In de vijfde aflevering van de Bruis podcast spreekt Erik van Roon met Ruud van der Horst. Sinds zijn 22ste werkt Ruud in de forensische geestelijke gezondheidszorg. Professionals in de forensische geestelijke gezondheidszorg staan voor de complexe taak om terugval in delictgedrag bij psychiatrische patiënten te voorkomen. Dit doen zij door begeleiding en behandeling. Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij deze professionals omdat eventuele terugval van patiënten aanzienlijke maatschappelijke consequenties heeft. Het goed uitoefenen van werkzaamheden vraagt om vakmanschap. Ruud vertelt aan Erik wat hij tijdens de sessie heeft besproken. Ook vertelt hij hoe hij in de forensische geestelijke gezondheidszorg terecht kwam. Hiernaast vertelt hij over de master opleiding forensische zorg specialist waar hij mee bezig is.
LINK
Dit onderzoeksproject is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Nederlandse ggz, naar een initiatief van Berno van Meijel en Bram Sizoo. De aanleiding was dat de initiatiefnemers kennis droegen van een aantal casussen van stalking van ggz professionals door cliënten, waarbij het proces gedurende enige tijd was vastgelopen. Buitenlandse literatuur gaf wel een indicatie dat stalking van deze beroepsgroep geen zeldzaamheid was, maar cijfers voor de Nederlandse situatie ontbraken. Het onderzoek is financieel mogelijk gemaakt door O&O-fonds GGZ, dat een samenwerking is tussen werkgevers en werknemers in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het onderzoek is uitgevoerd in 2025 en opgeleverd februari 2026. Het verslag is door samenwerking van alle onderzoekers tot stand gekomen. Er is slechts gebruik gemaakt van AI van de Universiteit van Amsterdam (UvAchat) bij het schrijven van de codes voor het opschonen van de dataset in het kwantitatieve deel en het ontwerpen van de figuren. Deze data is niet gedeeld, opgeslagen of gebruikt voor trainingsdoeleinden.
MULTIFILE
De geestelijke gezondheidszorg is op veel vlakken in beweging. Financiële herstructurering heeft grote impact op vorm en inhoud van de zorg. Een groeiend aantal zorgvragers zonder uitbreiding van financiële middelen vraagt om innovatie en effectieve interventies. De visie op psychiatrie verandert waarbij meer aandacht komt voor de gevolgen van psychiatrische symptomen op het functioneren. De focus wordt verlegd van ziekte naar positieve gezondheid waarmee thema’s als bevorderen van zelfmanagement en herstelondersteunende zorg centraal komen te staan. Deze veranderingen hebben grote impact op de zorg voor mensen met een psychische kwetsbaarheid en vraagt daarmee andere competenties van professionals. Het lectoraat Zorg & Innovatie in de Psychiatrie richt zich op het ontwikkelen en onderzoeken van effectieve interventies die bijdragen aan het verbeteren van de zorg voor mensen met een psychische kwetsbaarheid binnen deze veranderende context
DOCUMENT
In instellingen voor geestelijke gezondheidszorg is zorg aan cliënten in hun laatste levensfase minder gestructureerd en vanzelfsprekend dan in de reguliere zorg. Ondanks toegewijde zorgverleners, is verbetering van de palliatieve terminale zorg in deze instellingen mogelijk en gewenst. Dat is één van de conclusies van onderzoek van het Trimbos-instituut - uitgevoerd met steun van het Fonds Psychische Gezondheid, het VSBfonds en het KF Heinfonds- en geïnitieerd door Agora, het landelijk ondersteuningspunt palliatieve zorg.
DOCUMENT
De betekenis van empowerment op het vlak van geestelijke gezondheidszorg: op weg naar positieve psychiatrie.
DOCUMENT
De wereld vergrijst en dat brengt uitdagingen met zich mee. Mensen worden ouder met meer aandoeningen en dementie is er daar één van. Geestelijke gezondheid is een groot goed en dat geldt ook voor mensen met dementie. De geestelijke gezondheid van mensen met dementie komt onder druk te staan door neuropsychiatrische symptomen en psychische klachten, die zich vaak uiten in hun gedrag. Denk aan agressie, angst, psychose en somberheid. Deze symptomen en klachten kunnen onderdeel zijn van psychische aandoeningen en hebben meestal grote invloed op de kwaliteit van leven van de betrokkenen. Ze doen een appel op omstanders en verzorgers en kunnen leiden tot vroegtijdige opname in het verpleeghuis. Psychische aandoeningen bij mensen met dementie worden echter vaak niet goed herkend, net zoals de specifieke behoeften die daarmee gepaard gaan. Hierdoor wordt de nodige zorg niet altijd gegeven. Daarnaast zijn effectieve behandelingen voor psychische aan doeningen nog niet goed in deze groep mensen onderzocht. Handel- en behandel verlegenheid is het gevolg. En daarmee kan de geestelijke gezondheid van mensen met dementie in het gedrang komen. Een integrale aanpak waarin expertise op het gebied van geestelijke gezondheid wordt versterkt en uitgebreid, draagt bij aan een verbeterde prognose en welzijn van mensen met dementie, met aandacht voor zowel hun fysieke als mentale gezondheid.
