Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Letterlijk vertaald betekent dyslexie ‘niet goed met taal’. Door de Stichting Dyslexie Nederland wordt dyslexie gedefinieerd als ‘een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en of vlot toepassen van het lezen en of het spellen op woordniveau’ (Stichting Dyslexie Nederland, 2008). Omdat onze huidige geletterde maatschappij op schriftelijke communicatie is gericht, ondervinden dyslectici veel hinder van deze handicap. Wie niet goed kan lezen mist immers mogelijk veel belangrijke informatie. De invloed op het dagelijks leven is dan ook groot (A.van der Leij, 1998). Om te kunnen lezen en spellen moeten geschreven symbolen, omgezet worden in klanken, die samen gevoegd betekenis krijgen in woorden en zinnen. Het kost iemand met dyslexie erg veel moeite om aan letters de juiste klanken en woorden te koppelen en, omgekeerd, om aan klanken en woorden de juiste letters te verbinden. Deze basistechniek van schriftelijk taalgebruik wordt moeizaam geautomatiseerd. Met het algemene leerverstand, de intelligentie, is meestal niets aan de hand. Daardoor zijn er in alle onderwijsniveaus mensen met deze handicap te vinden. Vaak hebben dyslectici allerlei strategieën ontwikkelt om te kunnen functioneren in ‘ons verschriftelijkt schoolsysteem’(Hofmeester, 2002). In de brochure ‘Diagnose en behandeling van dyslexie’ van de Stichting Dyslexie Nederland (2008), worden professionals, die dyslectici begeleiden bij het leren lezen, geadviseerd om ook aandacht te schenken aan ‘eigen en contextuele krachtbronnen.’ Welke bronnen dat zouden kunnen zijn wordt in de brochure niet verder gespecificeerd. In de informatie die vooral gericht is op ouders van dyslectische kinderen en dyslectici zelf, wordt naast de problemen die zich kunnen voordoen, ook vaak melding gemaakt van opvallende talenten in samenhang met dyslexie op het gebied van onder andere ruimtelijk inzicht en kunstzinnigheid. Op de website van ‘Dyslexiekliniek’, aangesloten bij het Nationaal Referentie Centrum Dyslexie, diagnosticeren en behandelen, staat in de informatie over dyslexie onder andere: Vaak zien we bij dyslexie een groot verschil tussen de taalvaardigheid en andere talenten. Zo blinken dyslectici vaak uit in ruimtelijk voorstellingsvermogen. Hierdoor vinden we in studies aan een technische universiteit zoals bouwkunde, industrieel ontwerpen, vaak meer studenten met dyslexie terug dan in andere studies. Ook aan academies voor beeldende kunst zien we vaak studenten met dyslexie studeren.(“Dyslexiekliniek”, para 5). Zowel het artikel uit J/M als de website van de Dyslexiekliniek geven geen nadere informatie over welke wetenschappelijke bronnen gebruikt zijn om de aanwezigheid van speciale talenten bij dyslectici te onderbouwen. Het vermoeden van kunstzinnig talent in relatie met dyslexie, is het uitgangspunt van dit literatuuronderzoek. Daarbij is de hoofdvraag: ‘Gaat dyslexie gepaard met kunstzinnig talent en zo ja, waaruit bestaat dat talent?’. Voor het onderwijs is het beantwoorden van deze vraag relevant, omdat er daardoor meer duidelijkheid ontstaat over welke ‘krachtbronnen’ er ingezet zouden kunnen worden bij de begeleiding van dyslectici. De lijn dit gevolgd wordt om tot een conclusie te komen gaat via literatuuronderzoek over de verwerking van informatie in het geheugen, naar het beelddenken. Daarna wordt de onderzochte literatuur over talent in het algemeen en kunstzinnig talent in het bijzonder beschreven en gekoppeld aan literatuur over visueel-ruimtelijk inzicht bij dyslectici .
ANDERSOORTIG MATERIAAL
Klatte, I., Singer, I. & Gerrits, E. (2017). Taalontwikkelingsstoornissen en dyslexie. Vlaams Tijdschrift voor Logopedie, 4, 5-9.
BIJDRAGE AAN PERIODIEK
Klatte, I., Singer, I. & Gerrits, E. (2017). Taalontwikkelingsstoornissen en dyslexie. Vlaams Tijdschrift voor Logopedie, 4, 5-9.
NIET BEKEND
Het Protocol Hoger Onderwijs is een inhoudelijke handreiking voor HO-instellingen (HBO en WO) om de begeleiding van dyslectische studenten te optimaliseren. Dit Protocol is ontwikkeld in het kader van het door OCW geïnitieerde Impulsproject 2004 onder regie van Handicap + Studie. De ontwikkelaars van dit protocol hebben dankbaar gebruik gemaakt van de praktijkgerichte suggesties van studenten en docenten van Fontys Hogescholen. Primaire doelgroep: studenten, docenten en studieloopbaanbegeleiders van HO-instellingen. Verder: beleidsmakers op instellingsniveau en tweedelijns begeleiders (studentendecanen, studentenpsychologen), raden van bestuur, professionaliseringscoördinatoren, medezeggenschapsraden en studentenfracties. Bij het boek is een dvd ontwikkeld waarin studenten en docenten aan het woord zijn over het omgaan met de belemmeringen die de functiebeperking met zich meebrengt. Op de bijgeleverde cd-rom zijn documenten voorhanden die ingezet kunnen worden bij de begeleiding van dyslectische studenten.
BOEK
In dit hoofdstuk worden definiëring, kenmerken, verklaringen van dyslexie besproken en de impact hiervan op studenten in het HO. Er wordt tevens verwezen naar relevante rapporten en literatuur.
BOEKDEEL
Deze handreiking biedt scholen, ondersteuningsinstellingen, educatieve centra en opleidingen concrete mogelijkheden voor implementatie van het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs. Ingegaan wordt op het belang van een schoolinterne werkgroep en cyclische ontwikkeling en bijstelling. Aan de hand van concrete thema's (overgang po-vo, signalering, begeleiding in de klas, dyslexiebeleid) kunnen scholen vorm geven aan de implementatie. In het pakket zitten handzame overzichten, kaartjes en de DVD 'Hoezo Dyslexie'.
BOEK
In dit artikel worden recente ontwikkelingen op het gebied van dyslexie beschreven, zowel vanuit het perspectief van het onderwijs als vanuit de gezondheidszorg en onderzoek. Verwijzing naar relevante websites bieden de lezer mogelijkheden voor verdere oriëntatie en verdieping.
ARTIKEL