Onlangs publiceerde Lia van Doorn een boek waarin zij de ervaringen met outreachende hulpverlening in tien experimentele projecten beschrijft. Voor Maatwerk bewerkte ze dit boek tot een artikel, waarin zij vooral ingaat op het meest precaire deel van deze vorm van hulp: contact leggen met de cliënt. In de experimentele projecten werden de cliënten thuis bezocht. Outreachende hulpverleners blijken meestal wel een voet tussen de deur krijgen, mits ze zich goed voorbereiden en de juiste toon aanslaan.
LINK
Deze methodiek online hulpverlening is het resultaat van ruim twee jaar ervaring die is opgedaan met online hulpverlening in het schoolmaatschappelijk werk in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs in de stadsregio Rotterdam. Deze methodiek is bedoeld als praktische handreiking voor hulpverleners die geen of weinig ervaring hebben met online hulpverlening. Er wordt ingegaan op de instrumenten bij de online werkwijze, op het effectief combineren van die instrumenten, en op het combineren van de online werkwijze met de reguliere aanpak in de spreekkamer. Het boek bevat een groot aantal voorbeelden die het gebruik van e-mail en chat in de hulpverlening verduidelijken. De methodiek is gebaseerd op een model van oplossingsgericht werken dat voor de online aanpak werd aangepast. Dit handboek is in eerste instantie gericht op de praktijk van het schoolmaatschappelijk werk, maar alle handreikingen zijn ook bruikbaar voor andere professionals in de hulpverlening met belangstelling voor de online werkwijze.
LINK
Het proces van de morele oordeelsvorming in de hulpverlening (moresprudentie) moet beter en met name startende hulpverleners verdienen daar steun bij.
DOCUMENT
In the 1980s there was a lot of discussion about whether monitoring special conditions should be a probation task, and whether this can be combined with offering help and assistance. The authors show that this discussion has been settled by introducing a specific knowledge base for probation work. They outline a number of important developments in recent decades: the focus on risk and the enforced framework, and the great influence of new technology. Nevertheless, an important basis for probation remains unchanged: the quality of the contact between probation officer and client.
DOCUMENT
Het Lectoraat Zorg en Spiritualiteit wil aantonen dat het relevant is om in de zorgverlening aandacht te hebben voor het spirituele functioneren van patiënten. In deze lectorale rede wordt het inhoudelijke referentiekader van waaruit het lectoraat wil werken toegelicht.
DOCUMENT
Bij blended hulpverlening wordt zowel online als face-to-face ondersteuning geboden aan inwoners. De Werkplaats Sociaal Domein Noord-Holland onderzoekt hoe sociaal professionals tot de blend komen, hoe de blends eruit zien en hoe organisaties het implementeren van blended ondersteuning kunnen bevorderen. Lees meer op www.werkplaatsensociaaldomein.nl/werkplaats/noord-holland
YOUTUBE
Deze handreiking is voortgekomen uit het onderzoeksproject ‘Hulpverlening voor kinderen en jongeren met FASD’. Het onderzoek is gefinancierd door het Centre of Expertise Preventie in Zorg & Welzijn van de hogeschool Inholland en is uitgevoerd door het lectoraat GGZ-Verpleegkunde (Inholland) in samenwerking met de FASD Stichting, ’s Heeren Loo en de FAS-poli van Gelre ziekenhuizen in Zutphen. Tijdens de eerste fase van het onderzoek werd een probleem- en behoefteanalyse gedaan door middel van literatuuronderzoek, aangevuld met interviews met acht jongvolwassenen met FASD en elf ouders1. Daarnaast werd een focusgroep gehouden met zes hulpverleners die expertise hadden op het gebied van FASD. De onderzoeksvragen in deze eerste fase van het onderzoek waren de volgende: 1. Welke wetenschappelijke kennis is er beschikbaar op het gebied van ondersteuningsbehoeften van kinderen en jongeren met FASD en hierop aansluitende hulpverlening? 2. Welke zijn de huidige knelpunten in de hulpverlening aan kinderen en jongeren met FASD en welke oplossingsrichtingen worden hiervoor geopteerd? 3. Op basis van vraag 1 en 2: uit welke componenten bestaat een interventieprogramma dat adequaat aansluit bij de ondersteuningsbehoeften van kinderen en jongeren met FASD? In de tweede fase van het onderzoek zijn de onderzoeksresultaten samengevoegd in deze handreiking. Een expertisepanel heeft in twee rondes feedback gegeven op de conceptversies. Ook de stuurgroep van het onderzoeksproject heeft inhoudelijk bijgedragen aan het eindresultaat. De opbouw van de handreiking is als volgt. Ten eerste zal een beschrijving worden gegeven van FASD (hoofdstuk 2). Vervolgens zal beschreven worden wat wordt verstaan onder goede zorg voor kinderen2 met FASD (hoofdstuk 3). Deze wordt nader uitgewerkt in een aantal componenten, die tot stand zijn gekomen aan de hand van wetenschappelijke literatuur, aangevuld met ervaringskennis van jongvolwassenen met FASD (aangeduid in het document met jongvolwassenen), biologische, bonus-, pleeg -en adoptieouders (aangeduid met ouders) en ervaren hulpverleners (aangeduid met focusgroep). Elke component bestaat uit een inhoudelijke toelichting, een beschrijving van de knelpunten en aanbevelingen die zijn voortgekomen uit ons onderzoek. Daarna zal besproken worden welke interventies er zijn voor kinderen met FASD (hoofdstuk 4). Ten slotte worden de knelpunten en aanbevelingen op organisatieniveau beschreven (hoofdstuk 5).
DOCUMENT
De ruime beschikbaarheid van e-mail als communicatiemiddel betekent een nieuwe kans voor hulpverlening. Het kan helpen om andere moeilijk bereikbare groepen toch toegang te verlenen tot hulpverlening. Op basis van bestaande initiatieven zoals Korrelatie.nl worden een aantal methodische aandachtspunten benoemd die de kwaliteit van hulpverlening via e-mail bepalen.
DOCUMENT
Een literatuurstudie naar het versterken van informele en formele verbindingen rondom jeugdigen en gezinnen in de specialistische hulpverlening. Wat is er internationaal en nationaal bekend over het versterken van de samenwerking tussen het informele en formele netwerk? Deze vraag heeft centraal gestaan. In deze literatuurstudie staat beschreven welke kenmerken jeugdigen belangrijk vinden in de relatie met hun sociaal werker en andere belangrijke volwassenen. Ook worden er verschillende netwerkbenaderingen beschreven, waaronder de JIM-aanpak. In de conclusie worden er handelingsalternatieven geboden voor de professional. Deze literatuurstudie dient als vooronderzoek voor een praktijkonderzoek waarin er met een dossieranalyse wordt gekeken naar de mate waarin professionals het netwerk van jeugdigen en gezinnen optimaal benutten.
DOCUMENT