Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3De nadruk op eigen kracht brengt risico's met zich mee, zoals overvraging van groepen die verstoken blijven van hulp. Bruikbaarder is het om Eigen kracht als een fictie te beschouwen
LINK
Het belang van sport en bewegen voor een gezond en vitaal Nederland is overduidelijk voor de ‘believers’ in de kracht van sport. De sport heeft echter moeite om deze kracht daadwerkelijk aan te tonen in het politieke en publieke debat. Daarnaast zijn er nog veel (groepen van) burgers die niet of te weinig bewegen en een inactief leven leiden.
DOCUMENT
De Wmo-werkplaats Rotterdam heeft onderzoek gedaan naar het activeren van sociale netwerken en eigen kracht (zelfredzaamheid). In dit onderzoek is de inzet van Eigen Kracht-conferenties binnen het domein Jeugd en Activerend Armoedebeleid onderzocht. De voorliggende rapportage prikkelt en nodigt professionals uit te reflecteren op het eigen handelen, en op de maatschappelijke visie en het beleid ten aanzien van de thema’s activering sociale netwerken, zelfregie en zelfredzaamheid van burgers.
LINK
Wat is belangrijk bij het vragen van hulp aan het sociale netwerk? Dat onderzocht het lectoraat Klantenperspectief in Ondersteuning en Zorg aan de hand van meer dan 1350 Eigen kracht-conferenties, waarin mensen samen met hun netwerk oplossingen voor hun problemen zoeken.
DOCUMENT
Hoofdstuk uit de bundel *Lerende sociale professionals*. De gemeente Rotterdam heeft in de periode 2013-2014 fors geïnvesteerd in de activering van de eigen kracht van burgers en hun netwerken door de aankoop van 450 Eigen Kracht-conferenties voor de domeinen Jeugd en Activerend Armoedebeleid. De Wmo-werkplaats heeft de ervaringen van professionals, beleidsmakers, bestuurders maar ook van kwetsbare burgers en hun netwerk met de inzet van deze conferenties in kaart gebracht, en de ervaren bijdrage aan de zelfredzaamheid, binnen de domeinen Jeugd en Activerend Armoedebeleid in de periode 2013-2014. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen ervaren succesfactoren, risicofactoren en kansen bij de inzet van conferenties via de praktijk van de William Schrikker Groep, Bureau Jeugdzorg Rotterdam, Jeugdbe schermingsplein (domein Jeugd) en de Kredietbank Rotterdam en woningbouwcorpora ties (domein Activerend Armoedebeleid), (Dudevszky & Lohman, 2015). Aan de hand van de onderzoeksresultaten bespreken we in onderstaand artikel het beleid en de praktijk van het versterken van eigen kracht van burgers en hun netwerken door Eigen Kracht conferenties. Daarbij belichten we twee discussiethema’s, gevolgd door enkele praktijk casussen en suggesties voor verwerking. Het sociale werkveld in Nederland is in beweging, vooral vanwege grootschalige decentralisaties van de rijksoverheid naar gemeenten. De Wet maatschappelijke ondersteuning is onderdeel van die decentralisaties en om professionals goed toe te rusten voor de veranderingen zijn Wmo-werkplaatsen opgericht. Sinds eind 2012 is ook in Rotterdam een Wmo-werkplaats actief, geleid door lectoren van de Hogeschool Rotterdam en Hogeschool Inholland. De bundel *Lerende sociale professionals* biedt een overzicht van de resultaten van het praktijkgerichte onderzoek van de Wmo-werkplaats Rotterdam in de afgelopen jaren. Zeven beloftevolle praktijken zijn onderzocht en samen met de betrokkenen is gesproken over het verder ontwikkelen ervan. Rond de beloftevolle praktijken en de bredere thematiek van decentralisaties in het sociale werkveld heeft de Wmo-werkplaats ook activiteiten georganiseerd over kennisdeling en reflectie. Dat past bij de lerende aanpak die is gekozen. Tegen die achtergrond zijn aan elk hoofdstuk een of meer casussen toegevoegd en zijn daar leervragen bij geformuleerd. Alleen lerende sociale professionals zijn in staat om de complexe kwesties die er spelen in het werkveld adequaat aan te pakken.
DOCUMENT
Wat is de kracht van sport?’ Dat was de uitdagende, prikkelende vraag die wij aan 25 studenten hebben voorgelegd. Het beantwoorden van deze vraag bleek een complexe en soms frustrerende exercitie. Tijdens de zoektocht naar het antwoord moest steeds de balans tussen breedte en diepte van de vraag in de gaten gehouden worden. Daarnaast bleken de studenten soms onzeker over wat zij, als ‘slechts’ studenten, konden bijdragen aan het beantwoorden van deze moeilijke vraag waar vele wetenschappers zich op stuk hebben gebeten. Naar onze mening is de bijdrage van deze studenten heel groot. Zij hebben een compleet en actueel beeld gegeven van hun perceptie over de kracht van sport.
