Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
41Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Voor u ligt een onderzoek naar de creatieve professional waar de opleiding SPH toe opleidt. In dit onderzoek hebben we gezocht naar krachtige voorbeelden waarin sprake was creativiteit, doorzettingsvermogen en eigentijdse en waardenvolle oplossingen voor actuele uitdagingen binnen de opleiding van de SPH. Dit onderzoek heeft plaats gevonden binnen de opleiding SPH van het domein Gezondheid en Welzijn van Hogeschool Windesheim in Zwolle. Het onderzoek vond plaats tussen 1 sep 2013 en 19 dec. 2014. De SPH is een opleiding met zo’n 1500 studenten en ongeveer 90 medewerkers. Deze studie naar ‘good practices’ maakt deel uit van een ontwerpgericht onderzoeksdesign. Het doel van dit onderzoek is om binnen de opleiding SPH positieve voorbeelden aan te wijzen waarin creativiteit de voorgrond treedt en waar de creatieve professional zichtbaar wordt. Op basis van deze positieve voorbeelden wordt het mogelijk om werkzame mechanismen te identificeren en die te gebruiken op andere plekken in de opleiding. In het onderzoek staan twee begrippen centraal, te weten creativiteit en beroepsidentiteit. Beroepsidentiteit verwijst naar het professionele gedrag van studenten en medewerkers. Daarbij wordt de beroepsidentiteit herkenbaar aan de hand van beroepservaringen. De beroepsbeoefenaar reflecteert op zijn eigen handelen en streeft er naar een waarderende bijdrage te leveren aan zijn of haar omgeving. Wij hebben creativiteit getypeerd als een eigenschap of kenmerk van een professional. Een creatieve professional is iemand die nieuwe en nuttige ideeën heeft en overeenkomstig gedrag vertoont. Daarbij hebben we opgemerkt dat een creatieve professional sterk afhankelijk is van een innovatief klimaat waarin onderlinge samenwerking, positieve feedback, autonomie en ruimte voor fouten belangrijke kenmerken zijn. We kunnen vaststellen dat er in de SPH verschillende positieve voorbeelden zijn die een krachtige uitstraling kunnen hebben op andere onderdelen van de opleiding. Die voorbeelden zijn; het project wijkteams, creatieve professionalisering, en reflectie en ervaringskennis. Dit is een greep uit een grotere verzameling van ‘good practice’ op de SPH. Er is gekozen voor juist deze voorbeelden omdat deze voorkomen in de afgenomen interviews met docenten en studenten. Uit dit onderzoek komt herhaaldelijk naar voren dat ruimte, verbinden, vertrouwen, waardering en positiviteit belangrijke ingrediënten zijn voor innovatieve en creatieve professionaliteit.
DOCUMENT
Creativiteit ontstaat in interactie tussen leerling, leraar en taak. In hun bijdrage zoomen Elisa Kupers en Ineke Haakma in op de rol van taak en materiaal. Ze introduceren een raamwerk met vier factoren die bepalen of een taak of materiaal creativiteit prikkelt of juist remt.
DOCUMENT
In dit artikel (en keynote) schetst Nigten enkele grote veranderingen in onze samenleving en dagelijks leven en hoe dit samenhangt met onze kijk op techniek. Zij signaleert een verschuiving van techniek gestuurde innovatie naar innovatie door en met de eindgebruiker en hoe dit zich verhoudt tot technisch onderwijs. Vervolgens vergelijkt Nigten het procesverloop van grote sociale maatschappelijke innovaties met innovatie trajecten zoals we die kennen op het gebied van producten of diensten. Grote sociale innovatie trajecten vragen, net als radicale product- en diensteninnovaties, om andere organisatiemodellen dan het model waarin een product steeds verder verfijnd of verbeterd wordt. Om ons heen zien we dat de ROC opleidingen en de Hogescholen, moeite hebben met snel schakelen. De grote organisaties, de instituten hebben meestal niet de armslag om risico, een belangrijk aspect van innovatie, te nemen. Desondanks is het van groot belang dat de studenten toekomstbestendig onderwijs krijgen. Aan de hand van innovatie projecten van The Patching Zone, een transdisciplinair innovatie laboratorium in Rotterdam en het lectoraat PI aan de Hanze Hogeschool wordt er in dit artikel nader in gegaan op bruikbare innovatie modellen voor het technisch onderwijs. Hiervoor hanteert Nigten twee sleutelbegrippen: co-creatie en creativiteit en hoe deze die naadloos op elkaar aan kunnen sluiten.
MULTIFILE
De maakplaats is een plek waar kinderen leren. Kinderen kunnen er na schooltijd komen of bezoeken de maakplaats samen met school. Het leren is heel breed: nieuwe technologie, creativiteit, samenwerken. Maar ook zoiets als leren omgaan met tegenslagen, want vroeg of laat lopen kinderen tegen moeilijkheden aan.
Als begeleider in de maakplaats ben je een duizendpoot. Je helpt kinderen met ontwerpen en veilig gebruik van de machines, springt in als ze hulp nodig hebben, je prikkelt hun fantasie en voorstellingsvermogen met uitdagende vragen en let erop dat ze goed met elkaar omgaan. Deze handleiding gaat in op de vraag hoe je de creativiteit van kinderen in de maakplaats kunt bevorderen.
