Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
41Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Ondervoeding en obesitas lijken elkaars tegenpolen: te weinig versus te veel, tekort tegenover overvloed. In het publieke debat worden ze ook zo behandeld: ondervoeding is triest, obesitas is eigen schuld. Maar wie beter kijkt, ziet dat ze vaak uit dezelfde bron voortkomen. En daarover blijft het opvallend stil in het
coalitieakkoord.
DOCUMENT
Recensie van Melvin Delgado (2013) Social justice and the urban obesitas crisis. Implications for social work.
DOCUMENT
Dietetics, building the future is een vierjarig landelijk ZonMw-onderzoeksproject gericht op het verbeteren van de effectiviteit van de dieetbehandeling van mensen met obesitas en co-morbiditeit. Cliënten met overgewicht en obesitas vormen de grootste groep binnen de eerstelijns diëtistenpraktijk. Om hen beter te ondersteunen, is het belangrijk om gepersonaliseerde zorg verder te ontwikkelen voor betere therapietrouw en behandelresultaten. Daarom hebben we in dit project onderzocht: Wat werkt? Voor wie? Waarom? En onder welke omstandigheden?
Om deze vragen te beantwoorden zijn observaties uitgevoerd en registraties uit diëtistenpraktijken geanalyseerd. Daarnaast hebben we interviews afgenomen met diëtisten en cliënten en via co-creatie een toolbox ontwikkeld met praktische handvatten voor de behandeling, die in een pilot is geëvalueerd.
In deze presentatie delen we de geleerde lessen uit het onderzoek. We geven inzicht in de gemiddelde behandeltijd, variatie in consultinhoud en belangrijke componenten in de dieetbehandeling. Ook laten we zien hoe de toolbox tot stand is gekomen, welke belangrijke handvatten diëtisten en cliënten samen identificeerden en welke ervaringen zijn opgedaan tijdens de pilotfase. Het project biedt inzicht in bouwstenen van persoonsgerichte en passende zorg, toepasbaar bij diverse ziektebeelden. Deze inzichten vormen waardevolle input voor de verdere ontwikkeling en implementatie van passende zorg in de diëtetiek.
MULTIFILE
Posterpresentatie ter gelegenheid van de presentatie lectoraat tijdens partnerdag SICT 21 juni 2013.
Schematische weergave van een concept smartphone applicatie die ondersteuning biedt aan gebruikers lijdend aan obesitas, bij het uitvoeren van oefeningen van psychomotorische therapie.
DOCUMENT
Dit boek beschrijft op een toegankelijke manier hoe een multidisciplinair team van een Amsterdamse kinderpolikliniek een Zweedse behandelmethode vertaalde naar de Nederlandse situatie. Kern van de behandeling bestaat uit motiveren en coachen van kinderen en hun ouders om hun leefstijl stapsgewijs, in eigen tempo, passend bij hun leefsituatie te veranderen. Geen dwingende gedragsvoorschriften, maar positief stimuleren van het gezin om haalbare doelen te stellen en hen daarin ondersteunen. Daarnaast komt in het boek een sociaal en cultureel diverse groep tieners en ouders aan het woord. Hoe ervaren ze de begeleiding? Lukt het om de adviezen en tips toe te passen, hun leefstijl te veranderen? Wat helpt en stimuleert om vol te houden?
LINK
Meer bewegen vraagt meer energie. Het lijkt daarom logisch te veronderstellen dat wie beweegt daardoor ook meer gaat eten. Heeft het dan wel zin om meer te gaan bewegen om af te vallen. In dit artikel wordt een wiskundig model opgesteld. De "energiebalans" kan worden beschreven met een eerste orde lineaire differentiaalvergelijking. Oplossing van deze vergelijking laat zien dat het inderdaad zin heeft om meer te bewegen.
DOCUMENT
Een verwijsindicatie voor de bevalling bij een multipara enkel op indicatie van obesitas klasse II-III lijkt niet noodzakelijk en dus niet de juiste zorg voor deze groep vrouwen. Dit concluderen de auteurs op grond van twee onderzoeken over de perinatale uitkomsten van laagrisicovrouwen in relatie tot hun BMI en pariteit.
DOCUMENT
Behandeling van patiënten met obesitas vraagt in de eerste plaats een professionele houding van de fysiotherapeut en een bewustwording van eventuele onbewust aanwezige stigmatisering. Bij aanvang is het belangrijk om een inschatting te maken van de verwachtingen en de motivatie (extrinsiek of al meer intrinsiek) van de patiënt en om duidelijke, neutrale informatie te geven. Tijdens het programma staat de autonomie van de patiënt centraal en heeft de therapeut vooral een coachende functie. Door te werken aan competentieverbetering en dankzij een stimulerende houding, neemt de zelfregulatie en de kans op blijvend succes toe.