DOCUMENT
Werken met ervaringskennis als professionele waarde in de ggz krijgt steeds meer aandacht binnen de geestelijke gezondheidszorg, die tegelijkertijd zeer technocratisch en interventionistisch georiënteerd is. Naast ervaringsdeskundigen kunnen ook traditionele professionals ervaringskennis benutten. In deze bijdrage staan we stil bij resultaten uit promotieonderzoek en de dagelijks praktijk van een psychiater en directeur van een ggz instelling. Dit artikel is ook terug te vinden in de maart 2025 editie van het tijdschrift Sozio
LINK
Zelfbeheerde residentiële voorzieningen in de geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke opvang zijn voorzieningen in de gemeenschap, voor de gemeenschap en tegelijk zelf ook een mini-gemeenschap (een third space). In deze workshop richten we ons op de vraag: hoe creëer en faciliteer je als leidinggevende (al dan niet vanuit eigen ervaringsdeskundigheid) een voorziening waarbinnen vanuit de principes van zelfbeheer betrokkenen werken aan een sociale basis? Samen met deelnemers aan de workshop gaan we op zoek naar een antwoord op deze vraag. Als startpunt gebruiken we kennis en praktische ervaring van twee managers betrokken bij een respijthuis in zelfbeheer, gecombineerd met kennis uit onderzoek naar diverse voorzieningen in zelfbeheer.
DOCUMENT
In de geestelijke gezondheidszorg wordt in toenemende mate wetenschappelijk onderzoek gedaan, vooral in het kader van opleidingen. Er is onbekendheid met de regelgeving en ethiek bij beginnend onderzoekers. Zorgvuldige overwegingen - conform de richtlijnen voor good clinical practice (gcp) en medisch-ethische toetsing, worden daardoor lang niet altijd gemaakt. DOEL Beschrijven van praktische handvatten en stimuleren van het medisch-ethische denken bij patiëntgebonden onderzoek in de geestelijke gezondheidszorg. METHODE In dit artikel wordt een op de praktijkbehoefte gebaseerd overzicht van praktische handvatten en ethische overwegingen gegeven. RESULTATEN Dit artikel benadrukt dat onderzoekers reeds vóór de start van het onderzoek belangrijke afwegingen dienen te maken. Instructies daarvoor en richtlijnen voor medisch-ethische toetsing zijn te vinden in: het richtsnoer voor good clinical practice, het stroomschema van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (ccmo) met de bijbehorende e-learningmodule en in de basiscursus ‘Regelgeving en organisatie voor klinisch onderzoekers’(brok). Praktische tips, geïllustreerd met voorbeelden, schetsen een kader om het medisch-ethisch denken te stimuleren. Tot slot is het van belang om de organisatorische inbedding van onderzoek in het kader van opleidingen te verbeteren. CONCLUSIE Basisinformatie over gcp en medisch-ethische toetsing bij patiëntgebonden onderzoek is via diverse kanalen beschikbaar. De uitdaging zit vooral in de inbedding van gcp in patiëntgebonden onderzoek door beginnend onderzoekers in de ggz.
DOCUMENT
In deze publicatie wordt verslag gedaan van een onderzoek, zowel in literatuur als in de praktijk, naar betekenisgeving in de sector van GGZ (Geestelijke GezondheidsZorg) en VGZ (Verstandelijk GehandicaptenZorg), als het gaat om vermaatschappelijking van zorg. Betekenisgeving,dat wil zeggen: welke begrippen worden gehanteerd en hoe worden ze ingevuld met weer andere begrippen, en hoe worden die begrippen opgevat? Het literatuuronderzoek bestrijkt vooral de afgelopen veertig jaar, hoewel kort aandacht wordt besteed aan voorlopers van vermaatschappelijking eerder in de vorige eeuw. Want ook al was het woord vermaatschappelijking nog niet bekend, wat Querido in de jaren dertig van de vorige eeuw in Nederland deed, lijkt er verrassend veel op. Kort wordt ook aandacht besteed aan de rol van de cliënten-, patiënten- en ouder-bewegingen in de veranderingen in de sector.
DOCUMENT