Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3In de periode juli 2022 tot juli 2025 vond de pilot ‘Samenwerking Justitieel en Sociaal Domein Gemeente Oss’ (hierna pilot Oss) plaats. In deze pilot werd gericht op mensen die met justitie in aanraking komen vanwege een ZSM-waardig delict en die een zorg- en/of hulpvraag hebben. De pilot komt voort vanuit de pilot ‘Samenwerking Justitie en Proeftuin Ruwaard’, (hierna pilot Ruwaard). De wijk Ruwaard, gelegen in de gemeente Oss, kenmerkt zich door relatief veel sociale problematiek en justitiecontacten. De pilot Ruwaard resulteerde in een betere samenwerking tussen het sociaal en justitieel domein, een passender reclassering- of Raadadvies voor de afdoening dat beter aansluit bij de problematiek van de verdachte, meer betrokkenheid van verdachten, professionals en bewoners in de wijk bij de uitvoering van het traject en meer zicht bij professionals van reclassering en Raad voor de Kinderbescherming over beschikbare hulp en zorg en het sneller opstarten ervan. Vanwege de positieve bevindingen van de pilot Ruwaard wilde men deze aanpak graag continueren en uitbreiden naar meerdere wijken in de gemeente Oss. De uitbreiding is in juli 2022 officieel gestart daarbij deels gesubsidieerd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Omdat het ministerie het project kansrijk acht voor verbreding naar andere gemeenten, was er behoefte aan een onderzoek om de eventuele keuze daartoe te onderbouwen. In dit onderzoek is de pilot Oss gevolgd en is gekeken naar werkzame mechanismen. De doelen die in het onderzoek centraal staan zijn: 1) in kaart te brengen in hoeverre de werkwijze daadwerkelijk bijdraagt aan een positieve ontwikkeling van het functioneren van de deelnemers van de pilot, en 2) onderzoeken wat de aandachtspunten zijn wanneer een lokale werkwijze wordt opgeschaald. Aanvankelijk zou dit onderzoek ongeveer drie jaar duren: van januari 2023 tot en met december 2025. De bedoeling was om deelnemers van de pilot te volgen zodat ontwikkelingen op leefgebieden en recidive in kaart konden worden gebracht. Gedurende de pilot bleek de instroom van deelnemers echter aanzienlijk minder te zijn dan verwacht. Uiteindelijk resulteerde dit in het voortijdig stopzetten van de pilot en is besloten de samenwerking over te dragen naar de reguliere werkwijzen van de betrokken organisaties. Hierdoor kon de eerste doelstelling van het onderzoek niet worden gerealiseerd. Het huidige rapport gaat daarom alleen in op die aspecten die wel onderzocht konden worden: de werkzame mechanismen van de samenwerking tussen beide domeinen. Hiertoe is gekeken naar wat de literatuur hierover zegt en naar de ervaringen van de bij de pilot betrokken professionals.
DOCUMENT
Onderzoek naar sociale inclusie in de gemeente Barneveld. De vraagstelling van het onderzoek is: Hoe kunnen inwoners, maatschappelijke instellingen en de gemeente bijdragen om inclusie te versterken voor inwonersgroepen die sociale uitsluiting ervaren in de gemeente Barneveld? Deelvragen zijn: • Hoe waarderen inwoners van de gemeente Barneveld de sociale inclusie? • Welke inwonersgroepen ervaren sociale uitsluiting en op welke manier gebeurt dat? • Welke ideeën hebben inwoners die nu uitsluiting ervaren zelf over het verbeteren van de sociale inclusie in de gemeente Barneveld?
DOCUMENT
Op 1 januari 2007 hield de gemeente Heel (L) op te bestaan. In de laatste gemeentegids uit 2006, wordt in een korte schets de geschiedenis van de drie kernen Heel, Wessem en Beegden uit de doeken gedaan.
DOCUMENT
Burgers weten weinig over hoe zij hun online veiligheid kunnen vergroten en bij hen ontbreekt vaak het gevoel van urgentie om daadwerkelijk maatregelen te nemen. De gemeente kan burgers ondersteunen met informatiepunten en extra ondersteuning van kwetsbare groepen. Kenniscentrum Cybersecurity van de Haagse Hogeschool deed onderzoek bij twee gemeenten.
DOCUMENT
Hoe zorg je als gemeente dat je succesvol blijft aansluiten bij de contentvoorkeuren van inwoners? In ons vorige artikel zag je hoe de top 20 grote gemeenten van Nederland dat aanpakken op hun socialmedia-kanalen. De meest succesvolle gemeente in social-contentcreatie? Gemeente ’s-Hertogenbosch! Wat kunnen we van de aanpak van haar online-mediateam leren? In dit artikel een kijkje achter de schermen.
