Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Brochure van MOVISIE. Sociale wijkteams zijn sinds een jaar of vijf sterk in opkomst. Sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning en Welzijn Nieuwe Stijl heeft de samenwerking tussen sociale professionals - en daarmee de sociale wijkteams - een flinke impuls gekregen. Het programma Sociaal Werk in de Wijk (SWW) volgt inmiddels twee jaar van dichtbij tien sociale wijkteams, verspreid over het land. Samen met de deelnemende werkveldorganisaties ondersteunen we deze teams bij vernieuwingen in de praktijk en beschrijven we de ontwikkeling die ze doormaken. In deze brochure geven we weer wat een sociaal wijkteam in essentie behelst op basis van de analyse van deze praktijkervaringen.
DOCUMENT
In deze publicatie leest u over de opbrengsten van de werkgroep van de Werkplaats Sociaal Domein Zuid-Holland Zuid die zich heeft gericht op de doorontwikkeling van sociale wijkteams. Veel gemeenten en organisaties staan nog altijd voor de uitdaging om de sociale - integrale - wijkteams door te ontwikkelen en aan te passen aan de nog steeds groeiende kennis en praktijkrelevante ervaring. Immers, veel sociale wijkteams bevinden zich nog altijd in een lerende en experimenterende fase van vallen en opstaan. In 'Ruimte voor ont-moeting' richten we ons op de verbeterslagen en komen de leerprocessen en leerervaringen van de werkgroep ‘Doorontwikkeling Sociale Wijkteams’ aan de orde. In de bijdragen wordt achtereenvolgens ingegaan op de vragen hóe en wát er met elkaar is geleerd: het eerste hoofdstuk richt zich op het proces en het tweede hoofdstuk op de leerresultaten. In beide hoofdstukken is er aandacht voor concrete voorbeelden uit de bijeenkomsten van de werkgroep die een illustratie bieden bij de beschreven thema’s. De bundel sluiten we af met aanbevelingen voor praktijk en beleid gericht op de blijvende doorontwikkeling van sociale wijkteams.
LINK
Dit onderzoek gaat over het verloop van en de ervaringen met de samenwerking binnen de Zwolse sociale wijkteams en de samenwerking tussen de sociale wijkteams en de zorgaanbieders. De vraag die hierbij centraal staat luidt: Op welke wijze krijgt de samenwerking binnen de sociale wijkteams en tussen de sociale wijkteams en de zorgaanbieders in Zwolle vorm en wat zijn hiervan de mogelijke gevolgen voor de geboden hulpverlening? Voor het beantwoorden van deze centrale vraag is gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Allereerst heeft er een literatuuronderzoek plaatsgevonden en zijn verschillende beleidsdocumenten bestudeerd. Vervolgens werd er een veldonderzoek uitgevoerd. De vragen aan de professionals binnen de sociale wijkteams die betrekking hebben op hun ervaringen met de interne en externe samenwerking werden meegenomen in de internetvragenlijst die jaarlijks door het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken van Hogeschool Viaa/ Werkplaats Sociaal Domein wordt uitgezet in het kader van haar onderzoek naar de leerinfrastructuur binnen sociale wijkteams. De uitkomsten van het onderzoek ‘In de Running…’ van Teekman e.a. (2016) zijn gebruikt om in dit rapport de interne samenwerking binnen de sociale wijkteams te beschrijven. Aansluitend heeft er een gesprek plaatsgevonden met verschillende wijkteammedewerkers om zo een verdiepingsslag te maken ten aanzien van de informatie die met behulp van de vragenlijst werd verzameld. Daarnaast hebben er interviews plaatsgevonden met twaalf medewerkers van acht aanbieders van specialistische en/of intensieve zorg/hulp. In de beschrijving en analyse van de samenwerking binnen de sociale wijkteams in Zwolle en de samenwerking tussen de sociale wijkteams en de zorgaanbieders werd in het bijzonder gekeken naar omstandigheden voorafgaand aan de samenwerking, belangen van partners en hun wisselwerking, de structuur en sturing van de samenwerking, politiek-bestuurlijke processen en de onderlinge communicatie. De samenwerking binnen de sociale wijkteams verloopt steeds beter. Begin 2016 vonden er veel personele wisselingen plaats in de sociale wijkteams waar een negatief effect van uitging op de samenwerking. In de tweede helft van 2016 is er een meer stabiele basis in de teams ontstaan en zijn wijkteammedewerkers meer veiligheid gaan ervaren binnen hun teams, een belangrijke voorwaarde om tot samenwerking te kunnen komen. De complexiteit van de hulpvragen die bij de sociale wijkteams terecht komen is groot. Inmiddels hebben