Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Het rapport is deel B van het 5e tussenadvies van de wetenschappelijke Curriculumcommissie. Het rapport richt zich op de verdeling van verantwoordelijkheden van partijen in het onderwijs bij het verbeteren van de organisatie rond curriculumonderhoud in het funderend onderwijs (basisonderwijs en voortgezet onderwijs).
RAPPORT
Repertoirekennis, leesbevorderingscompetenties en een sterke leescultuur op school: dit zijn de kerncomponenten van leesbevordering in het onderwijs. Om leerlingen enthousiast te maken voor lezen, moeten leraren goed op de hoogte zijn van het boekenaanbod voor leerlingen, over de benodigde kennis en vaardigheden beschikken om aandacht te kunnen besteden aan leesbevordering in de klas, en ingebed zijn in een breed gedragen leescultuur op school. In dit rapport worden de resultaten beschreven van een surveyonderzoek naar de repertoirekennis, leesbevorderingscompetenties en ervaren leescultuur op school onder aankomend leraren, leraren en schoolleiders. Zowel studenten als onderwijsprofessionals die werkzaam zijn of stage lopen in de bovenbouw van het basisonderwijs als het tweedegraads gebied Nederlands van het voortgezet onderwijs namen deel. Hoe staat het ervoor met de drie kerncomponenten van leesbevordering in het funderend onderwijs, in welke mate de kerncomponenten met elkaar samenhangen, en welke verschillen er zijn tussen het basis- en voortgezet onderwijs.
RAPPORT
Er is veel discussie over hoe we de leesresultaten van Nederlandse leerlingen uit landelijke en internationale onderzoeken moeten interpreteren. Toch kan niemand ontkennen dat meerdere instanties in meerdere rapporten over meerdere jaren een daling signaleren in de leesvaardigheid en leesmotivatie van leerlingen in het funderend onderwijs. Die daling is zeer zorgelijk. Steeds meer scholen zien deze toestand als een urgente uitdaging en denken na over hoe ze -in lijn met de onderwijsvisie- hun leesonderwijs kunnen verbeteren. De grote vraag is: ‘Waar en hoe begin je dan?
BIJDRAGE AAN PERIODIEK
In 2018 heeft NRO een notitie geschreven over de positie van het vakdidactisch onderzoek in Nederland met aanbevelingen voor het (vak)didactisch onderzoek (Ulrich & Huiskamp, 2018). Vervolgens heeft een werkgroep van onderzoekers onder auspiciën van NRO een position paper en eerste lijnen van vervolgacties geschetst waaronder het ontwikkelen van een onderzoeksagenda en verdere netwerkvorming NRO (sept 2019). Het bleek lastig de visie en positie van het beroepsonderwijs hierin te verwerken, vanwege te grote verschillen met (vak)didactisch onderzoek in het funderend onderwijs (Alfa, Bèta en Gamma). In een vervolggesprek met het landelijk Netwerk lectoren, practoren en hoogleraren Beroepsonderwijs zijn mogelijkheden verkend om in een parallel traject te werken aan versterking van didactisch onderzoek voor het beroepsonderwijs. In voorliggende notitie exploreren we kenmerken waarop het funderend onderwijs en beroepsonderwijs overeenkomsten dan wel verschillen vertonen, en welke consequenties dit heeft voor curricula en het didactisch repertoire van docenten beroepsonderwijs. Dit mondt uit in een schets van (vak)didactische onderzoeksvragen voor het beroepsonderwijs in Nederland en een legitimering van een al dan niet separate onderzoekagenda op dit terrein1 voor funderend onderwijs en beroepsonderwijs.
ARTIKEL
Hoofdstuk 4 in Wat werkt als je samenwerkt - deel 2. Het hoofdstuk begint met een beschrijving van de huidige onderwijssituatie op Bonaire. Daarbij komt de vraag aan bod of en hoe op Bonaire het hiaat kan worden opgevuld tussen het op Europees-Nederlands gerichte geschiedenis)curriculum en het verlangen van leerlingen om onderwijs te krijgen waarmee zij zich verwant voelen en waarin zij Bonaire herkennen. Vervolgens worden de uitkomsten beschreven van het verkennend onderzoek naar wat de leerlingen op Bonaire als betekenisvol onderwijs ervaren. Daarna komen de uitgangspunten van Module Bonaire aan bod. In dat kader wordt ook het Jericho-project (de voorloper van Module Bonaire) beschreven. In de epiloog wordt de start (september 2023) beschreven van een verkennend onderzoek waar gebruik wordt gemaakt van de ervaringen die zijn opgedaan met het Jericho-project en de verkenning op Bonaire. Dat onderzoek vindt plaats op een middelbare school in Utrecht. De beschrijvingen maken inzichtelijk hoe context-specifiek onderwijs zou kunnen of moeten zijn, om het voor leerlingen betekenisvol te laten zijn.
