Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Deze rapportage bevat resultaten van de monitor Leren en lesgeven met ict, die in 2023 voor de tweede keer is afgenomen onder de docenten van de HAN. De monitor maakt inzichtelijk hoe het is gesteld met de competenties van HAN-docenten voor leren en lesgeven met ict, het feitelijk gebruik van ict in het onderwijs, hoe docenten zich de afgelopen drie jaar hebben geprofessionaliseerd en welke invloed die professionalisering heeft gehad op de competenties en het feitelijk handelen. In deze rapportage staan resultaten over de stand van zaken anno 2023. Daarnaast wordt een vergelijking gemaakt tussen de eerste meting van 2020 en de meting van 2023 om ontwikkelingen vast te stellen. Met de resultaten kunnen academies vervolgstappen nemen en prioriteiten vaststellen met betrekking tot de professionalisering van docenten. Dit onderzoek is uitgevoerd door iXperium Centre of Expertise Leren met ict.
MULTIFILE
Veel scholen en onderwijsinstellingen willen meer formatief gaan evalueren. Dit willen zij vanuit de behoefte om minder te toetsen, toetsing meer in te zetten om het leren van studenten te stimuleren en vooral ook om studenten meer eigenaarschap over hun eigen leren te laten nemen.
LINK
De Motivatie-motor is een reflectie-instrument, waarmee een brug wordt geslagen tussen wat uit de wetenschap bekend is over het motiveren van studenten en de onderwijspraktijk. Het doel van de Motivatie-motor is docenten te laten reflecteren op hun huidige stijl van lesgeven én docenten te inspireren voor aanpassingen in hun handelen, zodanig dat zij motivatie bij de studenten in de onderwijssituatie bevorderen. De Motivatie-motor is gebaseerd op de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan (1985) en is een instrument om docenten te laten evalueren in welke mate zij tegemoetkomen aan wetenschappelijk onderzochte principes, die de basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid ondersteunen in een onderwijssituatie. Naast inzicht in het didactische handelen, biedt de Motivatie-motor verrijking van de onderwijservaring van docenten. De Motivatie-motor stimuleert om op een onderzoekende manier interventies toe te passen in het eigen onderwijs: onder welke omstandigheden en op welke manier werkt het, en wanneer werkt het niet? Wanneer docenten horen over een behoeften-ondersteunde stijl van lesgeven, wordt vaak gedacht dat dit veel van hen vraagt en dat het onrealistisch is om toe te passen, gezien de complexiteit van de onderwijssetting. Echter, wanneer er meer bekend is over de theorie, concrete handvatten worden aangereikt en er mee geëxperimenteerd wordt in het eigen onderwijs, blijkt het eenvoudiger dan gedacht. Bovendien brengt het veel positiefs voor zowel de motivatie van de student als de voldoening van de docent (Reeve & Su, 2014).
DOCUMENT
Om te kunnen functioneren in de huidige kennismaatschappij worden kritische en onderzoekende vaardigheden belangrijk geacht voor toekomstige professionals (De Boer, 2017). Hogescholen spelen een belangrijke rol in het opleiden van deze professionals en hebben mede daarom de wettelijke taak gekregen om onderzoek te doen en dit te integreren in het onderwijs (Griffioen & De Jong, 2015). Hoe dragen docenten, onderzoekers, onderzoek- en onderwijsmanagers in de dagelijkse praktijk bij aan het samenbrengen van onderzoek en onderwijs? Om deze vraag te beantwoorden werden N=61 interviews afgenomen met deze actoren binnen drie Nederlandse hogescholen. De resultaten laten zien dat de gedragsintenties die de respondenten bespreken verdeeld kunnen worden in drie categorieën: integratie van onderzoek in onderwijs; integratie van onderwijs in onderzoek; en het samenkomen van onderzoek en onderwijs. In de drie categorieën kan zowel ‘direct gedrag’ als ‘ondersteunend gedrag’ onderscheiden worden. Opvallend is dat de focus binnen de gedragsintenties ligt op het integreren van iets van onderzoek in het onderwijs, en in mindere mate van iets van onderwijs in het onderzoek. De implicaties van de resultaten en de opzet van het vervolgonderzoek worden bediscussieerd met het publiek tijdens het congres.
DOCUMENT
Feedback is een van de belangrijkste factoren bij het leren van leerlingen. Het belangrijkste doel is om leerlingen te helpen het gat te dichten tussen wat ze nu kunnen en waar ze naartoe werken.
