Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3In 30 jaar tijd is het aantal huishoudens met problematische schulden met een factor drie toegenomen. Het gaat nu om meer dan 720.000 huishoudens, bijna 9 procent van de bevolking. Voor hulpverleners is het steeds moeilijker geworden om mensen uit de schulden te helpen, ondanks alle inspanningen. Schulden hebben tal van oorzaken die veelal buiten de invloedssfeer liggen van de individuele professional.
De onderzoekers zien dat de wet- en regelgeving burgers onvoldoende beschermt tegen het opbouwen van schulden. Het belang van de schuldeiser staat voorop en niet dat van de consument. Daarbij treedt de overheid vaak op als de grootste schuldeiser. Daarnaast zien de onderzoekers nog drie andere oorzaken voor de toename van schulden over de afgelopen dertig jaar.
Een groep burgers is in de knel gekomen door maatschappelijke verschuivingen, zoals de digitalisering, de opkomst van de participatiemaatschappij met de verwachting dat mensen zelfredzaam zijn en de toename van eenpersoonshuishoudens. Ook hierdoor heeft de schuldenproblematiek zich verspreid en verdiept.
Daarnaast hebben de economische ontwikkelingen gezorgd voor meer schulden. De financiële crises van 2008 en 2022, een steeds flexibelere arbeidsmarkt en het achterblijven van het bestaansminimum hebben burgers met lage inkomens onder druk gezet.
En ten slotte is de schuldhulpverlening zelf onvoldoende in staat gebleken om de herhaaldelijke aanbevelingen voor een integraal beleid en voor verbeteringen in (vroeg)signalering, preventie en nazorg in te voeren en structureel onderdeel te maken van de dienstverlening.
Systeemingrepen
Dit alles maakt duidelijk dat schuldenproblematiek grotendeels een systemisch probleem is, dat vraagt om systeemingrepen die het ontstaan en oplopen van schulden terugdringen. Hier horen bij:
•Een hoger en betrouwbaarder inkomen voor mensen met een krappe beurs
•Sterkere bescherming tegen het maken van schulden
•Een rechtvaardiger systeem van incasso
•De aanbevelingen aan de schuldhulpverlening die sinds 1994 worden gedaan echt ten uitvoer te brengen
RAPPORT
Overheidsorganisaties beschikken in toenemende mate over data waarmee zij vroegtijdig kunnen signaleren dat burgers risico lopen op financiële problemen. Dat opent de deur naar proactieve dienstverlening: het actief aanbieden van hulp, regelingen of informatie, zonder dat de burger hier eerst zelf om vraagt. Dit kan bijdragen aan het voorkomen van schulden of stressvolle situaties en uiteindelijk aan het vergroten van het burgerwelzijn. Toch roept proactief handelen door de (semi)overheid ook vragen op. Hoe wenselijk vinden burgers dit? In hoeverre zijn ze bereid persoonlijke gegevens te delen? En welke aanpak sluit het best aan bij hun behoeften, beleving en vaardigheden? Het onderzoeksproject "Een proactieve overheid –op weg naar dienstverlening vanuit burgerperspectief", uitgevoerd door de Hogeschool Utrecht, richt zich op deze vragen.
