Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Onderzoek doen is intussen een gangbaar onderdeel op lerarenopleidingen. Maar studenten aan lerarenopleidingen kiezen primair voor het beroep en niet voor de rol van onderzoeker. Het is dan ook de vraag in welke mate leraren in opleiding gemotiveerd zijn voor onderzoek doen. Meer specifiek gaat het daarbij om de wenselijkheid van een positieve houding ten aanzien van onderzoek doen (intrinsieke motivatie). De vraag is in hoeverre intrinsieke motivatie van belang is voor de kwaliteit van het onderzoek en in bredere zin voor het ontwikkelen van een onderzoekende houding op langere termijn. Vervolgens is het de vraag in welke mate factoren als competentiegevoel, docent-student-relatie en feedback bijdragen aan de intrinsieke motivatie van studenten. De motivatie voor onderzoek doen in de afstudeerfase is nagegaan bij de opleiding leerkracht basisonderwijs (pabo) van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Uit de gegevens blijkt dat de motivatie voor de kwaliteit van het onderzoek er niet toe lijkt te doen: of de pabostudenten meer intrinsiek of meer extrinsiek gemotiveerd zijn, maakt voor de eindbeoordeling weinig uit. Wel speelt de intrinsieke motivatie een belangrijke rol als het gaat om de intentie om ook na de opleiding nog onderzoeksmatig actief te zijn. Het onderzoek biedt aanknopingspunten voor het begeleiden van onderzoek van studenten op de pabo. De intrinsieke motivatie blijkt samen te hangen met het competentiegevoel en positief te worden beïnvloed door een ondersteunende begeleidingsstijl. Ook feedback, met name concrete en algemene suggesties voor verbetering van het onderzoek, versterkt de intrinsieke motivatie.
DOCUMENT
Interview - Voormalig reclamemaker Kees Klomp is tegenwoordig aanjager van wat hij de betekeniseconomie noemt: een economie gericht op zowel welvaart, welzijn als welbevinden. Klomp vertelt hoe dit concept een rol kan spelen in de duurzaamheidsreis van bedrijven. ‘Bestuurders die echt doordrongen zijn van wat er aan de hand is in de wereld, kunnen niet anders dan de transitie bij elke beslissing op nummer één zetten.’
LINK
Als docent krijg je regelmatig te maken met studenten die moeite hebben om in beweging te komen voor hun studie of minimale inspanning willen leveren, studenten die van alles tegelijk willen en niet kunnen focussen of geen keuzes kunnen maken en studenten die ‘consumerend’ gedrag laten zien waarbij het in de lessen ontbreekt aan een actieve en betrokken opstelling. Je wilt hen helpen om gemotiveerd te raken voor jouw vak, jouw expertise, jouw passie. Dat blijkt niet altijd gemakkelijk, want intrinsieke motivatie kun je niet afdwingen. De kunst is om studenten zodanig te inspireren en te ondersteunen dat ze uit zichzelf in beweging komen en tot actie overgaan. Hierbij kan de zelfdeterminatietheorie helpen. Met de Motivatie-motor reflecteer je in hoeverre jij in jouw onderwijs tegemoetkomt aan principes die autonomie, competentie en verbondenheid ondersteunen. Daarnaast inspireert de Motivatie-motor tot aanpassingen in je stijl van lesgeven en nodigt uit tot experimenteren in je eigen praktijk.
