Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Inleiding
Blessures zijn een groot probleem voor hardlopers. Zo raakt jaarlijks 64% van de midden-lange afstandslopers, 32% van de lange afstandslopers en 52% van de marathonlopers geblesseerd (1). Blessures veroorzaken niet alleen persoonlijk leed, maar hierdoor kunnen hardlopers ook niet (goed) trainen om hun prestatiedoel te bereiken. Daarom is het van groot belang om te bepalen wat de risicofactoren zijn om een blessure te krijgen. Een van de risicofactoren waar sporters en coaches zelf invloed op hebben is de trainingsbelasting (2). Daarom is in deze studie onderzocht of er patronen zijn in de trainingsbelasting die voorafgaan aan een blessure. Daarnaast is uitgezocht in hoeverre de blessures te voorspellen zijn op basis van deze patronen.
Methode
De trainingsbelasting en blessures van 23 hardlopers is twee jaar lang bijgehouden. Deze gegevens zijn met verschillende datamining technieken onderzocht om patronen te herkennen. Er is gekozen om dagelijkse acute trainingsbelasting (over 7 dagen) te delen door dagelijkse chronische trainingsbelasting (over 28 dagen), genaamd acute:chronic ratio (2). Dit is per hardloper over 720 dagen bepaald. Daarbij is specifiek gekeken naar het patroon van verandering in acute:chronic ratio over vier weken voorafgaand aan elke blessure.
Resultaten
De resultaten laten zien dat de hardlopers twee weken voorafgaand aan een blessure hun acute:chronic ratio met gemiddeld 11,5% verhoogden ten opzichte van de twee weken daarvoor. Met deze verhoging van 11,5% is het relatieve risico op een blessure significant verhoogd met 9,4. De sensitiviteit van voorspellingen is 0,51 en de specificiteit is 0,94.
Discussie
Dit betekent dat een toename van 11,5% of meer in trainingsbelasting gedurende twee weken een verhoogde kans geeft op blessures bij hardlopers. Ondanks het verhoogde risico is de voorspelling van een blessure nog niet goed mogelijk met alleen trainingsgegevens. Toch kunnen hardlopers het risico op blessures misschien verkleinen door individueel goed te kijken naar verhogingen in trainingsbelasting.
(1) Kluitenberg B et al. (2015) What are the Differences in Injury Proportions Between Different Populations of Runners? A Systematic Review and Meta-Analysis. Sport Med. 45(8):1143–61.
(2) Gabbett, TJ. (2016) The training-injury prevention paradox: should athletes be training smarter and harder?. Br J Sports Med, bjsports-2015.
ABSTRACT
Uit de Vijfde Landelijke Groeistudie is gebleken dat jonge kinderen nog steeds dikker worden (Schönbeck et al., 2011; Van Dommelen, Schönbeck, Van Buuren, & HiraSing, 2014). Overgewicht en obesitas nemen inmiddels schrikbarende waarden aan. Minder eten en meer bewegen zijn de simpele remedies, maar gedragsverandering is moeilijk te bewerkstellingen. Dit door KIEM gelden van NWO gefinancierde voorstel behelst een inventarisatie van de mogelijkheden om met een geïnstrumenteerd vest waarmee de veranderende lichaamsdimensies van de scholier eenvoudig te bepalen tijdens de lessen lichamelijke oefening. De docent krijgt op deze manier goede informatie over de puberteitstoestand van de scholier en kan op basis hiervan in het kader van het Athletic Skills Model (ASM: Wormhoudt, Teunissen,& Savelsbergh, 2012) de oefenstof optimaal afstemmen op de scholier. Het ASM is een talentontwikkelingsmodel voor zowel de breedte- als de topsport. Het ASM heeft als speerpunt het ontwikkelen van het atletisch vermogen met aandacht voor welzijn, gezondheid en prestaties. Het kent een holistische visie over bewegen, onderbouwd door praktische- en wetenschappelijke kennis. Bewegen wordt gezien als basis voor een betere gezondheid en daarmee als basis voor een betere sportieve prestatie. Gezondheidsaspecten vinden we terug bij hedendaagse lifestyle problematiek als obesitas, diabetes maar ook blessures. Blessures doordat de huidige generatie kinderen minder basisvaardigheden ontwikkelt, veroorzaakt door meerdere factoren. Voor de prestatieve kanten binnen de talentontwikkeling is het natuurlijk ook van belang dat de kansen op blessures verkleinen. Voor de specifieke groeispurt fase van jongens en meisjes heeft het ASM in zijn programma’s veel aandacht. Het te ontwikkelen vest c.q. meetinstrument zal het inzetten als het verloop van de groeispurt op een eenvoudige en frequente manier kunnen meten (wekelijks) waardoor doormiddel van ASM programma’s de kans op blessures en overtraining voorkomen kunnen gaan worden.
RAPPORT
Er zijn mensen die zeggen: er bestaan geen slechte oefeningen, alleen slechte toepassingen. Dat klinkt goed. Maar als je serieus werk maakt van spierkracht en spiermassa opbouwen, klopt dat verhaal gewoon niet. Want eerlijk gezegd zijn niet alle oefeningen even goed, en sommige oefeningen zijn domweg zonde van je tijd en energie. Kortom, er zijn goede, minder goede en ronduit waardeloze oefeningen. Punt!
