Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3In deze derde inspiratiebundel zijn de verhalen van honoursstudenten over hun persoonlijke en professionele ontwikkeling bij elkaar gebracht. De inspiratiebundel beschrijft de ontstaansgeschiedenis en de belangrijkste kenmerken van praktijkgerichte honoursprogramma’s bij Hogeschool Rotterdam. Elf honoursstudenten en alumni komen aan het woord over hun ervaringen in de honoursprogramma’s en deze ervaringen worden vervolgens geanalyseerd aan de hand van de kenmerken.
DOCUMENT
Presentatie Paper NVMO 2014, 6 november 2014.
Achtergrond
Veranderingen in de zorg, waarbij ingespeeld moet worden op een vergrijzende populatie en efficiëntie en effectiviteit steeds belangrijker worden, zorgen voor groeiende aandacht voor excellentie en het bevorderen van excellentie.1 Dit geldt zeker ook voor de paramedicus. Een manier om excellentie te bevorderen is het implementeren van honoursprogramma’s, programma’s in het Hoger Onderwijs voor talentvolle studenten die meer willen en kunnen dan hun reguliere opleiding biedt. Voor het vormgeven van honoursprogramma’s is het van belang te weten welke competenties horen bij een excellente professional, in dit geval de excellente paramedicus. In deze presentatie richten we ons op twee vragen: 1) Welke competenties beschrijven , volgens professionals, de excellente paramedicus? 2) Hoe beoordelen honours studenten het profiel van de excellente paramedicus, en hun eigen ontwikkeling in de competentiedomeinen van het profiel?
DOCUMENT
Uit de resultaten van een kwalitatief onderzoek bij de 32 grootste werkgevers van Noord-Nederland is lering getrokken voor het ontwerp en de uitvoering van honoursprogramma's in het hoger onderwijs.
DOCUMENT
In dit boek worden drie grote thema's rondom honoursprogramma's besproken: de kenmerken van talent en de talentontwikkeling gericht op professionele excellentie, de inrichting van de leeromgeving in honoursprogramma's en honoursteaching. Het boek is primair gericht op docenten uit het hoger onderwijs, maar door het brede spectrum van onderwerpen kan het ook interessant zijn voor docenten in andere typen onderwijs, leidinggevenden in het onderwijs, beleidsmakers, onderwijskundigen, onderzoekers en anderen die geïnteresseerd zijn in het honoursonderwijs. Docenten kunnen de vele concrete aanwijzingen die de auteurs geven, gemakkelijk inpassen in hun eigen onderwijspraktijk. Aan dit boek hebben 38 docenten uit het hoger onderwijs meegeschreven onder redactie van Remco Coppoolse, Pierre van Eijl, en Albert Pilot. Dit bestand bevat hoofdstuk 1 t/m 6 en 8 t/m 13.
DOCUMENT
Deze inventarisatie is uitgevoerd om inzicht te geven in de ontwikkelingen van het excellentieonderwijs in het Hoger Beroepsonderwijs (HBO). Doel is in beeld te krijgen hoe het excellentieonderwijs in het Nederlandse HBO er voor staat en wat mogelijke knelpunten en succesfactoren zijn. Nevendoelen zijn het vinden van manieren om het excellentieonderwijs meer handen en voeten te geven, het aantal deelnemende studenten en docenten te vergroten en de mogelijke wisselwerking tussen excellentieonderwijs en regulier onderwijs te vergroten. In de huidige inventarisatie wordt voortgebouwd op eerdere inventarisaties die zijn uitgevoerd in het HBO en het wetenschappelijk onderwijs (WO). In deze inventarisatie is de focus verlegd van aantallen programma’s naar inhoud, doelen en aantallen studenten.
Onderzocht werd:
1. welke positie de HBO-instellingen innemen wat betreft het aanbod van excellentieonderwijs;
2. hoe de ontwikkeling van dit excellentieonderwijs inclusief aantallen studenten en programma’s in de tijd verloopt;
3. wat de gevolgen voor het excellentieonderwijs zijn van interventies die door het ministerie van OCW zijn uitgevoerd, namelijk het Ruim Baan voor Talent programma en het Sirius Programma.
