Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
41Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Op verzoek van Yo! Opera heeft het lectoraat Lifelong Learning voor Musici het project De Operaflat geëvalueerd, dat onderdeel was van de vierde editie van het Yo! Opera Festival in 2007 te Utrecht. Tijdens het project hebben basisschoolleerlingen van de Openbare Basisschool Overvecht, bewoners van de ‘Operaflat’, studenten zang en compositie van een aantal Nederlandse conservatoria en hun docenten elkaar ontmoet in de uitvoering van 25 miniatuuropera’s van één minuut. Doel van het onderzoek van het lectoraat was de dialoog tussen studenten en docenten van conservatoria enerzijds en de samenwerking met een professionele organisatie (Yo! Opera) anderzijds te monitoren en evalueren.
DOCUMENT
In dit onderzoek richt ik mij op de opleiding Docent Muziek, waar onze toekomstige muziekdocenten worden opgeleid. Hoewel de Nederlandse conservatoria vaak een muziekvisie vertegenwoordigen die is gebaseerd op de westerse klassieke canon vond de wereldmuziek sinds 1980 haar weg naar de conservatoria (Schippers, 2004. pag. 60-61). Zo kreeg ik in mijn opleiding praktische wereldmuzieklessen als samba, kawina, djembé en darbuka en werd ik theoretisch onderlegd bij het vak ‘Introductie wereldmuziek’. Het ontwikkelen van een curriculum op het gebied van wereldmuziek op het conservatorium duidt op een visie over culturele diversiteit in relatie tot de muziekeducatie. Deze visie is mij echter niet helder geworden in mijn studietijd hoewel ik het wel noodzakelijk vind dat toekomstige muziekdocenten nadenken over hun positie in de multiculturele realiteit van Nederland. Vraagstelling In dit literatuuronderzoek wil ik me verdiepen in verschillende opvattingen over hoe je culturele diversiteit in de muziekeducatie zou kunnen benaderen. Aansluitend onderzoek ik de competenties die een muziekdocent zou moeten beschikken om vanuit deze verschillende opvattingen lessen te ontwikkelen en te geven.
DOCUMENT
Dit project was een unieke samenwerking tussen het Conservatorium van Amsterdam, de Universitaire Pabo van Amsterdam, de Pabo van de Hogeschool van Amsterdam en de iPabo met als doel een bijdrage te leveren aan de kwaliteitsverhoging van het muziekonderwijs op de basisschool. Gedurende twee jaar is er gezamenlijk vanuit theorie en praktijk geprobeerd een rijk geschakeerd beeld te verkrijgen van de wijze waarop er door de opleidingsinstituten aan de kwaliteitsverhoging van muziekonderwijs gewerkt kan worden. Dit heeft geresulteerd in een aantal concrete opbrengsten en aanbevelingen. Deze publicatie is bedoeld om de context van het project en de verschillende pilots met hun bevindingen die vanuit het project zijn gedraaid, te beschrijven en te delen. De uitkomsten kunnen interessant zijn voor onder andere beleidsmakers, (universitaire) pabo’s, conservatoria en andere kunstvakopleidingen, basisscholen, kunsteducatieaanbieders, groeps- en vakleerkrachten.
DOCUMENT
In het project Curious Ears is onderzocht hoe studenten op het conservatorium geleerd kan worden om meer ruimte te bieden in de muzieklessen die zij geven.
Vijf conservatoriumstudenten, actief op verschillende instrumenten en binnen verschillende genres, hebben hiervoor een keuzemodule gevolgd die gericht was op het analyseren van non-verbale en muzikale openheid vanuit dynamisch perspectief. Daarbij is hun leerproces gemonitord. Met de opbrengsten uit het onderzoek is een werkboek ontwikkeld voor het analyseren en oefenen met openheid in muzieklessen, te gebruiken op conservatoria en in het kader van docent professionalisering op muziekscholen en centra voor de kunsten.