LINK
*Probleemoplossen is een nieuw kerndoel in het reken-wiskundeonderwijs in Nederland. Uit onderzoek is bekend dat het uitdagend is voor leraren om dit in de praktijk te realiseren. Dit artikel beschrijft de uitkomsten van een literatuuronderzoek, dat op basis van 104 wetenschappelijke artikelen in kaart brengt wat leraren precies moeten weten en kunnen om les te geven in probleemoplossen. De artikelen zijn geordend volgens de vijf dimensies van krachtig reken-wiskundeonderwijs van Schoenfeld, die wij toespitsen op probleemoplossen: (1) vaardigheid van de leraar in probleemoplossen en diens kennis over lesgeven in probleemoplossen, (2) vaardigheid om leerlingen uit te dagen tot wiskundig denken, (3) probleemoplossen voor iedereen, (4) eigenaarschap van de leerlingen en (5) teacher noticing bij probleemoplossen. De resultaten laten zien dat lesgeven in probleemoplossen op al deze vijf dimensies specifieke eisen stelt aan de kennis en vaardigheden van leraren. Bovendien hangen deze dimensies samen. Kortom: de leraar heeft big Knowledge nodig om les te kunnen geven in wiskundig probleemoplossen. Opvallend genoeg levert de literatuur gedurende een lange tijdspanne en vanuit verschillende achtergronden weinig tegenstrijdigheden op. Op basis hiervan doen we aanbevelingen voor de opleiding en professionalisering van leraren op dit onderwerp.*
LINK
Het Raamwerk docentcompetenties onderwijs met ict voor het hoger onderwijs, dat in 2021 is ontwikkeld in opdracht van de zone Docentprofessionalisering van het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT, beschrijft de relevante docentcompetenties bij het vormgeven van onderwijs dat maatwerk en flexibilisering mogelijk maakt met behulp van ict en dat aansluit bij de steeds veranderende samenleving. Om docenten en betrokkenen bij professionalisering handvatten te geven bij het inschatten van ontwikkelbehoeften en het vormgeven van professionalisering, zijn concrete beelden en uitwerkingen van de competenties nodig in gedragsindicatoren. In deze vervolgpublicatie staan de bijbehorende gedragsindicatoren beschreven met voorbeelden van aantoonbaar, concreet gedrag waarmee docenten kunnen laten zien dat zij de competenties uit het raamwerk beheersen. Hierbij is gebruik gemaakt van de eerder door het iXperium opgestelde sets aan gedragsindicatoren op basis-, senior- en masterniveau. Een gedragsindicator geeft daarmee antwoord op de vraag: wat moet je zien of horen om te herkennen dat iemand bepaalde competenties beheerst? De objectief waarneembare gedragsindicatoren bieden docenten en beoordelaars de mogelijkheid om de ontwikkeling van de persoon in kwestie op detailniveau inzichtelijk te maken en brengen in beeld in hoeverre hij of zij het concrete gedrag vertoont dat aansluit bij de beheersing van de competenties. Basis-, senior- en masterniveau Heb je een educatieve master afgerond (of volg je deze), dan geeft onderstaande publicatie de gedragsindicatoren voor het masterniveau weer. De gedragsindicatoren op seniorniveau vind je ter vergelijking naast die voor docenten op masterniveau. Bij het opstellen van gedrag op masterniveau is ook gebruik gemaakt van internationale standaarden zoals de Dublin Descriptoren (Joint Quality Initiative, 2004) en de European Qualification Framework (European Commission, 2008) en de bijbehorende Nederlandse variant hiervan (NLQF3). Deze set is gevalideerd in gesprekken met interne en externe experts en praktijkvertegenwoordigers.