Bovenstaande onderwerpen werden bekeken voor alle bekostigde HBO-instellingen in Nederland, en per instelling ook voor alle subdomeinen (schools/faculteiten) in het studiejaar 2009-2010. De resultaten van de inventarisatie laten zien dat het aanbod aan programma’s sterk is gegroeid de
afgelopen jaren. In negentien van de in totaal 40 bekostigde hogescholen werden in het studiejaar 2009-2010 excellentieprogramma’s aangeboden. Uit de inventarisatie blijkt verder dat de instellingen een eigen visie op excellentie hebben. Inhoudelijk zijn er grote verschillen in omvang van programma’s, organisatie van het onderwijs, onderwijsvormen, selectie van excellente studenten en doelen die nagestreefd worden. Het aantal studenten dat deelnam aan een excellentieprogramma bleef laag met 0,2% van de HBO bachelorstudenten. Door recente overheidsstimulering vanuit het Sirius Programma wordt in de komende jaren een sterke toename verwacht in het aantal studenten dat deelneemt aan excellentieonderwijs. Er is ook een aantal hogescholen waar momenteel geen excellentieprogramma’s aangeboden worden. Nader onderzoek is nodig om te analyseren waarom sommige hogescholen geen excellentieprogramma’s aanbieden. Naar aanleiding van deze inventarisatie komt een groot aantal vragen naar boven over de doelen
en de impact van het excellentieonderwijs bij de hogescholen. Het is nog onduidelijk of er een verband is tussen de doelstelling en de organisatie van de excellentieprogramma’s, en in hoeverre het excellentieonderwijs aansluit op de vraag vanuit het werkveld en de maatschappij naar de excellente studenten. Tevens is er reflectie nodig op de kenmerken en kwaliteit van het excellentieonderwijs en hoe hun resultaten in de toekomst gemeten kunnen worden.
DOCUMENT
Het hoger onderwijs in Nederland is begonnen aan een nieuwe uitdaging. Steeds meer studenten hebben hogere ambities dan het reguliere programma kan waarmaken, en gaan op zoek naar nieuwe uitdagingen. Het motief van de studenten voor dit hoge ambitieniveau varieert van hogere intrinsieke levensdoelen tot een betere kans op de arbeidsmarkt. In het hoger beroepsonderwijs en het universitaire onderwijs ontstaan daarom vele honoursprogramma’s, die studenten de mogelijkheid bieden om deze extra uitdagingen aan te gaan en toe te werken naar professionele excellentie. De eerste ervaringen met het werken in deze honoursprogramma’s zijn nu opgedaan. Het selecteren van studenten die in de basis potentie hebben om deze uitdagingen aan te gaan, en het begeleiden van deze studenten, van docenten een andere rolopvatting en pedagogische benadering vraagt dan lange tijd gebruikelijk is geweest. Dit boek biedt aan de hand van succesvolle praktijkvoorbeelden, uitkomsten van onderzoeken en praktijkervaringen een handelingskader voor docenten die deze ambitieuze en getalenteerde studenten optimaal willen begeleiden bij het realiseren van hun ambities. In dit boek worden drie grote thema’s rondom honoursprogramma’s besproken: de kenmerken van talent en de talentontwikkeling gericht op excellente professionals, de inrichting van de leeromgeving in honoursprogramma’s en honours-teaching in de context van honoursprogramma’s. Daarbij worden de rol van leergemeenschappen, de cultuur en kwaliteitsborging toegelicht. Het boek is primair gericht op docenten uit het hoger onderwijs, maar doordat het een breed spectrum van onderwerpen omvat, kan het ook interessant zijn voor docenten in andere typen onderwijs, leidinggevenden in het onderwijs, beleidsmakers, onderwijskundigen, onderzoekers en anderen die geïnteresseerd zijn in het honoursonderwijs. Docenten kunnen de vele concrete aanwijzingen die de auteurs geven, gemakkelijk inpassen in hun eigen onderwijspraktijk.