RAPPORT
Financiële problemen geven mensen die er mee te maken hebben vaak de nodige stress en zorgen. Als de stress hevig en chronisch is, kan dit flink doorwerken op ons gedrag. We gaan meer bij de dag leven, hebben meer moeite om verstandige beslissingen te nemen en om onze emoties en verlangens te reguleren. Het besef dat chronische stress negatief doorwerkt op het ‘doenvermogen’ van cliënten inspireert steeds meer organisaties om daar in hun hulp- en dienstverlening expliciet rekening mee te houden en erop aan te sluiten. Een van de manieren om daar invulling aan te geven is door te voorzien in psycho-educatie. Dit is een samenvoeging van de woorden psychotherapie en educatie en is erop gericht om cliënten meer inzicht te geven in de wijze waarop de door hen ervaren stress doorwerkt in hun (doelgerichte) gedrag, en om copingstrategieën te ontwikkelen die hen helpen om (lange) termijn doelen sneller en vaker te bereiken. Met opdracht van het programma Schouders Eronder heeft het lectoraat Schulden en Incasso van de Hogeschool Utrecht uitgewerkt hoe psycho-educatie bij de aanpak van financiële problemen vorm kan worden gegeven. In directe samenwerking met professionals en in indirecte samenwerking met cliënten is er een stappenplan en praatplaat ontwikkeld. De betrokken professionals werken bij drie organisaties die voorzien in ondersteuning bij financiële problemen:de regionale sociale diensten Avres en WIL Lekstroom en de gemeente Meppel. Na de ontwikkeling van de aanpak heeft het lectoraat Schulden en Incasso samen met lectoraat De Gezonde Stad van Hogeschool Windesheim onderzocht wat de toepassing van psycho-educatie volgens cliënten en professionals kan opleveren.
RAPPORT
Gen Z'ers - mensen geboren tussen 1997 en 2012 - besteden gemiddeld 6,5 uur per dag op hun smartphone, waarvan ruim de helft op sociale media. Sociale media zijn voor jongeren een belangrijke informatiebron geworden, ook op het gebied van financiën (AFM, 2025). Gen Z zoekt vaker financiële informatie via sociale media dan andere leeftijdsgroepen, maar dit is zeker niet hun enige informatiebron (Ruigrok, 2024; Kantar, 2025). In de praktijk raadplegen zij een breed scala aan kanalen. Uit onderzoek van Kantar blijkt dat 57% van de jongeren aangeeft de websites van financiële aanbieders te gebruiken en noemt 56% familie of vrienden als bron. Sociale media komen met 30% op de vijfde plaats, na online fora (36%) en vergelijkingssites (34%) (Kantar, 2025). Maar, jongeren hoeven echter niet actief te zoeken om financiële content tegen te komen. Vrijwel alle jongeren (98%) zien content van influencers over snel en makkelijk geld verdienen of besparen, simpelweg door hun aanwezigheid op sociale media (Wijzer in Geldzaken, 2024). Influencers die financiële onderwerpen bespreken worden ook wel 'finfluencers' genoemd. Met korte video's en persoonlijke berichten bieden zij een toegankelijke manier om financiële informatie te vergaren (Gerritsen et al., 2025). Toch raadpleegt slechts een kwart van Gen Z deze finfluencers bewust (23%) en beschouwt slechts een kwart hen als een betrouwbare bron (24%) (Kantar, 2025). De meerderheid volgt hen desondanks graag, ondanks twijfels over de betrouwbaarheid (NJi, 2024). Waar voorheen financiële kennis voornamelijk werd opgedaan via ouders, school of traditionele media, is er nu dus een nieuw landschap ontstaan waarin algoritmes en contentmakers medebepalen welke financiële boodschappen jongeren dagelijks te zien krijgen. Bestaand onderzoek naar dit fenomeen richt zich vooral op financiële producten zoals beleggen, crypto, verzekeringen en leningen. Maar financiële content op sociale media is breder: denk aan content over manieren om geld te verdienen, budgetteren of omgaan met schulden. Welke boodschappen jongeren via sociale media meekrijgen over dit type onderwerpen is nog nauwelijks onderzocht. Dit roept de vraag op welke financiële content jongeren bereikt via social media.
RAPPORT
In dit eindrapport beantwoorden we de onderzoeksvraag: “Hoe kunnen publieke dienstverleners proactieve dienstverlening ontwerpen vanuit burgerperspectief?” Hier is door een team van onderzoekers samen met diverse consortiumpartners twee jaar aan gewerkt. De focus ligt hierbij op mensen in een financieel kwetsbare positie.
