Afgelopen woensdag was er op Connectr - Energy innovation een partnerbijeenkomst van het project H2Modus. Met de aanwezige partnerbedrijven is kennis uitgewisseld en inhoudelijk bijgepraat. Naast een update rondom het project van projectleider Hans Meerman, gaf Hogeschool Saxion afstudeerder Chris Ogink een presentatie over "Veiligheidsbeleid voor waterstof werkplaatsen" Ook heeft Saskia Eijkelhof MSc, BA een presentatie gegeven namens het partnerbedrijf EnginX. H2Modus is een project waarin vele samenwerkingen tot stand zijn gekomen. Zo ondersteunt het SPRONG project Decentrale Waterstof, waarin een nauwe samenwerking is tussen Hogeschool Saxion en Lectoraat Balanced Energy Systems van HAN University of Applied Sciences, het H2Modus project op verschillende vlakken.
LINK
De gemeente Den Haag kent een groot aantal speelplekken die zo zijn ingericht dat kinderen met en zonder beperking hier kunnen spelen. De vraag is echter hoe deze samenspeelplekken worden gebruikt en wat daarbij stimulerende en belemmerende factoren zijn. In opdracht van de gemeente Den Haag hebben De Haagse Hogeschool en de Hogeschool Utrecht dit onderzocht met behulp van diverse methodieken en door twee samenspeelplekken te evalueren. Daaruit blijkt dat deze speelplekken aan veel fysieke randvoorwaarden voldoen en een hoge speelwaarde hebben. Dit zorgt ervoor dat deze speelplekken regelmatig tot veel worden bezocht. Kinderen met een zichtbare beperking hebben wij tijdens onze reguliere observaties echter niet gezien. Dit ondanks dat de twee onderzochte speelplekken meerdere, interessante speelattributen hebben die ook bespeelbaar zijn voor kinderen met een beperking. Observaties en gesprekken met ouders leren dat er een aantal potentiële verbeterpunten zijn - zowel in fysieke als sociale zin - om het gebruik te vergroten. Op het fysieke vlak is het van belang om naast de inclusieve speeltoestellen ook voldoende aandacht te besteden aan de bereikbaarheid, toegankelijkheid en het comfort van deze speelplekken. Daarnaast lijkt er vooral aandacht te zijn voor kinderen met een fysieke beperking en minder voor kinderen met een visuele of verstandelijke beperking. Tevens dient er meer aandacht te komen voor de sociale drempels die het buitenspelen voor kinderen met een beperking bemoeilijken. Aan de ene kant zijn er de sociale oordelen, de onbekendheid met beperkingen en de uitsluiting door andere mensen en aan de andere kant is er de onzekerheid bij de kinderen met een beperking en hun ouders die ervoor zorgen dat het contact en interactie tussen kinderen met en zonder beperking niet tot stand komt. Kinderen moeten vaak eerst aan elkaars verschillen wennen voordat samenspelen vanzelf kan verlopen. Er is daarom behoefte aan (lichte) begeleiding, toezicht en ondersteuning op speelplekken om inclusief spelen mogelijk te maken. Ook kunnen activiteiten op vaste momenten op specifieke locaties helpen om meer gezinnen te laten deelnemen en het spelen voor alle kinderen toegankelijker te maken. Kortom, om samenspeelplekken optimaal te benutten, is een combinatie nodig van fysieke toegankelijkheid, sociale toegankelijkheid, deskundige begeleiding en passende activiteiten. Alleen dan kunnen kinderen met en zonder beperking veilig, plezierig en betekenisvol samen spelen.
