In this study the Vignettes Parenting Interactions in the Neighbourhood (V-PIN) was validated. These vignettes can be used to gain insight into and reflect on interactions in the neighbourhood between parents and nonparental adults. A correlational design (N = 134) was used to assess the reliability (i.e. internal consistency, test-retest), convergent and discriminant validity and relations with background variables of the V-PIN. Reliability (both internal consistency and test-retest) proved good. Positive, significant correlations provided evidence for convergent validity. The measure did not correlate with non-related constructs or background characteristics, which was an indication for discriminant validity. The newly developed measure seems useful to explore the perspectives of nonparental adults in parent-child interactions in neighbourhoods with a wide group of stakeholders with diverse cultural backgrounds and can (complemented with visualisations), be used to stimulate supportive interactions and inclusion in social work practices and the community.
DOCUMENT
Supportive social interactions between nonparental adults (i.e. social work professionals, volunteers, and other parents that have contact with children but are not the primary caregiver), parents, and children are important for children’s well-being and development. Parenting styles, types of child behaviour, and location in the neighbourhood may influence these interactions. The aim of the present study was to identify when and how nonparental adults respond in interactions with other adults and children in the neighbourhood. A mixed-method study with vignettes and interviews (N = 114) was conducted to gain insight into which factors (parenting style, child behaviour, location in the neighbourhood) influence the nonparental adults’ intention to respond to children and/or parents. Nonparental adults indicated they were most likely to respond in the context of a permissive parenting style or a child’s externalising behaviour. Professionals more often felt responsible than parents and volunteers, although they did not respond more often. All three factors were related to the participants’ willingness to respond and promote a supportive social structure in the neighbourhood. Social work professionals and their organisations can use this study to identify social support interactions and to discuss their responsibilities.--Sociaal ondersteunende interacties tussen mede-opvoeders (zoals sociaal werk-professionals, vrijwilligers en andere ouders die contact met kinderen hebben, maar niet primair verantwoordelijk zijn) zijn belangrijk voor het welzijn en een positieve ontwikkeling van kinderen. Het doel van deze studie was inzicht geven in hoe mede-opvoeders reageren in interacties met andere opvoeders en kinderen in de buurt. Een mixed-method design met vignetten en interviews is toegepast om inzicht te krijgen in welke factoren (opvoedstijl, gedrag van een kind en locatie in de buurt) de reactie van mede-opvoeders beïnvloeden. Mede-opvoeders gaven aan dat ze het meest reageren in situaties waar sprake is van een permissieve opvoedingsstijl of externaliserend gedrag van een kind. Professionals voelen zich meer verantwoordelijk dan ouders en vrijwilligers, maar reageren niet vaker. Opvoedstijl, gedrag van het kind en locatie in de buurt hangen samen met de mate waarin respondenten reageren en om een ondersteunende sociale structuur in de buurt te bevorderen. Sociaal werkers en hun organisaties kunnen deze studie gebruiken om sociaal ondersteunende interacties te identificeren and over hun verantwoordelijkheid te discussiëren.
DOCUMENT
DOCUMENT
The present study evaluates the Youth Initiated Mentoring (YIM) approach in which families and youth care professionals collaborate with an informal mentor, who is someone adolescents (aged twelve to twenty-three) nominate from their own social network. The informal mentor can be a relative, neighbour or friend, who is a confidant and spokesman for the youth and a co-operation partner for parents and professionals. This approach fits with the international tendency in social work to make use of the strengths of families’ social networks and to stimulate client participation. The current study examined through case-file analysis of 200 adolescents (YIM group n ¼ 96, residential comparison group n ¼ 104) whether the YIM approach would be a promising alternative for out-of-home placement of youth with complex needs. A total of 83 per cent of the juveniles in the YIM group were able to nominate a mentor after an average of thirty-three days. Ninety per cent of the adolescents in the YIM group received ambulatory treatment as an alternative for indicated out-of-homeplacement, while their problems were largely comparable with those of juveniles in Dutch semi-secure residential care. Results suggest that the involvement of important non-parental adults may help to prevent out-of-home placement of adolescents with complex needs.
MULTIFILE
De gemeente Utrecht zet de komende jaren in op het versterken van collectief werken in de ondersteuning voor kinderen en gezinnen met opgroei- en opvoedvragen (Gemeente Utrecht, 2024). De reden hiervoor is de toenemende druk op de jeugdzorg. Veranderingen in het zorgaanbod zijn nodig om kosten, werkdruk en wachtlijsten te beperken. Verder is er sprake van een cultuuromslag in het denken over het jeugddomein, die mogelijk versneld is door de druk op de jeugdzorg. Deze cultuuromslag wordt gekenmerkt door een focus op de pedagogische basis (versterken van het eigen netwerk) en normaliseren (niet meer direct labelen en diagnosticeren, maar proberen het binnen het normale te blijven, accepteren dat een zekere lijdensdruk bij het leven hoort).
DOCUMENT
Na een feestelijke aftrap in het voorjaar van 2017 is in drie Utrechtse wijken – Hoograven, Kanaleneiland en Leidsche Rijn – een Wijkacademie Opvoeden gestart. In een Wijkacademie gaan bewoners en professionals in gesprek over opgroeien en opvoeden. In hun gesprekken benoemen ze de opvoedvraagstukken in de wijk en bedenken ze creatieve manieren om andere wijkbewoners en -organisaties bij de aanpak hiervan te betrekken.
DOCUMENT
Voor u ligt het onderzoeksrapport van een onderzoek naar de ervaringen van 3 tot en met 12-jarige bewoners van de wijk Vollenhove in de Gemeente Zeist met de buurtaanpak Vollenhove Vooruit tot nu toe. Dit is tot stand gekomen vanuit een samenwerking van Gemeente Zeist, GGD regio Utrecht en lectoraat Jeugd (HU) in de Regionale Kenniswerkplaats Jeugd en Gezin Centraal, in opdracht van de Provincie Utrecht. Vollenhove Vooruit is een integrale wijkaanpak die voortkomt uit de Regio Deal Vitale Wijken, gestart in 2020. Binnen de Regio Deal Vitale Wijken werken vier gemeenten (Amersfoort, Nieuwegein, Utrecht en Zeist), provincie Utrecht, GGD-regio Utrecht, RIVM en verschillende ministeries samen aan het realiseren van leefbare, veilige en gezonde wijken met gelijke kansen voor iedereen. Vanuit het Lectoraat Jeugd van Hogeschool Utrecht (HU) hebben we veel betrokkenen kunnen spreken. Op de eerste plaats de kinderen, maar ook volwassen bewoners, onderwijs- en jeugdzorgprofessionals, wijkmanager en beleidsmedewerkers van de gemeente Zeist. Onze dank gaat dan ook uit naar basisschool De Wegwijzer, basisschool Op Dreef en de Gemeente Zeist. In het bijzonder bedanken we alle kinderen en leerkrachten die hebben bijgedragen aan dit onderzoek, projectleider van Kans8 José van Heuven en projectleider van Vollenhove Vooruit Hans Goorhuis, Carolien Plevier van GGD-regio Utrecht, Radia Elgarbi van MeanderOmnium en Jordy Kurvers van Sportief Zeist. We hopen met en voor de jeugdigen van Vollenhove van harte dat de onderzoekbevindingen en conclusies zullen zorgen voor een positieve invloed op de verdere ontwikkeling van de buurtaanpak Vollenhove Vooruit.
DOCUMENT