Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3De module “Diagnostiek van Angst en Gedragsproblemen” bestaat uit 3 onderdelen: 1) Achtergronden, 2) Het werkboek, 3) Invullijsten Ze is bedoeld voor multidisciplinaire teams (begeleiders, teamleiders, gedragswetenschappers, vaktherapeuten, artsen (AVG)). Beleidsmakers en andere geïnteresseerden kunnen eveneens kennis nemen dit document. Tevens is een implementatiehandleiding toegevoegd. De module is ontwikkeld tussen 2005 tot 2008 en getoetst met een wetenschappelijk onderzoek tussen 2009 tot 2014. Tijdens dit onderzoek is de module toegepast en zijn de resultaten verwerkt. Tijdens de ontwikkeling van de module is samengewerkt met organisaties uit de praktijk. Dit achtergronddocument beschrijft de opbouw van de module, de theorie en tot slot de aanbevelingen. De instructies voor dit team zijn opgenomen in het werkboek. Het werkboek bevat daarnaast ook specifieke instructies voor de (persoonlijk) begeleider. Voor de observaties die begeleiders uitvoeren zijn invullijsten beschikbaar.
MULTIFILE
Een boekbespreking van het boek van Pameijer en Beukering: Handelingsgerichte diagnostiek. Een praktijkmodel voor diagnostiek en advisering bij onderwijsleerproblemen.
DOCUMENT
Het accent van diagnostiek in het onderwijs is de laatste jaren verschoven van 'meten om het weten' naar diagnostiek die moet bijdragen aan optimaal handelen. In het hoofdstuk wordt aangegeven hoe vanuit de visie van oplossingsgericht werken met leerlingen in het basisonderwijs kan worden gewerkt en wat dit betekent voor: het herkennen van hoogbegaafde leerlingen, de eventuele diagnostiek, de begeleiding van leerlingen, de samenwerking binnen scholen en het betrekken van de omgeving bij dit proces.
DOCUMENT
Uit de RAAK-projecten van SIA blijkt dat er op een aantal thema’s veel projecten en onderzoeken plaatsvinden. Verspreid over de hogescholen in Nederland zijn onderzoekers actief op dezelfde onderwerpen. Met de Thematische Impulsen wil SIA overleg en afstemming stimuleren tussen de lectoren en landelijke kennisnetwerken onderling en de beroepspraktijk. Met elkaar stellen zij de state-of-the-art vast, bespreken de verwachtingen die zij hebben voor de toekomst en geven aan waar de zwaartepunten in praktijkgericht onderzoek moeten liggen. De Thematische Impuls sluit aan bij de doelstelling om kennisuitwisseling te bevorderen en daarmee het innovatief vermogen van de beroepspraktijk te vergroten. In dit artikel meer over het doen van praktijkgericht onderzoek op medische beeldvormende diagnostiek in de eerste lijn. Er zijn 3 lectoraten betrokken bij deze thematsiche impuls.
DOCUMENT
De richtlijn beoogt de kwaliteit en doelmatigheid van de geleverde zorg door logopedisten en afasietherapeuten aan volwassen personen met afasie en hun omgeving te verbeteren. Deze richtlijn doet duidelijke uitspraken over optimale logopedische zorg aan personen met afasie op het gebied van diagnostiek, behandeling, doorverwijzing en nazorg. Hierbij is gebruik gemaakt van de meest recente wetenschappelijke literatuur en inzichten binnen de beroepsgroep. Verder beoogt de richtlijn de kennis over afasie van logopedisten, afasietherapeuten, artsen, onderwijsinstellingen en personen met afasie en hun naasten te vergroten.
DOCUMENT
Dit is een korte versie van de Multidisciplinaire richtlijn diagnostieken behandeling van suïcidaal gedrag. Deze samenvatting heeft als doel om de richtlijn en de belangrijkste aanbevelingen toegankelijk te maken voor de praktijk. De volledige tekst van de richtlijn (hoofdstuk 1-10) bevat de wetenschappelijke onderbouwing voor de vele vraagstukken over diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag. Die wetenschappelijke onderbouwing heeft met de overige overwegingen geleid tot de aanbevelingen (zie hoofdstuk 3 tot en met 10 en bijlage 1). De werkgroep realiseert zich dat er behoefte is aan een handzame, praktisch te gebruiken samenvatting. Het is onvermijdelijk dat bij het samenvatten nuanceringen verloren zijn gegaan. Voor toelichting en achtergrondinformatie verwijzen wij dan ook met nadruk naar de integrale tekst van de richtlijn (hoofdstuk 1 tot en met 10).
DOCUMENT
Er wordt aangegeven hoe er vanuit de oplossingsgerichte benadering met hoogbegaafde leerlingen in het basisonderwijs gewerkt kan worden en wat dit kan betekenen voor: het herkennen van een hoogbegaafde leerling de eventuele diagnostiek van hoogbegaafdheid de begeleiding van leerlingen de samenwerking binnen scholen het betrekken van de omgeving bij dit proces.
DOCUMENT
Op initiatief van de NVLF heeft een werkgroep van logopedisten/afasietherapeuten en logopedisten/linguïsten van de Nederlandse Vereniging van Afasietherapeuten (NVAT) en de Vereniging van Klinisch Linguïsten (VKL), een partner van een persoon met afasie (namens de Afasie Vereniging Nederland) en een persoon met afasie in samenwerking met het CBO de richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van afasie’ ontwikkeld. Deze evidence based richtlijn is sinds november 2015 beschikbaar. De richtlijn bevat 9 vragen die zijn uitgewerkt volgens de Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling-methode (CBO, 2007) wat heeft geleid tot 40 aanbevelingen voor de diagnostiek en behandeling van afasie. De richtlijn is bedoeld voor iedere logopedist die te maken heeft met een persoon met afasie. Ook andere beroepsbeoefenaren die in contact komen met personen met afasie kunnen de richtlijn raadplegen. De richtlijn is online beschikbaar via de verschillende websites waaronder die van de NVLF, AfasieNet en de NVAT en VKL. De richtlijn zal worden toegevoegd aan de kwaliteitstoets 2017.
LINK
Binnen de kinderrevalidatie is cerebrale parese (CP) de meest voorkomende diagnose.1 In de internationaal aanvaarde definitie omvat CP: ‘een groep van blijvende aandoeningen in de ontwikkeling van houding en beweging, ontstaan voor de eerste verjaardag, die leiden tot beperkingen in dagelijkse activiteiten. De stoornissen worden toegeschreven aan een niet-progressief pathologisch proces dat de hersenen tijdens hun vroege ontwikkeling heeft beschadigd. De houdings- of bewegingsstoornis gaat vaak gepaard met stoornissen in het sensorische systeem, perceptie, cognitie, communicatie en gedrag, met epilepsie en met secundaire stoornissen van het spier-skeletstelsel.2 De prevalentie van CP in Nederland is rond de twee per 1.000 levend geboren kinderen.3 Circa 80% van de kinderen heeft een spastische cerebrale parese.4 Zoals blijkt uit de definitie zijn de gevolgen van de aandoening zeer divers.
DOCUMENT