Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Deze handleiding beschrijft de werkwijze die ten grondslag ligt aan het gebruik- en waarderingsonderzoek naar het Sutu Court in Diezerpoort (Zwolle), maar is mogelijk ook breder inzetbaar. Hierbij kan gedacht worden aan gebruik- en waarderingsonderzoeken gericht op andere Sutu Courts en/of op andere soorten sport- en/of speelruimtes. In dit document staat beschreven hoe het gebruik- en waarderingsonderzoek naar het Sutu Court in Diezerpoort (Zwolle) uitgevoerd is en bij een vervolgonderzoek uitgevoerd dient te worden om de resultaten met elkaar te kunnen vergelijken. Er zijn drie soorten meetinstrumenten ontwikkeld. Ieder soort meetinstrument heeft een eigen handleiding met een beschrijving van de voorbereiding, uitvoering en analyse en verslaglegging. Meetinstrument 1 is ontwikkeld om het gebruik te observeren en meetinstrument 2 om de waardering onder die gebruikers in kaart te brengen. Meetinstrument 3 kent zeven sub varianten (a t/m g) en is ontwikkeld om de waardering onder de overige belanghebbenden te meten. In het geval van de Sutu Court in Diezerpoort zijn dat de omwonenden, de gebruikers van het park de Hogenkamp, medewerkers van SportService Zwolle, van Travers Welzijn, van de Enkschool, uitbaters van de Stilohallocatie en de wijkmanager, wijkbeheerder en wijkagent. In het bijbehorende onderzoeksverslag ‘Gebruik- en waarderingsonderzoek Sutu Court in Diezerpoort, Zwolle – Onderzoeksverslag’ zijn naast de totstandkoming van de meetinstrumenten ook de resultaten van het eerste gebruik- en waarderingsonderzoek van het Sutu Court in Diezerpoort te lezen.
DOCUMENT
A list of measurement instruments used in Urban Vitality research projects regarding frailty and ageing. The list is based on the research protocols of the 14 projects that were examined.
Per instrument a link to https://meetinstrumentenzorg.nl/instrumenten/ is provided (if available).
MULTIFILE
In de zorg voor niet-aangeboren hersenletsel zijn verschillende meetinstrumenten/vragenlijsten in omloop die in de revalidatiefase en de chronische fase door professionals worden ingezet. Er zijn diverse gevalideerde vragenlijsten die over verschillende onderwerpen gaan en met diverse bedoelingen zijn opgesteld. Op de werkconferentie Zorgstandaard Traumatisch Hersenletsel in juni 2015 is het concept ‘Meten in de keten’ gepresenteerd. Het idee hiervan is dat het zinvol zou kunnen zijn om de meetinstrumenten/vragenlijsten die door de keten heen gebruikt worden bij NAH beter op elkaar af te stemmen. Dit kan verschillende voordelen hebben: - Betere afstemming van zorg op de cliënt (de goede zorg op het juiste moment) - De ontwikkeling van de cliënt beter in beeld hebben - Beter zicht op de resultaten van zorg op korte en langere termijn - Minder onnodig vragenlijsten afnemen - Betere samenwerking tussen professionals in de keten - Betere aansluiting van verschillende fasen/stappen in de zorgketen(Zadoks, 2015) Om dit concept verder uit te kunnen werken is een eerste stap om meer zicht te krijgen op de meetinstrumenten/vragenlijsten die momenteel gebruikt worden in de zorg voor mensen met NAH. Bijvoorbeeld vragenlijsten op gebied van kwaliteit van bestaan, zelfredzaamheid, participatie of psychisch welzijn. Hier is geen overzicht van beschikbaar. De volgende vragen zijn leidend in de inventarisatie: - Welke meetinstrumenten/vragenlijsten zijn er beschikbaar? - Met welk doel zijn deze meetinstrumenten/vragenlijsten ontwikkeld? - Welke meetinstrumenten/vragenlijsten worden er ingezet in de zorgketen voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (met name vanaf de revalidatiefase)? - Met welk doel? - Wat zijn de ervaringen met de meetinstrumenten/vragenlijsten?
DOCUMENT
Meten is weten. Daar zijn we het allemaal over eens. Maar hoe zorg je er voor dat je op het goede moment en met het juiste meetinstrument een zinvolle meting doet? Meten is immers geen doel op zich. Onlangs kwam een nieuwe uitgave van het boek Meten in de praktijk: Stappenplan voor het gebruik van meetinstrumenten in de praktijk uit. Hoog tijd om stil te staan bij meten in de dagelijkse ergotherapiepraktijk en daar een stappenplan voor te presenteren.