wijkteammedewerkers beter zicht gekregen op de deskundigheid en expertise van hun collega’s en voelen zij zich vrij om met elkaar mee te lopen en van elkaar te leren. Medewerkers zijn tevreden over zichzelf, over de aanwezige kwaliteiten en competenties in het team. Zij geven aan met de huidige samenstelling van het team alle hulpvragen te kunnen oppakken. Het begrip generalistisch werken en de toepassing hiervan in de sociale wijkteams is nog duidelijk in ontwikkeling waarbij er een beweging zichtbaar lijkt van generalistisch naar meer specialistisch werken. Wijkteammedewerkers zien wel een potentieel spanningsveld waar het gaat om de balans tussen de band met de (moeder)organisatie en het mandaat en de autonomie die je nodig hebt om als team te kunnen functioneren. De samenwerking tussen wijkteammedewerkers en specialistische zorgaanbieders is voor verbetering vatbaar. Naarmate samenwerking met aanbieders intensiever wordt zijn wijkteammedewerkers meer tevreden over die samenwerking. Wijkteammedewerkers blijken in de praktijk het vaakst samen te werken met, en dus het meest tevreden te zijn over, aanbieders die werkzaam zijn in de maatschappelijke ondersteuning en zorg. Eerdere samenwerking tussen wijkteammedewerkers en zorgaanbieders blijkt sterk van invloed op zowel de mate als de beleving van de samenwerking. Wijkteammedewerkers hebben het best zicht op en vertrouwen in de deskundigheid van de zorgaanbieders waarmee zij ook in het verleden al hebben samengewerkt en vice versa. Voor zorgaanbieders hangt het vertrouwen dat zij hebben in de deskundigheid van wijkteammedewerkers voor een belangrijk deel af van de achtergrond van die betreffende medewerkers met als gevolg dat het streven naar een generalistische werkwijze bij de wijkteams ten koste gaat van het vertrouwen dat aanbieders hebben in de deskundigheid van wijkteammedewerkers. De ontwikkeling die nu lijkt te zijn ingezet naar meer specialistisch werken binnen de wijkteams zal vanuit de zorgaanbieders dus als positief worden beoordeeld. De samenwerking tussen wijkteammedewerkers en aanbieders wordt belemmerd door wederzijdse onduidelijkheid over het moment en de wijze van in- en uitvoegen van aanbieders. Zo zouden aanbieders graag in een eerder stadium meedenken bij een hulpvraag. Ook de verdeling van verantwoordelijkheden ten aanzien van het samenwerkingsproces en de inhoudelijke zorg en hulpverlening en de mogelijkheden en beperkingen van informatie-uitwisseling binnen het kader van de privacyregelgeving blijken niet duidelijk te zijn voor wijkteammedewerkers en aanbieders. Volgens een groot deel van de zorgaanbieders is de beschikbaarheid van financiële middelen, en dus niet de zorgvraag van de inwoner, op dit moment richtinggevend in de samenwerking met de sociale wijkteams. Een meerderheid van de wijkteammedewerkers ervaart dit anders, al spelen de budgetplafonds van aanbieders momenteel wel een rol bij de doorverwijzing van inwoners met een zorg- of hulpvraag. Ondanks deze samenwerkingsbelemmeringen geven zowel wijkteammedewerkers als zorgaanbieders aan dat zij over het algemeen tot inhoudelijke consensus komen over de zorg en hulpverlening die wordt geleverd aan inwoners. De samenwerking tussen wijkteammedewerkers en zorgaanbieders is erbij gebaat wanneer er in gezamenlijkheid afspraken gemaakt worden over wanneer en op welke wijze er door de aanbieders wordt in- en uitgevoegd en over de informatie-uitwisseling. De wijkteams zouden hierin meer hun regierol moeten oppakken. Het gezamenlijk bespreken van onderliggend onderzoek en van concrete casuïstiek zou hieraan een bijdrage kunnen leveren. Het is van belang daarbij oog te hebben voor en te spreken over elkaars belangen in de samenwerking. Door in gezamenlijkheid afspraken te maken groeit de wederzijdse bekendheid wat de samenwerking ten goede zal komen en daarmee de kwaliteit van de zorg en hulpverlening aan de inwoners in Zwolle.
DOCUMENT
full text via link. In 90% van de gemeenten wordt gewerkt met sociale wijkteams. Wat acht jaar geleden begon met een bloembol in Leeuwarden kleurt nu het sociale beleid in heel Nederland. Of moeten we zeggen dat Nederland is overwoekerd? De twijfels over de effectiviteit zijn groot, maar er is een enorme groep mensen die zich verbonden heeft aan deze oplossing en hoopt dat we nog voldoende aan kunnen sleutelen om de resultaten te verbeteren. Klaas Mulder denkt dat we beter even flink kunnen zijn en de stekker eruit moeten trekken.
