De effectiviteit van managers is recentelijk weer volop in de aandacht gekomen. Dit onderzoek wil een bijdrage leveren aan deze discussie door de tijdbesteding van Nederlandse managers empirisch in kaart te brengen. De effectiviteit, de toegevoegde waarde die managers leveren door het aansturen van werkzaamheden van medewerkers, wordt inzichtelijk gemaakt door een meting die is gebaseerd op een klassieke typering van activiteiten. Het onderzoek concludeert dat Nederlandse managers over het algemeen effectief opereren, maar hiervoor wel een relatief groot aantal arbeidsuren nodig hebben. We suggereren dat de productiviteit (effectiviteit gedeeld door het aantal arbeidsuren) van de managers kan worden verhoogd door het toepassen van managerial trainingen en organisatorische ontwerpen waarin de afname van fragmentatie en de toename van delegatie en compressie van werkzaamheden centraal staan. Hiermee kan de effectiviteit van managers stijgen zonder dat hun aantal arbeidsuren hoeft toe te nemen.
LINK
DOEL: Deze studie onderzoekt de mogelijke invloed van gender op de historische dynamiek rond verpleegkundig leiderschap. METHODE: Gebruikmakend van een historische onderzoeksbenadering voert deze studie een bronnenanalyse uit met gender als analytische lens, gericht op de ontwikkeling van het verpleegkundig directeurschap in het Sint Radboudziekenhuis vanaf de oprichting van de medische kliniek (1956) tot de uitsluiting van de verpleegkundig directrice uit de directie (1971). RESULTATEN: Er worden zes gendergaps geïdentificeerd, namelijk verschillen in vermeende capaciteiten en kwaliteiten, werk-privébalans, opleiding, salarisstructuur, ondersteuning en gebruik van retoriek. Dit wijst op betrokkenheid van stereotype denkbeelden bij het vormen van de genderasymmetrie binnen het verpleegkundig beroep en de perceptie ervan op de werkplek en daarbuiten. DISCUSSIE: Een geleidelijke uitsluiting van verpleegkundigen op basis van geslacht op strategisch niveau in directies wordt benadrukt. Deze asymmetrie en vooroordelen creëerden een onevenwichtig speelveld, wat de onderhandelingen over de status van het verpleegkundig beroep bemoeilijkte en belemmeringen opwierp voor verpleegkundig leiderschap. CONCLUSIE: Het zichtbaar en bespreekbaar maken van deze vooroordelen kan het bewustzijn vergroten over de wijze waarop historisch gegroeide ideeën en overtuigingen hedendaags verpleegkundig leiderschap beïnvloeden.
LINK
De historische zeilschepen van de ‘bruine vloot’ varen grotendeels duurzaam zeilend, maar hebben aan boord ook oude dieselmotoren waarvoor – wanneer deze nu kapotgaan of op termijn wanneer strengere eisen aan uitstoot en geluid het gebruik ervan gaan beperken – schippers moderne en duurzame alternatieven moeten overwegen. Dit gaat om grote investeringen in bijvoorbeeld een moderne Stage 5 dieselmotor of een batterij-elektrisch systeem met een elektromotor en batterijpakketten. Om de investeringsopgave en kostenstructuur van deze motoren inzichtelijk te maken wordt in dit artikel een Total Cost of Ownership (TCO)-analyse gemaakt van deze twee alternatieven.
DOCUMENT
Drie jaar lang hebben leerlingen van twee basisscholen achtereenvolgens verhalen verteld, verzonnen en geschreven. Elk jaar stonden andere thema’s en verhaalelementen centraal. Na afloop van een thema werden de verhalen van tien leerlingen verzameld en geanalyseerd. Eén van die tien leerlingen is Selena, een leerling van een grote school uit Zwolle met veel allochtone kinderen; Selena is zelf zo’n allochtone leerling met Turkse ouders. Aan de hand van haar vijf verhalen worden haar narratieve en talige ontwikkeling geschetst.
DOCUMENT
De historische zeilschepen van de ‘bruine vloot’ varen grotendeels duurzaam zeilend, maar hebben aan boord ook oude dieselmotoren waarvoor – wanneer deze nu kapotgaan of op termijn wanneer strengere eisen aan uitstoot en geluid het gebruik ervan gaan beperken – schippers moderne en duurzame alternatieven moeten overwegen. Dit gaat om grote investeringen in bijvoorbeeld een moderne Stage 5 dieselmotor of een batterij-elektrisch systeem met een elektromotor en batterijpakketten. Om de investeringsopgave en kostenstructuur van deze motoren inzichtelijk te maken wordt in dit rapport een Total Cost of Ownership (TCO)-analyse gemaakt van de deze twee alternatieven. Het rapport beschrijft de TCO berekening voor een schip met een veronderstelde voortstuwingsbehoefte en vaargedrag, met daarbij enkele gevoeligheidsanalyses. Bijgevoegd is een eenvoudig rekenmodel waarmee schippers of investeerders de parameters van de berekening kunnen aanpassen op hun eigen situatie.