LINK
Gemeente Vijfheerenlanden heeft het lectoraat Participatie & Stedelijke Ontwikkeling van Hogeschool Utrecht gevraagd om een praktijkgericht onderzoek uit te voeren om inzichten te verkrijgen in de manieren waarop jongeren op een duurzame wijze betrokken kunnen worden bij het ontwikkelen, vormgeven en uitvoeren van het beleid en de besluitvorming binnen de gemeente. Samen met de jongeren en professionals uit de gemeente wordt tijdens dit onderzoek beoogt om inzichten te verkrijgen in de manier waarop jongereninspraak- en participatie opgezet kan worden en wordt onderzocht wat dat betekent voor de wijze waarop de gemeente jongeren bevraagt. Dit heeft als einddoel om jongereninspraak- en participatie onderdeel te laten worden van het gemeentelijke beleid. Binnen dit participatief actieonderzoek worden jongeren en professionals actief betrokken in het onderzoeksproces. Kenmerk van een participatief actieonderzoek is dat de onderzoeksactiviteiten niet alleen gericht zijn op het vergaren van kennis en inzichten, maar ook gericht zijn op het verbeteren van het handelen (Migchelbrink, 2016). Dit betekent dat er concrete acties en activiteiten opgezet, uitgevoerd en gemonitord worden om jongereninspraak-en participatie binnen de gemeente Vijfheerenlanden vorm te geven.
MULTIFILE
Dit rapport bevat de bevindingen van een onderzoek, in opdracht van de gemeente Coevorden, naar de vraag welke toekomstperspectieven Oekraïense bewoners hebben op hun verblijf in de opvang van de gemeente Coevorden, en naar de vraag – ten behoeve van het ontwikkelen van beleid – hoe, en in welke mate, deze bewoners zich van elkaar onderscheiden. Voor het onderzoek zijn interviews gehouden met 14 Oekraïense bewoners en is een vragenlijst afgenomen onder 57 Oekraïense bewoners. Uit de bevindingen blijkt het volgende. Een ruime meerderheid van de bewoners heeft werk (ongeveer 71%) in en rondom de gemeente Coevorden. Dit zijn vrijwel allemaal laagbetaalde en laaggeschoolde banen, met een gemiddeld aantal van 32 werkuren per week. Veruit de meeste families (met een of meerdere werkende familieleden) hebben een inkomen (inclusief andere inkomsten dan salaris, zoals Kinderbijslag) dat beneden het inkomstenniveau ligt dat geldt voor vergelijkbare Nederlandse gezinnen met een inkomen op het wettelijk minimumloon. Een grote meerderheid (minstens 70%) van de Oekraïense bewoners zou, als het mogelijk is, de komende vijf jaar in Nederland en ook in de gemeente Coevorden willen blijven. Deze bewoners waarderen de kwaliteit van de omgeving (natuur), de stad (kleinschaligheid) en de beschikbaarheid van voorzieningen. Het hebben van kinderen is van invloed op de afweging om in de gemeente Coevorden te blijven. Een grote meerderheid (72% of meer) is het eens over het belang van zekerheid over hun verblijfsstatus, Nederlands leren, eigen huisvesting, en kennis opdoen van de Nederlandse samenleving en cultuur. Daarna volgen: meer inkomen, goede en gezonde werkomstandigheden, informatie over rechtshulp en de Engels taal leren. Daarnaast zien we een omslag van de behoefte om Engels te leren naar het leren van Nederlands voor een beter toekomstperspectief. Van al deze behoeften is zekerheid over de verblijfsstatus zonder meer de belangrijkste behoefte: Oekraïense bewoners zien een langdurig verblijfsrecht als de belangrijkste voorwaarde om te werken aan integratie en een toekomst in Nederland. Oekraïense bewoners zijn het meest vaardig in het vinden van werk. Dat lijkt zich te beperken tot het vinden van werk aan de onderkant van de Nederlandse arbeidsmarkt. De contacten met Nederlanders lijken heel beperkt te zijn. Hoewel iedereen aangeeft met vragen bij de managers van de opvanglocatie terecht te kunnen, wordt hier veel minder gebruik van gemaakt dan in de beginperiode. De gemeente blijft niettemin de belangrijkste bron van informatie voor Oekraïense bewoners. Behalve op medewerkers, vaak de locatiemanager, leunt men op mede-Oekraïners voor informatie. In meer algemene zin hebben