DOCUMENT
Het project seniorenkracht /eigen regie is een project met als doelstelling de eigen regie van verzorgingshuisbewoners te vergroten door het geven van een training aan verzorgenden van zorgorganisatie Laurens in Rotterdam. De projectresultaten zijn een trainingsmodule en een daarbij behorende docentenhandleiding. Samen met bewoners, mantelzorgers en zorgmedewerkers van Laurens, medewerkers van Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam en een onderwijsontwikkelaar van het ROC Albeda College is een training ontwikkeld en uitgevoerd om medewerkers beter in staat te stellen om ouderen in hun kracht te zetten met als doel de eigen regie te bevorderen.
DOCUMENT
Doel van het onderzoek Dit rapport beschrijft de evaluatie van de Eigen Kracht-conferenties gehouden tussen 1 september 2015 tot 1 september 2016. Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de tevredenheid van de deelnemers, de langetermijneffecten en de werkzame elementen van deze Eigen Kracht-conferenties. Methode Het onderzoek bestaat uit een kwantitatief onderzoek en een kwalitatief onderzoek. Daarnaast is ook gebruik gemaakt van de registratiecijfers van de Eigen Kracht Centrale. Kwantitatief onderzoek Tijdens dit onderzoek zijn enquêtes afgenomen en telefonische interviews gehouden onder hoofdpersonen, sleutelpersonen en professionals die betrokken waren bij de Eigen Kracht-conferenties die werden gehouden tussen 1 september 2015 tot 1 september 2016. Er hebben drie meetmomenten plaatsgevonden: een meting direct na deelname aan de EK-c (n = 976), een meting vijf tot zes maanden na de EK-c (n = 259) en een meting elf tot twaalf maanden na de EK-c (n = 115). De kwantitatieve data is met behulp van beschrijvende statistiek in SPSS geanalyseerd. Daarbij zijn de volgende groepen onderscheiden: meerder- en minderjarigen, hoofdpersonen, sleutelpersonen en professionals. Kwalitatieve studie De kwalitatieve studie bestond uit semigestructureerde diepte-interviews onder hoofdpersonen, sleutelpersonen (n = 10), professionals (n = 2) en Eigen Kracht-coördinatoren (n = 9). De meeste respondenten gaven aan telefonisch geïnterviewd te willen worden. De interviews met de hoofdpersonen, sleutelpersonen en professionals duurden ongeveer een half uur. De interviews met de coördinatoren duurden ongeveer een uur. Deze interviews hadden ten doel om de resultaten uit de kwantitatieve studie beter te kunnen duiden. Hiervoor is doorgevraagd naar zowel positieve als negatieve ervaringen. Resultaten In de onderzoeksperiode zijn 371 conferenties aangevraagd, waarbij 67% heeft geleid tot een Eigen Kracht-conferentie. Het merendeel van de conferenties (74%) werd aangevraagd door een professionele organisatie. Per conferentie waren gemiddeld 10,1 personen aanwezig, driekwart van de conferenties duurde tussen de 1-5 uur. Er zijn geen verschillen in resultaten gevonden tussen de conferenties die door professionele organisaties zijn aangevraagd en de andere conferenties. Gemiddeld was er per conferentie sprake van 3.3 soorten achtergrondproblematiek, waarvan (echt)scheiding, pedagogische onmacht van de ouders, overbelasting van de ouders, gedragsproblemen van het kind en financiële of huisvestingsproblemen het vaakst genoemd werden. Gemiddeld stonden er 3.5 onderwerpen per conferentie centraal, waarvan opvoeding, wonen en relatie kind-ouder het vaakst genoemd werden. Tevredenheid Over het algemeen waren de hoofdpersonen, sleutelpersonen en professionals tevreden over de EK-c’s waarbij zij de EK-c gemiddeld met een 7,6, de coördinator met een 7,9 en het plan met een 7,6 waardeerden. De minderjarigen (8,3) en volwassenen met de verkorte vragenlijst (8,7) geven een hoger gemiddeld cijfer voor het plan dan de volwassenen (7,6). De professionals geven het plan het laagste gemiddelde cijfer (7,1). 