Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Het is 4 maart 2015, rond half vijf in de middag. De voorjaarszon speelt door de glas-in-loodramen; het venster geeft zicht op de eerbiedwaardige platanen van de Utrechtse binnenstad. In de statige zaal van het voormalige kantongerecht heerst gespannen opwinding, bij sommige van de aanwezigen zelfs verbijstering. Met een gezelschap van twaalf begeleidingskundigen zijn we in dit historische gebouw aan het begin van de middag begonnen met een bezinning op de vraag: wat is de toekomst van de begeleidingskunde? Onze afspraak is om deze middag niets op te lossen of vast te zetten, maar om de toekomst van de begeleidingskunde op een andere, open manier te benaderen.
DOCUMENT
Hoe kunnen we de muzen verbinden aan het onderzoeken, zodanig dat het onze kennis (over onszelf, over de wereld en ons handelen in die wereld, en zelfs onze kennis over kennis) verrijkt? De fascinatie die in al deze vragen verborgen ligt, laat zich voor mij uiteenvouwen in negen redenen om als lector Begeleidingskunde, verbonden aan de Master Begeleidingskunde Hogeschool Rotterdam, mee te doen aan dit initiatief. Waarom verbind ik mij vanuit de Begeleidingskunde aan het Instituut voor Muzisch Onderzoek? Hoe sluit dit aan bij het doel van het lectoraat Begeleidingskunde, namelijk bij te dragen aan de humanisering van het georganiseerde leven?
DOCUMENT
In de traditie van coaching en supervisie is een schat aan ervaring en gedocumenteerde expertise opgebouwd met betrekking tot het begeleiden van professionals in hun ontwikkeling. Daarbij heeft de nadruk vooral gelegen op individuele ontwikkeling door het leren van ervaringen. Tegelijkertijd is in de achterliggende drie decennia vanuit de organisatiekunde de aandacht voor leren en ontwikkelen sterk toegenomen, waarbij de nadruk vooral heeft gelegen op het organiseren van collectieve interventies. In dit artikel beschrijf ik hoe deze twee tradities elkaar meer kunnen versterken.
DOCUMENT
In dit onderzoek onder oud-studenten van de Master Begeleidingskunde van Hogeschool Rotterdam wordt de vraag beantwoord in hoeverre de eindkwalificaties van de opleiding door de oud-studenten herkend worden als relevant in hun beroepspraktijk. Het onderzoek is bedoeld om het profiel dat de opleiding heeft geformuleerd om het werk van de begeleidingskundige te karakteriseren, te toetsen aan de feitelijke werkpraktijk van de afgestudeerden.
DOCUMENT
Professionals zoals artsen, sociaal werkers, docenten, rechters, politieagenten en hulpverleners in de (geestelijke) gezondheidszorg moeten voortdurend inschattingen maken van de situatie waarin zij handelen. Dit vraagt een reflectieve en onderzoekende houding. De onderlinge samenwerking binnen de organisatorische verbanden waarin deze professionals hun werk verrichten, vereist eveneens een bereidheid tot leren en een vermogen om onderzoekend naar de onderlinge betrekkingen te kijken, met alle taaiheid en weerbarstigheid die zich daarin voordoen. De kwaliteit van het werk wordt immers in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de samenwerking. Ten derde vraagt in toenemende mate ook de organisatie zelf onderzoekende aandacht. Steeds meer wordt van de genoemde professionals verwacht dat zij meedenken met vragen rond de inrichting van de organisatie, opdat deze (in het licht van het te leveren werk) adequaat afgestemd blijft op de bewegende context. Het vakgebied van de begeleidingskunde heeft zich ontwikkeld als de discipline die professionals zowel individueel als collectief begeleidt in die reflectieve en onderzoekende activiteit, opdat er daadwerkelijk van ervaringen geleerd wordt. Vormen van handelingsonderzoek bieden daarvoor een geschikte grondslag. In deze bijdrage bespreken wij hoe emoties zoals woede, vreugde, verdriet en angst in de methodologie voor dit participatieve onderzoek en voor het begeleiden daarvan in trajecten van team- en organisatieontwikkeling een betekenisvolle plaats kunnen krijgen.
DOCUMENT
Naar aanleiding van de programmatische opdracht tot vormgeving van de masteropleiding Begeleidingskunde én naar aanleiding een persoonlijke ervaring van systeemverstrikking doordenkt de auteur het zelf-verstaan vanuit een combinatie van vier elkaar aanvullende en elkaar nuancerende vragen, die elk een eigen werkelijkheidsopvatting en wetenschapsfilosofie met zich mee brengen: 1. Wat zie ik en kan ik als ik de situatie opvat als een oorzakelijk mechaniek dat hapert? 2. Welke inzichten ontstaan als ik de situatie begrijp als een markt met zijn onoverzichtelijke complexiteit van elkaar wederzijds beïnvloedende factoren? 3. Wat hoor en versta ik als ik mij door de situatie laat aanspreken als ware het een verhaal dat iets te zeggen heeft? 4. Wat gebeurt er met mij als ik de situatie toelaat als een melodie of een gedicht met een eigen sfeer en zin? De eerste twee vragen blijken aangrijpingspunten tot handelen en ondernemende actie, terwijl de laatste twee eerder aansporen tot luisteren, loslaten, overgave en zingeving. De auteur beargumenteert dat begeleidingskundigen een rol hebben in het ondersteunen van professionals om elk van de vier invalshoeken toe te laten in de uitoefening van hun werk en in hun zelf-verstaan binnen dat werk. Het boek ‘Pleidooi voor interpretatie’ van Theo de Boer vormt bij dit alles de kapstok voor het betoog.
