Als ik onderzoek doe, ervaar ik mezelf in een andere wereld dan wanneer ik als coach of supervisor aan het werk ben. Bij het doen van onderzoek – ik houd me vooral bezig met empirisch-analytisch onderzoek – verzamel ik feiten en probeer ik de werkelijkheid van buitenaf te begrijpen. Als supervisor stap ik zelf in die werkelijkheid om te ervaren wat ik bij mezelf en de ander aantref en van daaruit te werk te gaan. Ik voel me thuis in beide werelden, maar worstel soms ook met het verschil. Zou fenomenologisch onderzoek misschien een brug kunnen slaan tussen die twee? De methode krijgt immers een plek in steeds meer opleidingen voor begeleidingskundigen. Om meer inzicht te krijgen in hoe dat georganiseerd is en ervaren wordt, sprak ik met twee opleiders en vroeg ik drie (ex-)studenten van de opleidingen om een schriftelijke weergave van hun ervaringen met fenomenologisch onderzoek.
LINK
Het fenomenologisch schrijven probeert ‘dat precieze ogenblik’ te vangen in taal, zodanig dat er recht gedaan wordt aan de betekenis die er al was, nog voor die woorden kon krijgen. Daarbij is de onderzoeker er niet alleen op gericht om dat ‘present moment’ van de geleefde ervaring zodanig te beschrijven dat het zich voor een lezer als het ware opnieuw voordoet, hij wil het ook beschrijven om het voor zichzelf (en via hem natuurlijk ook voor de lezer) op zijn betekenis te onderzoeken. Schrijven ís onderzoeken. Het schrijven behelst een actief en receptief zoeken naar de woorden die ons helpen om de betekenisvolheid van de verschijnselen en daarmee onze betrekking tot de wereld te verstaan.
DOCUMENT
Chronische pijn verandert je ervaringswereld wezenlijk. Dat ontdekte fysiotherapeut en docent-onderzoeker Lennard Voogt, die onderzoek verrichtte onder patiënten uit een revalidatieprogramma. Op woensdag 22 april 2009 verdedigde hij zijn proefschrift 'De ervaringswereld van patiënten met chronische pijn' aan de Universiteit voor Humanistiek. De dagelijkse worsteling van patiënten met chronische pijn is voor diegenen die dit niet zelf hebben meegemaakt nauwelijks voorstelbaar. Lennard Voogt probeert hier wat aan te doen door deze patiënten zelf over hun omgaan met pijn te laten vertellen. Met behulp van een empirisch-fenomenologisch onderzoek vroeg hij patiënten uit een revalidatieprogramma hun leven met chronische pijn te beschrijven. Voogt ontdekte dat deze pijn het karakter van hun ervaringswereld fundamenteel verandert. De normale betekenis van (onder andere) ruimte, tijd, lichaam en handelen gaat in de pijnaanvallen steeds weer verloren. Het vermogen tot zingeving komt onder druk te staan, wat regelmatig leidt tot de totale ‘vernietiging’ van hun ervaringswereld. Chronische pijn kan dan ook worden gezien als een existentiële ervaring van pijn, angst en verlies. Het proefschrift is geschreven in een klinische context. De resultaten maken het voor buitenstaanders, onder wie onderzoekers en hulpverleners, maar ook naast-betrokkenen mogelijk om te begrijpen waar de worsteling van patiënten met chronische pijn uit bestaat. Het laat zien dat zij een voortdurende strijd leveren tegen een pijn waaraan zij enerzijds niet kunnen ontsnappen, maar waar zij anderzijds ook niet aan kunnen toegeven.
