Types
0Instelling
24Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3In de media wordt geregeld bericht over ex-partnerstalking. In het bijzonder zaken waarin sprake is van een dodelijk slachtoffer leiden tot veel aandacht. Zo werd in juli 2018 Laura Korsman door haar ex-partner om het leven gebracht. In december 2018 werd Humeyra Ergincanli door haar stalker doodgeschoten.
DOCUMENT
Dit artikel behandelt ketensamenwerking en de vraag of dit containerbegrip wel tot structurele voordelen heeft geleid. Het stuk is grotendeels gebaseerd op het proefschrift ‘Work Floor Experiences of Supply Chain Partnering in the Dutch Housing Sector’.
MULTIFILE
Ketensamenwerking werkt! Uit het uitwisselingsproject blijkt dat verschillende vormen van ketensamenwerking tussen woningcorporaties en bedrijven tot voordelen heeft geleid als kortere doorlooptijden, grotere bewoners- én medewerkerstevredenheid, een betere prijs-kwaliteitverhouding van de gerenoveerde woningen, en meerwaarde op de langere termijn. We kunnen op basis hiervan gerust stellen dat ketensamenwerking succesvol kan zijn. Dit neemt niet weg dat er nog veel werk verzet moet worden om de prestaties als gevolg van ketensamenwerking ook kwantitatief te meten. Betrokkenen in dit uitwisselingsproject en andere ervaringsdeskundigen wijzen er ook op dat ketensamenwerking pas echt vruchtbaar is, als het een structureel, projectoverschrijdend karakter heeft en zich uitstrekt over alle bouwprocesfasen. Het eerste houdt in dat de selectie van bedrijven (consortia) voorafgaat aan de selectie van projecten. Het tweede betekent dat ook de beheer- en exploitatiefase van de woningen in de ketensamenwerking is betrokken. Een groeiend aantal woningcorporaties omarmt de denkwijze van het sturen op levensduurkosten of ‘total costs of ownership (TCO)’ van woningen, in plaats van sturing op initiële investeringen en beheer-, energie- en onderhoudskosten. Het koppelen van de beheer- en onderhoudsperiode aan initiële ingrepen leidt naar verwachting tot lagere levensduurkosten en hogere prestaties gedurende de levensduur van woningen. Ook komen consortia van aanbodpartijen met concepten op de markt voor de renovatie van referentiewoningtypen. De verwachte exploitatieduur van deze concepten is niet duidelijk. Investeringen in nieuwe bouwproducten en technologieën als deel van deze concepten kunnen zich pas terugverdienen in de exploitatiefase.
DOCUMENT
Het toevoegen van een extra schakel, zoals een hub, aan de supply chain van servicebedrijven heeft meerdere effecten voor de stakeholders en de samenwerking in de keten. In dit onderzoek wordt gekeken naar de cruciale gedragsfactoren voor de participerende bedrijven en hun medewerkers om een (hub-)samenwerking succesvol voort te zetten en mogelijk op te schalen. Wat bevordert de samenwerking en wat zijn obstakels die stakeholders ervaren voor participatie en de mogelijkheden om deze obstakels weg te nemen? In de literatuur zijn negen factoren gevonden die als cruciaal worden beschouwd voor ketensamenwerking in vergelijkbare projecten. Hiertoe behoren factoren als de bedrijfscultuur, de aanwezigheid van ambassadeurs, en betrokkenheid door een waardevolle bijdrage te leveren. Een tiende factor, een duidelijk dwarsverband dat uit de negen factoren in deze casus naar voren komt, is het belang van heldere interne en de externe communicatie rondom de samenwerking.
DOCUMENT
Bespreking van Vos, J. (2010). De Munchhausenbeweging, beweging voor ketensamenwerking: Kluwer.
DOCUMENT
In deze rede wordt ingegaan op de wereld van ketensamenwerking en informatiemanagement. Niet een diepgaand theoretisch betoog of een omgevallen boekenkast, maar in de vorm van een breedteschets die verschillende kanten van deze thematiek belicht.
