Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Van kinderopvangorganisaties wordt steeds meer verwacht dat ze bijdragen aan de totale ontwikkeling van jonge kinderen. Leidinggevenden spelen een cruciale rol om de organisatie zo in te richten dat kinderen en pedagogisch medewerkers zich optimaal kunnen ontwikkelen. Associate lector Loes van Wessum beschrijft op welke wijze leidinggevenden dat kunnen doen.
DOCUMENT
In een verkennend onderzoek, bestaande uit een literatuurstudie en interviews met dertien pedagogisch coaches zochten we een antwoord op de volgende vragen. Op welke inhouden en op welke manier wordt er vooral gecoacht en welke ervaringen hebben de pedagogisch coaches tot nu toe? En hoe kan deze functie worden ingevuld, zodat deze bijdraagt aan de kansrijke ontwikkeling van kinderen? Hierbij is met name onderzocht op welke inhouden en op welke wijze pedagogisch medewerkers worden gecoacht door pedagogisch coaches. De focus ligt hierbij op de coaching van pedagogisch medewerkers die werken met het jonge kind (0-4 jaar). Het doel van dit onderzoek is om meer richting te geven aan de inhoud van coaching en good practices op dit vlak te delen.
DOCUMENT
De aansluiting tussen kinderopvang in de voorschoolse periode en de start van de basisschool is verschillend vorm gegeven in diverse landen. Nederland kent een ‘split system’, maar op enkele plekken is er sprake van structurele toenadering tussen de voorschoolse en schoolse sector. De peuter-kleuter-groep, die maar op enkele plaatsen in Nederland bestaat, beoogt de inhoudelijke samenwerking tussen opvang en onderwijs te versterken en de overgang voor kinderen soepel te laten verlopen. In een observatiestudie onder 9 random geselecteerde locaties (N= 13 leerkrachten en 14 pedagogisch medewerkers, 85 geobserveerde kinderen) is de proceskwaliteit van deze groep geëvalueerd (CLASS Toddler & CLASS Pre-K: Productiviteit, Educatieve werkvormen en Conceptontwikkeling) en de betrokkenheid
(inCLASS) en het welbevinden van de kinderen (NCKO-instrument), aangevuld met een interview en vragenlijst voor de betrokken professionals uit kinderopvang en basisonderwijs. De resultaten laten zien dat de proceskwaliteit goed is voor emotionele kwaliteit en middelmatig voor kwaliteit van de instructie, aansluitend op uitkomsten uit peilingen van reguliere peutergroepen en kleutergroepen. Het welbevinden van zowel de peuters als kleuters is goed evenals de betrokkenheid. Voor de interacties met leeftijdsgenoten en het gedrag in de groep blijken er geen significante verschillen tussen peuters en kleuters. Wel hebben de kleuters op de peuter-kleuter-groep meer interacties met de medewerker, een betere speelwerkhouding en een iets hoger welbevinden dan peuters.
De betrokken pedagogisch medewerkers, leerkrachten en directeuren geven aan met de peuter-kleuter-groep de overgang van kinderopvang naar het basisonderwijs soepeler te willen laten verlopen en de interprofessionele samenwerking te willen stimuleren in een integrale aanpak. Pedagogisch medewerkers en leerkrachten werken nauw samen aan
innovaties op de groep, waarbij de leerkrachten vaker de leiding nemen in de planning, het curriculum en groepsinstructie. Een belangrijk knelpunt is de onzekere positie van de groep in de relatie tussen school, inspectie en de wethouder als formele handhaver van wet- en regelgeving.
Een conclusie uit dit eerste, kleinschalige onderzoek is dat pedagogische kwaliteit van de peuter-kleuter-groep vergelijkbaar is met de uitkomsten uit peilingen van (afzonderlijke) peutergroepen en het kleuteronderwijs. De verschillen tussen de kleuters ten opzichte van peuters en de taakverdeling tussen pedagogisch medewerkers en leerkrachten verdienen wel nadere aandacht in vervolgonderzoek. Op basis van deze eerste empirische evaluatie van de peuter-kleuter-groep bespreken we ten slotte mogelijke verbeterpunten voor de structurele kwaliteit, de proceskwaliteit, en welbevinden en betrokkenheid van de kinderen, in relatie tot de innovatieve samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs met nieuwe rollen voor pedagogisch-didactische professionals
DOCUMENT
In Nederland verblijven ruim 18000 jongeren in voorzieningen voor vrijwillige residentiële jeugdhulp. Uit eerder onderzoek blijkt dat meerdere van deze jongeren bij tegenslag en verdriet een hulpbron vinden in een religieuze of spirituele overtuiging, maar dat hiervoor in mentorgesprekken nauwelijks aandacht is. In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de wijze waarop pedagogisch medewerkers met adolescenten binnen de residentiële jeugdhulp afstemmen op de mogelijkheid dat religie of spiritualiteit in hun leven een rol speelt. Het betreft een kwalitatief onderzoek op grond van half open interviews in vier instellingen voor residentiële jeugdhulp in verschillende delen van het land. Er zijn in totaal eenentwintig pedagogisch medewerkers en dertien jongeren geïnterviewd. De conclusie van dit onderzoek is dat de levensbeschouwing van de pedagogisch medewerker (diens persoonlijke visie op de betekenis en waarde van het leven) bepalend is voor de vraag of en hoe de religie of spiritualiteit van de jongere ter sprake komt. Er is sprake is van beperkte levensbeschouwelijke sensitiviteit bij pedagogisch medewerkers. Daarnaast hebben pedagogisch medewerkers én jongeren geen eenduidig beeld van de aard en het doel van mentorgesprekken. De aanbevelingen richten zich op bezinning op de aard van mentorschap en het bevorderen van levensbeschouwelijke sensitiviteit bij pedagogisch medewerkers.