DOCUMENT
Het onderzoek is in mei 2005 van start gegaan met ongeveer dertig studenten. Ze hebben verschillende facetten, die met het begrip Pedagogische Sensitiviteit te maken hebben, in kaart gebracht. Het is de uitdaging om dit moeilijk te vangen begrip toch uit te lichten en daarmee een taal te ontwikkelen om met elkaar uit te wisselen. Onder andere door middel van mind mapping en verzamelen van materiaal, dat volgens de studenten met Pedagogische Sensitiviteit te maken heeft, is de groep tot een eerste begripsbepaling gekomen. Pedagogische Sensitiviteit wordt omschreven als: ongrijpbaar, relationeel, waardegeladen en persoonsgebonden. Ontvankelijkheid, gestemdheid en gerichtheid worden eveneens aan het begrip gekoppeld. Na de eerste verkennende fase is de groep opgesplitst in drie kleinere onderzoeksgroepen. Twee van deze groepen blijven zich richten op het verschijnsel Pedagogische Sensitiviteit in zijn totaal in relatie tot de te hanteren onderzoeksmethodologie. De ene groep werkt vooral met verhalen (narratieve analyse) en de tweede groep werkt meer beeldend en hanteert onder andere een visueel-antropologische analysemethode. De derde groep onderzoekt de betekenis van aanraken vanuit een fenomenologisch perspectief.
DOCUMENT
Dit artikel doet verslag van een fenomenologisch georiënteerd onderzoek naar het pedagogisch denken van mbo-leraren. Het besteedt eerst aandacht aan de fenomenologische uitgangspunten van het onderzoek. Vervolgens beschrijft het de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek. Het onderzoek laat zien dat binnen het pedagogische denken van mbo-leraren een aantal thema's terugkomen: de houding van de leraar, een aantal deugden, de opdracht waarvoor de leraar staat, zijn onderzoekende kijk, het belang van de relatie en ten slotte de handelingsvorm die de leraar vanuit zijn houding, de opdracht waarvoor hij staat en de relatie met zijn studenten in praktijk brengt. Het artikel sluit af met een korte reflectie over de relevatie van fenomenologisch onderzoek voor de professionalisering van leraren.
DOCUMENT
In dit artikel worden verschillende promotieonderzoeken besproken. O.a. ook het promotieonderzoek "Zorgperspectieven op de relatie tussen mantelzorgers, zorgvragers en professionele hulpverleners: de zorgtriade in theorie en praktijk" van Deirdre Beneken genaamd Kolmer. In dit onderzoek wordt o.a. inzicht verkregen in de relaties tussen mantelzorgers, zorgvragers en professionele hulpverleners door een empirisch-kwalitatief onderzoek waarin informatie wordt verzameld bij belanghebbenden in de zorgtriade. De resultaten van dit onderzoek zouden kunnen leiden tot een afstemming tussen beleid en praktijk voor de positie van de mantelzorger en de relaties tussen mantelzorgers, zorgvragers en professionele hulpverleners. Zo kan op grond van de voorgestelde definitie de vraag gesteld worden of mantelzorgers recht hebben op een status zoals die van arbeidskrachten aangezien ze werk verrichten dat normaliter door professionele hulpverleners gedaan zou worden. Bovendien blijkt –wanneer wordt uitgegaan van de voorgestelde definitie – de groep mantelzorgers die in aanmerking komt voor mantelzorgondersteuning, minder groot te zijn. De overheid zou als gevolg daarvan een specifieker beleid voor mantelzorg kunnen voeren. Uit politiek-filosofisch onderzoek blijkt onder andere dat zorg een primairgoed is waardoor het onrechtvaardig zou zijn om het recht op zorg te laten afhangen van marktmechanismen of van goodwill van burgers. De overheid heeft in die zin een taak.