MULTIFILE
Professionals zoals artsen, sociaal werkers, docenten, rechters, politieagenten en hulpverleners in de (geestelijke) gezondheidszorg moeten voortdurend inschattingen maken van de situatie waarin zij handelen. Dit vraagt een reflectieve en onderzoekende houding. De onderlinge samenwerking binnen de organisatorische verbanden waarin deze professionals hun werk verrichten, vereist eveneens een bereidheid tot leren en een vermogen om onderzoekend naar de onderlinge betrekkingen te kijken, met alle taaiheid en weerbarstigheid die zich daarin voordoen. De kwaliteit van het werk wordt immers in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de samenwerking. Ten derde vraagt in toenemende mate ook de organisatie zelf onderzoekende aandacht. Steeds meer wordt van de genoemde professionals verwacht dat zij meedenken met vragen rond de inrichting van de organisatie, opdat deze (in het licht van het te leveren werk) adequaat afgestemd blijft op de bewegende context. Het vakgebied van de begeleidingskunde heeft zich ontwikkeld als de discipline die professionals zowel individueel als collectief begeleidt in die reflectieve en onderzoekende activiteit, opdat er daadwerkelijk van ervaringen geleerd wordt. Vormen van handelingsonderzoek bieden daarvoor een geschikte grondslag. In deze bijdrage bespreken wij hoe emoties zoals woede, vreugde, verdriet en angst in de methodologie voor dit participatieve onderzoek en voor het begeleiden daarvan in trajecten van team- en organisatieontwikkeling een betekenisvolle plaats kunnen krijgen.
DOCUMENT
Het Raamwerk docentcompetenties onderwijs met ict voor het hoger onderwijs, dat in 2021 is ontwikkeld in opdracht van de zone Docentprofessionalisering van het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT, beschrijft de relevante docentcompetenties bij het vormgeven van onderwijs dat maatwerk en flexibilisering mogelijk maakt met behulp van ict en dat aansluit bij de steeds veranderende samenleving. Om docenten en betrokkenen bij professionalisering handvatten te geven bij het inschatten van ontwikkelbehoeften en het vormgeven van professionalisering, zijn concrete beelden en uitwerkingen van de competenties nodig in gedragsindicatoren. In deze vervolgpublicatie staan de bijbehorende gedragsindicatoren beschreven met voorbeelden van aantoonbaar, concreet gedrag waarmee docenten kunnen laten zien dat zij de competenties uit het raamwerk beheersen. Hierbij is gebruik gemaakt van de eerder door het iXperium opgestelde sets aan gedragsindicatoren op basis-, senior- en masterniveau. Een gedragsindicator geeft daarmee antwoord op de vraag: wat moet je zien of horen om te herkennen dat iemand bepaalde competenties beheerst? De objectief waarneembare gedragsindicatoren bieden docenten en beoordelaars de mogelijkheid om de ontwikkeling van de persoon in kwestie op detailniveau inzichtelijk te maken en brengen in beeld in hoeverre hij of zij het concrete gedrag vertoont dat aansluit bij de beheersing van de competenties. Basis- en seniorniveau In de publicatie hieronder vind je de competenties voor docenten in alle sectoren. Het onderscheid tussen het basisniveau en seniorniveau zit in de gedragsindicatoren.
MULTIFILE
Met de start van de MBO Onderzoekswerkplaats Gepersonaliseerd leren met ict (OWP ICT) in 2018, werd in het mbo gekozen voor een nieuwe samenwerkingsvorm gericht op het realiseren van een verbetering van gepersonaliseerd onderwijs met behulp van ict. De OWP ICT bestaat uit vijf mbo-scholen (Koning Willem I College – voorheen ROC De Leijgraaf, Rijn IJssel, Mediacollege Amsterdam, Summa College en Graafschap College), het iXperium Centre of Expertise Leren met ict verbonden aan het lectoraat Leren met ict van de HAN, het practoraat Effectieve didactiek, het practoraat Mediawijsheid, het practoraat Innovatiesucces in het mbo, Tilburg University en IVA Onderwijs. De partners vonden elkaar in de gedeelde behoefte om te onderzoeken hoe ze gepersonaliseerd leren met ict in het mbo vorm kunnen geven en wat dat van docenten en studenten vraagt. In de OWP ICT zijn verschillende typen interventies uitgevoerd. De mbo-scholen hebben gewerkt aan het onderzoekend ontwerpen van onderwijs met ict in multidisciplinaire iXperiumdesignteams en -datateams en er zijn implementatieteams gevormd en uitgevoerd. Er heeft monitoronderzoek plaatsgevonden naar de benodigde (ict-)competenties op het gebied van leren en lesgeven met ict bij docenten en de (ict-)competenties bij studenten. Tot slot is er aan brede kennisdeling gedaan. Na vier jaar samenwerking is het werk nog niet af, maar kunnen er wel al antwoorden gegeven worden op basis van de ervaringen van de partners tot nu toe.
MULTIFILE