Oekraïners onvoldoende grip op hoe onze samenleving, de cultuur en mores, in elkaar steekt. Ten behoeve van het ontwikkelen van beleid hebben we onderzocht in hoeverre de Oekraïense bewoners in subgroepen kunnen worden ingedeeld. Het meest zinvolle onderscheid dat we vonden, is tussen “Blijvers”, Oekraïners die langdurig in Coevorden zouden willen blijven, en “Twijfelende Werkers”, Oekraïners die twijfelen over verblijf in Coevorden en gemiddeld vaker bereid zijn om naar een andere gemeente te verhuizen voor een betere baan en/ of eigen huisvesting. Omdat een betere baan en eigen huisvesting moeilijk te vinden zijn, achten we het waarschijnlijk dat ook deze laatste groep voorlopig in Coevorden blijft. Voor het opstellen van toekomstgericht beleid stellen we daarom voor om op dit moment geen onderscheid te maken tussen groepen Oekraïense bewoners bij het opstellen van toekomstgericht beleid. In plaats daarvan stellen we voor de behoeften die uit het onderzoek naar voren kwamen, als een alternatief uitgangspunt te nemen. Dit uitgangspunt heeft wel zijn beperkingen. Hoewel sommige behoeften evident toekomstgericht zijn, zoals de behoefte aan zekerheid over de verblijfsstatus en het leren van Nederlands, vermoeden we dat onze bevindingen niet alle behoeften voldoende laten zien, dat nog niet alle behoeften goed aansluiten bij de Nederlandse context en dat Oekraïners ook niet altijd in staat zullen zijn om op eigen krachten hun behoeften te realiseren. Als aanvulling op de behoeften die uit onze bevindingen bleken, stellen we daarom voor om ook te putten uit inzichten van wat eerder onderzoek over nieuwkomers in Nederland heeft laten zien. Die laten zien dat nieuwkomers het meest gebaat zijn bij inzet op actieve integratie. Dit wreekt zich bij Oekraïense ontheemden. In de omzetting van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming naar nationale regelgeving heeft de Nederlandse overheid gekozen, anders dan veel landen in de Europese Unie, voor de zwakst mogelijke verblijfsstatus voor ontheemden (W-document) en voor het achterwege laten van een plicht of recht op een inburgeringstraject. Gemeentelijk beleid kan alsnog voorzien in vormen van actieve integratie. We eindigen het rapport met enkele concrete aanbevelingen daartoe.
DOCUMENT
Hoe kunnen gemeenten de tekortkomingen terugdringen die in De verhuizing van de verzorgingsstaat worden geconstateerd? Door een sociale democratie te worden, betogen een lector, een oud-lector en een wethouder.
DOCUMENT
De Rekenkamer van de gemeente Enschede heeft het lectoraat Maatschappelijk Vastgoed gevraagd om een onderzoek uit te voeren naar het vastgoedbeleid van de gemeente Enschede en het Vastgoedbedrijf Enschede (VBE) over de periode 2001-2013. De centrale vraag daarbij is: In hoeverre zijn de doelstellingen en de missie, waarmee het VBE in 2001 is opgericht, waargemaakt? Het accent ligt daarbij op de maatschappelijke kant van het vastgoed.
DOCUMENT
In het kader van het tweedejaars onderwijs ProjectMatig werken Grote stad (PMG) van Hogeschool Rotterdam ontvingen studenten van Hogeschool Rotterdam, Instituut voor Gezondheidszorg van Judith Andries en Johan Morsink namens de Gemeente Rotterdam de opdracht tot het verrichten van een tevredenheidsonderzoek onder de gebruikers van de VraagWijzers. Ook gingen studenten na hoe kwetsbaar en zelfredzaam bezoekers van VraagWijzers zijn. PMG is projectonderwijs waarbij de projectgroepen zijn samengesteld uit tweedejaars studenten van de opleidingen HBO-Verpleegkunde, Logopedie, Fysiotherapie en Ergotherapie. Deze studenten hadden van februari 2014 t/m juni 2014 de tijd om aan dit project te werken. Bij VraagWijzers in alle Rotterdamse deelgemeenten is er een projectgroep aan de slag gegaan, totaal hebben zeven projectgroepen deelgenomen. De projecten werden afgesloten met een productverslag en een presentatie per VraagWijzer. De data van vier groepen zijn verzameld en in zijn totaliteit geanalyseerd. Het resultaat hiervan vindt u in dit rapport.
DOCUMENT