De zoektocht naar hoe mensen met verschillende culturele achtergronden met elkaar omgaan en samenwerken is een actueel en belangrijk onderwerp, ook bij het maken van theater. Er is veel theorie over intercultureel theater en interculturaliteit, maar er zijn nauwelijks goed onderbouwde analysekaders en richtlijnen voor het maken van theater in cultureel diverse contexten. Daarom ontwikkelde Dennis Meyer op basis van een literatuurstudie een analysemodel voor interculturele theaterprojecten. Het model is gebaseerd op de geschiedenis van interculturele kunst- en theaterprojecten, de werkwijzen van de theatermakers Milo Rau en Lotte van den Berg en diverse theorieën over ethiek, esthetiek en participatieve kunst. Het analysemodel is een theoretisch onderbouwd hulpmiddel om dilemma’s binnen intercultureel theater te analyseren en om (onbewuste) cultureel bepaalde normen zichtbaar en bespreekbaar te maken. Het biedt hedendaagse theatermakers en theaterdocenten handvatten om zich te positioneren binnen thema’s als culturele diversiteit, dekolonisatie, ethiek en esthetiek.
DOCUMENT
In Nurse Academy verscheen het volgende artikel met Martine Lammertink van PsyQ / Parnassia Groep als eerste auteur:Lammertink, M. & van Meijel, B. (2014). Het cultureel interview. Nurse Academy GGZ, 3, 32 - 35. Ook Robert Meijburg, opleider Parnassia Groep, en Diana Polhuis, Hoofdopleider GGZ-VS, leverden een bijdrage aan dit artikel, waarvoor dank. Nurse Academy hanteert echter als beleid dat er max twee auteur aan een artikel worden gekoppeld. In de geestelijke gezondheidszorg in Nederland zien hulpverleners steeds meer mensen van verschillende etnische en culturele achtergronden. In deze gevalsbeschrijving wordt bekeken hoe de hulpverlener door middel van het zogeheten ‘cultureel interview’ de culturele achtergrond van de patiënt ziet en vanuit dit perspectief de behandeling kan vormgeven. Na het lezen van dit artikel kunt/weet u: – het belang van aandacht voor en kennis over de culturele achtergrond van de patiënt – het belang van cultureel interview – de opbouw van het cultureel interview
DOCUMENT
Een hoofdstuk uit het boek 'Gouden kansen': Aan de slag met diversiteit in het hbo'. Het hoofdstuk gaat over verbondenheid tussen enerzijds werving en selectie en anderszijds binding en behoud. Het lectoraat 'gedifferentieerd Human Resource Management' deed hiervoor onderzoek naar de ervaringen van docenten met etnische diversiteit in het beroepsonderwijs. Centrale vragen in dit onderzoek waren: Hoe kun je zorgen dat allochtone docenten (en studenten) in een hogeschool op hun plek komen en daar ook willen blijven? Welke voorwaarden zijn er dan voor een hogeschool? Ook ging het beschreven onderzoek dieper in op wat daarna gebeurt op de multiculturele werkvloer. Hoe reageren docenten op veranderingen in het onderwijs die de multiculturele samenleving met zich meebrengt? Hoe gaan ze met elkaar om? Leren ze van die samenwerking, en zo ja, wat leren ze dan?
