The online environment, where the boundaries between the domains of home, school, work, and leisure are blurred, poses new challenges for youth work practice. Due to limited research on this subject matter, the theoretical underpinnings of the online youth work practice are constrained. The fulfilment of youth work’s aims online, the position it can take in the online context, and its relation to its partners in the online lifeworld need a theoretical base. This paper seeks to analyse the role of youth work in the online lifeworld according to adolescents and youth work’s partners. The research was conducted in the Netherlands in collaboration with 14 youth work organisations. A qualitative research design was used: group conversations with young people and semi-structured interviews with youth work’s partners (i.e., parents, schools, informal networks, neighbourhood support teams, police, and municipal officials). The findings indicate that youth work in the online lifeworld, according to the respondents, is part of the general youth work practice, with a primary role of addressing the developmental needs of young people and creating new developmental opportunities. This role is expected to be fulfilled by engaging and connecting with young people in the online lifeworld and providing them instrumental, informational, socioemotional, and cognitive support. To do so, according to the partners, youth workers can make use of their vantage position in the online relationship with adolescents in order to access online information relevant for support and prudent prevention aimed at adolescents’ development. This vantage position may potentially encourage a collaboration between young people and partners, and between the online and offline youth work practice.
Dit onderzoek, dat handelt over de vrijetijdsbehoeften van jongeren in Stadbroek, is uitgevoerd door de Hogeschool Zuyd in opdracht van de gemeente Sittard-Geleen. De aanleiding was het sluiten van het locatiegebonden jongerenwerk als gevolg van vandalisme, bedreiging en overlast.
Het project "De Vliegende Skatebaan" is geïnitieerd door Welzijnsstichting de Combinatie, die hiermee mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding wilde creëren voor kinderen, tieners en jongeren in de publieke ruimte van het stadsdeel de Baarsjes in Amsterdam. Het project is uitgevoerd in 2005 en 2006. Deze publicatie vormt een beschrijving van dit project en de nauw daarop aansluitende methodiek. Hoe draagt De Vliegende Skatebaan bij aan zelfredzaamheid van de doelgroep en aan sociale cohesie binnen de doelgroep en eventueel tussen de doelgroep en overige betrokkenen? Hoe draagt De Vliegende Skatebaan bij aan de zelfredzaamheid van deelnemers aan haar activiteiten en hoe levert het een bijdrage aan sociale cohesie tussen de deelnemers en eventueel tussen de deelnemers en andere buurtbewoners?
Dit project heeft tot doel in kaart te brengen hoe virtuele en fysieke sociale interacties in de vrije tijd zich tot elkaar verhouden. Wat is de impact van virtualisering van de vrijetijd op lokale praktijken? Vrijetijdspraktijken worden traditioneel gezien als gelegenheden bij uitstek om op een laagdrempelige manier in contact te komen met anderen en worden aangewend om sociale cohesie te bewerkstelligen (bijvoorbeeld via urban gardens). Het internet heeft echter voor nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding en daarmee gepaard gaande sociale interactie gezorgd. Het is mogelijk om -bijvoorbeeld in het kader van een hobby zoals gamen- contact te leggen met gelijkgestemden aan de andere kant van de wereld. Dit roept de vraag op naar de invloed van digitale media en individualisering van de vrije tijd op de omvang en aard van sociale netwerken die aan de basis staan van sociale cohesie en sociaal kapitaal. Mogelijk versterken virtuele praktijken lokale sociale netwerken. Aan de andere kant kunnen mensen met een beperkte toegang tot de virtuele wereld buitengesloten raken. Onderzoek is nodig om te begrijpen hoe virtuele en fysieke sociale contacten op elkaar inwerken. In afstemming met bewoners en lokale organisaties beoogt dit project vervolgens een antwoord te geven op de vraag hoe de interactie tussen virtuele en fysieke praktijken succesvol kan bijdragen aan de kwaliteit van de sociale leefomgeving. Het onderzoek zal een mixed methods benadering toepassen om inzicht te verkrijgen in de (micro)dynamiek van de interactie tussen virtuele en fysieke vrijetijdspraktijken Vervolgens zullen de resultaten van het onderzoek benut worden om met bewoners en lokale organisaties een instrument te ontwikkelen om zowel fysieke als virtuele sociale verbindingen in de buurt in kaart te brengen en te versterken. Het project maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Placemaking and Events van Breda University of Applied Sciences.