DOCUMENT
Dit onderzoek komt voort uit de vraag of op basis van blockchain-technologie datadeling tussen logistieke partijen mogelijk is, waarbij vooral gekeken wordt naar de vraag of het mogelijk is om een CO2-footprint vast te stellen op productniveau. In de huidige praktijk is exacte CO2 monitoring op productniveau onmogelijk en wordt ook wel de ‘blackhole of transportation’ genoemd. Onderzoek op basis van ‘deskresearch’ heeft geresulteerd in de constatering dat blockchaintechnologie op basis van het Paxos-algoritme een geschikte manier is om data tussen logistieke partijen te delen. Betrokken partijen beschikken over de eigen data en zijn in staat om elkaar te controleren op deze data. De manier waarop deze data wordt gevormd en opgeslagen, verzekert de betrokken partijen dat de data integer is en dat deze niet achteraf te manipuleren is. De noodzaak om elkaar te vertrouwen vervalt, omdat de data door het Paxos-algoritme betrouwbaar is. Vervolgens is vastgesteld dat op basis van het OpenTripModel data op een uniforme manier kan worden gedeeld tussen de verladers en vervoerders door de nadruk op interoperabiliteit tussen verschillende netwerken. Uit dit onderzoek blijkt dat de huidige datastromen voldoende informatie bevatten om een CO2- footprint te bepalen per product en dat daarbij het brandstofverbruik, de gereden kilometers en de benuttingsgraad van het transport van belang zijn. Echter uit de drie georganiseerde (discussie)bijeenkomsten met de stakeholders uit use-case lijkt de verwachte toepassing van het gebruik van blockchain niet eenduidig. Daarbij blijkt dat de benodigde ICT bij de verlader nog niet geïmplementeerd is. Aanvullend hierop blijkt uit de peiling gehouden onder eindconsumenten dat de interesse in duurzaamheid de laatste jaren toeneemt, maar dat dit zich niet volledig vertaalt in een vraag naar CO2 transparantie per product. Hiermee zien we nog wat blokkades op de weg naar ontwikkeling
DOCUMENT
Met onderzoekspartners Ruben Vrijhoef (HU), Erlijn Eweg (HU), Raymond Stijkel (BAM), Arnold Homan (Inbo), Bas Slager (Repurpose). Uit de Inleiding: "In september 2015 heeft Hogeschool Utrecht een project aanvraag ingediend bij NRPO SIA, genaamd Circulaire gebouw installaties, samen met de partners BAM, Inbo en Repurpose. De insteek van het onderzoek was dat de gebouwinstallaties van het onderwijsgebouw aan de Padualaan 99 en 101 onderzocht werden op de mogelijkheid voor circulair hergebruik, met de partner bij de grootschalige renovatie van deze twee HU gebouwen. Op 23 februari ontvingen we de toekenning van NRPO SIA. Het oorspronkelijke project was gepland om eind oktober, begin november 2015 te starten. Door de toekenning later dan wij verwacht hadden, moesten we echter opnieuw met de projectpartners in overleg. In het project was uitgegaan van een bepaald onderzoeksobject, een gebouw. Het in het projectvoorstel omschreven onderzoeksobject was inmiddels al gestript en gesloopt (januari 2016). Daardoor is er in onderling overleg, besloten tot de volgende inhoudelijke projectwijzigingen: 1) De keuze voor een ander onderzoeksobject. 2) Het uitgangspunt wordt omgebogen naar de toepassing van multifunctionele bouwdelen, waarin de installaties al verwerkt zijn. De in het oorspronkelijke projectplan genoemde resultaten blijven in hoofdlijnen ongewijzigd, maar de resultaten op detailniveau worden iets anders ingevuld en uitgewerkt. De aanloop van dit project laat direct één van de kritische succes factoren zien bij een circulaire economie in de praktijk. En dat is de afstemming van vraag en aanbod van bouwmaterialen en producten binnen de keten. Als we materialen uit sloop en renovatiepanden elders willen hergebruiken en de timing van sloop of bouw wordt vertraagd, hapert het proces. Bij dit KIEM-VANG project ging het precies andersom: de sloop/renovatie van het beoogde onderzoekspand was al gebeurd op het moment dat de aanvraag werd goedgekeurd."