DOCUMENT
Deze publicatie geeft gerichte theoretische en praktische informatie ten behoeve van respectievelijk de gebruikers van de diverse machines en gereedschappen welke bij het omvormproces (dieptrekken, kraagtrekken, strekken, alsmede buigen en scheiden) worden gebruikt, geïnteresseerden in de betreffende processen, technische cursussen en opleidingen. De inhoud van deze publicatie behandelt de belangrijkste machines en gereedschappen, alsmede aanvullende informatie welke bij het vormgeven van dunne plaat van belang zijn. In de voorlichtingspublicaties VM 110 "Dieptrekken", VM 113 "Buigen" alsmede VM 114 "Scheiden" vindt u gegevens m.b.t. de diverse omvormprocessen en in VM 111 "Materialen" worden de hierbij gebruikte materialen behandeld. Deze voorlichtingspublicatie is een update van de in 2000 verschenen eerste druk, welke toentertijd is samengesteld door de werkgroep "Dieptrekken van dunne plaat, staal, aluminium". In het kader van een updateproject heeft het NIMR, inmiddels M2i (Materials innovation institute) geheten, geld ter beschikking gesteld om deze publicaties te vernieuwen en aan te passen aan de huidige stand der techniek.
DOCUMENT
Op de hogeschool van Utrecht en de Fontys hogescholen doen twee promovendi van de Technische Universiteit Delft onderzoek naar assemblage systemen voor miniatuurcomponenten. De nadruk ligt op het assembleren van elektronica-componenten door Pick-and-Place (P&P) machines op Printed Circuit Boards (PCB's). Deze P&P machines hebben een output van enkele duizenden componenten per uur per plaatsingskop. De snelste P&P-machine in het veld (2001) is de FCM II van Assembleon met een output van 6000 componenten per uur per plaatsingskop. De plaatsings nauwkeurigheid bedraagt 100 um. Het Doel van het onderzoek is output verhoging, met minimaal een factor 2, met behoud van plaatsingsnauwkeurigheid.
DOCUMENT
De eerste uitgave van deze publicatie is in 1996 samengesteld door de werkgroep "Buigen van dunne plaat" en geeft gerichte theoretische en praktische informatie ten behoeve van respectievelijk de gebruikers van het buigproces, geïnteresseerden in dit proces, technische cursussen en opleidingen. In 2009 is deze publicatie aangepast aan de huidige stand der techniek. De inhoud van deze publicatie behandelt de aspecten welke voor het vormgeven van plaat door middel van buigen van belang zijn. De achterin toegevoegde supplementen over materialen en over machines en gereedschappen geven processpecifieke informatie over de desbetreffende onderwerpen. In de voorlichtingspublikaties VM 111 "Materialen" en VM 112 "Machines en gereedschappen" worden de algemene gegevens over deze onderwerpen behandeld.
DOCUMENT
De eerste uitgave van deze publicatie is in 1995 samengesteld door de werkgroep "Dieptrekken van dunne plaat, staal, aluminium" en geeft gerichte theoretische en praktische informatie ten behoeve van respectievelijk de gebruikers van het omvormproces (dieptrekken, kraagtrekken, strekken), geïnteresseerden in dit proces, technische cursussen en opleidingen. In 2008 is deze publicatie aangepast aan de huidige stand der techniek. De inhoud van deze publicatie behandelt de aspecten welke voor het vormgeven van plaat door middel van dieptrekken, kraagtrekken en strekken van belang zijn. De achterin toegevoegde supplementen over materialen en over machines en gereedschappen geven processpecifieke informatie over de desbetreffende onderwerpen. In de voorlichtingspublicaties VM 111 "Materialen" en VM 112 "Machines en gereedschappen" worden de algemene gegevens over deze onderwerpen behandeld.
DOCUMENT
De eerste uitgave van deze publicatie is in 1996 samengesteld door de werkgroep "Dieptrekken van dunne plaat, staal, aluminium" en geeft gerichte theoretische en praktische informatie ten behoeve van respectievelijk de gebruikers van de diverse materialen welke bij het omvormproces (dieptrekken, kraagtrekken, strekken, alsmede buigen en scheiden) worden gebruikt, geïnteresseerden in de betreffende processen, technische cursussen en opleidingen. In 2008 is de inhoud aangepast aan de huidige stand der techniek. De inhoud van deze publicatie behandelt de belangrijkste materialen (zowel product- en gereedschapmaterialen alsmede hulpstoffen) welke bij het vormgeven van dunne plaat van belang zijn. In de voorlichtingspublicaties VM 110 "Dieptrekken", VM 113 "Buigen" alsmede VM 114 "Scheidingstechnieken voor metalen" vindt u gegevens m.b.t. de diverse omvormprocessen en in VM 112 "Machines en gereedschappen" worden de machines en gereedschappen behandeld.
