The COVID-19 pandemic has changed many aspects of people’s lives, and seems to have affected people’s wellbeing and relation to technology now, and in the future. Not only has it changed people’s lives and the way citizens live, work, exercise, craft and stay connected, the pandemic has also altered the way Human Computer Interaction (HCI) professionals can engage in face-to-face interactions and consequently participatory, human-centered design and research. Limitations in being close to others and having physical, visible and shared interactions pose a challenge as these aspects are typically considered critical for the accomplishment of a transparent, attractive and critical understanding of technology and respective civic and digital engagement for wellbeing. Consequently, the risk now observed is that citizens in the new ‘normal’ digital society, particularly vulnerable groups, are beingeven less connected, supported or heard. Drawing from a study with an expert panel of 20 selected HCI related professionals in The Netherlands that participated on-line (through focus groups, questionnaires and/or interviews) discussing co-creation for wellbeing in times of COVID-19 (N=20), and civic values for conditional data sharing (N=11), this paper presents issues encountered and potential new approaches to overcome participatory challenges in the ‘new’ digital society. This study further draws on project reporting and a ‘one week in the life of’ study in times of COVID-19 with a physical toolkit for remote data collection that was used with older adults (65+, N=13) and evaluated with professionals (N=6). Drawing on such projects and professional experiences, the paper discusses some opportunities of participatory approaches for the new ‘distant’ normal.
Lang stond marketing en customer experience ten dienste van een eenzijdig belang van organisatie, en fungeerden mensen primair als middel (in de rol van klant) tot financiële doelstellingen. Echter, het huidige debat in de samenleving over duurzaamheid en de inzet van geavanceerde technologie zet het belang van mensen, samenlevingen en de planeet sterker aan. Dit vraagt van organisaties om daar rekening mee te houden en een bijdrage aan te leveren, naast hun eigenbelang. Organisaties wordt gevraagd om meervoudige waardecreatie te realiseren. Maar wat vraagt dit van de competenties van marketing & customer experience professionals? Welke nieuwe rol spelen zijn binnen organisaties om aan deze veranderende verwachtingen te voldoen?
Constante vernieuwingen op het gebied van digitale technologie in zowel prive- als publieke omgevingen kenmerken de huidige samenlevingen en benadrukken de alsmaar belangrijker wordende rol daarin voor socio-technische systemen. De uitdaging is om voorafgaand, tijdens en na de ontwikkeling van deze systemen de mens en zijn digitale, sociale en fysieke omgeving centraal te blijven stellen. Dit vraagt om een duidelijk inzicht in de behoeften, wensen en eisen van mensen, zodat deze vertaald kunnen worden naar digitale technologie die een positieve bijdrage levert aan gezondheid, welzijn en participatie. Toegepast onderzoek naar het ontwerp- en appropriatieproces van digitale technologie voor maatschappelijk welbevinden is nodig om succesvol gebruik, implementatie, evaluatie en opschaling te bevorderen. Een goede samenwerking en beter begrip van elkaars doelen, motieven en werkwijzen, tussen zowel ontwerpers en gebruikers als tussen onderzoek, onderwijs en het werkveld, zijn hiervoor absolute vereisten. Lector Digital Life dr. Somaya Ben Allouch pleit in haar rede voor meer aandacht voor een mensgerichte ontwerpaanpak van digitale technologie. Het onderzoek van het lectoraat richt zich op innovatieve, digitale technologie op het gebied van mens-systeem interactie, sensoren en hun data en creatieve methodes voor gezondheid, welzijn en participatie. In de rede zal nader worden ingegaan op hoe het onderzoek van het lectoraat Digital Life bijdraagt aan het (inter)nationale netwerk van onderzoek, onderwijs en praktijk op het snijvlak van technologie, gezondheid en welzijn.
