Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3De Peer Support Group Kwalitatief Onderzoek van de HU is een groeiende, zelfsturende, HU-brede groep die is ontstaan uit de behoefte van onderzoekers en docenten om als ‘peers’ onderling kennis en ervaring te delen met betrekking tot kwalitatief onderzoek. De logistiek en organisatie van deze groep heeft een zeer fluïde karakter. Zij vormt zich naar de inhoudelijke en organisatorische behoeften van de groep. Deze behoeften zijn continu in beweging door onder andere veranderingen binnen de organisatie van de HU en de verschillende werkvelden en onderzoeksdomeinen waaruit de deelnemers afkomstig zijn. Maar ook door de ontwikkelingen die plaatsvinden op het terrein van kwalitatief onderzoek, binnen de eigen Peer Support Group (PSG) zelf en van de individuen die deel uitmaken van de PSG. In deze bijdrage zal ik nader uiteenzetten hoe complexiteit een rol speelt in het ontstaan en functioneren van de PSG.
DOCUMENT
In het hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van thema's en methodische benaderinswijzen van de belangrijkste kwalitatieve jeugdonderzoeken uit de jaren vijftig tot en met negentig van de vorige eeuw. Na een aanloopperiode in de jaren vijftig en zestig, die gekenmerkt wordt door een relatief theoriearme benadering en het gebruik van eenvoudige dataverwerkingstechnieken, volgde in de jaren zeventig een periode waarin surveyonderzoeken met kwantitatieve dataverzamelings- en verwerkingsmethoden domineerden. Vanaf de jaren tachtig vond er een opleving van het kwalitatieve jeugdonderzoek plaats. Er kwam meer aandacht voor theorievorming over de relatie tussen jeugd en samenleving en er ontstond een veelzijdigheid aan onderzoeksbenaderingen. Achtereenvolgens worden beschreven: longitudinaal onderzoek, intergenerationeel onderzoek, historisch jeugdonderzoek, intercultureel vergelijkend onderzoek, multicultureel onderzoek, beleidsondersteunend onderzoek. Voorts wordt een overzicht gegeven van de meest gebruikte onderzoeksinstrumenten en dataverwerkingsmethoden in kwalitatief jeugdonderzoek.Tot slot wordt aandacht besteed aan de voor- en nadelen van multidisciplinair en interdisciplinair versus monodisciplinair jeugdonderzoek.
DOCUMENT
In dit opiniërende artikel pleiten wij, op basis van theorie, voor het gebruik van passende kwaliteitscriteria bij het begeleiden en beoordelen van kwalitatief afstudeeronderzoek in het hoger onderwijs. Nog te vaak worden studenten beoordeeld aan de hand van maatstaven die zijn ontwikkeld voor kwantitatief onderzoek, zoals betrouwbaarheid, validiteit en generaliseerbaarheid. Deze criteria zijn gebaseerd op een positivistisch paradigma dat uitgaat van meetbare, objectieve en generaliseerbare uitkomsten. Ze sluiten echter onvoldoende aan bij de aard en doelen van kwalitatief onderzoek, dat juist draait om betekenisgeving, context en subjectieve ervaringen.
Wanneer kwantitatieve criteria onkritisch worden toegepast, worden studenten onbedoeld aangemoedigd om methodologische vragen te stellen die weinig relevant zijn binnen kwalitatief onderzoek. Dit kan volgens ons ten koste gaan van de kwaliteit en waarde van kwalitatief afstudeeronderzoek.
Wij stellen daarom voor om het concept geloofswaarde als uitgangspunt te nemen, met de vier kernaspecten geloofwaardigheid, toepasbaarheid, zekerheid en navolgbaarheid. Dit kader stimuleert studenten om methodologische vragen te stellen die wel passen bij kwalitatief onderzoek, zodat de kwaliteit van hun afstudeeronderzoek beter gewaarborgd wordt. In dit artikel beschrijven wij deze begrippen en de specifieke reflectieve vragen en strategieën die bijdragen aan een betere garantie van geloofswaarde.