RAPPORT
Het intermediair in de financiële dienstverlening speelt een belangrijke rol in de Nederlandse samenleving. De verkoop van financiële producten zoals verzekeringen, hypotheken, pensioenen, financiële planningen, etc. vindt grofweg op twee verschillende manieren plaats: hetzij rechtstreeks via de banken en verzekeraars (direct writing), hetzij via de financiële intermediairs. Een aantal ondernemingen benut beide manieren. Denk hierbij aan Achmea en de Rabobank; laatstgenoemde treedt bijvoorbeeld als intermediair op voor Interpolis. Drie op de vier huishoudens en nagenoeg iedere Nederlandse onderneming heeft één of meer verzekeringen afgesloten via een intermediair. Bij elkaar gaat €40 miljard premie via zo’n intermediair. Dat is meer dan de helft van alle schade-, leven- en zorgpremies in Nederland (Adfiz.nl, 2012). Veel consumenten vertrouwen kennelijk op de adviezen van financiële tussenpersonen.
BOEKDEEL
Deel 1 van het project Studeren zonder financiële zorgen. Hebben hbo-studenten financiële zorgen en heeft dit impact op hun studie? Deze vraag staat centraal in dit onderzoek. Door middel van een online enquête zijn studenten van vijf hogescholen bevraagd (n=4.901). Bijna de helft van de studenten heeft een lening en/of collegegeldkrediet bij DUO. Ruim een kwart van deze groep ervaart vaak zorgen over de eigen studieschuld (28%). De helft van de groep met een lening en/of collegegeldkrediet ervaart soms zorgen (49%). Een derde van de studenten kan geen schatting geven van de hoogte van de eigen studieschuld is (34%). Twee op de tien studenten (21%) geeft aan moeilijk rond te komen en 39% geeft aan niet makkelijk, maar ook niet moeilijk rond te komen. Moeilijk rondkomen heeft vooral te maken met de hoge studiekosten en de beperkte inkomsten.
RAPPORT
Deze kwalitatieve tussenrapportage brengt in kaart hoe burgers proactieve dienstverlening ervaren, specifiek binnen het domein van armoede- en schuldpreventie. Door middel van 34 interviews is onderzocht in hoeverre burgers openstaan voor overheidsinitiatieven waarbij hulp wordt aangeboden zonder dat zij daar zelf om hoeven te vragen.
RAPPORT
In de publieke dienstverlening gericht op de aanpak van schulden, werkloosheid en de inning van de eigen bijdrage Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 en de wanbetalersregeling zijn lager opgeleiden oververtegenwoordigd. Publieke dienstverleners hebben aandacht voor deze groep maar zijn ook zoekend wat zij nodig heeft om haar weg in de verschillende voorzieningen beter te vinden. Om daar meer beelden bij te krijgen heeft het lectoraat Schulden en Incasso van het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht onderzoek gedaan. De onderzoeksvraag luidt: Welke belemmeringen ervaren specifiek lager opgeleiden bij het gebruik van publieke dienstverlening op het terrein van sociale zekerheid en de financiële kant van het gebruik van zorg en wat is de doorwerking van deze belemmeringen?
RAPPORT
CoSIE is een acroniem voor ‘Co-creation of Service Innovation in Europe’ . Het project staat voor het samen met burgers – in cocreatie – ontwerpen en verbeteren van sociale dienstverlening van de overheid om zo bij te dragen aan sociale inclusie en vernieuwing van de (lokale) democratie . Co-creatie is een gezamenlijke activiteit van overheid en burgers die tot doel heeft de waarde van publieke diensten te verrijken en te vergroten . Deze gezamenlijk activiteiten kunnen in elk stadium van ontwikkeling en implementatie van nieuwe diensten plaatsvinden . Individuele en publieke waarden kunnen worden begrepen in termen van toegenomen welzijn, gedeelde beleidsvisies of nieuwe diensten . Het CoSIE project heeft in heel Europa een beweging in gang gezet waarin onderzoekers en professionals samen met burgers werken aan een verbetering van publieke dienstverlening .
RAPPORT