Alcoholgebruiksstoornis (AUD) is een groot probleem. Alleen al in de USA zijn er 15 miljoen mensen met een AUD en meer dan 950.000 Nederlanders drinkt overmatig. Wereldwijd is 3-8% van het aantal sterfgevallen en 5% van alle ziektes en letsels toe te schrijven aan AUD. Zorg staat voor uitdagingen. Zo krijgt meer dan de helft van de AUD-patiënten binnen een jaar na behandeling een terugval. Een oplossing hiervoor is de inzet van Cue-Exposure-Therapy (CET). Daarbij worden cliënten blootgesteld aan triggers d.m.v. objecten, mensen en omgevingen die zucht opwekken. Om op een realistische, veilige en gepersonaliseerde manier deze triggers te ervaren, wordt Virtual Reality ingezet (VRET). Op die manier worden coping-vaardigheden getraind om verlangen naar alcohol tegen te gaan. De effectiviteit van VRET is (klinisch) bewezen. De komst van AR-technologieën roept echter de vraag op om mogelijkheden van Augmented-Reality-Exposure-Therapy (ARET) te onderzoeken. ARET geniet dezelfde voordelen als VRET (zoals een realistische veilige ervaring). Maar omdat AR virtuele-componenten in de echte omgeving integreert, waarbij het lichaam zichtbaar is, roept het vermoedelijk een ander type ervaring op. Dit kan de ecologische validiteit van CET in de behandeling vergroten. Daarnaast is ARET goedkoper te ontwikkelen (minder virtuele elementen) en hebben cliënten/klinieken gemakkelijker toegang tot AR (via smartphone/tablet). Bovendien worden nieuwe AR-brillen ontwikkeld, die nadelen zoals een te klein smartphone-scherm oplossen. Ondanks de vraag vanuit behandelaars, is ARET nog nooit ontwikkeld en onderzocht rondom verslaving. In dit project wordt het eerste ARET-prototype ontwikkeld rondom AUD in de behandeling van alcoholverslaving. Het prototype wordt ontwikkeld op basis van Volumetric-Captured-Digital-Humans en toegankelijk gemaakt voor AR-brillen, tablets en smartphones. Het prototype wordt gebaseerd op RECOVRY, een door het consortium ontwikkelde VRET rondom AUD. Een prototype-test onder (ex)AUD-cliënten zal inzicht geven in behoeften en verbeterpunten vanuit patiënt en zorgverlener en in het effect van ARET in vergelijk met VRET.
Alcohol use disorder (AUD) is a major problem. In the USA alone there are 15 million people with an AUD and more than 950,000 Dutch people drink excessively. Worldwide, 3-8% of all deaths and 5% of all illnesses and injuries are attributable to AUD. Care faces challenges. For example, more than half of AUD patients relapse within a year of treatment. A solution for this is the use of Cue-Exposure-Therapy (CET). Clients are exposed to triggers through objects, people and environments that arouse craving. Virtual Reality (VRET) is used to experience these triggers in a realistic, safe, and personalized way. In this way, coping skills are trained to counteract alcohol cravings. The effectiveness of VRET has been (clinically) proven. However, the advent of AR technologies raises the question of exploring possibilities of Augmented-Reality-Exposure-Therapy (ARET). ARET enjoys the same benefits as VRET (such as a realistic safe experience). But because AR integrates virtual components into the real environment, with the body visible, it presumably evokes a different type of experience. This may increase the ecological validity of CET in treatment. In addition, ARET is cheaper to develop (fewer virtual elements) and clients/clinics have easier access to AR (via smartphone/tablet). In addition, new AR glasses are being developed, which solve disadvantages such as a smartphone screen that is too small. Despite the demand from practitioners, ARET has never been developed and researched around addiction. In this project, the first ARET prototype is developed around AUD in the treatment of alcohol addiction. The prototype is being developed based on Volumetric-Captured-Digital-Humans and made accessible for AR glasses, tablets and smartphones. The prototype will be based on RECOVRY, a VRET around AUD developed by the consortium. A prototype test among (ex)AUD clients will provide insight into needs and points for improvement from patient and care provider and into the effect of ARET compared to VRET.
A unique testing ground where the creative sector and education work together to better understand the possibilities around volumetric video capturing. Within a volumetric studio, dozens of cameras capture all the movements of a living subject simultaneously. These recordings are converted into a fully moving and digital image, which results in an image that is barely distinguishable from reality. Chronosphere gives content creators and scientists the unique opportunity to experiment with volumetric capturing, using the newest volumetric studio within De Effenaar. There is room for a total of twenty projects, and proposals can be submitted.Partners:De Effenaar 4DR Studios Wildvreemd Natlab 360 verbeelding Dutch Rose Media Hyperspace Institute Fontys Hogescholen TU/e Center for Humans & Technology