In practice, every day obstetric emergency care departments in hospitals receive several telephone calls from pregnant women. During these calls, midwives, nurses or doctor’s assistants use their obstetric knowledge and experience to determine the severity of the complaints and the necessity and urgency for a physical consultation with an obstetrician or a midwife. This triage is not always in the hands of optimally trained personnel. Moreover, this telephone triage is a medical procedure that is not performed in a uniform manner due to the lack of a specific obstetric telephone triage system. Therefore, there is a need in Dutch obstetric care for an evidence-based telephone triage system that provides a uniform and concrete basis for assessing the severity of the symptoms of obstetric emergency and other unplanned care requests, originating by telephone.
DOCUMENT
Objective and Purpose: A triage system that prioritizes care according to medical urgency has a favorable effect on safety and efficiency of emergency care. The Dutch obstetric telephone triage system is comparable to physical triage systems. It consists of five urgency levels: resuscitation and life threatening (U1), emergency (U2), urgent (U3), non-urgent (U4) and self-care advice (U5). The purpose of this study was to determine the diagnostic and external validity of the Dutch obstetric telephone triage system in obstetric emergency care. Patients and Methods: The validity of the Dutch obstetric telephone triage system was studied in a prospective observational study in four hospitals. Diagnostic validity of usual care was determined by comparing the assigned urgency level of the Dutch obstetric telephone triage system with a reference standard. This reference standard was obtained by face-to-face clinical assessment in hospital following telephone triage. Clinical follow-up after assessment was also recorded. For statistical analyses, urgency levels were dichotomized into high urgency (U1, U2) and intermediate urgency (U3, U4). Self care advice (U5) could not be studied because these patients were not referred to hospital. Results: In total, 983 cases (U1-U4) across the four hospitals were included, 625 (64%) cases were categorized as high urgency and 358 (36%) as intermediate urgency. The Dutch obstetric telephone triage system’s urgency level agreed with the reference standard in 53% (n=525; 95% CI 50–57%). According to the reference standard the Dutch obstetric telephone triage system had undertriage in 16% (n=160) and overtriage in 30% (n=298) of the cases. Sensitivity for high urgency was 76% (95% CI 72–80), specificity 49% (95% CI 44–53). Positive predictive value and negative predictive value were 60% (95% CI 56–63) and 67% (95% CI 62–72), respectively. After clinical assessment, urgent care was needed in 8.7% (n=31) of the intermediate-urgency cases, none of these cases were life threatening situations. Conclusion: DOTTS shows an acceptable diagnostic validity with room for improvement.
DOCUMENT
Background: Safety and efficiency of emergency care can be optimized with a triage system which uses urgency to prioritize care. The Dutch Obstetric Telephone Triage System (DOTTS) was developed to provide a basis for assessing urgency of unplanned obstetric care requests by telephone. Reliability and validity are important components in evaluating such (obstetric) triage systems. Objective: To determine the reliability of Dutch Obstetric Telephone Triage, by calculating the inter-rater and intra-rater reliability. Methods: To evaluate the urgency levels of DOTTS by testing inter-rater and intra-rater reliability, 90 vignettes of possible requests were developed. Nineteen participants, from hospitals where DOTTS had been implemented, rated in two rounds a set of ten vignettes. The five urgency levels and five presenting symptoms had an equal spread and had to be entered in accordance with DOTTS per vignette. Urgency levels were dichotomized into high urgency and intermediate urgency. Inter-rater reliability was rated as degree of agreement between two different participants with the same vignette. Intra-rater reliability was rated as agreement by the same participants at different moments in time. The degree of inter-rater and intra-rater reliability was tested using weighted Cohen’s Kappa and ICC. Results: The agreement of urgency level between participants in accordance with predefined urgency level per vignette was 90.5% (95% CI 87.5– 93.6) [335 of 370]. Agreement of urgency level between participants was 88.5% (95% CI 84.9– 93.0) [177 of 200] and 84.9% (95% CI 78.3– 91.4) after re-rating [101 of 119]. Inter-rater reliability of DOTTS expressed as Cohen’s Kappa was 0.77 and as ICC 0.87; intra-rater reliability of DOTTS expressed as Cohen’s Kappa was 0.70 and as ICC 0.82. Conclusion: Inter-rater and intra-rater reliability of DOTTS showed substantial correlation, and is comparable to other studies. Therefore, DOTTS is considered reliable.
DOCUMENT
Wat vraagt het van een verpleegkundige om geen fysieke patiënten te zien, maar op afstand te beoordelen of zorg nodig is door gebruik van technologie? En hoe oefen je als verpleegkundestudent met zo’n digitale vorm van zorg verlenen? In een vernieuwde les voor tweedejaars verpleegkundestudenten aan de Hogeschool Utrecht, staat het oefenen van ‘triage op afstand’ (onderdeel van telemonitoring) centraal. Deze les, ontwikkeld in samenwerking met docenten Verpleegkunde, de vakgroep zorgtechnologie en hbo-verpleegkundigen van het Medisch Regiecentrum (UMC Utrecht), laat verpleegkundestudenten kennismaken met het snelgroeiend domein in de verpleegkundige zorgpraktijk: digitale zorg thuis (telemonitoring).
DOCUMENT
Deze handreiking ‘Triage, Advance Care Planning en symptomatische behandeling bij een ernstig verloop van corona binnen de GGZ-instelling of thuis’ hoort bij de Richtlijn GGZ en corona. Bji het maken van de afweging om een patiënt wel/niet in het ziekenhuis te laten opnemen, dan wel of de patiënt wel/niet naar IC kan gaan gelden deze overwegingen: zie bestand.
DOCUMENT
Dit document presenteert het onderzoek naar de werkwijze van het Relatie-en Scheidingsteam Zwolle (RSTZ) en de ontwikkeling van een triage-instrument, de Systemische Zwolse vragenlijst.In dit onderzoeksverslag wordt ingegaan op de werkzame factoren van het Relatie- en Scheidingsteam Zwolle, alsmede op de functie van het ontwikkelde triage-instrument. Met de benadering van het RSTZ wordt een paradigmashift gerealiseerd ten aanzien van escalerende strijdproblematiek, omdat de focus van de begeleiding zich verlegt van het probleem,- met oordelen over wat ouders niet zouden moeten doen, naar de oplossing; waarbij het gaat om de interactie, gezonde processen, het versterken van veerkracht, flexibiliteit en het opbouwen van vertrouwen in zichzelf en elkaar. Hierbij is aandacht voor de stress en pijn die ouders ervaren en die hen vaak het zicht belemmert op hoe het anders kan. Deze verandering in houding en aanpak lijkt gezien de onderbouwing in de literatuur onderdeel van een landelijke tendens, die in het RSTZ concreet wordt gemaakt. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat het RSTZ het lukt om conflicten minder hoog op te laten lopen. Dit geeft in het algemeen hoop dat een andere benadering langdurige conflicten en complexe scheidingen kan verminderen.
DOCUMENT
DOCUMENT
Tweehonderd jaar geleden verschenen in de periode 1812-1817 de memoires van Baron Dominique-Jean Larrey (1766-1842), een befaamde arts uit het Napoleontische leger. Hoewel de kloeke vier delen van zijn herinneringen voor lezers uit de 21e eeuw niet bepaald een page turner zijn, plukken wij met zijn allen tot op heden de vruchten van het werk van deze grondlegger van de triage, een systeem om slachtoffers te beoordelen en in een bepaalde volgorde te behandelen. Wat betekenen Larrey’s lessen over selecteren voor mijn onderzoeksveld – de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties? Daar is een prominente rol weggelegd voor specialisten.
DOCUMENT