Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Uit het voorgaande onderzoek (‘ICT daar weet ik wel wat van’. Een onderzoek naar eigen invloed op de behandeling en het gebruik van ICT onder jongeren in een justitiële jeugdinrichting.) (Vissenberg en Jurrius, 2016) bleek dat een gedeelte van de jongeren meer invloed wil op zowel het dagelijks leven als op de behandeling, en ICT als een mogelijkheid werd gezien om die invloed te vergroten. Binnen verschillende jeugdzorgplus organisaties zijn applicaties in ontwikkeling of ontwikkeld die mogelijk ook binnen JJI’s kunnen worden ingezet voor het versterken van de eigen regie. Tegelijk werd duidelijk dat randvoorwaarden en praktische uitvoering binnen de JJI organisaties nog veel vragen opriepen. Bij de start van het huidige project hadden we een aantal aannames: - Er zijn al verschillende ICT applicaties ontwikkeld gericht op het vergroten van eigen regie in jeugdzorgcontexten, het gebruiken en beschikbaar maken van deze applicaties zou zinvol zijn om ook binnen organisaties waar nog wordt gezocht naar toepassingen eigen regie van jongeren te vergroten. - Binnen JJI organisaties en jeugdzorgplusorganisaties zijn er weliswaar zorgen op het gebied van randvoorwaarden en veiligheid, maar bij de toepassing van applicaties kunnen vooraf en gaandeweg deze randvoorwaarden ook worden besproken en aangepakt. - Jongeren binnen de JJI hebben behoefte aan het vergroten van hun eigen regie op de groepen en ICT zou daar bij behulpzaam kunnen zijn. Oorspronkelijk idee van het huidige traject was dan ook te onderzoeken op welke wijze een concrete ICT applicatie kan worden ingezet in de JJI en in de jeugdzorg plus met het oog op het vergroten van de eigen regie en de eigen invloed op het dagelijks leven. Oorspronkelijk was de opzet om bestaande applicaties, ontwikkeld binnen een jeugdzorgplus context beschikbaar te stellen en uit te proberen binnen een andere jeugdzorgpluscontext en binnen een JJI instelling. Bij de bespreking van deze opzet met een aantal JJI’s en jeugdzorgplus organisaties bleek dat meer basale vragen over het waarom en hoe eerst om een gedragen antwoord vroegen. Dit heeft geleid tot een andere opzet van het onderzoek dat we hebben uitgevoerd binnen Forensisch Centrum Teylingereind.
DOCUMENT
In de periode 2008-2010 hebben onderzoekers en studenten de vaktherapie onderzocht die wordt gebruikt in de behandeling van jonge delinquenten in zes justitiële jeugdinrichtingen en instellingen voor gesloten jeugdzorg. Ze ontwikkelden interventies voor beeldende therapie, dansbewegingstherapie, dramatherapie, muziektherapie en psychomotorische therapie.
DOCUMENT
Van september 2015 tot en met december 2015 heeft het Lectoraat klantenperspectief in ondersteuning en zorg in samenwerking met Intermetzo onderzoek gedaan naar de ervaren invloed van jongeren in een justitiële jeugdinrichting op hun behandeling en het leven in de JJI en de wijze waarop ICT gebruik een rol zou kunnen spelen bij het vergroten van deze invloed.