DOCUMENT
Achtergrond en praktische toepassing van creativiteit. Het ABC van XYZ kent twee ingangen en heeft dus geen achterkant. U kunt het opgooien zoals een muntstuk, beide zijden: theorie en praktijk, hebben hun eigen betekenis. Het zijn verschillende kanten van dezelfde 'creatieve' munt. Immers als ik in mijn handen klap: Welke hand maakt dan de klap? Er in verwerkt is een stappenplan, het 'shite-model' (SEE-HEAR-INVENT-TRYout-EXPERIENCE) te beginnen met analyse p. 22. Het doet er niet toe aan welke kant u start of waar u begint. Alles heeft met alles te maken, houding en technieken, nieuwsgierigheid en interesse. De indeling is alfabetisch, zodat u snel kunt opzoeken wat u interesseert en verwijzingen geven een leidraad door de vele aspecten van creativiteit. Dit boek is een neerslag van een persoonlijke zoektocht naar wat creatief handelen in de praktijk kan betekenen.Om innovatief te kunnen zijn en zin te geven aan het leven, zowel in de persoonlijke als zakelijke sfeer. En geeft een aantal aanknopingspunten om los te komen van 'probleemdenken', zie p35 ideeënKillers.
DOCUMENT
Het doel van dit artikel is om een brede visie te schetsen op creativiteit in de kunsteducatie en het belang van autonomie voor leerlingen daarin. Eerst bespreken we de verschillende definities van het begrip creativiteit in de literatuur. Vervolgens lichten we onze bredere en dynamische visie op creativiteitsontwikkeling toe.
Hoewel creativiteit in de literatuur vaak geassocieerd wordt met creatief denken, bespreken we in dit artikel dat creativiteit niet alleen een zaak is van het hoofd maar ook van het lichaam en van de omgeving. In die leeromgeving spelen leerkrachten een cruciale rol. We gaan in op de wederkerige relatie tussen creativiteit en motivatie bij leerlingen en de autonomie-ondersteuning door leerkrachten om het creatieve denken en handelen van leerlingen in de kunsteducatie te stimuleren.
We bespreken zowel de verbale als de non-verbale aspecten van het ondersteunen van de creatieve
autonomie van leerlingen. Vervolgens maken we aan de hand van praktische voorbeelden de vertaling naar de onderwijspraktijk. Tot slot doen we aanbevelingen voor de beroepspraktijk en de lerarenopleidingen.
DOCUMENT
Hoewel er op het voortgezet onderwijs meer aandacht is voor leeropbrengsten van kunstvakken dan op het basisonderwijs, bestaan er in Nederland geen beoordelingsinstrumenten voor creativiteit die algemeen bekend zijn en al veelvuldig door middelbare schoolleraren worden gebruikt (Hagenaars et al., 2014). Door het gebrek aan instrumenten om creativiteit te beoordelen in kunstvakken en de moeilijkheid rond de definitie van creativiteit, wordt in de (internationale) literatuur op zoek gegaan naar instrumenten om creativiteit te beoordelen. De in dit onderzoek besproken instrumenten meten in welke mate een persoon, proces of product creatief wordt bevonden. De hoofdvraag is: wat zijn de dilemma’s rond het beoordelen van creativiteit in de beeldende kunstvakken op het voortgezet onderwijs, welke instrumenten bestaan er om creativiteit in de beeldende kunstvakken op het voortgezet onderwijs te beoordelen en hoe gaan de instrumenten met deze dilemma’s om?
DOCUMENT
Ongeveer een derde van onze nationale energieconsumptie wordt gebruikt in gebouwen voor verwarming, koeling, verlichting en elektrische apparatuur. Milieuoverwegingen, voorzieningszekerheid en kosten maken dat wij slim met de energievoorziening in de gebouwde omgeving om moeten gaan. Maar alle slimheid, innovatie en creativiteit ten spijt is het gasverbruik van woningen gebouwd in 2010 niet lager dan van woningen gebouwd in 1995, zijn de woningen niet gezonder geworden, gebruikt de gebouwde omgeving ook nog ieder jaar meer elektriciteit en zijn er nauwelijks duurzame installaties die naar behoren werken. Wat leren wij daarvan? Hoe zorgen wij ervoor dat duurzaamheid meer dan een losse kreet wordt en onze hele energieketen echt duurzaam wordt? Naast innovatie en creativiteit zijn kennis en vakmanschap belangrijk. Systemen modelleren en simuleren, en het gebruiken van virtual environments om grip te krijgen op het ontwerp, regeling en onderhoud van complexe binnenklimaatinstallaties en energie-installaties zullen hierbij in de toekomst een steeds belangrijkere rol gaan spelen.
DOCUMENT
Creativiteit is een eigenschap die door behandelaren en voorlichters vaak in een adem genoemd wordt met ADHD. Psychiaters Hallowell & Ratey (2005), beide gediagnosticeerd met ADHD, schrijven in het boek Hulpgids ADHD over de positieve kenmerken van de stoornis. In een eigen samengestelde lijst van karaktertrekken staat creativiteit. Maar er is niet te achterhalen waar dit kenmerk op gebaseerd is en of dit wetenschappelijk is aangetoond. In een ander voorbeeld, te vinden op http://www.steunpuntadhd.nl, wordt er gesproken over de leuke kant van ADHD: de creatieve kant. Op zulke websites staan ook geen directe verwijzingen naar onderzoeken en de vraag is of er een wetenschappelijke bewezen relatie is tussen ADHD en creativiteit. ADHD: Niet alleen actief maar ook creatief? – Désirée Ceulemans 3 Kortom, ADHD is een aandachtsstoornis waarbij weinig aandacht is voor positieve symptomen van een drukke geest. Betrokkenen ervaren die positieve kanten van hun stoornis weldegelijk. Vaak associëren zij hun aandoening met creativiteit. Uit het bovenstaande kan de volgende hoofdvraag worden afgeleid: De onderzoeksvraag luidt: Bestaat er een relatie tussen ADHD en creativiteit – en in welke mate wordt die relatie door wetenschappelijk onderzoek ondersteund of juist weerlegd?
DOCUMENT