Na de Tweede Wereldoorlog werd een aanzet gegeven tot professionalisering van het jongerenwerk. Veronderstellingen over het functieverlies van het naoorlogse gezin en bezorgdheid over de groeiende vrijmaking van jongeren uit traditionele verbanden (met de opkomst van de gemediatiseerde jeugdcultuur) droegen bij aan de groei van het sociaal-culturele jongerenwerk. De uitbouw van beroepsopleidingen, tijdschriften voor het jeugdwerk en de ontwikkeling van begeleidingsmethodieken boden aanvankelijk perspectief op de maatschappelijke erkenning van het beroep jongerenwerker.In de periode na 1960 verliep de professionalisering echter minder voorspoedig. Jeugdwerkers kregen concurentie van de moderne 'vermaaksindustrie' die veel beter inspeelde op nieuwe jeugdculturele wensen en behoeftes. In het boek wordt beschreven welke positie de academische pedagogiek in dit proces innam. Met welke visies op jeugd en opvoeding werden jongerenwerkers in de periode 1945-1970 geconfronteerd? Hoe werd de toenemende culturele zelfstandigheid van jongeren in pedagogische debatten belicht? waaruit bestond de praktijkrelevantie van de pedagogische wetenschap voor het jeugdwerk?
DOCUMENT
In het onderzoeksproject Kansrijk Poelenburg: Samenwerking tussen jeugdprofessionals en jonge rolmodellen in wijkgericht werken onderzochten onderzoekers van het lectoraat Jeugd en Samenleving samen met professionals en jongeren in de wijk Poelenburg (Zaanstad) hoe actieve, getalenteerde jongeren met een voorbeeldfunctie (rolmodellen) de drempel tot het professionele jeugdwerk (jongerenwerk en Jeugdteam) voor jongeren uit de wijk kunnen verlagen. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van het concept ‘keten van vertrouwen’ om erachter te komen wat de zwakke schakels zijn in het bereiken van jongeren uit de wijk. Dit zijn enerzijds een gebrek aan vertrouwen in het professionele jeugdwerk onder jongeren, anderzijds zien we dat het (medewerkers van) verschillende organisaties aan vertrouwen in elkaar ontbreekt. Jongeren die het moeilijkst worden bereikt hebben het meeste vertrouwen in ‘tussenpersonen’. Dit zijn specifieke jonge mensen uit de wijk waarvan jongeren weten dat ze dezelfde problemen hebben gekend als zij, en daar op een positieve manier mee om hebben leren gaan en nu hun leven op orde hebben. Tussenpersonen hebben geen specifiek talent en/of genieten niet altijd bekendheid binnen of buiten de wijk, maar vormen een inspiratie op basis van hun levenservaring en positieve houding. Daarnaast is het belangrijk dat tussenpersonen geen professionele rol vervullen en niet op zoek gaan naar oplossingen. Een tussenpersoon is een vriend, die luistert, zonder oordeel. Een tussenpersoon kan een jongerenwerker zijn, maar jongerenwerkers missen strategieën om deze rol te pakken en/of om andere jongeren in de wijk te ondersteunen in het pakken van deze rol.
DOCUMENT
DOCUMENT
Conferentie naar aanleiding van verschijnen opleidingsprofiel 'Alert en ondernemend'. Lezing met korte terugblik op professionalisering jeugdwerk en uitdagingen voor CMV-ers voor de toekomst.
DOCUMENT
Hoofdstuk in The history of youth work in Europe and its relevance for youth policy today. Youth work in the Netherlands goes back a long way and since the 1970s has taken on a rather strong professional image. During the last decades, it went through some hard times, but recently it has undergone a revival and revaluation. (Griensven & Smeets, 2003). The first section of this paper is about how the characteristics of the Dutch affect social work and youth work concepts. The second part discusses the Dutch framework for youth work: definition, fields of activities, core tasks and the ambiguous relationship between youth work and social work. The third section deals with the history of youth work. The paper concludes with a reflection on the future directions that youth work could take. The article is based on Dutch historical research, some by the author, and the author’s involvement in youth work, both as a youth worker and editor- in- chief of the semi-scientific journal Jeugd en samenleving.
DOCUMENT
De kwaliteit van de pedagogische omgeving rond een kind hangt af van de samenwerking tussen de professionals in jeugdwerk, vrijwilligers en de ouders.
Deze studie onderzocht hoe jeugdzorgwerkers, jeugdwerkers en onderwijsprofessionals samenwerking ervaren met andere professionals, ouders en vrijwilligers. Hierbij is gekeken of er verschillen zijn in hoe zij de samenwerking ervaren op het vlak van wederzijdse afhankelijkheid en reflectie.
MULTIFILE
Jongerenwerkers steken veel tijd en energie in het opbouwen en onderhouden van relaties met jongeren. Dat wordt door andere professionals vaak niet begrepen of gewaardeerd. Onderzoekers en jongerenwerkers geven inzicht in de ethische praktijkkanten van jongerenwerk. Jongerenwerkers bewegen in een ethisch spanningsveld dat voor veel mensen onzichtbaar blijft omdat zij, soms als enige, het directe belang van de jongeren mee laten wegen in hun werk.
MULTIFILE