DOCUMENT
Het onderzoek “Excellentie, communities en cultuur” is gericht op kenmerken van de cultuur van honoursstudenten en de wijze waarop deze in relatie staat tot de docent en de omgeving buiten honours: medestudenten, docenten, werkveld, vrienden, familie. In de politiek-maatschappelijke discussie over de kenniseconomie en excellentie speelt het begrip cultuur een belangrijke rol. Het tegengaan van de “zesjescultuur”, het streven naar een “ambitieuze studiecultuur “ en een “cultuur van excellentie” wordt vaak genoemd als een belangrijk doel van het landelijk onderwijsbeleid. Zie bijvoorbeeld de Strategische Agenda’s voor het hoger onderwijsbeleid en onderzoek (Ministerie van OCW, 2007 en 2011). Onderwijskundige literatuur is vaak gericht op de rol en invloed van de docent. De rol van de docent komt ook in dit onderzoek aan bod. Het begrip “cultuur” plaatst de interactie tussen student en docent echter in een bredere context. Immers niet alleen de docent speelt een rol, ook bijvoorbeeld ouders, vrienden en studiegenoten spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de student.
DOCUMENT
Het hoofddoel van deze studie is het verkrijgen van inzicht in welke factoren van het honoursonderwijs een meerwaarde opleveren voor het leren van studenten in honoursprogramma’s. Deze studie draagt hiermee bij aan kennis over de relatie tussen excellentiebevorderend onderwijs enerzijds en leergedrag en motivatie van studenten anderzijds. De praktische relevantie van deze studie ligt in het ontwikkelen van kennis voor het opzetten en verbeteren van talentgericht doceren, ter bevordering van het professionaliseren van docenten. In deze studie wordt bestudeerd wat volgens docenten de meerwaarde voor studenten is van honoursonderwijs. In deze exploratieve kwalitatieve interviewstudie werden twaalf docenten in drie verschillende honoursprogramma’s voor talentvolle bachelorstudenten bevraagd over hun opvattingen. De meerwaarde van het
honoursonderwijs voor studenten wordt volgens de docenten gekenmerkt door: (1) studentgerichtheid; (2) gebruik van andersoortige onderwijsvormen; (3) nadruk op ‘inquiry-based’ strategieën; (4) gerichtheid op kritisch en creatief denken; (5) hoge verwachtingen en ambitieuze doelen; en (6) kleinschaligheid en interdisciplinair karakter. Deze resultaten worden besproken en geïllustreerd met interviewfragmenten. Tevens worden de resultaten gerelateerd aan professionalisering voor docenten in honoursprogramma’s in het hoger onderwijs.
DOCUMENT
De doelstelling van dit onderzoek is na te gaan of indicatoren voor ontwikkeling van potentieel gebruikt kunnen worden om een voorspelling te doen over toekomstige excellente prestaties van studenten. Vierdejaarsstudenten Verpleegkunde hebben zichzelf gescoord op vragenlijsten over motivatie, ‘mindset’ voor ontwikkeling en multiculturele persoonlijkheid. Daarnaast scoorden docenten deze studenten op een lijst met indicatoren voor excellentie. De uitkomsten zijn gebruikt om de correlatie te berekenen tussen de scores op de drie vragenlijsten en de indicatoren voor excellentie. De resultaten laten zien dat de subschalen van de ‘Multiculturele Persoonlijkheidsvragenlijst’ (MPV) correleren met indicatoren voor excellentie. Meer precies correleren culturele empathie, het hebben van een ‘open mind’ en sociaal initiatief positief met indicatoren voor excellentie, terwijl emotionele stabiliteit en flexibiliteit negatief correleren. De uitkomst biedt een basis om in vervolgonderzoek na te gaan of de MPV ook gebruikt kan worden voor het identificeren van geschikte studenten voor honoursprogramma’s.
DOCUMENT