DOCUMENT
Derde jaars deeltijdstudenten Technische Bedrijfskunde krijgen in het project 11/12 een vak Internationale cultuurverschillen. Daarbij leren ze de theorie en het model van prof. Hofstede kennen om cultuurverschillen tussen landen te benoemen en te analyseren. Vervolgens leren ze dat toe te passen bij een internationaal opererend bedrijf, in dit geval het bedrijf Marel dat machines maakt voor voedselverwerking. Ze moeten uiteindelijk adviezen geven aan het bedrijf hoe ze de cultuurverschillen het beste kunnen overbruggen of alert te zijn op mogelijke problemen en misverstanden.
LINK
Digitale architectuur wordt beoefend door digitale architecten. Deze digitale architecten spelen een cruciale rol in het tijdig en betrouwbaar realiseren van IT-oplossingen. De Nederlandse godfather van IT Edsger Dijkstra zei in 1962 bij zijn inaugurele rede (Dijkstra, 1962): “Wij hebben geen betere machines omdat wij geen betere machines verdienen.” De achterliggende oorzaak, betoogde hij, was dat fabrikanten precies bouwden wat de kopers vroegen zonder dat de kopers in enige mate geremd werden door de beperkingen van de technologie. Dit gebeurde onder het motto “In order to live we must sell. And we must sell to perfect idiots". Het onderliggende probleem is dat de vertaling van de wensen van de klant in een werkend compromis niet is geslaagd. Dit is exact het pijnpunt, waar de digitale architect een cruciale rol. speelt. Een kundig architect is in staat met zijn omgeving tot een compromis te komen dat voor alle belanghebbenden acceptabel is. Alternatief is dat niet tot bouw besloten wordt. De vastlegging van het ontwerp van dat compromis gebeurt in de digitale architectuur en ontwerpdocumentatie van de oplossing.
DOCUMENT
Toeleverende bedrijven in de Brainport regio zijn veelal te typeren als high mix low volume (HMLV) productieomgevingen. Deze bedrijven kenmerken zich door een breed aanbod aan mogelijke producten (grote variëteit in producten), die veelal in lage volumes geproduceerd worden. Vaak zijn dit klantspecifieke producten die eenmalig, of incidenteel geproduceerd worden. Deze bedrijven focussen zich traditioneel op efficiënt gebruik van resources, waarbij bezettingsgraad en kostendekking relevant zijn. De toenemende klantvraag in de regio leidt tot druk op de productiecapaciteit. Een eerste intuïtieve reactie van deze bedrijven is om de bezettingsgraad van machines verder te verhogen. Om de kosten (Cost) beheersbaar te houden, wordt niet direct geïnvesteerd in extra capaciteit. Een ongewenst neveneffect is dat tijdigheid (Delivery, zoals levertijden, leverbetrouwbaarheid, flexibiliteit) en kwaliteit (Quality) verder onder druk komen te staan. De ogenschijnlijke tegenstrijdigheid tussen kosten en tijdigheid in deze HMLV-productieomgevingen, is een vaak terugkomend vraagstuk bij praktijkgerichte onderzoeken die door Fontys Technische Bedrijfskunde studenten uitgevoerd worden. Dit resulteert in de volgende onderzoeksvraag: Welke subaspecten zijn mogelijk relevant voor de prestatie met betrekking tot Quality, Delivery en Cost (QDC) van een HMLV-productieomgeving?
DOCUMENT