DOCUMENT
Media4ME Intercultureel is een samenwerkingsverband tussen stichting Mira Media, het eSociety Instituut van De Haagse Hogeschool en PDC.Media4ME heeft als doel actief burgerschap, interculturele dialoog en sociale cohesie op wijk- en lokaal niveau te stimuleren, door het bevorderen van een samenhangend geheel van interculturele sociale media en ICT – tools. De opzet van Media4ME Intercultureel is om in Amsterdam Nieuw -West en Overvecht (Utrecht)interculturele sociale en andere media in te zetten ter verbetering van de kwaliteit van het leven in de wijk. Het doel van onderhavig onderzoek is om wijkmedia beter te gebruiken om zo bij te dragen aan de kwaliteit van het leven voor bewoners en de wijk. Voor dit onderzoek is gesproken met wijkprofessionals en bewoners in de twee wijken. In deze publicatie laat het eSociety Instituut zien wat het effect van de inzet van wijkmediaprojecten is op het mediagebruik van professionals en van bewoners ten behoeve van sociale doeleinden. Dit kan wijken helpen in hun aanpak met betrekking tot het gebruik van wijkmedia. De analyse van de gesprekken heeft geleid tot de volgende conclusies: • Professionals en bewoners zijn positief over het gebruik van media ten behoeve van sociale doeleinden. • Professionals hebben normale reserves over techniek, doelgroep, organisatie en zichzelf. • De trainingen en activiteiten van Media4ME worden door de deelnemers als succesvol ervaren. • Het gebruik van sociale en andere media dragen positief bij aan de kwaliteit van het leven van bewoners
DOCUMENT
Op vrijdag 14 mei 2004 heeft de Haagse Hogeschool/TH Rijswijk een internationaal symposium over 'Leiderschap en Diversiteit' georganiseerd. Het symposium handelde over de dynamiek van gender, nationale cultuur en etniciteit in moderne organisaties. Door de diversiteit van medewerkers, klanten en afzetmarkten worden nieuwe eisen gesteld aan de leidinggevende en is de bedrijfscultuur blijvend veranderd. Veel bedrijfsactiviteiten strekken zich uit tot buiten de landsgrenzen. Leidinggeven in of in samenwerking met bijvoorbeeld vestigingen in Zuid-Amerika of Aziatische landen vergt een andere leiderschapsstijl. Kennis van elkaars achtergronden, ofwel transcultureel inzicht, is nodig om optimaal te kunnen samenwerken. Internationaal gerenommeerde sprekers zijn ingegaan op: leiderschap in de Arabische wereld. leiderschap, gender en etniciteit. leiderschap en culturele dynamiek in organisaties. leiderschap en nationaliteit. Na de inleidingen van de gastsprekers werd in vier werkgroepen over deze thema's verder met de gastsprekers van gedachten gewisseld. Het symposium werd afgesloten met een gezamenlijke forumdiscussie en een borrel. Dit verslag is tevens het startsein voor verdere studie over het thema leiderschap en diversiteit binnen het HRM lectoraat. De leden van de HRM Kenniskring gaan verder onderzoek doen en hun kennis over dit thema overdragen in de dagelijkse onderwijspraktijk aan de Haagse Hogeschool/TH Rijswijk.
DOCUMENT
In het hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van thema's en methodische benaderinswijzen van de belangrijkste kwalitatieve jeugdonderzoeken uit de jaren vijftig tot en met negentig van de vorige eeuw. Na een aanloopperiode in de jaren vijftig en zestig, die gekenmerkt wordt door een relatief theoriearme benadering en het gebruik van eenvoudige dataverwerkingstechnieken, volgde in de jaren zeventig een periode waarin surveyonderzoeken met kwantitatieve dataverzamelings- en verwerkingsmethoden domineerden. Vanaf de jaren tachtig vond er een opleving van het kwalitatieve jeugdonderzoek plaats. Er kwam meer aandacht voor theorievorming over de relatie tussen jeugd en samenleving en er ontstond een veelzijdigheid aan onderzoeksbenaderingen. Achtereenvolgens worden beschreven: longitudinaal onderzoek, intergenerationeel onderzoek, historisch jeugdonderzoek, intercultureel vergelijkend onderzoek, multicultureel onderzoek, beleidsondersteunend onderzoek. Voorts wordt een overzicht gegeven van de meest gebruikte onderzoeksinstrumenten en dataverwerkingsmethoden in kwalitatief jeugdonderzoek.Tot slot wordt aandacht besteed aan de voor- en nadelen van multidisciplinair en interdisciplinair versus monodisciplinair jeugdonderzoek.
