Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3De term metaverse roept de nodige scepsis op, weerstand zelfs bij sommigen. Zeker sinds het begrip is gekaapt door Meta, het technologiebedrijf dat er zijn naamsverandering aan verbond. Sindsdien is het metaverse een hype, en speculatieve fictie bovendien – toch? Waarom dan juist nu een conferentie en workshopdag rondom het begrip? Maarten Overdijk ging langs bij De Balie en de Rijksakademie en doet verslag van de vragen, mogelijkheden en valkuilen die er worden opgeworpen.
DOCUMENT
Hoe kan kunst de complexiteit, gelaagdheid en meerstemmigheid
van jeugdzorg verbeelden? Wat moet je als maker weten en kunnen
om dit te doen? En hoe kan een kunstopleiding haar studenten
voorbereiden op dit type sociaal-artistiek werk? Deze vragen waren
het uitgangspunt van het eenjarige onderzoek Stemmen voor Veiligheid. In deze publicatie vind je meerdere teksten, die zijn voortgekomen uit dit onderzoeksproject.
DOCUMENT
This collection of articles contains contributions to the research project ‘From Prevention to Resilience’ (FPtP). In this project, the research team has generated insights and tools for designers, policymakers, and other professionals to contribute to more resilient cities and neighborhoods. The point of departure was public space as a site for intervention, while learning from the ongoing developments revolving around the Covid-19 pandemic.
During the early phases of the pandemic, governments initially focused on preventing the virus from spreading. Public spaces came to be seen as potential places for contamination. In response, fences, markings, and barrier tapes were put into place to orchestrate people’s movement and promote physical distance. With our research project, we explored the role that public space could play besides such often ad hoc preventive measures. What other challenges can public space tackle with regard to the various shocks and stressors that hit cities and neighborhoods, now and in the future? And how to tackle these challenges in an integral way?
An integral approach to designing public spaces involves many disciplines, and it is to a great extent dependent on local governments’ take on public spaces. To this end, we asked relevant experts to share their disciplinary reflections on a design perspective we have developed in the FPtP project, called Human / Non-Human Public Spaces. An earlier version of this design perspective was handed over to experts to provide feedback from an urban climate adaptation perspective and from a governance and cultural change perspective. Stephanie Erwin and Jeroen Kluck provide concrete feedback on the design perspective and offer a discussion in relation to the field of
urban climate resilience. Alex Straathof offers an essayistic text in which he reflects on some of the key notions of the design perspective, reflecting on some of the key notions of the design perspective based on cultural theory and his experience with interventions on the neighborhood level.
In parallel, we commissioned two independent experts in the field of spatial development and governance to make a preliminary analysis of the impact of COVID-19 on the government perspectives on public spaces. Both experts were given the same question, but they applied different methods. Hugo Verschoor Plug conducted an analysis on two national policy documents and six ‘omgevingsvisies’ – i.e., strategies on spatial planning and the environment – of large and middle-sized cities: Amsterdam, Breda, The Hague, Groningen, Rotterdam and Zwolle. Denise Vrolijk was asked to interview professionals from a cross-section of Dutch Cities in order to obtain their perspectives on how local governments viewed the role of public spaces in relation to resilience. Together, these analyses provide an overview of the current state of affairs in public space and urban resilience.
We thank the authors for sharing their expertise and insights and thereby contribute to the FPtR project. This project is funded by The Netherlands Organization for Health Research and Development (ZonMw), part of the subsidy round ‘COVID 19: Maatschappelijke Dynamiek’, project nr. 10430032010029.
MULTIFILE
‘Denk je dat de robot eenzaam is ’s nachts’ is een bundel met teksten samengesteld door cliënten, zorgmedewerkers, robotonderzoekers en schrijvers.
Hoe ziet de zorg voor mensen met dementie er in de toekomst uit als sociale robots hierbij een serieuze rol krijgen? Met verbeelding maken de schrijvers in deze bundel voorstelbaar en inzichtelijk wat dit zou betekenen voor de mensen met dementie, voor de betrokken zorgmedewerkers, voor de naaste omgeving en voor techneuten.
Tegelijkertijd laten de teksten zien welke impact sociale robots kunnen hebben op de organisatie van de zorg. Maar in de eerste plaats gaat de bundel over betekenisvolle interactie en kwaliteit van (samen)leven: denk je dat de robot eenzaam is ’s nachts?
Schrijvers werkten samen met oudere mensen met dementie, zorgmedewerkers en robotonderzoekers om de toekomstbeelden op papier te zetten.
