Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3In de informatiesector werken veel zzp’ers. Velen hebben daar zelf voor gekozen. Een grote groep uit nood: een vaste baan werd verloren en de hypotheek moet worden betaald. Dat leidt tot onwenselijke situaties.
ARTIKEL
Eenpitter, freelancer, zelfstandig ondernemer, ‘iemand die voor zichzelf werkt’ en zelfstandig professional; zo maar enkele benamingen voor werkenden die geschaard worden onder de steeds groter wordende groep zzp’ers (afkorting van zelfstandige zonder personeel) in de Nederlandse economie. Een ontwikkeling die de alsmaar toenemende vraag naar flexibel inzetbare arbeid weerspiegelt. Tegelijkertijd roept het vragen op over wie die zzp’ers zijn en wat hun bijdrage is aan de economie – vooral ook op regionaal niveau. Om meer inzicht te krijgen hoe de zzp’ers in Regio Zwolle te kenmerken zijn en wat hun betekenis is voor de regionale economie, heeft het Kenniscentrum Technologie van Hogeschool Windesheim een verkennend onderzoek uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een schets van zzp’ers in de regio – oftewel; wie zijn ze, wat doen ze en wat levert het op. Het initiatief voor dit verkennende onderzoek komt voort uit een samenwerking tussen MKB Nederland Regio Zwolle, VNO-NCW Regio Zwolle, ZPN Regio Zwolle, ZZP Nederland, en de regionale programma’s Human Capital Agenda en Economie van het bestuurlijk samenwerkingsverband Regio Zwolle. De uitkomsten van het onderzoek vormen input voor de regionale samenwerking op het vlak van de thema’s Economie en Menselijk Kapitaal en mogelijke verdiepende vervolgonderzoeken.
RAPPORT
Deze onderzoeksnotitie gaat in op het belang van zzp als vorm van bedrijvigheid in zowel creatieve industrie, de deelsectoren daarbinnen en de verschillende domeinen en bedrijfstakken.
RAPPORT
Mogelijk investeren meer ondernemers in hun bedrijf dan tot nu toe bekend, omdat we onderschatten hoeveel er vanuit eigen middelen wordt gefinancierd. Er zijn 165.000 zzp’ers met een financieringsbehoefte ten opzichte van 118.000 mkb’ers. Dat blijkt uit schattingen van KVK en Hogeschool Utrecht uit het onderzoek ‘Investeren en financieren door zzp en mkb ondernemers’. Bij de overweging van financieringsvormen kijken ondernemers in de eerste plaats naar kosten (73%) en het rentepercentage (67%). Er is maar bij 14% van de ondernemers een financierings- of investeringsbehoefte. Van de ondernemers met een financieringsbehoefte gaf 57% aan alleen gebruik te hebben gemaakt van eigen middelen. 31% maakte gebruik van eigen middelen en externe financiering of subsidies. Slechts 12% gebruikt louter externe middelen. Privé inbreng domineert bij zzp’ers meer dan bij het mkb. Wij zagen dat 34% van alle ondernemers - zonder enige investerings- of financieringsbehoefte – eigen middelen inbrengt. Het lijkt er daarmee op dat ondernemers de term investerings- en/of financieringsbehoefte in enquêtes associëren met externe financieringen. Mogelijk investeren veel meer ondernemers in hun bedrijf dan tot nu toe gemeten is. Ondernemers zijn het bekendst met een banklening (93%), fiscale aftrek (90%), crowdfunding (85%) en een lening van vrienden en familie (86%). Ondernemers zijn het minst bekend met kredietunies (23%), regionale ontwikkelingsmaatschappijen (35%), online flitskredieten (35%) en financiering met ingehouden winsten (37%). Algemeen geven mkb ondernemers aan iets meer bekend te zijn met financieringsvormen en -bronnen dan zzp’ers. 13% van de ondernemers had behoefte aan informatie over financiering. De rol van de financiële adviseur is daarbij van belang. Ruim 75% van de ondernemers raadpleegt een onafhankelijk financieel adviseur (30%), een accountant (24%) of een boekhouder (21%).Ondernemers die informatie inwonnen deden dat ook bij de bank (51%) en op internet (46%). Wij vroegen zzp en mkb ondernemers of zij een financier zekerheden zouden kunnen bieden. 38% van de zzp’ers gaf aan geen zekerheden te kunnen bieden. Als er wel zekerheden zijn, dan is het vooral privé vermogen (34%) en privé onroerend goed (32%). Mkb ondernemers zagen meer mogelijkheden. Zij kunnen vaker privé onroerend goed (45%) en privé vermogen (39%) inbrengen dan zzp’ers. En mkb’ers kunnen ook vaker zakelijk onderpand bieden met voorraad of debiteuren (33%) of met bedrijf onroerend goed (35%). Slechts 16% gaf aan dat ze een financier geen zekerheden kunnen bieden.