DOCUMENT
In bilingual streams in the Netherlands, school subjects are taught in an additional language so that pupils learn both subject content and the target language by using language meaningfully. Teachers of English in bilingual streams (TEBs) are often expected to collaborate with subject teacher colleagues (STs). In addition, they teach separate language lessons. This provides TEBs with specific challenges. This article reports on a focus group (FG) study exploring the extent to which the ideals of stakeholders in bilingual schools in the Netherlands reflect the literature on this topic, using a frame of reference developed for this purpose (Dale, Oostdam & Verspoor, 2017). Five FGs were held with TEBs and STs from Dutch schools in the network for bilingual education and with members of the network’s quality assurance panels. Each FG consisted of between three and six participants with a similar role in bilingual education; audit panel chairpersons, audit panel secretaries and STs and TEBs from different schools. Participants were asked to discuss what an ideal English teacher would do in English lessons and in cooperation with subject colleagues. Data consists of five transcripts of the FG discussions. On the basis of inductive and deductive analyses (using MaxQDA), the ideals of stakeholders are positioned in the framework to explore to what extent different types of stakeholders have complementary or conflicting views. The findings suggest that stakeholders need to develop more shared understandings and a shared language to allow TEBs to realise their ambitions. References Dale, L., Oostdam, R., & Verspoor, M. (2017). Searching for identity and focus: Towards an analytical framework for language teachers in bilingual education. International Journal of Bilingual Education and Bilingualism, doi:10.1080/13670050.2017.1383351
MULTIFILE
Uitgangspunt van deze bijdrage is het gegeven dat in het hbo de klassen steeds ‘gekleurder’ worden, dat internationale (exchange- en reguliere Engelstalige) groepen de gangen bevolken en dat docenten in het hbo steeds vaker te maken krijgen met ‘communicatief gedrag’ dat op z’n minst afwijkt van hetgeen hij of zij in de omgang met studenten met een ‘typisch’ Nederlandse cultuur gewend is. Het is dus langzaam tijd om voorbij de eigen culturele competenties te kijken en te kijken of niet veeleer ‘interculturele competenties’ verworven zouden moeten worden om de geschetste veranderingen in hbo-land op een verantwoorde manier in de eigen onderwijspraktijk een plaats te kunnen geven.
DOCUMENT
Sociaal werk is een kunde, vergelijkbaar met gezondheidskunde en onderwijskunde. Dat wil zeggen een interdisciplinaire integratie van kennisontwikkeling en praktijkverbetering vanuit een eigenstandige focus. Belangrijke toeleverende disciplines voor sociaal werk zijn met name economie, ethiek, gezondheidskunde, kennistheorie, pedagogiek, psychologie, recht en sociologie. Als onderdeel van een landelijk project gericht op het vaststellen van de gemeenschappelijke theoretische kennisbasis voor sociaal-werkopleidingen interviewden wij, de auteurs van dit artikel, academische specialisten over toeleverende disciplines. De geïnterviewden benoemen niet alleen een onderscheidende disciplinaire blik die relevant is voor sociaal werk, maar onderscheiden binnen zo’n blik ook meerdere paradigmatische perspectieven. Daarbij valt op dat wel vaker één perspectief binnen de disciplinaire blik een bijzondere positie inneemt. Redenen daarvoor zijn dat zo’n perspectief een meer omvattend karakter bezit (maatschappelijk, historisch, internationaal, intercultureel), de grenzen van het vakgebied overschrijdt (interdisciplinair) en/of een expliciete (ethische, politieke) stellingname insluit (engagement).
DOCUMENT
De vestiging van grote groepen niet-westerse immigranten in Nederland is de aanleiding geweest voor het ontwikkeken van een minderheden- en later een immigratiebeleid. Dit overheidsbeleid voor gevestigde immigranten en hun nakomelingen kwam aan het eind van de jaren zeventig op gang. De vakministers dienden onder toezicht van het toenmalig coördinerend ministerie van Binnenlandse Zaken een passend immigratiebeleid te ontwikkelen.
DOCUMENT