DOCUMENT
Professionals zoals artsen, sociaal werkers, docenten, rechters, politieagenten en hulpverleners in de (geestelijke) gezondheidszorg moeten voortdurend inschattingen maken van de situatie waarin zij handelen. Dit vraagt een reflectieve en onderzoekende houding. De onderlinge samenwerking binnen de organisatorische verbanden waarin deze professionals hun werk verrichten, vereist eveneens een bereidheid tot leren en een vermogen om onderzoekend naar de onderlinge betrekkingen te kijken, met alle taaiheid en weerbarstigheid die zich daarin voordoen. De kwaliteit van het werk wordt immers in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de samenwerking. Ten derde vraagt in toenemende mate ook de organisatie zelf onderzoekende aandacht. Steeds meer wordt van de genoemde professionals verwacht dat zij meedenken met vragen rond de inrichting van de organisatie, opdat deze (in het licht van het te leveren werk) adequaat afgestemd blijft op de bewegende context. Het vakgebied van de begeleidingskunde heeft zich ontwikkeld als de discipline die professionals zowel individueel als collectief begeleidt in die reflectieve en onderzoekende activiteit, opdat er daadwerkelijk van ervaringen geleerd wordt. Vormen van handelingsonderzoek bieden daarvoor een geschikte grondslag. In deze bijdrage bespreken wij hoe emoties zoals woede, vreugde, verdriet en angst in de methodologie voor dit participatieve onderzoek en voor het begeleiden daarvan in trajecten van team- en organisatieontwikkeling een betekenisvolle plaats kunnen krijgen.
DOCUMENT
Het lectoraat Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek bestudeert het praktijkgerichte onderzoek aan hogescholen en het onderwijs in onderzoek. Hiermee probeert het een bijdrage te leveren aan de verdere professionalisering daarvan. Een belangrijk aspect hierbij is het in kaart brengen van de meerwaarde van praktijkgericht onderzoek. In de politieke discussie over wetenschapsbeoefening in Nederland en de rol van het hbo daarin is het van belang dat we laten zien op welke manieren ons onderzoek bijdraagt aan de samen - leving. Als we in acht nemen dat praktijkgericht onderzoek altijd plaatsvindt midden in de complexiteit van maatschappelijke kwesties en dat dit via allerlei wegen waarde kan hebben, rijst de vraag: hoe breng je die meerwaarde op een zinvolle manier in kaart? In deze bijdrage laat ik zien dat praktijkgericht onderzoek voornamelijk plaatsvindt middenin complexe maatschappelijke vraagstukken en dat daarom traditionele manieren om meerwaarde aan te tonen, zoals het tellen van het aantal publicaties, niet werkt. Ik introduceer het begrip ‘doorwerking’ om de maatschappelijke meerwaarde te duiden en geef een manier om deze doorwerking in kaart te brengen zoals wij die binnen het Kenniscentrum Leren en Innoveren van Hogeschool Utrecht toepassen.
DOCUMENT
Dit is het rapport voor onze opdrachtgever Commissie Langdurige Zorg en Ondersteuning van ZonMw, waarin we de eerste versie van de methodiek Cirkelen Rond Je Onderzoek hebben toegelicht. Sinds 2019 hebben we de methode doorontwikkeld. Geïnteresseerd in deze methode om participatief en gelijkwaardig aan een onderzoeksvoorstel te werken? Bekijk deze dan op crjo.nl [https://husite.nl/crjo/]. Daar vind je alle tools en handleidingen, vrij downloadbaar. Hieronder vind je de eerste versie van de methodiek Cirkelen rond je onderzoek. Deze handreiking biedt hulp bij het ontwikkelen van een goede onderzoeksopzet. Hij reikt onderzoekers hulpmiddelen aan om de vele facetten van een onderzoeksopzet te verhelderen: Wat is een goede onderzoeksvraag? Welke onderzoeksaanpak is passend en haalbaar? Wat zijn behulpzame deelvragen? Maar ook: welke partners moet ik betrekken en hoe worden we het eens over de opzet?
MULTIFILE
Een verkenning van de rol en betekenis van ontwerpend onderzoek voor architectuur en stedenbouwkundig ontwerp, binnen de huidige dynamiek van creatieve industrie en innovatie. Architectuur en stedenbouwkundig ontwerp is onderdeel van de creatief zakelijke dienstverlening, een van de deelsectoren van de creatieve industrie. Vraag is op welke wijze ontwerpend onderzoek bij kan dragen aan een meer concurrerende creatieve industrie die onder andere in staat is om antwoorden te formuleren op grote maatschappelijke uitdagingen als duurzame en inclusieve samenleving, gezond ouder worden en de circulaire economie.
DOCUMENT