RAPPORT
Op het evenement Meedoen Geld(t)?, in 2016 georganiseerd door het lectoraat Financial Inclusion and New Entrepreneurship (FINE) van De Haagse Hogeschool, is een boekje uitgedeeld met een algemeen overzicht van een aantal (nieuwe) vormen van financiering voor het midden- en kleinbedrijf en zelfstandigen in Nederland. De deelnemers stelden het op prijs om een breder overzicht te krijgen van de diverse – bestaande en opkomende – vormen van formele en informele maar ook alternatieve en nieuwe vormen van financiering voor het MKB, of voor de zelfstandige zonder of met personeel (ZZP/ ZMP) , en nietgeregistreerde ondernemende mensen. Studenten hebben regelmatig laten blijken dat zij zich willen oriënteren op de nieuwe, alternatieve vormen van financiering en de implicaties daarvan op bedrijven. Dit overzicht geeft hen maar ook docenten én (startende) ondernemers informatie over het bestaan, de mogelijkheden en werkwijze van verschillende bestaande en opkomende financieringsinstrumenten en spelers in de markt. Deze handleiding stelt de student in staat zich een beeld te vormen van de diverse financieringsmogelijkheden voor het MKB of voor de ZZP’er of ZMP’er. Kennis nemen van de verschillende vormen is de eerste stap naar het ontwikkelen van een systeem waarin de MKB’er of ZZP’er/ ZMP’er de juiste mix van financiering kan verkrijgen. Als de student later misschien zelf aan de slag wil gaan in een onderneming, heeft hij of zij baat bij een bredere kijk op financieringsmogelijkheden. En als de student komt te werken bij financiële dienstverleners of adviesbureaus is het belangrijk dat hij of zij goed in staat is om samenwerking met anderen te zoeken. Op die manier kunnen ondernemers de juiste mix van financiële diensten ontvangen. Het boek is mede gebaseerd op ons onderzoek in 2017 naar de ontwikkelingen bij de bestaande banken in Nederland, geleid door Richard van der Linde. Ook is dankbaar gebruikgemaakt van de uitkomsten van deelonderzoeken die zijn uitgevoerd door studenten aan de HHs over de geschiedenis van banken in Nederland (Fabian van Hagen) en hun dienstverlening (Zulikha Hesam).
BOEK
Full text via link. Interview met Lex van Teeffelen. Van Teeffelen is lector bedrijfsoverdracht en innovatie. Dat zal veel mensen niet zo aantrekkelijk in de oren klinken. Want bedrijfsoverdrachten, dat klinkt al gauw als iets ingewikkelds met veel geld en zo. Niet iets reëels voor een student. Dan ligt starten als zzp-er en langzaam verder bouwen aan een eigen bedrijf meer voor de hand. Zou je denken. Maar daar denkt Van Teeffelen dus anders over. Heel anders.
ARTIKEL
Het rapport Pionieren met Passie bevat een onderzoek naar de praktijk van 66 zelfstandig ondernemende theologen en religiewetenschappers. Zij zijn door middel van een een uitgebreide digitale vragenlijst over hun werk onderzocht. Over deze relatief nieuwe groep ondernemers was tot nu toe weinig bekend: Wie zijn ze? Waarom werken ze buiten de traditionele domeinen van kerk en zorginstellingen? Welke producten en diensten bieden ze aan? Zijn ze succesvol? Welke competenties hebben ze nodig? Hebben ze die in voldoende mate meegekregen vanuit opleidingen theologie, religiestudies en levensbeschouwing? De zelfstandig ondernemende theologen en religiewetenschappers geven in alle vrijheid vorm aan hun passie voor mensen en zingeving. Er blijkt een grote mate van levenbeschouwelijke diversiteit, maar zij delen hun passie, waarin de roep om zingeving en zinbeleving onverminderd aanwezig is . Dit onderzoek vond plaats op initiatief van de samenwerkende lectoraten theologie en levensbeschouwing van de Hogescholen Windesheim, Fontys en de Christelijke Hogeschool Ede. Medewerking verleenden alle academische en HBO-opleidingen theologie en religiestudies, evenals een aantal gerelateerde beroepsorganisaties zoals de vereniging Albert Camus.
RAPPORT