DOCUMENT
Justitiële jeugdinrichtingen zijn volop bezig met de invoering van de methodiek Youturn. Joep Hanrath plaatst kanttekeningen bij de optimistische toon die met de invoering gepaard gaat. Hoe moeten groepsleiders gedrag van jongeren duiden? Dat gedrag is sterk afhankelijk van de situatie, betoogt Hanrath aan de hand van microsociologische verklaringen
DOCUMENT
Vaktherapie werkt aan tekorten/problemen met betrekking tot vier kerngebieden:zelfbeeld, emoties, cognitie en interactie. De vaktherapie richt zich op het opheffen of verminderen van tekorten met betrekking tot dynamisch criminogene factoren, anders gezegd: op risicofactoren uit de SAVRY (12‐18 jarigen) die een relatie hebben met de vier kerngebieden: ? voor het kerngebied zelfbeeld betreft dit de risicofactoren omgang met delinquente leeftijdsgenoten en negatieve opvattingen; ? voor het kerngebied emotie gaat het om de risicofactoren ervaren stress en copingvaardigheden, riskant gedrag/impulsiviteit en problemen bij omgaan met boosheid; ? voor het kerngebied interactie betreft het de risicofactoren omgang met delinquente leeftijdsgenoten, afwijzing door leeftijdsgenoten en gebrek aan berouw/empathie; ? voor het kerngebeid cognitie tenslotte gaat het om de risicofactoren afwijzing door leeftijdsgenoten, negatieve opvattingen en aandachtstekort hyperactiviteitprobleem
DOCUMENT
Naast straf, bescherming en afschrikking is een belangrijk doel van het plaatsen van jongeren in een justitiële jeugdinrichting (JJI) het stimuleren van gedragsverandering. Groepsleiders in een JJI zijn belangrijke actoren voor het op gang brengen van dit veranderingsproces. Zij brengen vele uren op een dag door in dezelfde ruimte met de jongeren. Ze eten met hen, sporten met hen en zijn actief in het bijbrengen van discipline en het aanleren van sociale vaardigheden. Juist doordat zij die diverse taken in de dagelijkse leefomgeving van de jongere vervullen, kunnen zij een grotere bijdrage leveren aan gedragsverandering dan gedragsdeskundigen die op afgebakende tijdstippen de jongeren individueel behandelen of trainen (Knorth, Harder, Huyghen, Kalverboer, & Zandberg, 2010; Moses, 2000).
DOCUMENT
Continuïteit in de justitiële keten is een thema dat momenteel sterk in de belangstelling staat. Wanneer de strafrechtelijke titel afloopt is het essentieel dat er een soepele overgang is naar eventuele vervolgvoorzieningen en/of maatschappelijke re-integratie middels goede huisvesting, werk en sociale inbedding. Continue zorg en begeleiding na detentie of een behandeling in gedwongen kader is essentieel om terugval in delicten, (zelf)destructief of overlastgevend gedrag te voorkomen. De belangen van goede aansluiting en samenwerking in de keten zijn dan ook groot voor de maatschappij en de cliënt zelf, maar ook voor zijn of haar omgeving en de betrokken professionals. Voor de cliënt is het belangrijk dat hij of zij zich gezien en gehoord blijft voelen en dat door de omgeving en professionals gesignaleerd en geïntervenieerd kan worden mocht het onverhoopt niet goed gaan.
DOCUMENT
Eén van de voorbeelden van het versnipperd aanbieden van hulp is te vinden in de schoolverzuimketen. Schoolverzuim vergroot de kans op voortijdig schoolverlaten. Dit heeft een grote impact op de maatschappelijke kansen van een kind en zijn of haar toekomst. Schoolverzuim is een ernstig probleem dat snel en adequaat moet worden aangepakt. Zodra er sprake is van ongeoorloofd schoolverzuim, is dat een reden tot zorg. De kinderen die structureel van school verzuimen, hebben meer nodig dan enkel de eerstelijns zorg. Achter structureel schoolverzuim gaat vaak meervoudige (gezins-)problematiek schuil (Raad voor de Kinderbescherming, 2016). Door het versnipperd aanbieden van diensten verliezen kwetsbare kinderen het vertrouwen in de hulpverlening omdat het te lang duurt voordat een kwetsbaar kind passende en samenhangende hulp ontvangt (Verheijden & de Lange, 2016). In 2017 is vanuit de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) in samenwerking met Stichting Halt en Leerplicht in Haarlem een project ontwikkeld voor een nieuwe werkwijze rondom schoolverzuim, genaamd: “Ontketen de zorg, Breed Inzetbare Professional (BIP)”. Binnen dit project zal geëxperimenteerd worden met meer uitwisseling van kennis in de justitiële keten. Elke professional in de ketensamenwerking bezit kennis en vaardigheden op een bepaald vakgebied. Hoe mooi zou het zijn als de verschillende professionals hun kennis en vaardigheden bundelen en daarmee de cliënt nog beter van dienst kunnen zijn. Door interdisciplinaire samenwerking hoeft een cliënt niet meer doorverwezen te worden naar een ander loket in de keten (D’amour & Oandasan, 2005). De continuïteit in de justitiële keten kan daarmee geborgd worden. Het innovatieteam van het ministerie van Justitie & Veiligheid heeft dit project omarmd en heeft de financiering voor het project geboden.