10 De hoofd- en sleutelpersonen waren over het algemeen tevreden over de voorbereiding, waarbij zij met name de behulpzaamheid, snelheid en flexibiliteit van de coördinator waardeerden. Sommige deelnemers gaven daarbij aan moeite te hebben met het begrijpen van de uitleg die gegeven werd door de coördinator. Volgens de coördinatoren is tijdens de voorbereiding een open houding en het centraal stellen van de hoofdpersoon en zijn/haar gezin belangrijk. Tijdens de voorbereiding komen zij de volgende uitdagingen tegen: het uitleggen aan deelnemers wat een EK-c precies is en wat de bedoeling is, het soms beperkte sociale netwerk van de deelnemers en het plannen van een EK-c zodat professionals aanwezig kunnen zijn. De coördinatoren geven aan dat een goede voorbereiding, een goede voorlichting en een welkome sfeer belangrijk zijn tijdens een EK-c. Als het plan past bij de hulpvragen, is de EK-c volgens hen goed verlopen waarbij het ontbreken van belangrijke personen of de aanwezigheid van professionals met andere ideeën over het plan als struikelblokken werden ervaren voor het goed verlopen van de EK-c. De hoofd- en sleutelpersonen die deel hebben genomen aan de diepte-interviews waren tevreden over het verloop van de EK-c. Ongeveer de helft van de deelnemers had op- en aanmerkingen. Zij noemden de informatieverstrekking door professionals, dominante netwerkleden, geen beschikbaar netwerk of het onvrijwillige karakter van hun EK-c als oorzaken van een minder verloop van de EK-c. Volgens de coördinatoren zijn de bereidheid tot het accepteren van hulp onder de hoofdpersoon en de capaciteiten van het sociale netwerk van invloed op de wijze waarop het plan tot stand komt. Over het algemeen waren de hoofd- en sleutelpersonen blij met het plan waarbij zij het zwart op wit staan van de afspraken, het eerlijk verdeeld zijn van de taken en opluchting en blijdschap dat er een plan was gekomen noemden. De hoofd- en sleutelpersonen formuleren het plan. Zij gaven aan blij te zijn dat de coördinator dit voor hen op papier zet en verspreidt onder de aanwezigen bij de EK-c. Ervaren opbrengsten en werkzame mechanismes Uit de kwantitatieve analyse blijkt dat de hoofdpersonen, sleutelpersonen en professionals 5-6 maanden en 11-12 maanden na de EK-c aangeven dat de hoofdpersoon met name meer controle heeft over het eigen leven, meer om raad vraagt aan anderen, meer steun ontvangt uit zijn sociale omgeving, positiever in het leven staat en meer vertrouwen heeft in zichzelf. Deze bevindingen blijven consistent tot 12 maanden na de EK-c, ook zijn er geen grote verschillen tussen de hoofdpersonen, sleutelpersonen en professionals geobserveerd. Uit de kwalitatieve analyse blijkt dat de coördinatoren ongeveer 4 weken na de EK-c de hoofd- en/of sleutelfiguren bellen om te vragen hoe het gaat. Wanneer er niet volgens het plan gewerkt wordt lukt het een deel van de coördinatoren om de hoofd- en sleutelfiguren weer te motiveren om volgens het plan te werken, een ander deel van de coördinatoren geeft aan dat zij in dat geval niet meer kunnen doen dan het aanvragen van een vervolg EK-c. Een klein deel van de coördinatoren geeft aan dat formele zorg meer betrokken zou moeten zijn bij de nazorg. Iets meer dan de helft van de hoofd- en sleutelpersonen (n = 6) in de kwalitatieve studie geeft aan dat de EK-c heeft bijgedragen aan hun situatie of op een andere manier dingen heeft opgeleverd. De overige deelnemers (n = 4) geven aan dat niet alle problemen zijn opgelost. Volgens de coördinatoren kunnen de opbrengsten van een EK-c divers zijn, waaronder hulp bij een probleem of meer acceptatie, verzoening of begrip. Werkzame elementen zijn volgens de hoofd- en sleutelfiguren aan de diepte-interviews dat hun sociale netwerk nu op de hoogte is waardoor zij serieuzer genomen worden en de bereidwilligheid van hun sociale netwerk om bij te dragen aan het aanpakken van het probleem is toegenomen. Een aantal hoofd- en sleutelfiguren gaf tijdens de diepte-interviews aan dat de EK-c onvoldoende had bijgedragen aan hun probleem. Oorzaken hiervan waren het niet aan de afspraken houden van 11 netwerkleden, ruzie in de familie, het niet bereid zijn van de aanwezigen om meer te doen voor de hoofdpersoon dan ze al deden of het niet accepteren van hulp door de hoofdpersoon. Conclusie Concluderend kan gesteld worden dat de tevredenheid van hoofd- en sleutelfiguren aan de EK-c’s groot is. Na 5-6 maanden en 11-12 maanden heeft de hoofdpersoon met name meer controle over het eigen leven, vraagt hij meer om raad aan anderen, ontvangt hij meer steun uit zijn