mens wordt gevraagd flexibel te zijn en zich aan te passen aan de snelheid waarmee het bestaande vervloeit. Daarmee creëren deze vloeibare tijden hun eigen vreemdelingen; hun eigen harde grenzen tussen binnenstaanders en buitenstaanders (Schinkel, 2011). In het slothoofdstuk Utopia in een tijd van onzekerheid geeft Bauman ons als het ware de opdracht mee om te identificeren wie en wat die harde grenzen doen voortbestaan en om ruimte te geven aan tegenkrachten: de vreemdelingen en buitenstaanders en hun bondgenoten. Om hen te helpen om de druk om te aanvaarden zoals het is, te weerstaan. Na een persoonlijke inleiding introduceer ik in het navolgende kwartiermaken als een praktijk waarin wordt geprobeerd maatschappelijke contexten van bedoelde en onbedoelde uitsluiting te beïnvloeden. Voor het werken aan gastvrijheid voor vreemdheid zijn filosofische reflecties behulpzaam gebleken. Dat laat ik zien in het tweede hoofdstuk. Het derde hoofdstuk geeft weer hoe ik aankijk tegen onderzoek en welke thema’s ik bij de kop wil vatten. In het vierde hoofdstuk besluit ik met de opdracht die ik zie voor het onderwijs in deze vloeibare tijden. Tussendoor komt een drietal kwartiermakers aan bod.
DOCUMENT