DOCUMENT
De beroepspraktijk van de musicus is net als de maatschappij aan verandering onderhevig. Orkesten, koren, operagezelschappen en gesubsidieerde muziekscholen worden uitgedund of opgeheven. Musici zullen als zelfstandig ondernemer een plek in de markt moeten veroveren. Alleen goed kunnen spelen of zingen is dan niet genoeg, het vereist andere kwaliteiten zoals een actieve bijdrage kunnen leveren aan een disciplineoverstijgend (kunstzinnig) proces, en het innovatief en creatief kunnen ondernemen binnen een kunstzinnige en maatschappelijke context. Concreet komt dat neer op open staan voor de denktrant van de subsidiënt, de culturele agenda in de gemeenschap mede samenstellen, verandering in consumentengedrag peilen en daarop antwoorden proberen te vinden, het aanleren van andere werkvormen, community arts, en samenwerken in en met het reguliere onderwijs (Eijsermans, 2009; Dijkgraaf, 2010). Hieruit blijkt dat een musicus tegenwoordig breed inzetbaar moet zijn. Het werkveld van de musicus verandert ook door teruglopende bezoekersaantallen bij klassieke concerten, opera, ballet en nieuw muziektheater. In de sectoren theater, musical, pop en jazz geldt dat in mindere mate. Publiek van vandaag komt voor een belevenis, waarbij communicatie, entourage en performance even belangrijk zijn als het instrumentale of vocale niveau van de uitvoerenden (Sloboda, 2011a). De musici die nu afstuderen moeten aan een ander afstudeerprofiel voldoen dan hun docenten dat in de voorafgaande decennia hebben gedaan om een kans te maken in de samenleving. Cross-over handelen, onderzoeken en verantwoorden, presenteren, ondernemen als performer en teacher/trainer zijn eigenschappen die in de huidige competenties naar voren komen (Polifonia, 2010). Deze innovaties brengen me tot het formuleren van de volgende vraagstelling voor dit onderzoek: Op welke wijze kunnen interdisciplinaire programma’s bijdragen aan het behalen van de competenties voor de musicus (2002) en de EQF-competenties (2013) voor het conservatoriumonderwijs.
DOCUMENT
In beleidsnotities en publicaties in Nederland komt men de laatste jaren regelmatig de stelling tegen dat van het kunstonderwijs verwacht mag worden dat het haar studenten equipeert op hun toekomstige rol als cultureel ondernemer. Deze publicatie doet verslag van een onderzoek naar de relatie tussen cultureel ondernemerschap en het kunstonderwijs. Allereerst gaat de tekst in op de definitie van cultureel ondernemerschap en op de kwaliteiten ofwel competenties waar een cultureel ondernemer over dient te beschikken. Vervolgens staat de auteur stil bij de (vermeende) risico's van dit fenomeen. Als laatste komt de vraag aan de orde of en hoe het kunstonderwijs aandacht kan besteden aan dit onderwerp. De eindconclusie van dit onderzoek luidt: "Ze kunnen beter als Rapunzel hun vlecht uit het torenraam hangen om Prins Fortuin een handje te helpen dan lijdzaam wachten tot het lot hen gunstig gezind is." Het boek is bedoeld voor studenten en docenten van Kunstvakopleidingen, zoals conservatoria en academies voor beeldende vorming, drama, dans, circus en popmuziek, die meer over het onderwerp cultureel ondernemerschap willen weten. Het is geschreven in opdracht van het lectoraat "Kunstpraktijk in de samenleving" van Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Studenten en docenten van de verschillende academies leverden naast kunstenaars en cultureel ondernemers een bijdrage in het onderzoek.
MULTIFILE
DOCUMENT
Creatieve muziekworkshops kunnen een positieve bijdrage leveren aan onderlinge contacten en individuele weerbaarheid bij vitale en kwetsbare ouderen. Dat kunnen we concluderen na afloop van het project ‘Maak het Mee met CityProms’ dat in 2013 heeft plaatsgevonden met steun van het thematisch programma Vitaliteit Ontmoet Kwetsbaarheid (VITOK) van het Fonds Sluyterman van Loo en Stichting RCOAK.
DOCUMENT