Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3In dit boekje wordt de achtergrond van het project RAAK MKB project Agrarische Bedrijfsopvolging geschetst en zijn portretten opgetekend van de deelnemende agrarische familiebedrijven. Er wordt dieper ingegaan op de volgende vragen. Hoe kan de bedrijfsopvolging zodanig worden "geregeld" dat de familie "tevreden" is én de continuïteit van het bedrijf is geborgd? Welke sociale aspecten spelen een rol bij bedrijfsovername van een agrarisch familiebedrijf? Waar liggen knelpunten in de communicatie over bedrijfsovername? Hoe maak je bedrijfsovername bespreekbaar in het gezin en wat kan hierbij ondersteunend zijn? Dit boekje draagt bij aan het bespreekbaar maken van de diverse thema's binnen agrarische familiebedrijven. Deze publicatie is een eindproduct van het onderzoeksproject Agrarische bedrijfsopvolging: Van keukentafel tot familiestatuut.
DOCUMENT
In deze studie wordt de positie van jongeren op agrarische bedrijven in Nederland belicht. Naast werk op het agrarische bedrijf heeft ruim 40% van de agrarische jongeren werk buiten het bedrijf. De jongeren zijn hoog opgeleid en vaak bestuurlijk actief. Het merendeel wil het agrarische bedrijf overnemen of heeft dat al gedaan. Binnen het gezin verloopt de communicatie over de bedrijfsovername niet altijd vlekkeloos.
DOCUMENT
Generatiewisseling binnen de agrarische wereld is een complexe proces. Voor de toekomst van de sector is het daarentegen noodzakelijk. Deze sector is van groot belang voor ons voedselsysteem en de leefbaarheid van stad en ommeland. De complexiteit zit in de duur van het bedrijfsovername proces en het aantal betrokkenen met verschillende belangen en inzichten. In deze bundel richten we ons op bedrijfsoverdragers, bedrijfsovernemers, partners, niet overnemende familie, adviseurs. De verhalen komen uit de praktijk, waarbij de bedrijfsovernames in verschillende fases zitten. Naast een inleiding beschrijven we ook de lessen die we geleerd hebben door in gesprek te zijn met de praktijk.
MULTIFILE
In opdracht van Stigas heeft het lectoraat Flexicurity van het Kenniscentrum Arbeid van de Hanzehogeschool Groningen onderzoek gedaan naar het bewustzijn van
ondernemers in de groene en agrarische sector van vergrijzing en de relatie met
inzetbaarheid van medewerkers. Uitgangspunt daarbij waren de volgende
onderzoeksvragen:
1. Is de ondernemer in de agrarische en groene sector zich bewust dat de
inzetbaarheid van oudere werknemers afneemt en de kans op uitval toeneemt?
2. Welke maatregelen treft de ondernemer of is hij van plan te gaan treffen om de
afname van de inzetbaarheid of uitval te voorkomen of te beperken?
DOCUMENT
Werkboek voor agrarische families om samen het goede gesprek te voeren. Deze publicatie biedt handvatten, inzichten, opdrachten, voorbeelden, een scan, en ervaringen om samen, als familie, zélf aan de slag te gaan met de vele kanten van een agrarische bedrijfsopvolging. (Is onderdeel van het project: De zachte kant van opvolging.) Bij deze publicatie zijn drie bestanden toegevoegd: Bestand 1: Werk- en opdrachtenboek Bestand 2: Werkboek Bestand 3: Opdrachtenboek
MULTIFILE
Product- en diensteninnovatie in internationale arbeidsbemiddeling worden bemoeilijkt door onduidelijkheid en onzekerheid. In dit working paper van het Expertisecentrum Grensoverschrijdend Inlenen van Arbeid, wordt beschreven wat de huidige stand van zaken is in de agrarische sector. Ook worden relevante cijfers gepresenteerd over de agrarische arbeidsmarkt en komen ontwikkelingen in de bedrijfstak op het gebied van grensoverschrijdend inlenen van arbeid aan de orde. Het paper eindigt met een vooruitblik op de verdere ontwikkeling van (tijdelijke arbeids)migratie in de agrarische sector.