DOCUMENT
De Motivatie-motor is een reflectie-instrument, waarmee een brug wordt geslagen tussen wat uit de wetenschap bekend is over het motiveren van studenten en de onderwijspraktijk. Het doel van de Motivatie-motor is docenten te laten reflecteren op hun huidige stijl van lesgeven én docenten te inspireren voor aanpassingen in hun handelen, zodanig dat zij motivatie bij de studenten in de onderwijssituatie bevorderen. De Motivatie-motor is gebaseerd op de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan (1985) en is een instrument om docenten te laten evalueren in welke mate zij tegemoetkomen aan wetenschappelijk onderzochte principes, die de basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid ondersteunen in een onderwijssituatie. Naast inzicht in het didactische handelen, biedt de Motivatie-motor verrijking van de onderwijservaring van docenten. De Motivatie-motor stimuleert om op een onderzoekende manier interventies toe te passen in het eigen onderwijs: onder welke omstandigheden en op welke manier werkt het, en wanneer werkt het niet? Wanneer docenten horen over een behoeften-ondersteunde stijl van lesgeven, wordt vaak gedacht dat dit veel van hen vraagt en dat het onrealistisch is om toe te passen, gezien de complexiteit van de onderwijssetting. Echter, wanneer er meer bekend is over de theorie, concrete handvatten worden aangereikt en er mee geëxperimenteerd wordt in het eigen onderwijs, blijkt het eenvoudiger dan gedacht. Bovendien brengt het veel positiefs voor zowel de motivatie van de student als de voldoening van de docent (Reeve & Su, 2014).
DOCUMENT
Voorjaar 2014 werd van de pabostudenten van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) een aantal studentkenmerken in kaart gebracht. Zowel tussen studenten met verschillende vooropleidingen als tussen mannen en vrouwen konden opvallende verschillen worden vastgesteld. Ook werd gezocht naar samenhangen tussen de verschillende kenmerken. Op basis van de resultaten konden twee oriëntaties worden onderscheiden: ‘experimenters’, met een grotere interesse voor wereldoriëntatie, een sterkere extrinsieke motivatie en meer ambitie voor de rol van leerkracht voor de klas en ‘academics’, met een sterkere intrinsieke motivatie, meer ambitie voor ontwikkelen en onderzoeken, en hogere resultaten voor de kennisbasistoetsen van rekenen en taal. Als het gaat om implicaties voor de opleidingsdidactiek wordt niet zo zeer 'tegemoet komen aan denkstijlen' bepleit, als wel een grotere bewustwording bij studenten van het feit dat bepaalde eindtermen een beroep doen op bepaalde manieren van denken, die kunnen afwijken van hun voorkeursmanier.
DOCUMENT
Of iemand gemotiveerd bezig is met een taak, kun je meestal aan de buitenkant wel zien. Herkennen of iemand een motivatieprobleem heeft is dan ook meestal niet zo moeilijk. Maar wat gaat er dan van binnen in iemand om? Wat maakt hem zo gedreven of juist lusteloos? Als docent is het naar mijn mening een van je vele taken je te verdiepen in de motivatie van je leerlingen. Ieder mens is verschillend, iedere persoon heeft een verschillend karakter. Juist dat maakt dit een niet gemakkelijk, doch zeer interessant te onderzoeken onderwerp.
DOCUMENT
The check on study choice ('studiekeuzecheck', introduced in 2014) provides enrolling students the possibility to receive extra advice and reconsidering their choice between 1st of May and 1st of September. The studiekeuzecheck is supposed to improve students' information and motivation levels at the start of their study in higher vocational education, implying a better match with secondary education. A a result, student should drop out and switch less. In this article, the factors playing a role in the study choice.
DOCUMENT
In het schooljaar 2015-2016 is onderzoek gedaan naar de motivatie voor school van leerlingen uit het voortgezet onderwijs op een vijftal scholen met een sportprofiel in Amsterdam en omgeving. Het is uitgevoerd met medewerking van studenten uit het vierde jaar van de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) bij scholen die een convenant1 hebben met de ALO Amsterdam. Zowel leerlingen uit de onderbouw als uit de bovenbouw zijn in het onderzoek betrokken.
DOCUMENT
DOCUMENT
In deze kennisclip duiken we in het concept andapos;motivatieandapos; binnen het onderwijs. Wat drijft leerlingen om te leren? We maken onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie, ontkrachten een hardnekkige onderwijsmythe en laten zien hoe motivatie duurzaam versterkt kan worden volgens wetenschappelijke inzichten zoals de Zelfdeterminatietheorie. De kennisclip is bedoeld voor onderwijsprofessionals die praktisch en evidence-informed willen werken aan gemotiveerd leren.
MULTIFILE