Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3In Nederland zijn er zo’n 25.000 kinderen met een ouder in detentie.1 Van de gedetineerde vrouwen is 65 procent moeder. Van de mannen, het merendeel van de gevangenisbevolking, is veertig procent vader. Voor moeders in detentie en hun kinderen is inmiddels wel wat aandacht, maar hoe zit het met de vaders?
DOCUMENT
Detentie en vaderschap is een onderwerp dat weinig belangstelling krijgt in beleid, praktijk en onderzoek. Dit terwijl we te maken hebben met een grote groep vaders en kinderen die geconfronteerd worden met een moeilijke situatie. Wat weten we eigenlijk over beiden?
DOCUMENT
Elk jaar keren in Nederland tienduizenden gedetineerde personen terug vanuit detentie in de samenleving. Eén van de leefgebieden waarop in de begeleiding tijdens detentie dient te worden gefocust, is schulden. Ondanks dat veel gedetineerde personen kampen met (complexe) schulden wordt hieraan in de praktijk echter relatief weinig aandacht besteed en is er nog weinig inzicht in hoe al tijdens detentie effectieve begeleiding bij schulden kan worden geboden aan gedetineerde personen. Dit onderzoek is een evaluatie van de pilot ‘Schuldenzorgvrij uit detentie’ van de gemeente Den Haag die heeft plaatsgevonden in PI Alphen aan den Rijn. In deze pilot is onderzocht wat de ervaringen zijn indien al tijdens detentie wordt beginnen met het regelen van schulden van gedetineerde personen en wat daarbij knelpunten en succesfactoren zijn. De volgende hoofdvraag stond daarbij centraal: Hoe wordt de uitvoer van de pilot ‘Schuldenzorgvrij uit detentie’ ervaren en wat zijn belangrijke succesfactoren en aandachtspunten bij de uitvoer van de pilot? Om deze hoofdvraag te beantwoorden zijn de volgende methoden gehanteerd: i) in totaal 23 halfgestructureerde individuele diepte-interviews met deelnemers aan de pilot (N=5), medewerkers van PI Alphen aan den Rijn (N=5), de gemeente Den Haag (N=10), de reclassering (N=2) en het ministerie van Justitie en Veiligheid (N=1); ii) observatie van 2 reflectiesessies; en iii) analyse van 159 D&R-plannen. Op basis van deze methoden is gekomen tot de volgende antwoorden op de deelvragen: 1. Wat is de aard en omvang van de schuldenproblematiek bij gedetineerde personen in PI Alphen aan den Rijn die uitstromen naar de gemeente Den Haag? Meer dan 80% van de gedetineerde personen in PI Alphen aan den Rijn die uitstromen naar de gemeente Den Haag geven aan schulden hebben. Het type schulden van de gedetineerde personen betreft het meest CJIB-schulden. De gevolgen van de schulden zijn groot: er wordt veel stress ervaren vanwege schulden en schulden hebben een negatieve uitwerking op het re-integratieproces. 2. Hoe wordt de ondersteuning bij schuldenproblematiek ervaren buiten/voorafgaand aan de pilot? Hoewel schuldenaanpak één van de vijf basisvoorwaarden voor re-integratie is waaraan tijdens detentie dient te worden gewerkt, ontbreekt volgens alle betrokkenen een goede, consistente aanpak die aansluit bij de complexe schuldensituaties waarmee gedetineerde personen vaak te maken hebben. Gedetineerde personen buiten de pilot worden gedurende de vrijheidsstraf wel gemotiveerd om aan de slag te gaan met de schulden en schulden worden bijvoorbeeld opgenomen in het D&R-plan, maar de ondersteuning is oppervlakkig. Er is met name te weinig specifieke kennis, expertise en tijd beschikbaar om de juiste ondersteuning te bieden bij de complexe schuldensituaties. 3. Wat is het succes- of vorderingspercentage van de pilot? In totaal zijn er 22 aanmeldingen geweest voor de pilot. Dit heeft bij 12 personen geleid tot een schuldregeling of werden zij nog ondersteund om tot een schuldregeling te komen. Bij zes deelnemers is tijdens de pilot een saneringskrediet verleend en konden zij aan het afbetalingstraject beginnen of zijn hier reeds mee begonnen. Bij de negen andere deelnemers verschilt het op welk punt van het proces de deelnemers zich bevinden, maar werd nog gewerkt aan het rondkrijgen van een saneringskrediet. Daarnaast zijn 39 adviesgesprekken gehouden met gedetineerde personen in PI Alphen aan den Rijn. 4. Hoe wordt de uitvoer van de pilot door de deelnemers en betrokken experts ervaren? De pilot wordt over het algemeen door alle betrokkenen, zowel door deelnemers als betrokken experts, als zeer positief ervaren. De aanpak en ondersteuning door de schuldregelaars en samenwerking met andere betrokkenen vanuit de PI, reclassering en gemeente wordt gewaardeerd en draagt bij aan het verminderen van de negatieve gevolgen van schuldenproblematiek. Medewerkers van de PI gaven aan dat zij zelf doorgaans niet de expertise in huis hebben om te ondersteunen bij complexe schuldensituaties en dat op deze manier veel uit handen kan worden genomen en er belangrijke stappen kunnen worden gezet bij het ondersteunen van schulden. Het starten met intensief schuldregelen tijdens detentie werd als zeer positief ervaren, onder meer vanwege de grote negatieve gevolgen van schulden en omdat gedetineerde personen tijdens detentie ‘toch in de wachtstand zitten’. Alleen al het (idee van het) niet meer hebben van schulden levert rust en minder stress op, wat bijdraagt aan een positiever toekomstperspectief. 5. Wat zijn de succesfactoren en aandachtspunten van de pilot? De belangrijkste succesfactoren zijn: i) de kennis, beschikbaarheid en tijd van schuldregelaars in detentie om zo de juist informatie en ondersteuning te kunnen bieden; ii) een goede samenwerking tussen betrokkenen; iii) de ervaren gedrevenheid van betrokkenen; iv) motivatie van- de deelnemers. Aandachtspunten zijn: i) het aantal deelnemers aan de pilot; ii) (samen)werken en hoge werkdruk in de PI kan uitdagend zijn indien het ondersteunen bij schuldenproblematiek veel extra werk vraagt van medewerkers in de PI; iii) hulp van familie en vrienden van deelnemers is vaak essentieel maar niet altijd mogelijk; iv) de informatievoorziening over de duur van het schuldregelen en het verloop van de pilot kan nog verbeterd worden. Op basis van deze conclusies zijn de volgende drie kernaanbevelingen gedaan: i) een verbreding van de pilot wordt door de betrokkenen als wenselijk ervaren; ii) aanstelling van een vaste schuldregelaar kan al veel ondersteuning bieden en werk uit handen nemen; iii) verdere definiëring van inzet schuldhulpverlening.
