Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Over mobiliteit wordt in onze samenleving heel verschillend gedacht. Waar sommigen vurige pleitbezorgers zijn van de fiets of het openbaar vervoer voor een duurzame mobiliteit, zijn anderen verknocht aan hun auto. Decennia aan onderzoek en zorgvuldige beleidsvoorbereiding hebben deze verschillen niet weg kunnen nemen, noch kunnen overbruggen. Elk voorstel voor herinrichting van parkeerplaatsen in een buurt of over tariefswijziging in het openbaar vervoer kan steevast rekenen op een fel maatschappelijk debat. Voor de technisch geschoolde verkeerskundige die projectvoorstellen netjes modelmatig doorgerekend heeft, komt de felheid van reacties vaak rauw op het dak vallen en is het moeilijk te anticiperen op dit debat. Deze strijd over mobiliteit heeft te maken met een grote variëteit aan opvattingen over reizen, verkeer en openbaar vervoer en de scherpe tegenstellingen in die opvattingen. Waar komen die fundamenteel verschillende opvattingen over mobiliteit vandaan? Een goed begrip van opvattingen wordt verkregen door op zoek te gaan naar achterliggende waarden. Opvattingen over mobiliteit zijn nooit waardenvrij en daarom het is belangrijk om deze achterliggende waarden te expliciteren. Waar opvattingen, standpunten en argumenten in een schier eindeloze variatie voorkomen, zijn onderliggende waarden beperkter in aantal en minder veranderlijk. Een overzicht van de waarden maakt de pluriformiteit in het denken over mobiliteit makkelijker te herkennen en beter hanteerbaar bij afwegingen. In dit onderzoek wordt een overzicht gegeven van de variëteit aan opvattingen over mobiliteit en de achttien waarden die daaraan ten grondslag liggen. Deze waarden zijn overzichtelijk in beeld gebracht en op basis van hun onderlinge verbondenheid geordend op de Waardenkaart Mobiliteit. Deze waardenkaart kan als analyse-instrument gebruikt worden om de complexe maatschappelijke omgeving en het politieke-bestuurlijk speelveld rond mobiliteit inhoudelijk in beeld te brengen. In deze onderzoekspublicatie laten we zien hoe we tot deze waardenkaart zijn gekomen en geven we een toelichting op de fundamenteel verschillende voorkeuren die mensen hebben als het gaat om de manier waarop zij zich verplaatsen. Veel zal herkenbaar zijn voor de goed ingevoerde professional, maar een aantal verrassende invalshoeken laat zien waar de blinde vlek zit van menige mobiliteitsdeskundige. Voor een effectieve inzet van deskundigheid en een goede beleidsvoorbereiding is het erkennen van andermans en van de eigen normatieve uitgangspunten een onmisbaar startpunt.
DOCUMENT
De Schilderswijk en Escamp University zijn zaterdagscholen in de Schilderswijk en Escamp. In tegenstelling tot veel weekendscholen zijn deze Universities niet gericht op het bestrijden van achterstanden, maar bieden zij juist de beter presterende leerlingen meer uitdagingen. De Haagse Hogeschool onderzocht, in samenspraak met de gemeente Den Haag, Stichting Brede Buurtschool en met de directeuren/coördinatoren van de beide Universities, in hoeverre deelname aan Schilderswijk of Escamp University bijdraagt aan de sociale mobiliteit van deze leerlingen. Hierbij is gekeken naar de veranderingen in middelbare schoolkeuze, het sociale netwerk en de toekomstambities van de leerlingen. De resultaten van het onderzoek laten zien dat deelname aan het programma van de University leidt tot veranderingen en daarmee bijdraagt aan de sociale mobiliteit onder de deelnemende jongeren en meer kansengelijkheid in het Haagse onderwijs. Het programma maakt leerlingen bewust van middelbare scholen buiten de buurt. Ook sluiten ze sneller nieuwe vriendschappen, waardoor ze een belangrijk netwerk buiten hun eigen kring krijgen. Daarnaast zien we dat leerlingen bewuster zijn van hun talenten en mogelijkheden en dat hun toekomstverwachtingen hierdoor medebepaald worden.
DOCUMENT
Wat we vinden en zeggen over mobiliteit, staat vaak haaks op wat we doen. Gedragswetenschapper Reint Jan Renes krijgt van Re. (Rethinking Mobility) carte blanche om het mobiliteitsgedrag te veranderen in een denkbeeldige organisatie. Welke middelen zou hij inzetten?
