Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Binnen de themalijn Interactievaardigheden en professionele taal richten wij ons op het versterken van de interactievaardigheden van (aankomend) onderwijsprofessionals en hun professionele taalgebruik. Het realiseren van kwaliteitsvolle interactie tussen leraren en leerlingen en tussen leerlingen onderling is belangrijk voor kansrijke ontwikkeling van alle leerlingen. Dit geldt in het bijzonder voor leerlingen bij wie de onderwijsbehoefte minder vanzelfsprekend wordt herkend, zoals hoogbegaafde leerlingen.
ARTIKEL
Wat zijn de ervaringen van de leerlingen bij de invoering van maatschappijleer als examenvak?
ARTIKEL
Artikel overgenomen uit Tijdschrift voor Lerarenopleiders, Themanummer Nieuw Meesterwerk, 2013, nr. 2 In dit artikel wordt ingegaan op een pilot waarin we positieve indicatoren voor PBS hebben geselecteerd. De pilot loopt nog en de gegevens zijn daarom beperkt tot de voormeting. Deze gegevens bieden zicht op kenmerken van leerkrachten en leerlingen voorafgaand aan het PBS-traject. Deze gegevens komen van pas bij de implementatie van PBS: waar liggen de accenten en behoeften van een specifiek team en hun groepen?Daarnaast zijn kenmerken van leerkrachten en leerlingen van belang voor de effectmeting.Bij effectonderzoek is tegenwoordig niet alleen de vraag òf een aanpak effect heeft, maar voor wie en hoe. Daarom is het belangrijk dat we informatie over deelnemers hebben.
ARTIKEL
Een verslag van de redeneerwijze van leerlingen om relativistische verschijnselen te begrijpen.
BIJDRAGE AAN PERIODIEK
Naar aanleiding van de artikelen Basketbal: ‘aanvallen in motion’ in de bovenbouw in de lichamelijke opvoeding van februari 2011 en deel 2 in februari 2012 werd het tijd om de veronderstellingen aan praktijkgericht onderzoek te onderwerpen. Met als doel om inzicht te krijgen hoe het basketbalspel gedifferentieerd kan worden voor de zwakke en goede spelers, zodat er een eerlijke spanning blijft tussen alle spelers. Dit artikel gaat over onderzoek naar samenspelen bij basketbal door de voorspelbaarheid van loopacties (teamafspraken) te vergroten bij gemengde teams (jongens en meisjes samen in een team).
ARTIKEL
De relatie tussen schoolloopbanen van jongeren en de buurt waar zij opgroeien is eerder onderzocht in Amerikaans en Europees onderzoek. Hieruit blijkt dat er vooral nog behoefte is aan grootschalig onderzoek waarin gecontroleerd kan worden voor de effecten van de school. Op basis van gegevens over ruim 10.000 Amsterdamse leerlingen uit vier cohorten (2007 tot en met 2010 als instroom- en 2010 tot en met 2013 als uitstroomjaren) uit een databestand van de gemeente Amsterdam is onderzocht of de schoolloopbanen samenhangen met kenmerken van de leerling, de school en het stadsdeel, kijkend naar advisering aan het einde van de basisschool en onderwijsrendement in de onderbouw van havo/vwo. Multilevel-analyses laten zien dat overadvisering bij de overgang van basisschool naar het voortgezet onderwijs niet samenhangt met leerling- en of stadsdeelkenmerken, maar wel vaker voorkomt op basisscholen met een lagere Cito-score-gemiddelde en op 'eenpitters’. Het onderwijsrendement in de onderbouw van havo/vwo-leerlingen hangt consistent samen met sekse van de leerlingen (jongens hebben een lager rendement), overadvies en onderadvies van de basisschool ten opzichte van de Cito-toets, en de mogelijkheid om op de middelbare school af te stromen naar een lager niveau. Ook is er, in twee cohorten, een samenhang met de sociaaleconomische status. Er is geen sprake van consistente verschillen tussen stadsdelen wanneer rekening is gehouden met kenmerken op leerling- en schoolniveau. Leerling- en schoolkenmerken zijn de sterkste voorspellers van schoolloopbanen en stadsdelen zijn daarna geen factor van belang. Deze uitkomsten sluiten aan op de uitkomsten van (inter)nationaal onderzoek naar ‘neighbourhood effects’ die wijzen op relatief bescheiden invloeden van de buurt als we deze afzetten tegen de invloed van leerling- en schoolkenmerken
RAPPORT
De kwaliteit en inhoud van de lerarenopleidingen zijn een voortdurend onderwerp van gesprek en discussie. Onderwijs is immers een sleutelvoorziening voor een samenleving en leraren (en dus ook de lerarenopleidingen) spelen daar een centrale rol in. Lerarenopleiders zijn op hun beurt bij uitstek degenen die vorm geven aan de inhoud en kwaliteit van de lerarenopleidingen. Bij dat vormgeven moeten zij daarom een antwoord geven op en een balans vinden tussen de drie kernopgaven voor de lerarenopleidingen: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (Biesta, 2011; 2012). In november 2015 heeft met een groep van 10 lectoren (waaronder HvA lector Marco Snoek) een poging gedaan om die kernopgaven voor de lerarenopleidingen handen en voeten te geven (Geerdink et al., 2015). Daarbij vertaalden ze die kernopgaven naar drie niveaus: het niveau van de leraar met zijn leerlingen, het niveau van de lerarenopleider en zijn studenten, en het niveau van lerarenopleiders onderling. Die driedeling werkten zij voorbeeldmatig uit om tenslotte te reflecteren over mogelijke concrete implicaties of dilemma’s voor de lerarenopleidingen. Op deze wijze staan ze stil bij de doelen van de lerarenopleiding, bij de wijze waarop het leren rond deze doelen tot stand gebracht kan worden en tenslotte bij de wijze waarop ontwikkeling zichtbaar gemaakt kan worden. Met de notitie hebben de auteurs de hoop lerarenopleiders te inspireren om binnen opleidingsteams (van instituutsopleiders en schoolopleiders) na te gaan hoe zij reeds vorm geven aan kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming in hun handelen en werken, en waar nog ruimte is om aan te scherpen of te verbeteren. Tijdens de VELON studiedag op 13 november 2015 presenteerde Marco Snoek de notitie in een keynote op de jaarlijkse studiedag van de Vereniging voor Lerarenopleiders Nederland VELON
RAPPORT
‘Leren verloopt op een chaotische manier’, schrijft Dylan Wiliam[1]. Hij pleit ervoor om hooguit één keer per jaar kinderen te toetsen en vooral te werken met formatieve evaluaties. Die bieden kinderen inzicht in hun eigen leerproces, verhogen hun motivatie en helpen de leraar om het onderwijsleerproces doorlopend af te stemmen op het niveau van het kind. Past dit bij Montessori?[1] William, D., Cijfers geven werkt niet,Meppel: ten Brink Uitgeverij (2013)
ANDERS