DOCUMENT
Dit liber amicorum is geschreven voor Anneke Menger, ter ere van haar afscheid als lector Werken in Justitieel Kader. De bijdragen zijn geschreven door mensen uit het werkveld, het onderwijs en door onderzoekers waarmee Anneke heeft samengewerkt. In de tien jaren dat Anneke Menger leiding heeft gegeven aan dit lectoraat hebben een groot aantal onderzoeken en methodieken voor de werkpraktijk het licht gezien, en heeft het lectoraat belangrijke ontwikkelingen in het onderwijs ondersteund en mede vormgegeven. Een aantal daarvan komen in deze bijdrage aan de orde. Inhoud: Allround lector - Lia van Doorn Op de schouders van een gigant - Jacqueline Bosker & Vivienne de Vogel Wordt vervolgd: werkalliantie in het gedwongen kader - Widya de Bakker & Annelies Sturm Bruikbaarheid van Menger’s werkalliantiemodel voor de justitiële jeugdinrichting - Joep Hanrath & Marie-José Geenen De professional als kennisbron - Lous Krechtig Professioneel beslissen in de forensisch sociale praktijk: ervaringskennis alleen is niet genoeg - Jacqueline Bosker Over theoretische kwaliteitscriteria voor risicotaxatie - Andrea Donker & Jacqueline Bosker ‘Everybody has won, and all must have prizes.’ Over de professionalisering van het reclasseringswerk in Nederland - Renée Henskens, Ada Andreas, Marleen Nieuwland, Jessica Westerik & Maarten van der Linde Een nieuwe methodiek voor het stimuleren van zelfstandig vertrek van vertrekplichtige vreemdelingen - Inge Toebosch De professional aan het woord; jeugdreclassering op zoek naar een nieuwe balans - Marlous de Vos & Marius van der Klei Geheimhouding binnen de relatie tussen reclasseringswerker en cliënt in historisch perspectief - Jaap A. van Vliet & Josien Leurdijk Continuïteit in de justitiële keten: Over knellende kaders, koudwatervrees en witte raven - Vivienne de Vogel Ontketen de zorg: het inzetten van Breed Inzetbare Professionals in de jeugdzorgketen - Fatima Yazami, Josje Dikkers & Vivienne de Vogel Onderwijs voor de forensisch sociale professional - Jacqueline Bosker, Joep Hanrath, Mirella Marks, Maaike de Boois & Simone van Egdom Een korte geschiedenis van de andragologie - Maaike de Boois Over het belang van materiële dienstverlening in het gedwongen kader - Nadja Jungmann, Marc Anderson & Tamara Madern Rehabilitatie in gedwongen kader: herstel van het goede leven - Jean Pierre Wilken Sociaal werk: Een mensenrechtenberoep bij uitstek? - Alicia Dibbets & Quirine Eijkman Een concept groslijst met maatschappelijke waarden van reclasseren - Attila Németh, Mark Dorenbusch, Irma Nibbelink, Michel Linnenbank & Alan Kabki
DOCUMENT