Presentatie van rapport over: 'Groene Hart Werkt! door kennis en kunde'. Inventariseer de behoefte en wijze waarop de Groene Hart Academie verduurzaamd kan worden en werk een businessplan en actieplan uit zodat de leden van de bestuurlijke tafel Groene Hart Werkt! zich een beeld kunnen vormen over de kansen van een doorstart en de toekomstige positie van de Groene Hart Academie zodat zij haar rol kan blijven vervullen en nieuwe projecten kan blijven aanjagen en uitvoeren.
DOCUMENT
Onze leefomgeving heeft invloed op de manier waarop wij bewegen. Aeres Hogeschool Almere onderzoekt het beweeggedrag van mensen in een groene gezonde omgeving, zodat wij mogelijk kunnen achterhalen welke invloed een groene omgeving op een gezonde levensstijl heeft. Daarnaast willen we kennis opdoen van nieuwe onderzoeksmethoden, waarmee we geodata kunnen verzamelen en verwerken. Dat doen we voor vervolgonderzoek en voor vernieuwend onderwijs.
LINK
In Haarlem hebben de gemeente en Stichting SportSupport Kennemerland, de organisatie die het lokaal sportbeleid uitvoert, de ambitie om zoveel mogelijk inwoners aan het wandelen te krijgen en de overtuiging is dat een beweegvriendelijke omgeving dat stimuleert. Om het succes te vergroten van de wandelinterventies die in de Haarlemse openbare ruimte worden aangeboden zijn in dit onderzoeksproject twee wandelinterventies geëvalueerd: de KWIEK-beweegroute en de Nationale Diabetes Challenge. In deze evaluatie is gekeken naar: 1) het gebruik van deze interventies; 2) succes- en faalfactoren voor het gebruik door professionals en bewoners; en 3) werkzame elementen in de integrale samenwerking bij het werken aan een beweegvriendelijke openbare ruimte. Het gebruik van de interventies en bijbehorende faal- en succesfactoren zijn onderzocht met behulp van observaties, interviews en een focusgroep. De integrale samenwerking bij het stimuleren en behouden van een beweegvriendelijke omgeving is onderzocht met behulp van interviews en een focusgroep. De conclusie uit het onderzoek is dat de twee wandelinterventies verschillend worden gebruikt. De KWIEK-beweegroute wordt nauwelijks gebruikt en lijkt geen passende interventie op de gekozen locatie voor de breed gekozen doelgroep. Het blijkt noodzakelijk om activiteiten en begeleiding (‘software’ uit het Model Beweegvriendelijke Omgeving [BVO-model] van het Kenniscentrum Sport en Bewegen) aan te bieden bij een beweegroute in de openbare ruimte. Een dragend netwerk is nodig voor het promoten, gebruiken en onderhouden van de interventie. De Nationale Diabetes Challenge (NDC) werd wel gebruikt. In 2022 begonnen in Haarlem meer dan 30 deelnemers aan deze interventie, waarvan 26 deelnemers de NDC hebben afgerond. Zij waren positief over deze wandelchallenge en scoorden de interventie gemiddeld met het cijfer 8,6 (op een schaal van 1 tot 10). De invloed van een aantrekkelijke, groene en afwisselende openbare ruimte, een goede wandelbegeleider en differentiëren op individueel niveau werden gerapporteerd als doorslaggevende factoren voor succes. Wat betreft het integraal werken aan een beweegvriendelijke omgeving blijkt dat dit een ingewikkeld proces is. Het is een thema dat veel beleidsterreinen raakt, en het is dus zoeken naar de juiste professional bij de betreffende vraag of actie en het snappen van andermans belang en beleid. Politiek draagvlak, elkaar ontmoeten en begrijpen, een gezamenlijk beeld en visie op het onderwerp, genoeg tijd en capaciteit bevorderen de integrale samenwerking. Op basis van deze conclusies worden in dit rapport aanbevelingen gedaan aan de gemeente en betrokken sport-, zorg- en welzijnsorganisaties ter verbetering van de onderzochte beweeginterventies en de integrale samenwerking bij het realiseren en onderhouden van een beweegvriendelijke openbare ruimte.
MULTIFILE
Bewust zijn van een gezonde en groene leefomgeving. Het staat de afgelopen jaren bij velen centraal, maar de meeste bedrijventerreinen in Nederland lopen daar flink op achter. Zo ook Eindhoven Airport District. Studenten van de opleiding Vastgoedkunde gaan de uitdaging aan om het gebied te vergroenen.
