Aansluiten bij eigen hulpvraag is belangrijk maar ook ingewikkeld. Omdat 1) de timing belangrijk is 2) het niveau waarop doelen geformuleerd worden moet aansluiten bij jongere en gezin/systeem 3) de behandelingsmethodiek ruimte moet bieden om aan te sluiten bij de doelen. Fasering kan hierbij behulpzaam zijn en voorkomen dat het lange termijn perspectief ondergesneeuwd raakt.
DOCUMENT
De ingewikkelde problematiek van leerlingen op een cluster 4-school vereist dat school, ouders en jeugdzorg samenwerken. Het begeleidingsteam van de school ziet het als zijn taak om met alle betrokkenen één plan van aanpak te maken. Als ouders geen enkel vertrouwen meer hebben in welke begeleiding dan ook, is dat moeilijk te realiseren. Om het vertrouwen te winnen van deze ouders is een stappenplan ontwikkeld. Daarbij wordt in vier stappen de gezamenlijke hulpvraag met ouders als deskundigen geformuleerd, en vastgesteld hoe de jeugdzorg hierbij betrokken kan worden. Aan de orde komt welke leden van het begeleidingsteam de gesprekken met de ouders en de leerling kunnen voeren en de wijze waarop. Ook de grenzen van de mogelijkheden van een cluster 4-school zijn onderwerp van gesprek met alle betrokkenen.
DOCUMENT
Wat is de meerwaarde van Leefpatroonmonitoring voor zelfstandig alleenwonende kwetsbare ouderen met multimorbiditeit en multiproblematiek die een meervoudige hulpvraag hebben. Wat zijn de bevorderende en belemmerende factoren bij de inzet van Leefpatroonmonitoring? Ervaringen van mantelzorgers en meerwaarde van leefstijlmonitoring voor mantelzorgers en cliënten.
DOCUMENT
Als inwoners een hulpvraag hebben, is het streven van de gemeente Den Haag om deze hulpvraag centraal te stellen. Bij het Centrum Jeugd & Gezin (CJG) heeft de Pilot Integrale Toegang gedraaid, om inwoners die zich melden met hulpvragen op het gebied van opvoeden en opgroeien sneller en beter te helpen. Door een brede vraagverheldering brengt de pilot in kaart hoe inwoners het beste geholpen kunnen worden, met daarbij nadrukkelijk aandacht voor wat er in het voorliggend veld en bij andere domeinen dan jeugd en gezin geboden kan worden. De gedachte hierachter is dat de hulpvraag van een inwoner zich vaak niet beperkt tot één probleem of leefdomein. Het is daarom van belang dat er aandacht is voor alle leefdomeinen. De pilot is onderzocht door het lectoraat Jeugdhulp in Transformatie van De Haagse Hogeschool. De onderzoekers benutten de pilot-registratiedata, hielden interviews met gezinnen en professionals en spraken in focusgroepen met betrokken professionals. Het onderzoek geeft antwoord op de vragen of de pilot leidt tot 1. snellere en betere hulp, 2. een brede vraagverheldering en 3. meer verwijzingen naar het voorliggend veld en andere domeinen. Ook is een antwoord gezocht op de vragen 4. of de randvoorwaarden voor de pilot aanwezig waren en 5. wat het gewenste profiel van de intaker is.
MULTIFILE
Onderzoek naar de vraag welke mensen uitvallen tussen het eerste en tweede contactmoment bij de schulddienstverlening in Amsterdam, waarom zij uitvallen en in welke mate deze uitval problematisch is. Vijf studenten van de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening hebben hiervoor 59 burgers die hun hulpvraag na het eerste contactmoment niet hebben doorgezet geïnterviewd.
DOCUMENT
De driehoek hulpvrager, informeel netwerk en professional staat centraal in het onderzoek van de kenniskring informele netwerken en laatmoderniteit. Wij willen weten hoe dat nu daadwerkelijk gaat in die driehoek. Want wij zijn er niet met het adagium dat sociaal werkers niet langer moeten zorgen voor een cliënt maar ervoor moeten zorgen dat er voor de cliënt gezorgd wordt. Dat zal waar zijn, maar het ligt gecompliceerder dan dat. Om in de taal van zorg als morele praktijk te blijven: hoe zorg je er als sociaal werker voor dat de zorg die nodig is, de nood, door zorgvrager en informeel netwerk (en de professional niet te vergeten) wordt herkend? Hoe zorg je ervoor dat zorgvrager en informeel netwerk hun zorgverantwoordelijkheid verstaan en hun roeping oppakken? En hoe zorg je ervoor dat er tussen de zorgvrager en het informele netwerk en binnen het informele netwerk gesproken kan worden over elkaars verantwoordelijkheid? En dat in een laatmoderne samenleving? Gesteld wordt dat hiervoor het komen tot afstemming cruciaal is. Om die afstemming te realiseren is het voeren van een dialoog essentieel. Voor wat een dialoog is wordt aansluiting gezocht bij Zygmunt Bauman, Hannah Arendt en bij de dialogische benadering zoals die is ontwikkeld door Jaako Seikkulla en Tom Erik Arnkil. Vervolgens wordt deze visie vertaald in enkele onderzoeksplannen.
DOCUMENT
Mensen die bij Het Juridisch Loket aankloppen hebben vaak meerdere problemen. Hun juridische hulpvraag wordt meestal wel aangepakt, maar hun andere problemen, zoals schulden, armoede en werkloosheid, blijven bestaan en leiden vaak tot nieuwe juridische kwesties.
LINK
Met de introductie van het begrip ‘nieuwe professional’ wordt aangezet tot een andere manier vandenken over en door professionals. Door deze nieuwe manier van denken worden er andere eisengesteld aan zorg- en welzijnswerkers. Het debat over deze andere eisen kan betrekkelijk nieuwe professionals als zorgboeren mogelijk tekort doen. De intrinsieke waarde die de zorgboerderij als welzijnsaanbod heeft, wordt als gevolg van de transitie mogelijk ook afgemeten aan de hand van de acht bakens (kenmerken) waarlangs het profiel van de ‘nieuwe professional’ wordt ontwikkeld. De zorgboer moet zich met zijn kwaliteiten juist onderscheiden van de reguliere zorg- en welzijnsprofessional
DOCUMENT
In deze rapportage presenteren we de eerste bevindingen uit ons verkennende onderzoek naar de ontwikkeling en implementatie van blended ondersteuning. Het betreft een verkenning van wat sociaal professionals zien als blended ondersteuning; van wat zij zien als de meerwaarde ervan voor het beantwoorden van de hulpvraag van de cliënt; en van wat sociaal professionals nodig hebben om blended ondersteuning te kunnen bieden.
MULTIFILE