Types
0Instelling
24Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3In de media wordt geregeld bericht over ex-partnerstalking. In het bijzonder zaken waarin sprake is van een dodelijk slachtoffer leiden tot veel aandacht. Zo werd in juli 2018 Laura Korsman door haar ex-partner om het leven gebracht. In december 2018 werd Humeyra Ergincanli door haar stalker doodgeschoten.
DOCUMENT
De ontwikkelingen in de Arabische regio gaan momenteel erg snel, waardoor sommige informatie in dit rapport bij het lezen mogelijk al is achterhaald door de actualiteit. De AIV meent dat de politieke omwentelingen in de Arabische regio belangrijke kansen bieden voor een betere, meer op rechtsstaat en democratie gerichte omgang van westerse landen met autocratische regimes die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van mensenrechten. Weliswaar nopen zwaarwegende geopolitieke belangen tot het onderhouden van diplomatieke betrekkingen met autocratische regimes, maar dialoog en (beperkte) samenwerking op regeringsniveau mogen niet ten koste gaan van de ondersteuning van hervormingsgezinden en het maatschappelijk middenveld in die landen. Teveel hebben westerse regeringen zich in het verleden geïdentificeerd met autoritaire regimes, op basis van de onjuist gebleken veronderstelling dat dergelijke regimes voor politieke stabiliteit zouden kunnen zorgen. Ook nu is er het gevaar dat het beleid van westerse landen wordt beheerst door een taxatie van de overlevingskansen van een autocratisch regime, los van de vraag wat in het belang is van respectering van de rechten van de mens en de democratische en sociaaleconomische aspiraties van de bevolking. De AIV is van oordeel dat de Nederlandse regering zich niet moet laten gijzelen door de angst dat radicale islamitische groeperingen een greep naar de macht doen. De kans daarop neemt eerder toe dan af door een politiek van – al dan niet heimelijke – steun aan regimes die blijvend vervreemd zijn geraakt van de legitieme eisen van de burgers in de Arabische samenlevingen. De AIV concludeert dat de recente ontwikkelingen in Tunesië, Egypte en andere Arabische landen het belang onderstrepen van een gerichte versterking van het maatschappelijk middenveld (politieke partijen, maatschappelijke organisaties en vakbonden). De opbouw van een krachtig maatschappelijk middenveld vergt een lange adem, maar sorteert uiteindelijk het meeste effect bij het bevorderen van vrijheid, gerechtigheid en democratie. De AIV merkt op dat zowel Nederland als de EU reeds beschikken over passende beleidsinstrumenten ter versterking van de civil society. Echter, vooral de EU heeft in het recente verleden verzuimd de instrumenten uit het Europees Nabuurschapsbeleid (ENB) op de juiste wijze toe te passen. Zo heeft de Unie in de politieke dialoog met zuidelijke buurstaten onvoldoende nadruk gelegd op de onvolkomenheden (of zelfs afwezigheid) van de rechtsstaat en de ontwikkeling van een onafhankelijke particuliere sector die gevrijwaard is van politieke beïnvloeding. De opkomst van hervormingsbewegingen in verschillende Arabische landen verschaft de EU nieuwe kansen. Nederland beschikt met het Mensenrechtenfonds en het Fonds Ontwikkeling Pluriformiteit en Participatie in islamitische landen over passende bilaterale hulpinstrumenten waarmee een stem gegeven kan worden aan maatschappelijke organisaties die het huidige transitieproces in de Arabische regio kunnen dragen. De AIV meent echter dat investeringen in additionele expertise en analysecapaciteit noodzakelijk zijn om de regering goed te kunnen adviseren over mogelijke Nederlandse bijdragen aan versterking van de civil society in de Arabische regio. Voldoende analysecapaciteit op ambassades in de regio en nauwere samenwerking van de regering met (Nederlandse) NGO’s, instellingen voor capaciteitsopbouw van politieke partijen en de vakbeweging zijn het meest doelmatig om in deze behoefte aan expertise en analysecapaciteit te voorzien [tot besluit - conclusie van een rapport uitgebracht door commissie onder voorzitterschap van F. Korthals Altes]
DOCUMENT
In dit artikel wordt aan de hand van enkele bekende en minder bekende theoretische marktingcommunicatie modellen uitgebreid ingegaan op de werking van sponsoring van sport.