DOCUMENT
We leven in tijden van overgang. Het woord transitie wordt veel gebruikt: transitie in de zorg, energietransitie, transitiedirecteur. Meestal wordt hiermee de omvattendheid van de verandering aangeduid. Transities betreffen veranderingen die het geheel raken, waarbij geen enkel aspect onaangeroerd blijft, want het gehele systeem is in beweging. Het is interessant om de rol van de begeleidingskunde in deze tijden van verandering nader te onderzoeken. Hoe kan de begeleidingskundige bijdragen aan veranderingen terwijl hij of zij daar zelf ook deel van uitmaakt? In dit artikel wordt uiteengezet dat de begrippen sfeer en sfeerovergang gezien kunnen worden als kernconcepten bij de beantwoording van deze vraag. Ze raken het hart van het begeleidingskundig metier in tijden van transitie.
DOCUMENT
Bespreking van: Michiel de Ronde (2019). Leven in verhalen. Begeleiden met mythen, sprookjes en gedichten rond vragen op de levensweg. Utrecht: Eburon. ISBN 9789463012751
DOCUMENT
Kessels & Smit The Learning Company is een gerenommeerd bedrijf dat vanaf de start in 1975 is uitgegaan van het principe dat bedrijven en instellingen zich ontwikkelen door het leren te bevorderen. De oprichters, Joseph Kessels en Cora Smit, kunnen beschouwd worden als pioniers in het procesmatig begeleiden van leren in organisaties. In een statig pand aan de Utrechtse Maliebaan - het oogt als een bedrijfsverzamelgebouw - hebben we een viergesprek met twee partners van Kessels & Smit: Luk Dewulf en Aart Goedhart. Wij vragen naar hun opvattingen over het begeleiden van leren en ontwikkelen en nodigen hen uit iets te vertellen over de werkwijze van Kessels & Smit. We spreken met hen over actuele ontwikkelingen in de begeleidingskunde en de bijdrage die ons tijdschrift hieraan kan leveren.
DOCUMENT
De Master Begeleidingskunde voorziet in een toenemende behoefte aan deskundigen die organisaties en teams helpen zich van binnenuit te ontwikkelen op basis van eigenaarschap, gezamenlijkheid en zelfsturing. De voortdurend bewegende samenleving vraagt van professionals, zowel individueel, in teams als in het grotere verband van organisaties, om nieuw vuur en hernieuwde verbinding met de eigen professionele identiteit. Teams staan voor de opgave om de eigen maatschappelijke bijdrage opnieuw uit te vinden en vorm te geven. Dat proces laat zich niet hiërarchisch afdwingen, maar kan slechts van binnenuit ontwikkeld worden door te leren met en van elkaar. De begeleidingskundige is bij uitstek de professional die deze individuele en collectieve leerprocessen kan verdiepen en intensiveren. Dit doet hij door in complexe organisatiecontexten creatieve ruimte te scheppen waarbinnen het ervaringsleren van individuen en teams plaats kan vinden. Hij zorgt daarbij voor meervoudige en voortdurende afstemming met de betrokkenen. In dialoog met hen en door de inzet van narratieve en ludische werkvormen helpt hij om in dit ervaringsleren ook het ongezegde en het onzegbare communiceerbaar te maken en daardoor taaie vraagstukken weer bespreekbaar te maken. Rond deze vraagstukken doet de begeleidingskundige samen met de betrokkenen handelingsonderzoek om op basis daarvan tot nieuwe perspectieven en nieuwe handelingsmogelijkheden te komen, waardoor teams en organisaties zich van binnenuit vernieuwen. Om deze rol als professioneel begeleider van dergelijke complexe leerprocessen te vervullen, laat de begeleidingskundige zich voeden en richten door zowel de sociale en organisatiewetenschappen als ook de geesteswetenschappen. Vanuit die achtergrond is hij in een gedurig reflectief contact met zichzelf en de situatie en legt hij als normatieve professional verantwoording af van zijn handelen en zijn persoonlijke betrokkenheid daarbij. Het Lectoraat Begeleidingskunde dat aan de master is verbonden, zal zich ter onderbouwing van bovenstaand profiel richten op het verder vormgeven van begeleidingskundig handelingsonderzoek als methodologie voor kennisontwikkeling rond taaie vraagstukken in professionele praktijken en organisaties. Daarbij zal er bijzondere aandacht zijn voor het gefundeerd gebruik van narratieve en ludische werkvormen die het mogelijk maken om ook het ongezegde en het onzegbare communiceerbaar te maken en in deze kennisontwikkeling te betrekken.
DOCUMENT