Deze publicatie komt voort uit het project ‘Robotstories: Speculatieve scenario’s voor sociale robots in de zorg’. HKU, Wintertuin, ArtEZ en de Vrije Universiteit Amsterdam werken hierin samen met schrijvers en zorginstellingen aan verhaalpakketten voor sociale zorgrobots. Dit onderzoeksproject is medegefinancierd door Regieorgaan SIA, onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
DOCUMENT
Luisteren naar wat mensen beweegt is één van de interessante en tevens moeilijke onderdelen van het werk in wonen, welzijn en zorg. Interessant omdat er, als we goed luisteren, nieuwe werelden voor ons opengaan. Moeilijk omdat we onvermijdelijk ons eigen perspectief meebrengen in het gesprek, inclusief al onze eigen ervaringen, ambities en nuances. Daardoor horen we vaak vooral die dingen die óns bezighouden. Dit speelt op individueel niveau, in de relatie tussen dienstverlener en burger en op collectief niveau in het aanbod en in de beleidsformulering.
DOCUMENT
In het najaar van 2016 is een verkennend onderzoek gedaan over de leefbaarheid in Lienden volgens inwoners. Dit rapport beschrijft het onderzoeksproces en de uitkomsten, waarbij leefbaarheid is opgesplitst in de volgende thema’s: woonomgeving, elkaar kennen, iets voor elkaar betekenen en diensten & voorzieningen. Het onderzoek maakt deel uit van een gezamenlijke opdrachtverlening van Regio Rivierenland en Provincie Gelderland aan de HAN en Wageningen University & Research (voorheen Alterra). In oktober 2016 zijn in Lienden met behulp van open interviews verhalen verzameld van inwoners. De resultaten van het onderzoek zijn gebaseerd op 35 individuele interviews en een groepsinterview waar vijf jongeren aan deelnamen. Het doel van de interviews was om de vraagpatronen van de groepen bewoners vast te stellen. Een vraagpatroon bevat de overkoepelende thema’s uit individuele interviewgesprekken, de samenhang in vragen, behoeften en redeneringen. Dat betekent dat de vraagpatronen in meerdere gesprekken met inwoners aan bod kwamen. In deze samenvatting worden alleen de vraagpatronen schematisch weergegeven en de aanbevelingen opgesomd. Lees voor de uitgebreide resultaten, conclusies en aanbevelingen het hele rapport
DOCUMENT
De geheime kamer is een product van de Expeditie Lerarenagenda. De Expeditie zet zeven bouwstenen in in een onderzoek naar toekomstig leraarschap en adaptief vermogen. Elke bouwsteen kijkt op een eigen manier naar het vraagstuk. Met de bouwsteen Creative Commons onderzoekt het Expeditieteam met creatieve werkvormen toekomstig leraarschap en adaptief vermogen. Welke intuïties (bege)leiden leraren, wat voelen ze voor en bij bepaalde ontwikkelingen en hoe verhoudt hun persoonlijke zelf zich tot hun professionele zelf? De onderzoeksvragen waarop de bouwsteen zich met name richt zijn: (1) Hoe ziet adaptief vermogen eruit? (2) Wat zijn percepties van, en ervaringen met, adaptief vermogen? In 2021 heeft de bouwsteen de vorm gekregen van een brievenproject: Beroepsbrieven. Beroepsbrieven is een vorm van narratief onderzoek: een methode waarin het geschreven of gesproken verhaal centraal staat (e.g., Clandinin et al., 2007; McEwan & Kegan, 1995). Er vonden briefwisselingen plaats tussen onderzoekers en leraren. Zij schreven elkaar persoonlijke, handgeschreven brieven. De briefwisselingen hadden als onderwerp adaptief vermogen en toekomstbestendig leraarschap. De brieven laten zien hoe de leraren kijken naar leraarschap tegen het decor van een veranderend beroepsbeeld. Op basis van de brieven schreven onderzoekers korte, fictieve portretten van de leraren die zijn gebundeld in Beroepsbrieven (Van Stigt, et al., 2022). Daarna synthetiseerden we de portretten in een fictief verhaal over een school: De geheime kamer. De geheime kamer is een metanarratief dat de narratieven over de leraren verbindt. Met het verhaal geven we symbolisch uitdrukking aan wat de brieven ons vertelden over toekomstig leraarschap en adaptief vermogen. Het kan gelezen worden als een metafoor voor een toekomstige werkelijkheid waarin de interpretaties van de brieven door ons creatief en expressief in verhalende elementen zijn uitvergroot.
DOCUMENT