LINK
Kwaliteit van samenleven in een stedelijke omgeving is een uitdagend onderwerp. In deze notitie is de context geschetst en zijn de eerste aanbevelingen gegeven op welke wijze de HU dit thema optimaal kan ontrafelen om het in te zetten ter versterking van (de kennisinstelling in) haar omgeving. Steden ontwikkelen zich sterk en snel, daaruit ontstaan allerlei kansen en bedreigingen. Tegelijkertijd is in steden ook de veranderkracht het grootst. Op verschillende manieren kan tegen deze ontwikkeling aangekeken worden. Het perspectief waarmee naar de stad gekeken wordt, leidt tevens tot een categorisering van de meest actuele thematieken en geeft een prioritering aan relevante vraagstukken. Hogeschool Utrecht staat midden in de samenleving en haar onderwijs en onderzoek draagt direct bij aan de kwaliteit van samenleven in de stedelijke omgeving. De specifieke unieke kenmerken van de stad Utrecht zijn daarbij van belang, waarbij Utrecht als proeftuin voor innovaties op het gebied van kwaliteit van samenleven in de stedelijke omgeving beschouwd wordt. Een inventarisatie van de verschillende perspectieven hoe een stad ‘beschouwd’ kan worden, leidt tot de driedeling: a. gezonde duurzame stad; b. sociale, zorgzame en rechtvaardige stad; en c. economisch sterke, creatieve en culturele stad. Lectoren opereren binnen deze driedeling, of begeven zich juist op de cross-overs tussen deze manieren om naar de stad te kijken. Een systeembenadering, waarbij kwaliteit van samenleven in de stad het overkoepelende thema is, is hierbij krachtig in het besef dat de stad leert, zich ontwikkelt en feitelijk ook als proces beschouwd kan worden.
DOCUMENT
Een groene omgeving is een belangrijke sleutel tot een gezonde bevolking. Alle reden dus om te kijken in wijken hoe het groen eruit ziet en hoe het beter kan. En ook andere opgaven, zoals klimaatadaptatie, daarbij mee te nemen. Want zonder integraal denken en werken lukt het niet.
DOCUMENT
full text via link. Eindpublicatie SIA-RAAK project Groen natuurschoon. Dat is wat ondernemers op de Utrechtse Heuvelrug zien als ze uit het raam kijken. Ondernemersverenigingen vroegen zich af: hoe kunnen we onze bijzondere omgeving steunen en onszelf tegelijkertijd onderscheiden als groene, inspirerende regio waar innovatie echt gestimuleerd wordt?
LINK
Wist je dat de gemiddelde Nederlander zo’n 173 kledingstukken in zijn of haar kast heeft liggen en dat er daar jaarlijks 43 bijkomen? En 50 van die kledingstukken worden niet eens gedragen. Heel veel afgedankte kleding wordt weggegooid, daarna verscheept en verbrandt in Afrika of gedumpt in Chili. Het is één van de voorbeelden die donderdagavond de revue passeren tijdens het openbaar college ‘Hoe weersta ik de verleidingen van de consumptiemaatschappij?’
LINK
De Plattelandswerkplaats Salland, onderdeel van het Kenniscentrum Leefomgeving van Saxion, heeft van de gemeente Deventer opdracht gekregen om onderzoek te doen naar de economie van de groene ruimte van Deventer. Met de economie van de Groene Ruimte wordt bedoeld het grondgebied dat niet gerekend wordt tot de bebouwde omgeving van de dorpen en de steden. In de praktijk betekent dat voor de gemeente Deventer het totale grondgebied minus de bebouwde kommen van Deventer, Diepenveen, Schalkhaar en Lettele. Het kleine dorp Okkenbroek en de buurtschappen worden wel in het geheel gerekend tot de groene ruimte. Het onderzoek kent drie onderdelen: Nieuwe financiële beheersvormen; Nieuwe verdienmodellen algemeen en in het bijzonder vergroten van marges in de melkveehouderij; Sluiten van kringlopen (mineralen en energie) Ten behoeve van de onderzoeken zijn allereerst relevante trends en ontwikkelingen die spelen in de economie van de groene economie in beeld gebracht. Het gaat veelal om trends en ontwikkelingen die in z’n algemeenheid aan de orde zijn voor het landelijk gebied in Nederland. Telkens is wel geprobeerd de trends en ontwikkelingen zo goed mogelijk te vertalen naar de situatie in Deventer.
MULTIFILE
There is an increasing awareness that the landscape around cities can contribute significantly to the well-being of urban citizens. Various studies and experiences in the Netherlands and other countries show that the combination of agriculture with care and education has great potential. The number of care farms has increased from 75 in 1999 to 500 in 2005. In urban areas, a diversity of groups can benefit from care farms or other types of social services in the rural area. It concerns among others, people with mental problems, with (chronic) psychiatric demands, with addiction problems, elderly, children with behavior and/or psychological problems and long term unemployed. The city of Amsterdam recognizes the unique and valuable qualities of the rural area and its potential for the well-being of its citizens. In and around Amsterdam various organizations have initiated innovative projects that connect urban demands with agricultural entrepreneurs. A transition to a new kind of agriculture and landscape contributing to health and well-being of urban citizens is possible.
DOCUMENT