DOCUMENT
The use of measurement instruments has become a major issue in physical therapy, but their use in daily practice is infrequent. The aims of this case report were to develop and evaluate a plan for the systematic implementation of two measurement instruments frequently recommended in Dutch physical therapy clinical guidelines: the Patient-Specific Complaints instrument and the Six-Minute Walk Test.
DOCUMENT
SAMENVATTING Empowerment is een centraal begrip binnen het sociaal werk in Nederland en Vlaanderen. Er is behoefte aan meetinstrumenten die de empowerende effecten van hulpaanbod blootleggen. De wijze waarop meetinstrumenten ontwikkeld worden, lijkt echter invloed te hebben op de kwaliteit van de instrumenten (Steenssens, Van Regenmortel & Schalk, 2017). Een vijftal kwaliteitsstandaarden is ontwikkeld, waarmee uitspraken gedaan kunnen worden over de kwaliteit van de totstandkoming van dergelijke meetinstrumenten. Om zicht te krijgen op de waarde van deze kwaliteitsstandaarden wordt in dit artikel de wijze waarop een drietal empowerment meetinstrumenten ontwikkeld zijn, kritisch beschouwd vanuit deze standaarden. Dit is gedaan door semigestructureerde interviews met ontwikkelaars te combineren met analyses van bestaand materiaal over de instrumenten. De kwaliteitsstandaarden blijken een kader te bieden met richtlijnen voor instrumentontwikkeling. Het blijkt van belang om goed af te bakenen wat gemeten wordt, zodat een volledig beeld van empowerment verkregen wordt. Verder is goede afstemming tussen contextspecifieke elementen en meer generieke elementen in itemopbouw nodig en is betrokkenheid van de doelgroep bij instrumentontwikkeling noodzakelijk. SUMMARY Empowerment is a central concept within social work in the Netherlands and Flanders. Both citizens, professionals and politics require measuring instruments that expose the empowering effect of social interventions. There are various measuring instruments that aim to measure different levels of empowerment. The way in which measuring instruments are developed, however, seems to affect the quality of the instrument. Important is the way in which an instrument is based on the theoretical framework; the extent to which the target group is involved in the development of an instrument; the extent to which the definition of the concept of empowerment is aligned with the perception of the target group. To this end and with this in mind, five quality standards have been developed in Flanders, and tested in the context of organization empowerment and in the context of social work, with which statements can be made about the value of the creation of a measuring tool for empowerment. These relate to the scope of the instrument, the context specificity of the instrument, the extent to which the target group is involved in the development, the extent to which the target group is involved in the use of the instrument and the extent to which the instrument distinguishes processes and outcomes of empowerment. In this article, the way in which a number of measurement tools of empowerment have been developed is critically considered and evaluated based on these quality standards, in order to gain insight into the value of these quality standards as a framework for developing instruments. The last standard, concerning processes and outcomes is not taking into account, due to the limited research design and the limited time frame of this study. The development of three validated measuring instruments that are used in social work, have been studied by combining semi-structured interviews with the developers with existing material about the instruments. The five quality standards formed the starting point for the questions to the developers, looking for similarities and deviations between the development of their instrument and the standards. The quality standards offer a quality framework and provide insight into the development possibilities of measuring instruments. One conclusion confirms the importance of a good definition of what is measured so that a complete picture of empowerment can be acquired. It became apparent that a tension arises when developers deviate from the theoretical framework of empowerment in determining which items should be included and only the perception of the target group was a determining factor, even though the perception of the target group is crucial for the creation of a fitting instrument. Related to this, the target group of an instrument can, in addition to the clients of social workers, also be defined as the social workers themselves. They represent the professional perspective of empowerment in the lives of their clients. Furthermore, a good match between context-specific elements and more generic elements in item building seems promising. The extent to which the target group is involved in the use of the instrument and in the processing of the data depends on the organizations that use the instrument, the developers state that they have no influence on this. While using the various instruments, social workers found out that the measurements of empowerment, in addition to the numerical value, also form a relevant and practical ‘conversation tool’ for social workers, with which they discuss possibilities and limitations with their clients Keywords: Sociaal werk, empowerment, meetinstrumenten, kwaliteitsstandaarden, contextspecificiteit, reikwijdte, doelgroepparticipatie.
DOCUMENT