Hoewel bekend is dat blended learning studiesucces bevordert in het hoger onderwijs, is het minder bekend welke ontwerp-kenmerken van blended learning hiervoor verantwoordelijk zijn en welke aspecten van leren blended learning adresseert, voor studentsucces (academisch en non-academisch). Hoe je als onderwijsprofessional voor studentsucces blended learning kunt (her-)ontwerpen, monitoren en evalueren, is dan ook nog niet zo gemakkelijk. Twee onderzoekers aan Hogeschool Rotterdam onderzochten daarom de internationale onderzoeksliteratuur op aspecten van student-leren in het hoger onderwijs (hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs) die succesvol worden bevorderd door ontwerp-kenmerken van blended learning. De verschillende aspecten van blended leren die bevorderend bleken te zijn voor studentsucces, zijn goed onder te brengen onder de paraplu “binding”. In het onderzoek lichten de onderzoekers vijf ontwerp-kenmerken van blended learning uit die positief bijdragen aan binding van studenten en aan studentsucces - en vijf belemmerende factoren.
DOCUMENT
Presentatie tijdens studiedag Blended Learning van Vereniging Hogescholen, Utrecht.
DOCUMENT
Dit paper is het eindproduct van leerarrangement 1 (Zin in Leren) van de HBO masteropleiding Leren en Innoveren. Het is een literatuurstudie naar blended learning en hoe blended learning kan bijdragen aan een beter leerresultaat van de student.
DOCUMENT
Technologie in het onderwijs wordt mondjesmaat toegepast (zie bijvoorbeeld Schildkamp, Wopereis, KatDe Jong, Peet & Hoetjes, 2020). Alle onderwijsinstellingen hebben tegenwoordig weliswaar een digitale leeromgeving, doch een optimaal gebruik ervan is nog niet gerealiseerd. In veel situaties wordt de digitale leeromgeving voornamelijk gebruikt voor administratieve functies en voor de beschikbaarstelling van leermiddelen. De Coronapandemie heeft voor een ongekende exponentiële groei in het gebruik van technologie gezorgd. Eenvoudigweg omdat de gebruikelijke manieren van lesgeven onmogelijk werden. In een mum van tijd schakelden docenten over naar Teams, Zoom of andere vergelijkbare technologie, werden colleges opgenomen of gestreamd, webinars ontwikkeld, kennisclips gemaakt en online gezet en werd de leeromgeving verder doorontwikkeld om communicatie synchroon en asynchroon te verbeteren. Dat is een prestatie van formaat waardoor het onderwijs in tijden van de pandemie online door kon blijven gaan. Zo ontstonden er door een mix van fysiek en online onderwijs allerlei vormen van blended learning. Blended Learning is een populair concept waar echter zeer uiteenlopende betekenissen achter schuil gaan (Oliver & Trigwell, 2005). Een allesomvattende definitie die op ieders instemming kan rekenen, is een utopie maar de omschrijving van SURF (2020) wordt frequent gehanteerd: Blended learning is een mengvorm van face-to-face en online (ICT-gebaseerde) onderwijsactiviteiten, leermaterialen en tools. Beide soorten leeractiviteiten maken een substantieel onderdeel uit van het onderwijs; idealiter versterken ze elkaar. Het doel is onderwijs te ontwikkelen dat gebruik maakt van ICT om effectief, efficiënt en flexibel leren mogelijk te maken, met een stijging van het leerrendement en de student- en docenttevredenheid tot gevolg. Vanwege het Coronavirus zien we dat onderwijsactiviteiten die voorheen op locatie in een onderwijssetting plaatsvonden, nu voornamelijk online plaatsvinden waarbij studenten en docenten inloggen in Teams, Zoom, Bluejeans of een vergelijkbare omgeving. De inhoud van het onderwijs of manier van lesgeven verandert echter niet of nauwelijks. Dit is illustratief voor wat we verstaan onder blended learning in de vorm van substitutie. Er is dan sprake van een vervanging: Het klaslokaal wordt ingeruild voor Teams. Ook al is straks de coronapandemie voorbij, dan gaan we er van uit dat het onderwijs meer blended zal blijven dan voorheen, omdat we nu op grote schaal de mogelijkheden ervaren van technologische toepassingen en die willen we behouden en verder uitbouwen. Er is momentum om na te denken over hoe te komen tot een meer optimale blend, en dus niet in de fase van substitutie te blijven verkeren, hetgeen vraagt om een herontwerp van het onderwijs. Met dit essay willen we hier de aandacht op vestigen.
DOCUMENT
Wat zegt onderzoek over de doelen, middelen en veranderende werkwijzen van de stakeholders als een instelling of instituut overgaat op blended onderwijs? Deze publieksversie van een uitgebreide review van wetenschappelijke literatuur biedt aandachtspunten voor een duurzame transitie naar blended onderwijs op drie niveaus in de organisatie. Met als doel blended leren te kunnen realiseren zal beleidsmatig, organisatorisch en facilitair moeten worden nagedacht over het vormgeven aan blended onderwijs. De bevindingen uit deze review kunnen goed meegenomen worden in de overwegingen die nu gemaakt worden in aanloop naar het nieuwe schooljaar, en in de gesprekken die we hierover met elkaar gaan voeren.