DOCUMENT
Het zoveel mogelijk beperken van de schadelijke gevolgen voor kinderen van wie de vader in detentie zit. Dat is het hoofddoel van gezinsbenadering. Het begon vijf jaar geleden als project in de penitentiaire inrichtingen Leeuwarden en Veenhuizen, maar is inmiddels vast onderdeel van het DJI-aanbod. Dankzij een intensieve samenwerking tussen PI Veenhuizen en de Hanzehogeschool Groningen zijn er forse stappen gezet om de gezinsbenadering naar een hoger niveau te tillen. De bijzondere en succesvolle samenwerking leverde vorig jaar zelfs een internationale prijs op.
LINK
Full text via link Leidt verplicht meebetalen aan detentie tot minder criminaliteit? Een analyse van dit kabinetsplan in de rubriek Mensenkenners. ‘Dit wetsvoorstel zal onbedoelde gevolgen hebben’.
LINK
Dit document beschrijft de uitgangspunten van een innovatieve werkwijze voor de laatste fase van detentie, gericht op herstel, resocialisatie en re-integratie. De werkwijze is ontwikkeld tegen de achtergrond van aanhoudend hoge recidivecijfers in Nederland en het gegeven dat veel gedetineerden te maken hebben met een opeenstapeling van problemen op verschillende leefgebieden. Detentie op zichzelf blijkt deze problematiek niet op te lossen en kan deze zelfs verergeren. Tegelijkertijd hangt het op orde brengen van essentiële basisvoorwaarden voor re-integratie – zoals het hebben van een identiteitsbewijs, huisvesting, werk, inkomen, schulden(aanpak) en zorg – aantoonbaar samen met een lagere kans op recidive. De werkwijze omvat twaalf inhoudelijke, onderling samenhangende elementen. Krachtgericht werken vormt hierbij de basismethodiek. Daarnaast zijn vier randvoorwaarden geformuleerd die de toepassing van de twaalf elementen mogelijk maken. Een geïntegreerde aanpak, gericht op meerdere leefgebieden, sluit aan bij de complexe problematiek van de doelgroep. In deze aanpak werken de penitentiaire inrichting (PI), reclasseringsorganisaties en lokale gemeenten nauw samen. Binnen de werkwijze wordt de gedetineerde aangeduid als ‘deelnemer’.
DOCUMENT
Mensen die in het buitenland gevangen hebben gezeten en terugkeren naar Nederland hebben een slechte startpositie. Ze hebben doorgaans meerdere problemen en de aansluiting en overdracht tussen betrokken instanties zijn verre van optimaal. In dit project maken we inzichtelijk hoe deze mensen terugkeren naar Nederland, welke stakeholders betrokken zijn en waar het in dit traject kan misgaan.
DOCUMENT
Dit blad besteedde de afgelopen jaren meermaals aandacht aan detentie en ouderschap. Zo is eerder geschreven over een aanbeveling van de Raad van Europa aangaande ouderschap en detentie en over de COVID-19 pandemie en de gevolgen hiervan voor het contact tussen kinderen en hun gedetineerde ouders, en is gepleit voor kindvriendelijke penitentiaire inrichtingen.2 Deze aandacht in Sancties illustreert de groeiende maatschappelijke en wetenschappelijke belangstelling voor kinderen met een ouder in detentie.
DOCUMENT
In het voorjaar van 2016 is in opdracht van de Directie Facilitair, Huisvesting & Inkoop (DFH&I) van DJI onderzoek verricht naar de reinheidsbeleving van justitiabelen en executieven in twee penitentiaire inrichtingen. De aanleiding voor dit praktijkonderzoek was een gezamenlijke vraag vanuit DFH&I, het Lectoraat Facility Management (Hanzehogeschool Groningen) en het Lectoraat Ruimtelijke Omgeving en de Gebruiker (De Haagse Hogeschool) hoe justitiabelen en executieven reinheid op een afdeling ervaren. Daarnaast is onderzocht hoe schoonmaakprocessen in een detentie-setting georganiseerd zijn en wat de invloed daarvan is op het gedrag van deze gebruikers
DOCUMENT