DOCUMENT
Achtergrond: Coxartrose wordt vaak in het eindstadium behandeld met een Totale Heup Artroplastiek (THA). In de postoperatieve fase na een THA varieert het fysiotherapeutische beleid. Mogelijk leidt een verhoogd BMI tot een trager functioneel herstel na een THA. Een aangepast revalidatietraject zou dan van belang zijn. Vraagstelling: Is er een verschil in mate van functioneel herstel na een THA, bij patiënten met normaal gewicht, overgewicht en obesitas 12 weken en 6 maanden postoperatief? Daarnaast wordt de mate van associatie bepaald tussen BMI en de mate van functioneel herstel. Methode: In dit longitudinaal, prospectief onderzoek werden patiënten geïncludeerd in het PIUS ziekenhuis in Oldenburg; ze kregen allen eenzelfde revalidatietraject na de THA. Indeling vond plaats in 3 subgroepen, met normaal gewicht (BMI 18,5- 25 kg/m²), overgewicht (BMI 25 - 30 kg/m²) en obesitas (BMI > 30kg/m²). Mate van functioneel herstel werd objectief gemeten met de Timed Up & Go test (TUG) en de 5 Times Sit-to-Stand Test (5TSST), en subjectief met de self-reported vragenlijsten: de Hip disability and Osteoarthritis Outcome Score (HOOS) en de Short Form 36 (SF-36). Metingen werden verricht preoperatief (T0), en 12 weken (T1) en 6 maanden (T2) postoperatief. Met behulp van de Kruskall-Wallis test werden de verschilscores van de uitkomstmaten in de 3 subgroepen tussen T0-T1 en T0-T2 geanalyseerd. De mate van associatie werd berekend met de Spearman correlatiecoëfficiënt (rS). Het significantieniveau was p<0.05. Resultaten: Er werden 62 patiënten geïncludeerd. Er waren geen significante verschillen in functioneel herstel in beide tijdsintervallen tussen de groepen met een normaal gewicht (n=14), overgewicht (n=23) en obesitas (n=25); de p-waarde varieerde bij T0-T1 van p=0,069 tot p=0,962 en bij T0-T2 van p=0,068 tot p=0,931. Er werden zeer zwakke tot zwakke correlaties gevonden tussen BMI en de mate van functioneel herstel, variërend bij T0-T1 van rS=0,02 (p=0,892) bij de TUG tot rS=0,26 (p=0,041) bij ‘Algemene gezondheidsbeleving’ van de SF-36. Tussen T0-T2 varieerde de correlatiecoëfficiënt van rS=0,02 (p=0,876) bij ’Fysiek functioneren’ van de SF-36 tot rS=0,25 (p=0,053) bij ’Kwaliteit van leven’ van de HOOS.Conclusie: In deze studie werd geen verschil gevonden in de mate van functioneel herstel tussen patiënten met een normaal gewicht, overgewicht en obesitas na een THA. BMI was zwak tot zeer zwak geassocieerd met functioneel herstel na een THA tussen preoperatief en 12 weken en 6 maanden postoperatief. Implicaties voor de fysiotherapie: Tot op heden is er geen indicatie om voor groepen met overgewicht of obesitas een specifiek revalidatietraject te starten na een THA.
DOCUMENT
Introductie
Gewichtsverlies bij obese ouderen is een risicofactor voor spiermassaverlies en sarcopenie. Deze studie evalueert het effect van een hoog wei-eiwitsupplement met toegevoegd leucine en vitamine D op spiermassabehoud tijdens een gewichtsverliesperiode van 13 weken met krachttraining bij ouderen met obesitas. De resultaten van deze studie worden gepresenteerd en in een breder perspectief geplaatst.
Methoden
In deze gerandomiseerde gecontroleerde trial werden tachtig obese ouderen geïncludeerd. Alle deelnemers kregen gedurende 13 weken een hypocalorisch dieet (-600 kcal) en namen 3x/week deel aan een krachttrainingsprogramma. Deelnemers in de interventiegroep kregen 10x/week een hoog wei-eiwitsupplement met toegevoegd leucine en vitamine D (150 kcal, 21 g eiwit). Deelnemers in de controlegroep kregen een isocalorisch controlesupplement. De primaire uitkomstmaat was verandering in de spiermassa in armen en benen (DXA). Secundaire uitkomstmaten waren lichaamssamenstelling, handknijpkracht en fysiek functioneren.
Resultaten
Bij baseline was de gemiddelde leeftijd (±SD) 63±6 jaar en de BMI 33±4. Tijdens het gewichtsverliesprogramma was de eiwitinname in de interventiegroep 1,11±0,28 vs. 0,85±0,24 g/kg in de controlegroep. Zowel de interventie- als de controlegroep verloor gewicht (-3,4±3,6 vs. -2,8±2,8 kg) en vetmassa (-3,2±3,1 vs. -2,5±2,4 kg), zonder verschillen tussen de groepen. De verandering in spiermassa in armen en benen was wel verschillend (+0,4±1,2 vs. -0,5±2,1 kg, p=0,03). Spierkracht en spierfunctie verbeterden over de tijd, zonder verschillen tussen de groepen.
Conclusie
Een hoog wei-eiwitsupplement met toegevoegd leucine en vitamine D zorgt in vergelijking met een controlesupplement voor spiermassabehoud tijdens een gewichtsverliesperiode met krachttraining bij obese ouderen. Op basis van literatuur lijkt er voor deze doelgroep voldoende onderbouwing voor het adviseren van minimaal 1,0-1,2 g/kg hoogwaardige eiwitten en mogelijk zelfs hoger dan 1,2 g/kg in combinatie met een (kracht)trainingsprogramma.
LINK