DOCUMENT
Om te kunnen functioneren in de huidige kennismaatschappij worden kritische en onderzoekende vaardigheden belangrijk geacht voor toekomstige professionals (De Boer, 2017). Hogescholen spelen een belangrijke rol in het opleiden van deze professionals en hebben mede daarom de wettelijke taak gekregen om onderzoek te doen en dit te integreren in het onderwijs (Griffioen & De Jong, 2015). Hoe dragen docenten, onderzoekers, onderzoek- en onderwijsmanagers in de dagelijkse praktijk bij aan het samenbrengen van onderzoek en onderwijs? Om deze vraag te beantwoorden werden N=61 interviews afgenomen met deze actoren binnen drie Nederlandse hogescholen. De resultaten laten zien dat de gedragsintenties die de respondenten bespreken verdeeld kunnen worden in drie categorieën: integratie van onderzoek in onderwijs; integratie van onderwijs in onderzoek; en het samenkomen van onderzoek en onderwijs. In de drie categorieën kan zowel ‘direct gedrag’ als ‘ondersteunend gedrag’ onderscheiden worden. Opvallend is dat de focus binnen de gedragsintenties ligt op het integreren van iets van onderzoek in het onderwijs, en in mindere mate van iets van onderwijs in het onderzoek. De implicaties van de resultaten en de opzet van het vervolgonderzoek worden bediscussieerd met het publiek tijdens het congres.
DOCUMENT
Teneinde het opnemen van onderzoeksvaardigheden in het curriculum van de Faculteit Educatieve Opleidingen van de Hogeschool Utrecht te vergemakkelijken en ter ondersteunen, vonden wij het zinvol om een stuk te schrijven over de vermeende tegenstelling tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Een belangrijk uitgangspunt is dat we niet uitgaan van een in de wandelgangen vaak gehoorde tegenstelling tussen universitair en hogeschool onderzoek, waarbij de universiteit kwalificaties als fundamenteel en theoretisch opeist en de praktische kruimels voor het hoger beroepsonderwijs wil laten liggen. Wij gaan daar niet van uit omdat wij geen fundamenteel verschil zien tussen fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek. De grondslagen, de redeneringen, de systematiek zijn in beide gevallen hetzelfde. Op de achtergrond speelt, in ieder geval bij de humaniora van de hoge scholen, nog een andere tweedeling een rol: kwantitatief versus kwalitatief onderzoek. Belangrijke kenmerken van kwantitatief onderzoek zoals ingewikkelde onderzoeksdesigns, grote steekproeven en gecompliceerde statistische analyses zouden het natuurlijk domein van universiteiten zijn. Ook dit werpen we verre van ons. Volgens onze opvatting gaat het in de eerste plaats om 'goed onderzoek' en goed onderzoek vereist niet persé een kwalitatieve benadering of een kwantitatieve benadering. Goed onderzoek geeft in de eerste plaats een antwoord op een vraag die gesteld wordt: de probleemstelling. Zoals het overgrote deel van onderzoekers tegenwoordig rekenen wij ons niet tot kwantitatieve onderzoekers of tot kwalitatieve onderzoekers. Met behulp van onderzoek willen wij een slechts een antwoord geven op de gestelde vraag, de probleemstelling.