DOCUMENT
Flexibilisering van het hoger onderwijs is een hot topic binnen deze onderwijssector. Blended learning wordt gezien als dé manier om deze flexibilisering te bewerkstelligen. Blended learning houdt in dat er een afwisseling plaatsvindt tussen online en face-to-face leeractiviteiten. De periode van afstandsonderwijs maakte duidelijk wat wel en juist niet wenselijk is, daarom is het nu tijd voor constructieve ontwikkeling van blended learning binnen het curriculum. Iselinge Hogeschool heeft er voor gekozen om 3L-leren te kiezen als model voor blended learning. In deze podcast spreekt Bram Oonk met docent-onderzoeker Nienke Reessink over wat 3L-leren en blended learning is. Tevens bespreken zij de ontwikkelde kaartenset, waarbij ontwerpprincipes voor blended learning worden omgezet in vragen en suggesties. Ben je na het luisteren van deze podcast benieuwd naar deze kaartenset of wil je meer weten over hoe blended learning wordt vormgegeven binnen Iselinge Hogeschool? Kijk dan op www.iselinge.nl/3l-leren
LINK
Binnen het hoger onderwijs in Nederland is sinds 2005 Blended Learning de “standaard”. Ondanks het feit dat iedereen hier iets anders mee bedoelt. Het lectoraat eLearning en de School of Education Rotterdam hanteren de definitie die steeds vaker als uitgangspunt wordt genomen: Blended Learning1 is “Een mix van eLearning en andere vormen van leren, waarbij het gaat om distributie van leerinhouden, vormen van communicatie en didactische methoden in relatie tot soorten leerprocessen, of combinaties hiervan.“ Onder eLearning verstaan we “het gebruik van multimedia technologieën en het internet om de kwaliteit van het leren te verbeteren”.
DOCUMENT
Enige tijd, wat zeg ik, zes jaar geleden, raakte ik geïnteresseerd in blended learning, ‘een leeromgeving, waarin zowel contactmomenten zijn als online ondersteuning’. Flipping the Classroom is een bekend voorbeeld – de student (of leerling) bereidt zich voor door de kennismaking met nieuwe leerstof zelfstandig thuis te doen, veelal met behulp van kennisclips. De verwerking gebeurt in de les, als de docent erbij is. Dan kun je immers helpen wanneer leerlingen vastlopen. Een ander voorbeeld van een element van blended learning is een digitale, formatieve toets, zoals er bijvoorbeeld bij Khan Academy veel te vinden zijn.
DOCUMENT
Je hebt je cursus omgezet naar een blended format. Dan ben je natuurlijk benieuwd of al je geleverde inspanningen iets hebben opgeleverd. Het goed evalueren van blended learning is daarom belangrijk. Hierbij stel je objectief vast of je vooraf gedefinieerde doelen daadwerkelijk behaald zijn. Dit kan natuurlijk alleen als je vooraf heldere doelstellingen hebt gedefinieerd: wat waren de doelen van het ‘verblenden’ van je cursus? Met de uitkomsten van de evaluatie kun jij, samen met andere ontwerpers en docenten, vervolgens zelf aan de slag om in een volgende iteratie een gerichte doorontwikkeling in te zetten en te blijven verbeteren.
DOCUMENT
Oliver & Trigwell geven aan dat de term blended learning eigenlijk niet meer zou moeten worden gebruikt, of een andere invulling moet krijgen. Bij die nieuwe invulling zou het dan werkelijk over ‘learning’moeten gaan en niet over ‘teaching’, zoals nu meestal het geval is.Als er wordt uitgegaan van het leren, dan moet de lerende en zijn perceptie van het leerproces in een gegeven context centraal staan.Bij blended learning gaat het in dat geval om het bieden van variatie in ervaringen met betrekking tot aspecten van het leerobject.Complicerende factor is echter dat de lerende de variatie van leeromgevingen niet zo hoeft te ervaren als door de ontwerpers werd bedoeld.Toch kan worden gesteld dat het ervaren van een variatie en het op verschillende manieren aan bod laten komen van aspecten van het leerobject in ieder geval verrijkend en versterkend werken op het leerproces. Op basis van de in dit artikel beschreven argumenten wordt hier de werkdefinitie van blended learning als volgt geformuleerd: Blended learning omvat een mix van e-learning en andere vormen van onderwijs, waarbij het gaat om de distributiewijze van leerinhouden, vormen van communicatie, didactische strategieën en soorten leeromgevingen in relatie tot type leerprocessen, of om een combinatie hiervan.’ Deze werkdefinitie geeft aan dat het vormgeven van leerprocessen en inrichten van een adequate leeromgeving een complexe aangelegenheid is.De stap naar blended learning is meer dan het hetzelfde doen maar dan in een andere leeromgeving; het impliceert een herontwerp van zowel de leerpraktijk als de leeromgeving en het vraagt specifieke competenties om dit soort leerprocessen adequaat te begeleiden.
DOCUMENT