DOCUMENT
De focus van dit hoofdstuk ligt op een aantal gekozen en nodige transities van duurzame mobiliteit binnen de gegeven infrastructuur, beschikbare middelen en de openbare ruimte in een stedelijke setting. Kortom: op weg naar een modal shift in de verdichtende stad. De komende jaren vindt het een transitie plaats naar nieuwe vervoersvormen die minder energie vragen, minder ruimtegebruik kennen, meer flexibiliteit brengen en lagere gebruikskosten met zich meebrengen. Met als belangrijke uitdagingen de vernieuwing in het openbaar vervoer (hierna OV) en actieve transport (lopen of fietsen) in de schaarse buitenruimte. De inzet op duurzame mobiliteit zorgt voor meer ontmoetingen, toegankelijke, leefbare en aantrekkelijke steden. Die toekomstige stedelijke mobiliteit is een slim samenhangend geheel van aanbod van systemen als OV, fiets, auto, stalling, overstap en energie. De menselijke maat en vervoersvraag staan daarbij centraal. Nabijheid is voor duurzame mobiliteit cruciaal en stedelijk en economisch principe van collision density is daarin een uitdaging. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/bashilckmann/ https://www.linkedin.com/in/john-bolte-0856134/
DOCUMENT
De wereld is in een rap tempo aan het vergrijzen. Tegelijkertijd volgt de ene technologische innovatie snel op de andere. Nederland vergrijst snel: op dit moment zijn er ruim 3 miljoen 65-plussers in Nederland. De verwachting is dat dit aantal zal oplopen naar ruim 4 miljoen in 2030. Van de 65-plussers is circa 1 miljoen alleenstaand op een bevolking van 17 miljoen. In deze deskstudie staat centraal wat de bereidheid van ouderen is om technologie in te zetten ten behoeve van sociale binding/activiteit en voor mobiliteit. Hierbij staan alleenstaande , zelfstandig wonende 65-plussers centraal
DOCUMENT
De vaste kamercommissie EZK besprak de effecten van de bezorgeconomie. Experts hebben hierover een factsheet gemaakt: Wat zijn de effecten van onlinewinkelen voor de mobiliteit, het milieu en de leefomgeving en welke aanvullende maatregelen kan Nederland nemen voor een efficiëntere en duurzamere bezorgeconomie?
Parlement en wetenschap.
DOCUMENT
Met genoegen presenteren wij hierbij ‘Succesvol in Den Haag’; de eerste Haagse Sociale en Culturele Verkenningen. De tweejaarlijkse Amsterdamse Sociale en Culturele Verkenningen van SISWO/Social Policy Research inspireerden de kenniskring van het Lectoraat Grootstedelijke Ontwikkeling tot het maken van een Haagse variant. Doel is het voor een breed publiek toegankelijk maken van ontwikkelingen rond een voor Den Haag actueel thema. In een reeks oriënterende gesprekken van de kenniskring met vertegenwoordigers van de gemeente Den Haag en de Haagse ‘business community’ bleek grote interesse te bestaan voor de volgende vraagstelling voor een onderzoek: welke factoren bepalen in hoeverre jongeren uit de Haagse regio succesvol zijn in hoger-onderwijsland? Bij de opzet van het onderzoek, de verslaglegging en de redactie van deze studie is nauw samengewerkt met medewerkers van SISWO/ Social Policy Research. Carolien Bouw en Kitty Roukens van dat instituut waren betrokken bij de verslaglegging van het onderzoek van de Kenniskring en de opzet en redactie van deze studie. Vanwaar die grote belangstelling voor mobiliteit van Haagse jongeren in onderwijsland? Allereerst omdat een goede opleiding een steeds belangrijkere voorwaarde vormt voor ontplooiïngskansen van individuen in een complexe maatschappij. Ook op macroniveau is deze vraagstelling relevant. De Haagse regio krijgt te maken met een krimpende beroepsbevolking. De economische toekomst ligt daarom in specialisatie op hoogwaardige activiteiten; dit veronderstelt een hoogopgeleide beroepsbevolking. Om te voorkomen dat op grote schaal kenniswerkers uit het buitenland moeten worden gehaald, of bedrijven uitwijken naar elders, is het zaak het potentieel van de aanwezige toekomstige beroepsbevolking ten volle te benutten. Dat hier nog veel mis gaat is alom bekend. Vergrijzing en ontgroening gaan immers hand in hand met een steeds verdere ‘verkleuring’ van de toekomstige beroepsbevolking. Onvermijdelijke demografische veranderingen zijn immers onlosmakelijk verbonden met het vraagstuk van de integratie van migrantenjongeren. Deze verkenningen tonen aan dat verreweg de meeste studenten van de Haagse Hogeschool een opleidingssprong maken vergeleken met het opleidingsniveau van hun ouders. Dat geldt voor zowel autochtone als allochtone studenten. Vooral laatstgenoemden maken grote sprongen. Dat is verheugend want onderwijssucces is een essentieel element van de ‘sociale liftfunctie’ van Den Haag.
DOCUMENT
Onder de werktitel BEMOBI zijn onderzoeken van uiteenlopende aard uitgevoerd, pilots gestart, lezingen gegeven en marktpartijen wakker geschud. Deze rapportage geeft een overzicht van deze activiteiten en vormt een inhoudelijke afsluiting van de onderzoekslijn Bemobi aan de Hogeschool Rotterdam voor de periode 2006-2010.
DOCUMENT
Dit onderzoek had als doel om kennis te verzamelen met betrekking tot de intersectorale samenwerking en personele mobiliteit tussen hogescholen en universiteiten en de kansen en belemmeringen die daarbij worden ervaren. Het onderzoek heeft zich daarbij gericht op de volgende vragen: 1 Wat is de omvang van de intersectorale mobiliteit in het hoger onderwijs? 2 Wat zijn knelpunten, stimulansen en voorwaarden voor intersectorale samenwerking en personele mobiliteit in het hoger onderwijs? 3 Wat is de rol van sectorfondsen en andere externe partijen ten aanzien van intersectorale samenwerking en personele mobiliteit in het hoger onderwijs?
DOCUMENT
Door toenemende mobiliteit van mensen en goederen staat in stedelijke gebieden de leefbaarheid onder druk. Maatregelen als zero-emissiezones moeten bijdragen aan een betere leefomgeving, maar voor veel ondernemers leidt dit beleid tot zorgen over de praktische uitvoerbaarheid en de eigen bedrijfsvoering en -financiën. Hoe kan het mkb zijn mobiliteitsbehoefte toekomstbestendig maken?
DOCUMENT