BOEKDEEL
De invoering van passend onderwijs heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Er was veel kritiek: leerkrachten die er niet op toegerust zijn, een bezuinigingsmaatregel, teveel bureaucratie, middelen die niet besteed worden. Hoewel het stof wat is neergedaald, is nog altijd niet voor iedereen duidelijk aan welke voorwaarden scholen moeten voldoen om passend onderwijs mogelijk te maken en welke aandachtspunten van belang zijn. In dit eerste artikel staat het ontwikkelingsperspectief centraal.
ARTIKEL
De centrale vraag voor dit inventarisatieonderzoek is: Wat wordt er in de theorie en in de praktijk van Scope (het samenwerkingsverband van zestien scholenclusters en de Educatieve Academie van Hogeschool Viaa) verstaan onder ‘goed onderwijs’? De drie deelvragen zijn: 1. Wat geeft recente literatuur aan als kenmerkend voor ‘goed onderwijs’ (theorie)? 2. Welke beelden leven er bij de verschillende betrokken partijen binnen Scope (bestuurders, schoolleiders, leraren, leerlingen, ouders, EAopleiders, schoolopleiders en pabo-studenten) over ‘goed onderwijs’ (praktijk)? 3. Welke onderzoeksvragen leven er binnen Scope met betrekking tot de praktijk van ‘goed onderwijs’? Om deze vragen te beantwoorden is literatuuronderzoek gedaan en zijn focusgroepinterviews gehouden bij acht betrokken partijen binnen Scope.
RAPPORT
Het lectoraat Werken in Onderwijs is in 2020 gestart tegen een achtergrond van kwantitatieve en kwalitatieve tekorten aan leraren en schoolleiders. Anno 2024 vormen deze tekorten nog altijd een veelkoppig monster. De ervaren werkdruk is hoog en leidt tot uitval, er zijn toenemende zorgen over de kwaliteit van het onderwijs zelf, het werk en ook schoolvakken zijn in voortdurende beweging. Bovendien lopen de tekorten de komende tien jaar nog verder op en zal de in- en uitstroom aan lerarenopleidingen te beperkt zijn om dit op te vangen. Het tekort aan onderwijsprofessionals kan worden gezien als een sluimerende crisis. Het is een gegeven dat onderwijsprofessionals continu met verandering te maken hebben en dat ontwikkelingen in hun werk (zoals het lerarentekort of de vraag hoe vorm te geven aan de onderwijsopdracht) zorgen voor permanente 'schuring' tussen belangen. Op basis van een analyse van onze inzichten en recente ontwikkelingen rondom het werken in onderwijs concluderen we dat het noodzakelijk blijft onderzoek te doen naar dit thema. We houden onze koers vast, maar met scherpere ambities. We formuleren onze nieuwe missie als volgt: met ons onderzoek dragen we bij aan het versterken van het beroep van onderwijsprofessionals in de volle breedte in schoolorganisaties die te kenmerken zijn als leerwerkplekken, waarbinnen wordt samengewerkt gericht op een aantrekkelijk beroep en goed onderwijs. Onze visie is dat praktijkgericht en, waar mogelijk, participatief onderzoek sámen met onderwijsprofessionals en vanuit een systemische kijk (gericht op de lagen van onderwijsprofessionals en schoolorganisatie; met oog voor het waartoe) bijdraagt aan deze missie. Voor onze tweede termijn formuleren we daarom de volgende hoofdvraag: Hoe kunnen (aanstaande) onderwijsprofessionals zich professioneel (blijven) ontwikkelen in schoolorganisaties die fungeren als leerwerkplek voor het realiseren van een aantrekkelijk beroep en kwalitatief goed onderwijs?
RAPPORT