DOCUMENT
Studies uit binnen- en buitenland hebben laten zien dat de staf in de voor- en vroegschoolse periode relatief sterk is in emotionele ondersteuning van jonge kinderen maar duidelijk zwakker bij didactische ondersteuning. In een gecontroleerde experimentele studie onderzochten we de effecten van training voor pedagogisch medewerkers gericht op het verbeteren van de proceskwaliteit, in drie condities: een intensieve vve-variant, video interactiebegeleiding en een combinatie hiervan. De vve-training verbeterde de vaardigheden van de staf bij de didactische ondersteuning. De video- interactiebegeleiding bleek effectief in het verbeteren van de begeleiding tussen kinderen. Een micro-analyse van de interacties tussen de staf en de kinderen liet differentiële effecten zien van beide trainingen. De positieve resultaten uit deze studie onderstrepen het belang van gestructureerde en intensieve trainingen voor het versterken van de educatieve vaardigheden van pedagogisch medewerkers, met aandacht voor intensieve coaching op de werkvloer en video-feedback.
DOCUMENT
Kinderen leren taal van hun omgeving en in interactie hiermee. Hoe meer taal zij horen, hoe beter. Het trainen van pedagogisch medewerkers in het uitlokken van de interactie heeft een beduidend positief effect op de taalvaardigheid van de kinderen. De aanpak kan ernstige taalachterstanden voorkomen, ook omdat kinderen die extra ondersteuning nodig hebben eerder in beeld komen.
DOCUMENT
‘De kunst van naar buiten gaan’ beschrijft een bijzondere serie portretten van pedagogisch handelen in de buitenruimte. Negen pedagogisch medewerksters geven een rondleiding in hun praktijk en vertellen verhalen over pedagogische handelingskeuzen, zoals het spel gadeslaan, risico’s inschatten, het spel volgen en het spel sturen. En er zijn verhalen die laten zien hoe pedagogisch medewerksters hun pedagogisch handelen verbeteren door samen te werken met natuurexperts. Elk portret vertrekt vanuit het doen en richt de aandacht op een aspect van het pedagogisch handelen in de buitenruimte. Dit aspect wordt nader belicht; we beschrijven het weten dat achter het handelen schuil gaat. We gebruiken daarbij kennis uit literatuur. Zo krijg je zicht op het pedagogische thema dat centraal staat. Tot slot de kunst om zelf in praktijk te brengen wat je nu weet over dit thema. Aan de hand van opdrachten nodigen we jou en je collega’s hiertoe uit.
DOCUMENT
Een integraal pedagogisch wijkplan 2023 - 2026 voor de wijk Lewenborg waaruit de gezamenlijkheid voor de jeugd blijkt. Hierin zijn zowel de samenwerking tussen de professionals rondom jeugd in de wijk beschreven als de doelstellingen, activiteiten en beoogde resultaten voor de komende vier jaren op de pijlers kansrijke wijk, gezonde wijk en vreedzame wijk.
DOCUMENT
Verslag van een project rondom het introduceren van tekstloze prentenboeken in de kinderopvang. Doel van het project? Pedagogisch medewerkers, kinderen en ouders kennis laten maken met dit type boeken en het belang benadrukken van vroeg beginnen met (thuis) lezen. Ouderbetrokkenheid, leesopvoeding en taalstimulering in verschillende velden -thuis en op de kinderopvang- stonden centraal.
DOCUMENT
In 2020 gingen KION, ROC Nijmegen, HAN en iXperium samenwerken om (aankomende) pedagogisch medewerkers en docenten te trainen in het gebruik van digitale technologie die de ontwikkeling van kinderen bevordert. Ze richtten zich op drie thema’s: spelenderwijs leren met ict, hoe je dit organiseert, en het stimuleren van digitale geletterdheid. Samen volgden ze technologische ontwikkelingen en werkten aan onderwijsvernieuwing, onderzoek en het opleiden van medewerkers op een onderbouwde manier. Het doel van de samenwerking was om een bijdrage te leveren zodat kinderen, ongeacht hun achtergrond, gelijke toegang hebben tot technologie en de kans krijgen om digitale vaardigheden te ontwikkelen. De samenwerking heeft geleid tot concrete resultaten en inzichten die gebruikt worden in de opleidingen Pedagogisch Werk, Ad PEP en HBO Pedagogiek. Bij KION is een speciaal programma opgezet om medewerkers verder te trainen. De samenwerking wordt gezien als vernieuwend en succesvol, met duidelijke resultaten die bijdragen aan blijvende vernieuwingen. Dankzij een sterke focus op samenwerking, duidelijke afspraken en praktijkgericht onderzoek, hebben de deelnemers duurzame verbeteringen bereikt. Door samen te werken en kennis te delen, is er een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van ict-gebruik in de kinderopvang en pedagogische opleidingen.
LINK