Slechts 25% van de Nederlanders eet dagelijks voldoende groente en fruit. Om de consumptie van groenten te verhogen startte in het najaar van 2015 het project Healthy Bites in opdracht van het bedrijf Agri & Franchise en het Lectoraat Groene Gezondheid van Herman Peppelenbos. Hierbij is er antwoord gegeven op de vraag ‘Op welke wijze kan de dagelijkse consumptie van groenten met minimaal 10% verhoogd worden, tijdens het snackmoment van de Nederlandse consument?’. De doelstelling hierbij was: middels desk- en fieldresearch en het uitvoeren van consumentenonderzoek, inzicht verkrijgen in het aankoopgedrag/-moment van de Nederlandse snackconsumptie. Hierop volgend is er uiteindelijk één passend groenteconcept ontwikkeld, waarbij de focus lag op het verhogen van de dagelijkse groenteconsumptie met minimaal 10% in de betreffende doelgroep. Het uiteindelijke concept heet Pancks! en is voor kinderen in de leeftijd 9-13 jaar. Pancks! bestaat uit drie pannenkoekjes: wortel/sinaasappel/kokos, bieten/kaneel/gember en doperwten/anijs/vanille. Gekeken naar de ADH krijgen de kinderen ruim 21,11% groenten binnen, wat gelijk staat aan 1/5e deel van hun aanbevolen dagelijkse hoeveelheid groente. De pannenkoeken zelf bevatten ruim 43% groenten. Vanwege het gebruik van specerijen wordt de smaak van groenten vrijwel onherkenbaar voor kinderen. Het concept zal verkocht worden bij cateraars op locatie van dagrecreatie en vrijetijdsbesteding. Tijdens een dagje uit mag er vaak (ongezond) gesnackt worden blijkt uit onderzoek middels focusgroepen. Naar de kinderen wordt er niet gecommuniceerd dat er groenten in het snackproduct verwerkt zit, naar de ouders via andere kanalen wordt dit daarentegen wel gecommuniceerd. De snacks worden aangeboden in een verpakking met daarop een zebra afgebeeld. Voor dit dier is gekozen, omdat het dier uitsluitend planten eet, ofwel een knipoog naar de groenten toe. Bij het openen van de verpakking verschijnt er een grote mond die open gaat, hierin zitten de pannenkoekjes. De kinderen reageerden tijdens de focusgroepen positief op het concept. Om het product echt markt klaar te maken zullen er nog aanpassingen plaats moeten vinden op diverse punten. Gedurende het haalbaarheidsonderzoek voor het project Pancks zal inzicht verkregen worden in de commerciële haalbaarheid, de voedselveiligheid en zal productoptimalisatie plaatsvinden n.a.v. consumentenonderzoek. Om te ondervinden welke strategie Pancks! zal gaan volgen om zich succesvol in de markt te kunnen plaatsen, zal er nog diepgaander onderzoek plaats moeten vinden. Op dit moment is er oriënterend onderzoek uitgevoerd, middels field- en deskresearch in de markt van dagrecreatie en vrijetijdsbesteding en de retailmarkt gericht op supermarkten. Zo is er op dit moment wel een overzicht met (mogelijke) concurrenten in de retail opgesteld en hebben er verschillende observaties plaatsgevonden bij evenementenbedrijven, toch is dit nog onvoldoende om het marktpotentieel van Pancks! te kunnen inschatten. Ook de kostprijsberekeningen zijn op dit moment nog op basis van supermarktprijzen, waarbij de kosten voor grootschalige productie nog verder onderzocht dienen te worden. Als laatste mist er nog een verdienmodel. Antwoorden op bovenstaande vraagstukken moeten duidelijkheid verschaffen in de haalbaarheid van een vermarkting van het concept. Op basis van de uitkomsten van bovengenoemd onderzoek kan een concreet businessplan opgesteld worden.