DOCUMENT
Kwalitatief jeugdonderzoek kende in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw een bloeiend bestaan, maar verdween in de jaren negentig, om daarna met een veelzijdigheid van onderzoeksbenaderingen te herrijzen. Het -voornamelijk beleidsondersteunende- kwalitatieve jeugdonderzoek uit de eerste periode was theoriearm en werd gekenmerkt door het gebruik van eenvoudige dataverwerkingstechnieken. De opleving van het kwalitatieve jeugdonderzoek in de jaren tachtig, ging gepaard met meer theorievorming over jeugd en samenleving. In dit artikel worden methodische mogelijkheden en knelpunten van longitudinaal onderzoek, intergenerationeel onderzoek, historisch jeugdonderzoek,intercultureel vergelijkend onderzoek en multicultureel onderzoek belicht. Geconstateerd wordt dat er de afgelopen decennia weliswaar een consolidering heeft plaats gevonden van het kwalitatieve onderzoek, maar dat dit vergezeld is gegaan van een theoretische fragmentering: vele (deel)disciplines werken naast en langs elkaar. Tevens als hoofdstuk verschenen in Levering, B.& Smeyers P.(red.)(1999).Opvoeding en onderwijs leren zien. Een inleiding in interpretatief onderzoek.Amsterdam: Boom. Pp.113-132.
DOCUMENT
Voor goede en effectieve hulp zijn de ervaringen van ouders en jongeren van groot belang. De Jeugdwet verplicht gemeenten daarom om jaarlijks een clientervaringsonderzoek (CEO) uit te voeren. In de jeugdhulpregio Haaglanden hebben gemeenten en zorgaanbieders besloten dit gezamenlijk aan te pakken, vanuit de wens om regionaal sturingsinformatie over jeugdhulp, waaronder cijfers over het gebruik van jeugdhulp en clientervaringsonderzoek, te verzamelen. In 2016 deed de regio Haaglanden kwantitatief onderzoek naar de clientervaring van jongeren en ouders in de gespecialiseerde jeugdzorg. Conform de landelijke adviezen hebben de H10-gemeenten besloten een verdiepend kwalitatief onderzoek uit te voeren. Op basis van de resultaten van het kwantitatieve CEO en de daarbij behorende duidingssessies, hebben de H10-gemeenten twee vraagstukken geselecteerd waarop zij het kwalitatieve onderzoek willen richten, namelijk: 1. De samenwerking tussen de verschillende betrokken jeugdhulpprofessionals. 2. De mate waarin de hulp aansluit op de hulpvraag. Uit een verkenning met de gemeenten bleek dat er geen geschikte data voorhanden waren om dit verdiepende onderzoek uit te voeren zonder een nieuw onderzoek op te zetten. Daarom hebben het lectoraat Jeugdhulp in Transformatie aan De Haagse Hogeschool (HHs) en de regio Haaglanden in het vierde kwartaal van 2018 verkend of en op welke wijze De Haagse Hogeschool een kwalitatief CEO voor de regio kan uitvoeren. Dit heeft geresulteerd in voorliggend onderzoek, dat in samenwerking met tweedejaarsstudenten van de opleidingen Pedagogiek en Social Work van De Haagse Hogeschool is uitgevoerd. Primair doel van het onderzoek is om voor de H10-regio inzichten te verkrijgen in de clientervaringen binnen het vernieuwde jeugdhulpstelsel, teneinde daarmee de kwaliteit van de jeugdhulp in deze regio verder te verbeteren. Een nevendoel van dit onderzoek is om de studenten van de opleidingen Pedagogiek en Social Work van De Haagse Hogeschool leerervaringen te bieden op het terrein van praktijkgericht onderzoek in het jeugdhulpveld. Het onderzoek is nadrukkelijk opgezet als een pilot, waarin voor het eerst (in Haaglanden) ervaring wordt opgedaan met de inzet van hogeschoolstudenten bij de uitvoering van het clientervaringsonderzoek. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/cathelijne-mieloo-b17a5720/ https://www.linkedin.com/in/cora-bartelink-000b4950/ https://www.linkedin.com/in/robgilsing/
DOCUMENT
Resultaten van een kwalitatief onderzoek bij de 32 grootste werkgevers in Noord-Nederland naar de kenmerken van en ervaringen met talentprogramma's. Conclusie: maatwerk en diversiteit (dus niet alleen management development) lijken kritische succesfactoren.
DOCUMENT