Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Artificiele intelligentie (AI) heeft de potentie verpleegkundigen te ondersteunen in hun werk, maar een voorwaarde is wel dat zij in staat zijn (samen) te werken met de technologie. Aan de hand van een casus kijken we hiernaar.
MULTIFILE
Vitale functies zoals bloeddruk, temperatuur en ademhaling, zijn belangrijke parameters om de gezondheidsstatus van de patiënt in kaart te brengen, doordat veranderingen hierin kunnen duiden op klinische achteruitgang van de patiënt. Op verpleegafdelingen wordt momenteel vaak gebruikgemaakt van *Early Warning Systems* (EWS), gebaseerd op de gemeten vitale functies. Deze worden echter intermitterend gemeten, waardoor klinische achteruitgang soms pas laat wordt gedetecteerd. De inzet van continue monitoring van vitale functies (CMVF) op verpleegafdelingen lijkt een goede oplossing voor deze tekortkoming van de EWS. Daarbij speelt ook mee dat door technologische ontwikkelingen, zoals CMVF, het mogelijk is om verslechtering van patiënten eerder te signaleren, zonder grote belemmeringen in de mobiliteit en zelfredzaamheid van de patiënt. Dit leidt tot potentieel betere uitkomsten en efficiëntere zorg. Hoewel de toepassing van CMVF op algemene verpleegafdelingen van ziekenhuizen veelbelovend lijkt, wordt dit nog niet op grote schaal toegepast. Inzicht in de ervaringen van verpleegkundigen is cruciaal voor de verdere ontwikkeling van deze technologie. Verpleegkundigen zijn immers de primaire gebruikers en bepalen in belangrijke mate of CMVF effectief wordt ingebed in het dagelijks werk.
MULTIFILE
1 op de 6 inwoners in Nederland heeft moeite met gecijferdheid. Dit is een reden tot zorg, omdat dit de kans op kwetsbaarheid vergroot. Zo hebben mensen die problemen hebben met gecijferdheid vaker financiële problemen. Ze hebben minder kansen op de arbeidsmarkt en ze benoemen hun gezondheid vaker als slecht. Of dit causaal verband houdt met elkaar is niet bekend, maar wel aannemelijk gezien de specifieke eisen voor gecijferdheid die deze contexten stellen. Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door het Expertisepunt Basisvaardigheden.
MULTIFILE
Binnen sociaal werk opleidingen is er steeds vaker aandacht voor mensenrechten. Het belang om mensenrechten een plek te geven in sociaal werk curricula wordt benadrukt door het manifest ‘Stel mensenrechten centraal in het sociaal werk’ (Hartman et. al. 2016) dat sinds mei 2016 door tientallen lectoren en docenten is ondertekend. Om een bijdrage te leveren aan deze ontwikkeling heeft het Lectoraat Toegang tot het Recht van het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht een onderzoeksproject ‘Sociaal Werk en Mensenrechten’ gestart om beter inzicht te krijgen in de verbanden tussen sociaal werk en mensenrechten. Deze verkenning is een product van dit project.
DOCUMENT
Background: Anemia is a serious and highly prevalent co-morbidity in chronic heart failure (HF) patients. Its influence on health-related quality of life (HR-QoL) has rarely been studied, and no data is available regarding the role it plays in hospitalized HF patients. Methods: Baseline data from the COACH study (Coordinating study evaluating Outcomes of Advising and Counselling in Heart Failure) were used. HR-QoL was assessed by means of generic and disease-specific questionnaires. Analyses were performed using ANOVA and ANCOVA, with covariates of age, gender, eGFR, diabetes, and NYHA class. Results: In total, 1013 hospitalized patients with a mean age of 71 (SD 11) years were included; 70% of these patients had no anemia (n = 712), 14% had mild anemia (n = 141), and 16% had moderate-to-severe anemia (n = 160). Independent associations were found between anemia and physical functioning (p = 0.019), anemia and role limitations due to physical functioning (p = 0.002), anemia and general health (p = 0.024), and anemia and global well-being (p = 0.003). Conclusion: In addition to the burden of HF itself, anemia is an important factor which influences HR-QoL in hospitalized HF patients, and one that is most pronounced in the domain related to physical functioning and general health. © 2012 Elsevier Ireland Ltd.
DOCUMENT
De ontwikkelde Multidisciplinaire Richtlijn Hiv en Arbeid behandelt alle factoren die van belang zijn om werknemers met hiv zo goed en gewoon mogelijk te kunnen laten deelnemen aan het arbeidsproces. Mensen met hiv kunnen uitstekend functioneren in hun werk, toch kan hun situatie nog extra aandacht nodig hebben. Hoe en hoeveel hangt af van de specifieke situatie. De richtlijn geeft hiervoor aanbevelingen.
DOCUMENT
Samenvatting Achtergrond: Een integrale behandeling inclusief zelfmanagement bij chronisch obstructieve longziekte (COPD) leidt tot betere klinische resultaten. eHealth kan zorgen voor meer betrokkenheid bij patiënten waardoor ze in staat zijn een gezondere levensstijl aan te nemen en vast te houden. Desondanks is er geen eenduidig bewijs van de impact van eHealth op de kwaliteit van leven (quality of life (QoL)). Doel: Het primaire doel van de e-Vita COPD-studie was om te onderzoeken wat de effecten zijn van het gebruik van eeneHealth-platform voor patiënten op de verschillende domeinen van ziektespecifieke kwaliteit van leven van COPD-patiënten (CCQ). Methoden: We hebben de impact beoordeeld van het gebruik van een eHealth-platform op de klinische COPD-vragenlijst (CCQ). Deze vragenlijst omvatte subschalen van symptomen, functionele en mentale toestand. Een design met onderbroken tijdreeksen (interrupted time series (ITS)) is gebruikt om CCQ-gegevens op verschillende tijdstippen te verzamelen. Er is gebruik gemaakt van multilevel lineaire regressieanalyse om de CCQ-trends vóór en na de interventie te vergelijken. Resultaten: Van de 742 uitgenodigde COPD-patiënten hebben er 244 het document voor ‘informed consent’ ondertekend. In de analyses hebben we uitsluitend patiënten opgenomen die daadwerkelijk gebruik hebben gemaakt van het eHealthplatform (n=123). De afname van CCQ-symptomen was 0,20% vóór de interventie en 0,27% na de interventie; dit was een statistisch significant verschil (P=0,027). De daling van CCQ-mentale toestand was 0,97% vóór de interventie en na de interventie was er sprake van een stijging van 0,017%; dit verschil was statistisch significant (P=0,01). Er werd geen significant verschil vastgesteld in het verloop van CCQ (P=0,12) en CCQ-functionele toestand (P=0,11) vóór en na de interventie. Conclusie: Het e-Vita eHealth-platform had een gunstig effect op de CCQ-symptomen van COPD-patiënten, maar niet op de functionele status. De CCQ-mentale toestand bleef stabiel na de interventie, maar dit was een verslechtering in vergelijking met de verbeterende situatie voorafgaand aan de start van het eHealth-platform. Deze studie laat dus zien dat patiënten na de introductie van het COPD-platform minder symptomen ervaarden, maar dat hun mentale toestand tegelijkertijd licht verslechterde. Zorgprofessionals moeten zich ervan bewust zijn dat, ondanks de verbetering van symptomen, er een lichte toename van angst en depressie kan optreden na invoering van een eHealth-interventie.
DOCUMENT