Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Tussen 2022 en 2024 heeft Velocity gewerkt aan een hubconcept voor de levering van technische materialen aan Campus Heijendaal. Velocity werkte hiervoor samen met grote organisaties: de leverancier van technische goederen, de ontvanger (een technische dienstverlener) en de campusinstellingen (HAN, Radboud UMC en de Radboud Universiteit). De hub van Velocity werd gebruikt om de leveringen die de technische dienstverlener inkoopt bij de leverancier over te zetten op vrachtfietsen en vanaf daar naar de campus te rijden. In dit interview geeft medeeigenaar Stephan Trepels aan dat Velocity – om succesvol te blijven – de focus legt op lokale binding en het diversificeren van diensten, klanten en activiteiten. Om samen met grote organisaties verandertrajecten te kunnen vervullen is er behoefte aan communityvorming, maar dat blijkt nog lastig.
MULTIFILE
Uit: In M. Kraan, S. Weijers, & B. Vannieuwenhuyse (Eds.), Bijdragen Vervoerslogistieke Werkdagen 2022 (pp. 428-439) De noodzaak tot verduurzaming is groter dan ooit, eveneens in de logistiek. Dit houdt in dat ruimte beter benut moet worden, transport zero-emissie uitgevoerd dient te worden, bundelen een standaard zou moeten zijn en lage beladingsgraden tot het verleden behoren. Hubs spelen in de stadslogistiek een belangrijke rol hierin, bekende succesformules zijn CityHub, CityDepot, Goederenhubs Nederland, Hubbel en LessGo. Steden en grote gemeenten krijgen in het verduurzamen de prioriteit, maar hierdoor lijkt de verduurzamingsuitdaging te verschuiven naar kleinere en middelgrote gemeenten. De slagingskans van hubs in middelgrote gemeentes lijkt bij een eerste benadering kleiner dan in de grotere gemeenten en steden. Dit komt onder meer doordat er voldoende volumes aan te wenden zijn, het focus gebied relatief klein is en dat er actiever in wordt gezet op het terugdringen van binnenstedelijke bewegingen. Om deze reden zijn drie Zuid-Hollandse hubcases uit de gemeente Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard en Nissewaard nader beschouwd. Cruciale beïnvloedbare factoren om toch in middelgrote gemeentes te slagen zijn het creëren van en werken aan schaalgrootte, draagvlak, durf, onderling vertrouwen, een toekomstbestendig concept, uitzicht op rentabiliteit, een langere termijnvisie, een divers dienstenpalet, een overwogen locatiekeuze en gemeentelijke inbreng en steun. Een meewerkende, moeilijk beïnvloedbare factor, is de noodzaak van partijen deel te nemen aan een hubinitiatief. Kans van slagen is er dus zeker en starten kan iedereen, maar de hubformule succesvol rendabel voortzetten is de werkelijke uitdaging.
DOCUMENT
Dagelijks bevinden zich zo’n 70.000 studenten , medewerkers, patiënten en bezoekers op de campus (Duurzaam Bereikbaar Heijendaal , z.d .). Voor de campusinstellingen (Radboud UMC, Radboud Universiteit en de Hogeschool Arnhem en Nijmegen) is het logistieke systeem essentieel om hun primaire taken te kunnen uitvoeren . Denk aan de bevoorrading met kantoorartikelen , afvalinzameling, catering, maar ook allerlei diensten zoals liftonderhoud en glazenwassers. De vele bewegingen die dit met zich meebreng t, hebben echter ook een impact op de veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid van de campus. Logistieke concepten om de ‘last mile’, zo ook op de Campus, te verduurzamen , zijn uitgebreid onderzocht. Om voer tuigbewegingen en CO2-uitstoot te ver minderen is het essentieel om verschillende par tijen te betrekken , zoals inkopers van campusinstellingen , servicebedrijven , leveranciers en logistieke dienstverleners
MULTIFILE
Campus Heijendaal is een groen en levendig gebied in Nijmegen met de Heyendaalseweg als centrale as. Op de campus zijn de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, de Radboud Universiteit en het RadboudUMC gevestigd. De instellingen trekken veel studenten, medewerkers en bezoekers, van wie er veel per auto naar het gebied reizen. Ook vinden er op de campus dagelijks circa 200 bestel- en vrachtautoritten plaats voor het leveren van goederen en uiteenlopende diensten zoals onderhoud, schoonmaak en installatie. Deze leveringen en diensten veroorzaken logistieke bewegingen die nodig zijn voor het dagelijkse functioneren van de campus, maar die ook de leefbaarheid, bereikbaarheid, veiligheid en CO2-uitstoot negatief beïnvloeden. Om de negatieve effecten van de bewegingen naar de campus te reduceren is een duurzamer bevoorradingsconcept voor deze servicebedrijven gewenst.
