Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Dit artikel bespreekt enkele ontwikkelingen in het veld van gezondheidsbevordering en de implicaties hiervan voor de professionalisering van de gezondheidsbevorderaars.
DOCUMENT
Het belang van gezondheidsbevordering bij mensen met een psychische aandoening en/of een licht verstandelijke beperking in de langdurige zorg is groot. De sociaal werker en verpleegkundige hebben beiden een rol in gezondheidsbevordering bij deze doelgroep. Uit praktijksignalen blijkt dat professionals hierin knelpunten ervaren. Literatuuronderzoek naar deze knelpunten leverde geen resultaten op. Om te onderzoeken welke knelpunten professionals tegenkomen in het werken aan gezondheidsbevordering in de ambulante setting, is aan de hand van zes interviews een verkennend kwalitatief onderzoek uitgevoerd. De resultaten geven inzicht in persoonlijke en omgevingsfactoren die een rol spelen, in het spanningsveld dat professionals ervaren tussen eigen regie en professionele verantwoordelijkheid, in de wisselende aandacht die gezondheidsbevordering krijgt vanuit de organisatie en in de begeleiding van de professionals. In het algemeen wordt gezondheidsbevordering gerelateerd aan fysieke gezondheid, wat vragen oproept over de kennis over gezondheidsbevordering en de (brede) visie op gezondheid. Ook geeft het onderzoek inzicht in de knelpunten die in de samenwerking worden ervaren, onder andere de uitdaging om als professional aan de juiste informatie te komen, het geringe contact met andere disciplines en het samenwerken binnen de versnipperde financieringsstructuren. Dit verkennende onderzoek geeft het signaal dat meer praktijkgericht onderzoek naar gezondheidsbevordering bij deze doelgroep nodig is.
DOCUMENT
geen samenvatting
DOCUMENT
Wijkverpleegkundigen hebben een belangrijk rol in het verlenen van preventieve zorg. Zij gebruiken daarbij gestandaardiseerde, veelal digitale, classificatiesystemen waarin verpleegkundige diagnoses, gewenste resultaten en interventies worden geregistreerd. Deze systemen maken het mogelijk de kwaliteit van verpleegkundige zorg te onderzoeken en te verbeteren. Voor één zorgorganisatie inventariseerden we in 100 van de 261 dossiers welke preventiegerichte NANDA-diagnoses en interventies in de domeinen gezondheidsbevordering, voeding en activiteit/rust door wijkverpleegkundigen werden geselecteerd. De meeste verpleegkundige diagnoses en interventies werden ingezet in gezondheidsbevordering (resp. 50/109 en 191/365) en activiteit/rust (resp. 45/109 en 132/365). Bij voeding waren het er slechts resp. 14/109 en 42/365. Gestandaardiseerde diagnoses werden gebruikt, maar de interventies werden naar vrij inzicht geformuleerd, waarbij de achterliggende methodische redenatie niet altijd helder was. De generieke diagnoses ‘verminderd activiteitsvermogen’ en ‘verminderde lichamelijke mobiliteit’ werden opgeteld het vaakst geselecteerd (40/109) gevolgd door de generieke diagnose ‘kwetsbare-oudere-syndroom’ (27/109). Wijkverpleegkundigen selecteerden weinig risicodiagnoses en diagnoses in het domein voeding en verbonden niet-gestandaardiseerde interventies aan de diagnoses. Aanwijzingen voor de praktijk zijn dan ook om consequent het selecteren van risicodiagnoses te overwegen en gestandaardiseerde diagnoses en interventies zo specifiek mogelijk te stellen om gerichter preventief te handelen.
LINK
Artikel gepubliceerd in Nurse Academy O&T | nummer 3 | 2024: Steeds vaker meten patiënten hun eigen gezondheid. Deze metingen zijn voorbeelden van ‘point of care’-testen (POCT), een voorbeeld is de COVID-19-test. De ontwikkeling en inzet van POCT dragen bij aan betaalbare en toegankelijke gezondheidszorg. POCT kan een belangrijk instrument zijn voor het monitoren van veranderingen in de gezondheid. Het kan thuiswonende ouderen helpen bij het versterken van hun zelfmanagement LEERDOELEN Na het lezen van dit artikel: •weet u wat de kenmerken van ‘point of care’-testen (POCT) zijn en kent u een aantal voorbeelden van POCT; • heeft u inzicht in de voordelen van het gebruik van POCT in gezondheidsbevordering van oudere cliënten; • kent u een aantal uitdagingen die samenhangen met het gebruik van POCT in de praktijk; • heeft u inzicht in de betekenis van verpleegkundigen voor de inzet van POCT bij de ondersteuning van ouderen
DOCUMENT
Een bruikbaarheidsstudie naar VR in het onderwijs. Het doel van het onderzoek was inzicht te verkrijgen over de effectiviteit en bruikbaarheid van een VR-game op het gebied van gezondheidsbevordering als toevoeging op het onderwijs.