DOCUMENT
Het toepassen van duurzame energie op land vereist veel ruimte. De ruimte in Zeeland wordt grotendeels gebruikt voor landbouwdoeleinden. Zo laten cijfers van het CBS zien dat 71 procent van de ruimte in Zeeland wordt gebruikt voor de landbouw (zie ook Compendium voor de Leefomgeving, 2023). Gemiddeld is dit in Nederland 60 procent. Het is dan ook niet verwonderlijk dat agrarische bedrijven aantrekkelijke locaties zijn voor bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen of windturbines en het ontwikkelen van biomassa-installaties. Op dit moment weten we nog weinig over wat agrariërs drijft om al dan niet mee te doen aan hernieuwbare-energieprojecten. Het beperkte aantal onderzoeken naar dit thema toont aan dat potentiële economische voordelen en het gemak om technologieën toe te passen belangrijke factoren zijn. Verder zouden jonge agrariërs doorgaans eerder deelnemen aan hernieuwbare-energieprojecten dan oudere agrariërs. Ook boerderijen met een diversiteit aan activiteiten zouden eerder deelnemen evenals boerderijen met een hoog energieverbruik, zoals pluimveehouderijen en boerderijen die ook voedsel verwerken en produceren (Brudermann et al., 2013; Ge et al., 2017; Lioutas & Charatsari, 2018). Gezien de rol die agrarische bedrijven kunnen spelen bij hernieuwbare energieprojecten alsook de beperkte onderzoeksaandacht voor dit onderwerp, heeft HZ | Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving onderzoek gedaan onder agrariërs met een bedrijf in Zeeland. Dit onderzoek maakt deel uit van het door de Nederlandse Organisatie van Wetenschappelijk Onderzoek gefinancierde project Zeekraal, waarin onderzoekers van de Universiteit Utrecht, University College Roosevelt en de Hogeschool Zeeland de afgelopen jaren onderzoek deden naar de maatschappelijke aspecten van de regionale energietransitie in Zeeland. Deze rapportage biedt inzicht in de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek. De inzichten uit dit onderzoek kunnen door beleidsmakers gebruikt worden om toepassingen van duurzame energie op agrarische bedrijven te bevorderen. De vragen die in deze rapportage centraal staan, zijn: • Welke vormen van duurzame energie passen agrarische bedrijven in Zeeland toe? • Welke factoren kunnen een rol spelen in het al dan niet toepassen van duurzame energie op het bedrijf?
DOCUMENT
Bedrijfsovernames binnen de agrarische sector zijn complexe processen. Vooralsnog wordt er veel aandacht besteed aan het financiele, juridische en fiscale aspect, maar het sociaal-emotionele vlak blijft nog te vaak onderbelicht, terwijl dat juist een cruciale rol speelt. Vanuit culturele antropologie geven we in dit essay antwoord op de vraag: “hoe kom je tot een succesvolle bedrijfsovername op sociaal-emotioneel vlak?”
DOCUMENT
Overal ter wereld zien we dat steden steeds meer het voortouw nemen in de voedsel systeem transitie vanuit verantwoordelijkheden als weerbaarheid, gezondheid en duurzaamheid. Dit drijft ook de herbezinning op regionale voedselsystemen, city-region-food-systems, maar wat betekent dat voor de opgave om stedelingen duurzaam van gezond en veilig voedsel te voorzien met in acht neming van de toenemende diversiteit in de stedelijke samenstelling? Wat betekent dat voor de gewenste omslag in het nabijgelegen agro-food producerende land, welke dilemma’s en welke kansen zijn er? Wat weten we in dat verband van de relatie tussen de agrarische sector en de steden in Flevoland?
DOCUMENT
Deze publicatie is onderdeel van het project: Living Lab Duurzame Bedrijfsovername - Het Open Gesprek (2023-2025). Dit project werd geleid door Hogeschool Aeres en werd uitgevoerd in samenwerking met hogeschool Windesheim en Hogeschool Utrecht. In dit project is er specifiek aandacht voor overnames van complexe (familie)bedrijfsstructuren, zoals situaties met meerdere opvolgers/eigenaren. Het project is onderdeel van een breder programma over bedrijfsovername in de agrarische sector gefinancierd en gecoördineerd door Stichting regie-orgaan SIA en het Ministerie van LVVN. De informatie die in deze publicatie wordt beschreven, is onderbouwd door deskresearch, input van experts en vier interviews met bedrijfsfamilies in de periode tussen mei 2024 en augustus 2024. Drie van deze bedrijven komen uit de tuinbouwsector, een sector waar relatief veel familiebedrijven voorkomen die in een bv-structuur opereren. Het vierde bedrijf betreft een kringloopbedrijf met akkerbouw, energie, pluimvee en de verwerking van voedselresten. De deskresearch bestond uit een literatuurstudie van de familiebedrijvenliteratuur, bestudering van de beleidskaders en de wettelijke kaders, handboeken over ondernemingsrecht en studies specifiek gericht op de agrarische sector. De input van experts is in drie ronden opgehaald. Er is een expertsessie geweest met adviseurs en branche-organisaties (LTO-Noord en NAJK) op 23 januari 2025. Vervolgens zijn er experts betrokken die de publicatie hebben gecontroleerd op feitelijke onjuistheden in de periode maart-april 2025. Tot slot is er input verzameld tijdens een scholingsdag voor agrarische adviseurs en docenten in het agrarische onderwijs (10 april 2025).Er is verder kruisbestuiving geweest met een eerder project over agrarische bedrijfsopvolging waar Hogeschool Windesheim en Hogeschool Aeres in samenwerkten. Het gaat om het project: Living Lab Duurzame Bedrijfsovername – De Zachte Kant van Agrarische Bedrijfsopvolging. In dat project zijn 15 families geïnterviewd. De interviews zijn gebruikt voor enkele praktijksituaties en familiedynamieken die in deze publicatie besproken worden.
DOCUMENT