DOCUMENT
De onderzoeksgroep Cybersafety van NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden, heeft in opdracht van het Digital Trust Center (DTC), in kaart gebracht in hoeverre de Basisscan Cyberweerbaarheid leidt tot gedragsverandering bij ondernemers. In totaal zijn achttien ondernemers, variërend qua omvang, bedrijfstak en geografische ligging, betrokken bij het onderzoek. Respondenten zijn daartoe tweemaal geïnterviewd. Het eerste interview was een zogenoemde nulmeting waarin de uitgangssituatie in kaart werd gebracht. Dit betrof ten eerste de mate waarin men aan de vijf door het DTC onderscheiden basisprincipes, zoals het uitvoeren van software-updates en het reguleren van toegang tot systemen, invulling gaf en ten tweede de achterliggende factoren zoals houdingaspecten en omgevingsinvloeden die daaraan ten grondslag liggen. Het tweede interview werd gehouden nadat de respondent de basisscan had ingevuld en stond in het teken van gedragsverandering en de mogelijke wijzigingen in achterliggende factoren.
DOCUMENT
Al ruim 10 jaar wordt in Eindhoven de Carrouselgroep ingezet door Reclassering Nederland. De Carrouselgroep is een groepstraining voor volwassen mannen die betrokken zijn (als dader) bij huiselijk geweld. De mannen nemen vrijwillig deel aan de Carrouselgroep om zelf hun gedrag te veranderen.
DOCUMENT
Promotieonderzoek. Twee deelonderzoeken: 1. de werking van voorkeursbeleid bij de benoeming van directeuren in het basisonderwijs in 1985 en 2. de werking van voorkeursbeleid als onderdeel van een positieve actie plan.
DOCUMENT
Op welke manieren draagt Students4Students bij aan de veerkracht en binding van de betrokken studenten? En wat kunnen we hiervan leren over student peercoaching en de organisatie van een peercoachingsprogramma? In dit rapport presenteren we de opbrengsten van het onderzoek 'Ondersteuning Studentwelzijn', een gezamenlijk onderzoeksproject van het lectoraat Jeugd en Samenleving en het lectoraat Diversiteitsvraagstukken en een deelproject van het Inholland-brede onderzoeksconsortium Welzijn en Binding.
DOCUMENT
De transitie richting IFRS 17 heeft grote impact op de verzekeringsbranche, zowel qua technische implementatie als qua financiën. Dit artikel bevat een beknopt overzicht van de werking en de mogelijke gevolgen van de standaard. In drie korte interviews beantwoorden vertegenwoordigers van het Koninklijk Actuarieel Genootschap (Ernst Visser), de Branchegroep Verzekeringsmaatschappijen van NBA-VRC (Rob Schouten) en het Verbond van Verzekeraars (Ron Hersmis) enkele belangrijke vragen.
LINK
Milieucriminaliteit heeft ernstige gevolgen voor de natuur, de veiligheid en gezondheid van individuen en de economie. Onder milieucriminaliteit wordt onder meer verstaan het illegaal lozen van afval in bodem of water, het dumpen van drugsafval (giftig afval afkomstig van de productie van synthetische drugs dat in natuurgebieden wordt gedumpt), illegale uitstoot door de zware en/of chemische industrie, mestfraude en de illegale handel in (giftig) afval. Alleen al in Nederland bedraagt de schade veroorzaakt door milieucriminaliteit enkele miljarden euro’s per jaar. De wet is een belangrijk instrument om milieucriminaliteit te verminderen of te voorkomen. Uit onderzoek van de afgelopen jaren blijkt echter dat er onvoldoende inzicht is in het systeem van toezicht en handhaving om milieucriminaliteit aan te pakken. Zo is er meer inzicht nodig in het functioneren van en eventuele knelpunten in de strafrechtsketen bij de aanpak van overtredingen van het omgevingsrecht. Uit onderzoek moet blijken welk strafrecht of bestuursrechtelijk antwoord of sanctie het meest geschikt is voor specifieke vormen van milieucriminaliteit en typen daders. In deze bijdrage richten we ons eerst op de bestuurs- en strafrechtelijke contexten van de omgang met overtredingen van het milieurecht. Hierna gaan we in op de vraag wat er uit eerder onderzoek bekend is over het functioneren van het systeem van toezicht op het omgevingsrecht in Nederland. Vervolgens staan we stil bij de vraag: Wat weten we eigenlijk over de effecten van (strafrechtelijke) sancties
DOCUMENT
Preventieve opvoedondersteuning op buurtniveau en de inzet van formele en informele netwerken kunnen de druk op het jeugdzorgstelsel verminderen door de preventieve werking en het bevorderen van de eigen kracht. De werkgroep De Kracht van Preventie richt zich daarom op de kracht van informele opvoedondersteuning en bestudeert de werking en effectiviteit van de interventie Ouders in Actie, die door CJG Rijnmond aangeboden wordt.
DOCUMENT