Kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) komen te vaak in de problemen in het onderwijs, waarbij een deel van de kinderen zelfs uit het onderwijs valt. Dit heeft mogelijkerwijs te maken met twee duidelijke knelpunten van het beleid van passend onderwijs. Ten eerste is passend onderwijs nog te veel een bestuurlijk construct en nauwelijks op het handelingsniveau van professionals gericht. Ten tweede vormen de grenzen van onderwijs en de jeugdhulpverlening nog te veel een belemmering om met vereende kracht leerlingen op maat te ondersteunen.Het op maat ondersteunen vraagt om een versteviging van vaardigheden van leerkrachten en jeugdhulpverleners om het welbevinden en leergedrag van ASS-leerlingen te stimuleren. Daarbij kunnen professionals elkaars expertise beter benutten om op deze manier samen in de klas op een talentgerichte wijze het welbevinden en leergedrag van leerlingen met ASS te ondersteunen.Dit professionaliseringsprogramma beoogt de vaardigheden die leerkrachten en jeugdhulpverleners in de klas1 nodig hebben, om leerlingen met ASS op een passende en integrale wijze te kunnen ondersteunen in hun leergedrag en het welbevinden te vergroten.Het doel van deze professionalisering is in lijn met het landelijk beleid rondom passend onderwijs en de nationale wetenschapsagenda bij het thema ‘Jeugd in ontwikkeling, opvoeding en onderwijs’. Verbetering van het handelen van leerkrachten en jeugdhulpverleners in een integrale aanpak zorgt voor betere schoolresultaten, minder schooluitval en een betere communicatie tussen leerkrachten en hulpverleners. Bovendien draagt het bij aan een inclusieve maatschappij.1
DOCUMENT
Via onderzoek: Begrijpen, meten en beïnvloeden naar welbevinden in het heden.
DOCUMENT
Vluchtelingenkinderen kampen vaak met uiteenlopende problemen die te maken hebben met hun achtergrond, vluchtgeschiedenis en/of onzekere verblijf in Nederland. Om na te gaan of lesprogramma’s het welbevinden van vluchtelingenkinderen in het basisonderwijs kunnen bevorderen zijn de effecten van twee lesprogramma’s onderzocht. Bij 243 leerlingen in de leeftijd van 5 tot en met 14 jaar van AZC-scholen en opvangklassen is nagegaan in hoeverre zij vooruitgaan in hun welbevinden na het volgen van de lessen. De uitkomsten zijn vergeleken met een controlegroep van 131 vluchtelingenkinderen. Deze controlegroep heeft geen van beide lesprogramma’s gevolgd. Het welbevinden van leerlingen verbetert niet na het volgen van de programma’s. Dit wordt aangetoond met behulp van beschrijvende statistiek en variantie-analyses. Echter, docenten en leerlingen zijn wel zeer tevreden over de methodes. Tot slot wordt dan ook de vraag bediscussieerd of het feit dat geen effecten zijn aangetoond voldoende is om uitspraken te doen over het nut van de programma’s.
DOCUMENT
Wie moet leven van een bijstandsuitkering heeft het financieel gezien niet makkelijk. De precaire situatie waarin betrokkenen zitten, kan grote invloed hebben op hun welbevinden, oftewel: op hun tevredenheid over het leven (Layard, 2005; Veenhoven, 2002, in Van Echtelt, 2011). Los van beperkte financiële middelen kunnen ook andere factoren een rol spelen, zoals het gevoel niet ‘echt’ mee te doen in de samenleving, de ervaren gezondheid, het ontbreken van een perspectief en zorgen over de toekomst.
DOCUMENT
Veranderingen in de samenleving, waaronder maatregelen in verband met de corona-uitbraak, hebben invloed op het welzijn van jongeren. Diverse onderzoeken naar de impact van de coronapandemie op het welzijn van de jeugd laten zien dat deze periode een negatief effect had op het fysiek, mentaal en sociaal welbevinden van de jeugd. Jongeren voelden zich in deze periode minder gelukkig, eenzamer en gefrustreerder, zo blijkt uit het onderzoek van Van der Kooij en Crone.