sociale omgeving, staat hij positiever in het leven en heeft hij meer vertrouwen in zichzelf. Dit wordt bevestigd door de aanvullende kwalitatieve studie waaruit blijkt dat belangrijke werkzame elementen van EK-c’s zijn dat het netwerk geïnformeerd is en daardoor het probleem serieuzer neemt en de bereidwilligheid van het sociale netwerk om bij te dragen aan het aanpakken van dit probleem is toegenomen. Aanbevelingen Op basis van dit onderzoek doen wij een aantal aanbevelingen. Ten eerste bevelen wij aan om meer onderzoek te doen naar de condities waaronder EK-c’s ingezet kunnen worden. Deze rapportage laat zien dat wanneer de zorg rondom een EK-c plaatsvindt in een gedwongen kader, dit van invloed is op de manier waarop hoofdpersonen dit ervaren, de problematiek die aan de orde komt in de EK-c en de mogelijkheden van het sociale netwerk. Daarnaast moet er tijdens dergelijke conferenties een professional aanwezig zijn die het plan goedkeurt, dit kan het maken van een eigen plan tijdens het EK-c meer beladen maken. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de samenwerking met de professionele zorg tijdens een EK-c niet altijd optimaal verloopt. Daarnaast laat dit onderzoek zien dat een EK-c onder bepaalde omstandigheden minder goed te organiseren valt, met name bij overbelaste of beschadigde netwerken. Aanbevelingen voor toekomstig onderzoek zijn daarom het uitvoeren van een effectevaluatie om meer inzicht in de toepassingsmogelijkheden van EK-c’s te krijgen. Het zou daarbij interessant kunnen zijn om de aanmeldingen met zorg in een gedwongen kader (aangemeld door professionals) te vergelijken met aanmeldingen die door hoofd- en sleutelpersonen zelf zijn gedaan. Daarnaast bevelen wij aan om tijdens de organisatie van een EK-c meer aandacht te besteden aan de samenwerking tussen hoofdpersonen, coördinatoren en professionals om misverstanden en spanning te voorkomen. Vervolgens bevelen wij aan om het toekennen van een persoonlijke code aan deelnemers aan EK-c’s te exploreren, zodat metingen in de tijd aan elkaar gekoppeld kunnen worden en het mogelijk wordt veranderingen in de tijd valide te meten. Tot slot bevelen wij aan om de groep (20-30%) die minder hoog scoort nader te onderzoeken, omdat deze informatie aanknopingspunten kan bieden voor de toepassingsmogelijkheden van EK-c’s en de condities waaronder deze aangeboden kunnen worden. .
DOCUMENT
Het project seniorenkracht /eigen regie is een project met als doelstelling de eigen regie van verzorgingshuisbewoners te vergroten door het geven van een training aan verzorgenden van zorgorganisatie Laurens in Rotterdam. De projectresultaten zijn een trainingsmodule en een daarbij behorende docentenhandleiding. Samen met bewoners, mantelzorgers en zorgmedewerkers van Laurens, medewerkers van Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam en een onderwijsontwikkelaar van het ROC Albeda College is een training ontwikkeld en uitgevoerd om medewerkers beter in staat te stellen om ouderen in hun kracht te zetten met als doel de eigen regie te bevorderen.
DOCUMENT
De kracht van relaties. Onder deze slogan doen lectoraten aan de CHE praktijkgericht onderzoek. Met alle lectoraten zijn in de winter van 2022-2023 interviews gehouden, gericht op conceptuele verdieping en het ontdekken van dwarsverbanden en lectoraatoverstijgende deelthema’s rond de kracht van relaties. Aan die interviews is dit verslag gewijd. In wat volgt worden de centrale bevindingen uit de interviews gepresenteerd. De focus ligt daarbij op het identificeren van thema’s in kennisontwikkeling rond de kracht van relaties. De geïdentificeerde thema’s worden niet uitvoerig uitgediept en leiden ook niet tot afgeronde inzichten. In dit stadium staat het in kaart brengen van thema’s die opkomen vanuit de onderzoekspraktijk centraal. Een methodologische verantwoording is achter in dit verslag te vinden. Na een recapitulatie van eerdere publicaties over de kracht van relaties worden de volgende thema’s uitgelicht: associaties bij de notie ‘relationele professionaliteit’, voorwaarden voor goede relaties, de morele en existentiële aspecten van relationeel werken en de destructieve kracht van relaties.
DOCUMENT