DOCUMENT
Vertrekkend vanuit een analyse van de historische ontwikkeling van het hoger ondewijsstelsel wordt de institutionele en beleidsmatige situatie geschetst waarin het hbo zich heden ten dage bevindt. De positie van het hbo zal worden beschreven vis à vis het gevoerde overheidsbeleid enerzijds en de rol van het mbo en de universiteiten anderzijds. In het artikel zal een scenario worden voorgelegd voor hoe het hbo zich in de toekomst het krachtigst kan positioneren in zijn hybride functie tussen academie en werkveld in.
DOCUMENT
Op welke wijze kan het lectoraat FAI zijn onderzoeksterrein positioneren in genoemd referentiekader en bijdragen aan het versterken van het businessmodeldenken? Om dit te schetsen wordt in het volgende hoofdstuk verder ingezoomd op de relatie tussen businessinnovatie en het belang van onderzoek aan de hand van een doorkijk naar de nieuwe rol van de accountant in de veranderende wereld. Hoewel het door het lectoraat uitgevoerde onderzoek zich niet uitsluitend richt op de beroepsgroepaccountants, is voor deze openbare les bewust gekozen om de veranderende wereld van één beroepsgroep eruit te lichten in plaats van een generiek verhaal neer te zetten. Ik heb gekozen voor de beroepsgroep accountants omdat ik zelf onderdeel van deze professie ben, al geruime tijd werkzaam ben in deze branche en onlangs ben gepromoveerd in deze discipline. Diverse rapporten en documenten geven aan dat de professionals de noodzaak tot innovatie van het vak onderkennen. Is mijn verhaal ook voor ‘niet-accountants’ interessant?Jazeker, de veranderingen waar accountants voor staan doen zich namelijk in vergelijkbare vormen ook voor in aangrenzende beroepen (zoals controllers) en bij andere zakelijke dienstverleners (bijvoorbeeld notarissen, assurantietussenpersonen). Zorgprofessionals (zoals fysiotherapeuten en apothekers) zullen mogelijk parallellen zien wat betreft de invloed van ICT op bestaande processen (procesoptimalisatie, e-health) en de invloed van regulering in de branche op hun businessmodellen. Ten slotte wordt, voor diegenen die nog relatief onbekend zijn met lectoren en lectoraten, in hoofdstuk 3 kort de rol en plaats van het lectoraat in de kennisinfrastructuur in Nederland toegelicht.
DOCUMENT
Met de Gerechtsdeurwaarderswet van 2001 heeft de marktwerking zijn intrede gedaan in deze juridische beroepsgroep. Het vestigingsbeleid is sindsdien geliberaliseerd en de tarieven voor de opdrachtgevers zijn vrijgegeven. Deze marktwerking heeft gevolgen gehad voor de onderlinge verhouding tussen de gerechtsdeurwaarders, die voortaan concurrenten van elkaar zijn, en voor de verhouding met de grote opdrachtgevers, die de prijs voor de aangeboden diensten kunnen bepalen. De commercialisering heeft ook gevolgen gehad voor de schuldenaar: door het gevecht om de opdrachtgevers, de manier van contracteren en de soms voorkomende voorfinanciering zijn de verhoudingen verhard. In deze context is aandacht voor hoge professionele en ethische standaarden noodzakelijk. In de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder moeten de kernwaarden uitdrukkelijk worden benadrukt, omdat door marktwerking de aandacht voor deze waarden vermindert en soms zelfs lijkt te verdwijnen. In dit promotie onderzoek stond de vraag centraal hoe de opleiding tot (kandidaat-)gerechtsdeurwaarder er, gezien de ontwikkelingen in de beroepsuitoefening, uit zou moeten zien.
DOCUMENT
Delen van het verleden. Erfgoed en educatie in de 21ste eeuw is de oratie die Hester Dibbits uitsprak bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Historische Cultuur en Educatie aan het Centrum voor Historische Cultuur (ESHCC) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dibbits pleit voor onderzoek naar de uiteenlopende, vaak impliciete agenda’s, visies, missies en emoties die ten grondslag liggen aan educatieve erfgoedprogramma’s. Het doel daarvan is om meer inzicht te krijgen in de dynamiek in de hedendaagse erfgoedwereld en in processen van erfgoedvorming.
DOCUMENT