DOCUMENT
Als (christen)arts kun je een belangrijke bijdrage leveren aan ‘zorg voor voeding’ en gezondheidsbevordering. Dat kan waardevol zijn voor de zorgvrager, maar helpt ook mee aan het bestrijden van problemen in de volksgezondheid. Hoe mooi zou het zijn als inspanningen van de arts bijdragen aan het gezond houden van mensen, zodat je als arts minder vaak voor zieken hoeft te zorgen. Als iedereen op zijn of haar plek in de samenleving een (kleine) bijdrage levert aan gezondheidsbevordering, dan kan er samen een verschil gemaakt worden, ook voor toekomstige generaties.
DOCUMENT
Lectoraten spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van Windesheim tot regionaal kenniscentrum. Windesheim heeft zijn lectoraten ontwikkeld vanuit maatschappelijke thema’s. Deze thema’s zijn: normen en waarden, gezondheid, veiligheid, duurzaamheid, en bestuurbaarheid. Elk lectoraat bestaat uit een of twee lectoren en een kenniskring. De leden van de kenniskring zijn inhoudsdeskundigen die binnen of buiten Windesheim werkzaam zijn. Door stelselmatig onderzoek, dat aansluit bij de behoeften in de markt en het beroepenveld, ontwikkelen de lectoraten nieuwe kennis. Het onderzoek staat in het teken van kenniscirculatie. Samen met het werkveld bepaalt Windesheim welke kennis wordt ontwikkeld, waar die wordt toegepast en met wie die kennis wordt gedeeld. Uitgangspunt is dat het onderzoek altijd een praktische waarde heeft voor het onderwijs en voor het werkveld. Sinds februari 2008 is binnen Windesheim het lectoraat De Gezonde Stad gestart. Het lectoraat bestaat uit de lector, Joop ten Dam en een kenniskring met leden van binnen en buiten Windesheim. Het lectoraat bestudeert de factoren die in de stad van belang zijn voor een gezonde leefstijl en wil deze factoren daadwerkelijk beïnvloeden. Deze kennis wordt dicht bij de praktijk ontwikkeld, op het niveau van de stad of de wijk. Het lectoraat ‘De Gezonde Stad’ stimuleert binnen Windesheim praktijkgericht onderzoek en helpt het onderwijs te ontwikkelen. Deze tekst is de uitgeschreven versie van de uitgesproken lectorale rede. Aan de orde komt eerst de thematiek van het lectoraat, gezondheid. Het gaat hierbij speciaal om ongelijkheid in gezondheid en over de toespitsing van het lectoraat: aanpak en preventie van overgewicht. Dan volgt een schets over de aanpak hiervan en de verschillende lijnen die hierin te onderkennen zijn: voorlichting, de community-benadering, de ketenbenadering en integraal gezondheidsbeleid. Vervolgens wordt de ‘natuurlijke omgeving’ van het lectoraat beschreven: de stad Zwolle en het Onderzoekscentrum Preventie Overgewicht Zwolle van VU-Windesheim. Tenslotte bespreekt de tekst de opzet van het lectoraat in de drie lijnen die ontwikkeld worden: Gezond Leven, Gezonde Omgeving en Gezonde Zorg.
DOCUMENT
In de rol van ‘gezondheidsbevorderaar' hebben wijkverpleegkundigen een belangrijke taak bij het bevorderen van gezond eet- en drinkgedrag. In de praktijk vervullen wijkverpleegkundigen deze rol nog niet altijd. Het is onduidelijk welke factoren hierop invloed hebben. Het doel van deze studie was het in kaart brengen van belemmerende en bevorderende factoren die wijkverpleegkundigen ervaren in het bevorderen van gezond eet- en drinkgedrag van cliënten. En ook: welke factoren hebben daarom aandacht nodig in professionalisering?
DOCUMENT
Inleiding Het doel van dit vragenlijstonderzoek was om de attitude, kennis, informatiebehoefte en uitvoering van mondgezondheidsbevordering door jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen op het consultatiebureau in kaart te brengen. Methode Tien jeugdgezondheidszorginstanties hebben een digitale vragenlijst over kennis, attitude en uitvoering van mondgezondheidsbevordering binnen hun organisatie verspreid. Jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen werden gevraagd de vragenlijst in te vullen. Informatie werd verzameld over: 1) demografische kenmerken; 2) kennis over cariësrisicofactoren; 3) attitude ten opzichte van mondgezondheid; 4) uitvoering van mondgezondheidsbevordering tijdens consulten bij kinderen tot vier jaar; en 5) informatiebehoefte. De antwoorden van jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen worden apart gepresenteerd. Resultaten Er zijn 146 vragenlijsten van 61 verschillende consultatiebureaus geanalyseerd. Respondenten hadden een positieve attitude en een meerderheid heeft voldoende basale kennis over cariësrisicofactoren. Tijdens een consult verwijst een minderheid (45%) actief naar een mondzorgprofessional voor preventie; 62% kijkt wel eens in de mond van een kind en 36% vindt dat er onvoldoende aandacht is voor mondgezondheidsbevordering op het consultatiebureau. Als reden daarvoor worden tijdsdruk, prioritering van te bespreken onderwerpen en gebrek aan kennis het meest genoemd. Conclusie Ondanks een positieve attitude en basale kennis over cariësrisicofactoren krijgt mondgezondheidsbevordering onvoldoende aandacht op het consultatiebureau. Mondgezondheidsbevordering op consultatiebureaus vraagt om een hogere prioriteit.
DOCUMENT