ARTIKEL
Zoals op veel andere terreinen wordt ook de sportwereld zich langzamerhand bewust van de noodzaak om jonge sporters anders dan tot nu toe te begeleiden. Veel trainings- en preventieprogramma’s zijn gebaseerd op data verkregen in jongens- en mannensporten, terwijl bijvoorbeeld blessure-incidentie, type van de blessure, de locatie en de duur van klachten verschillen tussen jongens en meisjes. Daarom is onderzoek naar specifieke klachten voor meisjes hoogstnoodzakelijk. Meisjes tussen tien en veertien jaar kennen unieke risicofactoren, zoals hormonale schommelingen door menstruatiecycli, psychosociale belasting, prestatiedruk en snelheid van groeien. Interventies in trainingen om blessure te voorkomen sluiten onvoldoende aan bij de behoefte van meisjes in genoemde leeftijd. Met dit project krijgen we inzicht in de blessure-incidentie, type, duur en locatie en de verschillende ontstaansmechanismen gericht op competitief sportende meisjes (≥3 keer per week) van tien tot veertien jaar. Gedurende een periode van één jaar worden blessures, groeitempo, belasting, menstruatiepatronen en psychosociale factoren systematisch vastgelegd via een digitaal platform. Deze informatie wordt aangevuld met periodieke motorische, mobiliteit-, kracht- en stabiliteitstesten. Door een brede dataverzameling kunnen we zowel het blessureprofiel als het ontstaansmechanisme van blessures beter begrijpen. Met statistische modellering onderzoeken we welke factoren samenhangen met een verhoogd risico op blessures, en op welke wijze trainers, medische staf en sporters zelf kunnen worden gewezen op het verhoogde blessurerisico. De uitkomsten van dit onderzoek worden vertaald naar praktische richtlijnen. Dat is een breed scala aan tips voor het werkveld van trainers en begeleiders. Zo komen er rode-vlag signaleringsdrempels, een screeningstool en een implementatiehandleiding voor clubs en opleidingen binnen sport en bewegen. Daarmee draagt het project niet alleen bij aan kennisontwikkeling, maar ook aan directe verbetering van blessurepreventie, trainingsoptimalisatie en gezond handelen in de dagelijkse praktijk. Het einddoel is dan ook: een veiliger en ontwikkelingsgericht sportklimaat waarin het unieke profiel van jonge sportende meisjes centraal staat.
Een reconstructie van de voorste kruisband (VKB) brengt hoge me- dische en maatschappelijke kosten met zich mee. De auteurs van dit artikel vatten de resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar preventieprogramma’s voor VKB- blessures samen. Zij vullen deze aan met nieuwe inzichten over mo- torisch leren en pleiten voor herzie- ning van preventieprogramma’s en het revalidatietraject.
ARTIKEL
Hydrotherapie en aquajoggen wordt voor de behandeling van mensen met gewrichtsklachten en sporters met blessures al langer toegepast. De toepassing bij obesitas is relatief nieuw en nog niet eerder onderzocht. Toch is de behandeling in water een oude methode: baden werd door Hippocrates al aanbevolen bij de Romeinen in de vierde eeuw voor Christus als therapie voor overgewicht! Het eerste onderzoek over aquajoggen en obesitas is afgerond. Het oorspronkelijke artikel is reeds te downloaden via: http://www.hindawi. com/journals/jobes/contents.html
ARTIKEL
In het weekend van 20 en 21 september 2014 vond de 30ste editie van de Dam tot Damloop plaats. Onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Inholland hebben bij de Dam tot Damloop een evaluatieonderzoek uitgevoerd met als doel het vinden van aanknopingspunten voor het structureel stimuleren van een gezonde leefstijl en het verminderen van blessures. Door deze focus is, naast de samenwerking op basis van het convenant tussen Le Champion en de Hogeschool van Amsterdam/Inholland, ook de vereniging van Sportgeneeskunde als partner betrokken bij dit onderzoek. Het onderzoek richt zich op vijf onderwerpen: karakteristieken van de deelnemers, gezondheidseffecten, gebruik van apps, informatievoorziening en de bedrijvenloop.
RAPPORT
Onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Inholland hebben bij de Dam tot Damloop 2015 een evaluatieonderzoek uitgevoerd met als doel het vinden van aanknopingspunten voor het structureel stimuleren van een gezonde leefstijl zowel in het dagelijks leven als op het werk en het verminderen van blessures. Door deze focus is, naast de samenwerking op basis van het convenant tussen Le Championen de Hogeschool van Amsterdam/Inholland, ook de vereniging van Sportgeneeskunde als partner betrokken bij dit onderzoek. Het onderzoek richt zich op vijf onderwerpen: karakteristieken van de deelnemers, gebruik van technologie, gezondheidseffecten, werk gerelateerde uitkomsten en profielen van deelnemers op basis van motivatie. Hiernaast vindt u het volledige rapport met de belangrijkste bevindingen.
RAPPORT
Op dinsdag 6 mei 2014 heeft mw. dr. Janine Stubbe, lector Sportzorg aan de Hogeschool van Amsterdam, haar lectorale rede uitgesproken over het voorkomen en behandelen van sportblessures.
INAUGURELE REDE
Elke docent heeft er wel mee te maken gehad. Een leerling landt op de voet van een andere leerling of net naast de mat. In 2018 kwamen maar liefst 13000 kinderen
op de eerste hulp terecht als gevolg van een (ernstige) blessure tijdens het bewegingsonderwijs (Veiligheid.nl, 2019). Hiermee bezet het bewegingsonderwijs een stevige 2e plaats, na het veldvoetbal met ruim 33000 bezoeken. Dit heeft grote persoonlijke een maatschappelijk gevolgen. Gelukkig is er de laatste jaren veel aandacht voor het herstel na een blessure. In dit artikel willen we echter nadruk leggen op de preventie van blessures. Dit doen we niet alleen.
ARTIKEL