MULTIFILE
Ketensamenwerking is niet meer weg te denken in de mondiale agrifoodsector. Die samenwerking brengt vele kansen, maar ook vragen met zich mee. In dit presenteren de auters de resultaten van ruim twintig jaar experimenteren en werken met ketensamenwerking in de agrifood sector.
LINK
De sector Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang (BW/MO) heeft te maken met een groeiend aantal forensische cliënten. Er is behoefte aan een overzicht van best practices, do’s en don’ts in het methodisch handelen bij deze doelgroep. De vraag die we met dit onderzoek willen beantwoorden is: Welke best practices zijn er in de BW/MO-sector voor de begeleiding van en zorg aan forensische cliënten? In het huidige onderzoek zijn - na een literatuurverkenning - op systematische wijze de ervaringen van forensisch sociaal werkers en cliënten verzameld en bestudeerd. Dit werd op verschillende manieren gedaan in drie fases: Fase 1: Verkenning: groepsinterviews bij 15 BW/MO-instellingen Fase 2: Verdieping: 11 casuïstiekbesprekingen bij BW/MO-instellingen Fase 3: Uitwisseling: een onlinebijeenkomst (forensisch carrousel) De forensische doelgroep binnen de BW/MO bestaat voornamelijk uit mannen met multiproblematiek, zoals verslaving, agressie en psychiatrische problemen. Ze wonen in verschillende beschermde woonvormen met meer of minder zelfstandigheid en (ambulante) begeleiding. De belangrijkste best practices die professionals tijdens de verkenning noemden zijn: het bieden van een duidelijke structuur en heldere kaders, investeren in de werkalliantie (onder andere vanuit de presentiebenadering), goede samenwerking met ketenpartners met duidelijke afspraken over ieders taken en verantwoordelijkheden, herstelgericht werken aan kleine doelen, werken aan destigmatisering, werken met signaleringsplannen en risicotaxaties, zorgvuldig plaatsen van cliënten en de inzet van vrijwilligers en forensische ervaringsdeskundigen. Een deel van de instellingen plaatst forensische cliënten bij elkaar (geclusterd) omdat forensische expertise dan gerichter kan worden ingezet, andere instellingen plaatsen forensische cliënten bij andere cliënten (gespikkeld) om normalisering in de hand te werken. In de verdiepingsfase kwamen de volgende best practices aan de orde met betrekking tot ketensamenwerking: duidelijkheid scheppen over rollen en verantwoordelijkheden, de cliënt zelf laten beslissen bij uitstroom na detentie met bajes-uit begeleiding, en driegesprekken organiseren met toezichthouder, begeleider en cliënt. Best practices met betrekking tot krachtgericht werken zijn: duidelijke grenzen stellen, zoeken naar datgene waar de cliënt zelf regie op kan voeren en bekrachtigen wat iemand bereikt binnen het kader van de bijzondere voorwaarden. Overige best practices zijn: zorgvuldige matching van cliënt en vrijwilliger en werken aan destigmatisering op verschillende niveaus. Tijdens het forensisch carrousel is de bredere toepasbaarheid van de verzamelde best practices verkend. Werkzame elementen van goede ketensamenwerking, krachtgericht en herstelgericht werken in relatie tot risico’s en probleemgedrag, de inzet van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen en werken aan destigmatisering werden breed onderkend, maar er zijn ook uitdagingen. Deskundigheidsbevordering is daarmee zowel een best practice als een aanbeveling.
MULTIFILE