MULTIFILE
Ageing in place is een veelvuldig genoemd concept. Echter, het is de vraag wat dit volgens de wetenschappelijke literatuur inhoudt. In dit artikel wordt het concept ageing in place in kaart gebracht aan de hand van de vijf hoofdthema’s zoals die uit de literatuur zijn gedestilleerd. Een meer eenduidig begrip van ageing in place zal professionals, beleidsmakers, onderzoekers en sociale netwerken kunnen helpen de veelzijdigheid van het concept te zien en toe te passen.
DOCUMENT
Ageing in place is een veelvuldig genoemd concept. Echter, het is de vraag wat dit volgens de wetenschappelijke literatuur inhoudt. In dit artikel wordt het concept ageing in place in kaart gebracht aan de hand van de vijf hoofdthema’s zoals die uit de literatuur zijn gedestilleerd. Een meer eenduidig begrip van ageing in place zal professionals, beleidsmakers, onderzoekers en sociale netwerken kunnen helpen de veelzijdigheid van het concept te zien en toe te passen.
DOCUMENT
We zitten momenteel in een transitie-periode waarin we van een lineaire economie op basis van bestaande business modellen gericht op economische waarde maximalisatie toegaan naar een circulaire economie, waar business modellen streven naar waarde behoud. De volgende stap is de overgang naar een regeneratieve of restauratieve economie, waarin niet alleen economische waarde, maar ook ecologische en sociale waarde wordt gecreëerd (meervoudige waardecreatie). Vanuit accounting perspectief is een parallelle ontwikkeling zichtbaar. Ons huidige accounting systeem is met name gericht op economische waarde. Als gevolg van de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie, zijn er accounting modellen en frameworks in ontwikkeling gericht op meervoudige waardecreatie. De auteurs zijn echter van mening dat in de literatuur een cruciale gap bestaat tussen de ontwikkeling van accounting en meervoudige waardecreatie, en dat huidige modellen en frameworks gericht op meervoudige waarde vooral leiden tot ‘greenwashing’. In deze bijdrage gaan wij na in hoeverre de vigerende concepten van accounting bruikbaar zijn om te sturen op meervoudige waarde. Onder sturen wordt in dit kader bedoeld het bepalen, meten en waarderen. Dit doen wij aan de hand van een conceptuele analyse waarbij we de toepassing van de vigerende accounting concepten ten aanzien van profit vergelijken met mogelijke toepassing van deze concepten in relatie tot people en planet. Wij concluderen dat deze concepten over het algemeen niet toepasbaar zijn voor people en planet. Wij stellen daarom een alternatieve benadering voor, waarbij wij menen dat vigerende accounting concepten grotendeels toepasbaar zijn op people en planet. Dit is gebaseerd op een aanpak waarin het huidige ontologische uitgangspunt van accounting wordt verlaten en waarin we een aangepast ontologisch uitgangspunt verder uitwerken aan de hand van de Triple Depreciation Line (TDL) van Rambaud & Richard (2015). Tenslotte hebben we kritiekpunten geformuleerd op de TDL systematiek en stellen we een alternatieve TDL systematiek voor. Hiermee beoogt dit paper een bijdrage te leveren aan het inzichtelijk maken van de praktische en conceptuele problemen bij de toepassing van vigerende accounting concepten in een circulaire economie, om vervolgens mogelijke oplossingsrichtingen aan te reiken, gericht op bescherming, herstel en regeneratie van natuurlijk en sociaal kapitaal.
DOCUMENT