DOCUMENT
Vanuit de behoefte om theorie en praktijk meer te integreren de tweedegraads lerarenopleiding van Hogeschool Utrecht (HU) het Samen Opleiden vorm gaan geven door in samenwerking met enkele schoolbesturen leernetwerken op te zetten. Leernetwerken bestaan uit een heterogene groep studenten van verschillende opleidingsrichtingen, waarin schoolopleider en instituutsopleider gestructureerd samenwerken vanuit een gemeenschappelijke visie op opleiden. Met dit evaluatieonderzoek is onderzocht wat de meerwaarde is van het Samen Opleiden in leernetwerken, specifiek op het gevoel van welbevinden en de gepercipieerde competentieontwikkeling van studenten. Hiervoor hebben groepsgesprekken plaatsgevonden met de grondleggers, opleiders en studenten. Om inzicht te krijgen in de beoogde (door grondleggers en opleiders) en ervaren (door studenten) opbrengsten is de CIMO-logica (context, interventie, mechanisme en uitkomst) gebruikt. De heterogeniteit van de leernetwerken en vijf pijlers (koppeling theorie praktijk, positieve ontwikkelingsgerichte begeleiding, zelfsturing vanuit leervragen en intervisie, samenwerking tussen studenten en opleiders en inbreng van innovatief onderzoekend vermogen) vormen de context van de leernetwerken. Door leernetwerken heterogeen samen te stellen (verschillende opleidingen, richtingen en leerjaren) wordt voor verbreding gezorgd, wat door studenten enerzijds als verbreding wordt herkend, maar anderszijds ook als herhaling wordt ervaren. De rol van school- en instituutsopleiders zoals beoogd is om als gelijkwaardige partners te opereren in de begeleiding van het leernetwerk aan de hand van de vijf pijlers. Voor welbevinden komt zowel bij beoogd als ervaren het gevoel van verbondenheid het sterkst naar voren in een omgeving waarin studenten zich gezien en gehoord voelen. Voor competentieontwikkeling komt naar voren dat de leernetwerken zijn opgezet om studenten te helpen hun theoretische kennis in de praktijk te brengen en hen te begeleiden in hun professionele groei binnen het onderwijs. In dit rapport worden, tot slot, enkele kanttekeningen en aanbevelingen over werken vanuit concerns, het omgaan met heterogeniteit en de brede inbedding in schoolontwikkeling gegeven.
DOCUMENT
Beschouwing over de communicatie binnen de fysiotherapie en de invloed op het zorgproces.
DOCUMENT
Verslag: We brengen steeds meer functies in een steeds voller wordende stedelijke ruimte bij elkaar. Wat doet dat met het welzijn van mensen? De BNSP legt de prangende kwestie op tafel. Aan de hand van verschillende cases en lerend van onder meer Leidsche Rijn komen verschillende instrumenten op tafel, van de inrichting van de buitenruimtes tot en met de kunst van het stedelijk programmeren – compleet met barcodes en regels voor ‘goede groei’. Hoog boven het IJ met een panoramisch uitzicht over transformatiegebieden als Overhoeks, NDSM en Houthavens organiseert de Beroepsvereniging van Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen (BNSP) in samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam (HvA) de Salon ‘Bouwen aan leefkwaliteit’. Aanleiding is het tweejarig onderzoeksproject ‘Building for Wellbeing‘ van de Hogeschool van Amsterdam waarin inmiddels 10 recente verdichtingsprojecten in Nederland zijn geanalyseerd (zie kader). Sommige zijn gerealiseerd (zoals Little C in Rotterdam en Duin in Almere), andere bevinden zich nog in de planfase zoals Hyde Park in Hoofddorp, Rijnhaven Rotterdam en Leidsche Rijn Centrum Noord. Onderzoekers Frank Suurenbroek en Hugo Beschoor Plug openen de avond door de eerste bevindingen toe te lichten. [...]
LINK