DOCUMENT
Sinds september 2016 is de Werkplaats Sociaal Domein Zuid-Holland Zuid (hierna: Werkplaats) actief onder het centrale en verbindende thema ‘Integraal werken in de wijk, een lerende aanpak’. Een van de werkprogramma’s waarop de deelnemers van de Werkplaats zich met enthousiasme hebben gestort is de Doorontwikkeling van sociale wijkteams. Veel gemeenten en organisaties staan nog altijd voor de uitdaging om de sociale - integrale - wijkteams door te ontwikkelen en aan te passen aan de nog steeds groeiende kennis en praktijkrelevante ervaring. Immers, veel sociale wijkteams bevinden zich nog altijd in een lerende en experimenterende fase van vallen en opstaan. Vanuit de Werkplaats is er behoefte om te reflecteren op wat we tot nu toe met elkaar hebben gedaan en bereikt. Dat doen we in verschillende publicaties. Deze publicatie Ruimte voor ont-moeting is van de werkgroep Doorwerking sociale wijkteams.
DOCUMENT
De wijkteams in Rotterdam functioneren niet zoals het zou moeten, blijkt uit onderzoek van de Rotterdamse Rekenkamer. Met meer aandacht en ruimte voor de doorontwikkeling van de wijkteams kan er veel verbeterd worden, is de ervaring van de Rotterdamse Werkplaats Sociaal Domein.
LINK
Vanaf januari 2015 is de maatschappelijke en gezondheidszorg in Nederland drastisch veranderd. Alle verantwoordelijkheid voor de eerstelijnszorg wordt vanuit de nationale overheid verschoven naar gemeentelijk niveau, hetgeen gepaard gaat met grote bezuinigingen. Dit is onder andere een gevolg van demografische ontwikkeling als de vergrijzing, alsmaar stijgende kosten voor zorg en welzijn en maatschappelijke veranderingen, zoals ouderen die langer zelfstandig willen blijven wonen. Deze veranderingen behelzen onder andere dat ‘zorg en welzijn’ anders georganiseerd moet gaan worden; dichter bij de burger, meer ruimte voor en ondersteuning bij burgerparticipatie en meer integraal geleverd. Dit anders organiseren gebeurt op gemeentelijk niveau op verschillende manieren. Eén daarvan is het organiseren van integrale zorg- en welzijnstaken waarbij de burger zelf de regie heeft ondersteund door wijkgerichte interprofessionele teams. Hoewel het bekend is dat interprofessionele teamsamenwerking een aantal belangrijke voordelen heeft, zoals het integraal kunnen aanbieden van zorg en afgestemd op de specifieke hulpvraag van de individuele burger, is succesvol interprofessioneel samenwerken in teams niet vanzelfsprekend: Wat maakt interprofessionele teams succesvol en wat zijn belemmeringen voor interprofessionele samenwerking? Dit zijn belangrijke vragen waarop een antwoord gevonden moet worden, om interprofessionele teams zo optimaal mogelijk op wijkniveau te kunnen laten functioneren. Internationaal is er al veel ervaring met en onderzoek gedaan naar interprofessioneel samenwerken in wijkteams. Dit artikel geeft een overzicht van wat er in de internationale literatuur bekend is over succesfactoren van het interprofessioneel samenwerken in sociale wijkteams en bespreekt kort enkele aandachtspunten voor het hoger beroepsonderwijs in de zorg- en welzijnssector in Nederland.
DOCUMENT
Dit rapport is een onderdeel van het onderzoeks- en ontwikkelproject waarin het Centrum voor samenlevingsvraagstukken (CvSv) als Wmo-werkplaats werkt. Samen met professionals wordt gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe manieren van werken in sociale wijkteams. Het rapport is het tweede deelrapport en geeft de resultaten weer van het kwantitatieve onderzoek dat zich richtte op de startfase (nulmeting) van de sociale wijkteams in Zwolle en Elburg.
DOCUMENT
Vanuit de Werkplaats sociaal domein volgt het Centrum voor samenlevingsvraagstukken van Viaa door middel van meerjarig onderzoek de ontwikkelingen van de sociale wijkteams in Zwolle en Elburg. In dit rapport krijgt het perspectief van de wijkbewoners aandacht. De hoofdvraat is: "Welke verwachtingen hebben wijkbewoners uit de Zwolse wijken Diezerpoort en Stadshagen en de Nijkerker wijken Corlaer en Nijkerkerveen van het sociaal wijkteam?"
DOCUMENT
De fixatie van de overheid op de wijk als de oplossing der dingen getuigt van een historische bewusteloosheid. Sociale professionals en beleidsmakers zouden wat meer naar het verleden moeten kijken, dan zouden ze zien dat de hechte buurt nooit bestaan heeft.
DOCUMENT